Zorg en arbeid

Reeds jaren ijvert de Werkgroep Thuisverzorgers vzw voor een wettelijk, sociaal statuut voor de mantelzorger. Het doel daarvan zou vooral zijn om een aantal negatieve gevolgen van de keuze voor thuiszorg weg te werken, in het bij-zonder voor wat betreft het verwerven of het behouden van sociale zekerheidsrechten.

Tot nu toe bestaat dit statuut nog steeds niet, wel bestaan er een aantal beperkte wettelijke mogelijkheden om zorg en arbeid te combineren.


Mogelijkheden voor werknemers om zorg en arbeid te combineren

Volgens de wet ben u een werknemer als u met of zonder arbeidsovereenkomst, tegen loon, arbeid verricht onder het gezag van een andere persoon. Dit zijn in de praktijk: alle werknemers in de privé-sector; werknemers van de vroegere openbare kredietinstellingen; de niet-gesubsi-dieerde contractuele personeelsleden van het vrij onder-wijs; de werknemers van gemengde intercommunales voor gas- en elektriciteitsdistributie; werknemers van de gewes-telijke maatschappijen voor openbaar vervoer en perso-neelsleden van vrije universiteiten.

Bepaalde categorieën van personeel kunnen uitgesloten worden door een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO), afgesloten in de sector of op ondernemingsvlak.

Tenslotte vermelden we dat er voor mensen die werkzaam zijn in het onderwijs of in andere openbare diensten heel wat specifieke regelingen bestaan om voltijdse of deel-tijdse loopbaanonderbreking te nemen als men werk en zorg wil combineren. Vraag hiervoor informatie bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA), uw werkgever of vakbond.


  1. Algemene mogelijkheden om het werk te onderbreken
    • Verlof om dwingende redenen

      Iedere werknemer kan per jaar maximum 10 dagen verlof om dwingende redenen opnemen. Voor deze verlofdagen ontvangt men geen loon. Als dwingend worden o.a. beschouwd: hospitalisatie en ziekte of ongeval van iemand die onder hetzelfde dak woont (echtgeno(o)t(e), kind, ouder). Binnen bepaalde sectoren kunnen bij CAO een hoger aantal verlofdagen om dwingende redenen worden toegekend.

    • Verlof zonder wedde

      Dit houdt in dat u voor een bepaalde periode (bijvoorbeeld één maand, één jaar,…) uw job onderbreekt en gedurende die periode niet bezoldigd wordt. U heeft hiervoor de goedkeuring van uw werkgever nodig.

    • Tijdkrediet

      1. Volledige schorsing of vermindering tot een half-tijdse betrekking

        Wat?

        Het tijdkrediet biedt de werknemer de mogelijkheid zijn loopbaan gedurende één jaar (in sommige secto-ren verlengd tot maximum 5 jaar) volledig te schorsen of zijn prestaties tot een halftijdse betrekking te verminderen om nadien de vroegere betrekking op-nieuw op te nemen. Wie aan thuiszorg doet, maar zijn job (nog) niet wil opgeven, kan tijdkrediet vragen aan de werkgever. Wij geven hieronder de algemene regels weer.

        Voor wie?

        • Voor alle werknemers die in de laatste 15 maanden voor de aanvraag minstens 12 maanden waren tewerkgesteld in hun onderne-ming. Met andere woorden: de werknemer moet gedurende 12 maanden een arbeidsover-eenkomst gehad hebben met zijn werkgever. Eventuele schorsingen, zoals ziekte, vakantie, technische werkloosheid enzovoort, worden meegeteld voor de bepaling van deze periode.
        • In bedrijven met meer dan 10 werknemers is het opnemen van het tijdkrediet een recht. De opname van dit recht kan alleen uitgesteld worden mits bepaalde voorwaarden.
        • In bedrijven met 10 werknemers of minder is het akkoord van de werkgever vereist om dit recht te kunnen uitoefenen.
        • Er kunnen slechts categorieën van het personeel (bijvoorbeeld vertrouwenspersoneel) uitgesloten worden indien dit bepaald wordt in een sectoriële of bedrijfsCAO.
        • Voltijds tijdkrediet is voor elke werknemer mogelijk. Om halftijds tijdkrediet op te nemen, moet je minstens 3/4de van een voltijdse tewerk-stelling gewerkt hebben in het jaar, voorafgaand aan de aanvraag.

        Duur?

        • Tijdkrediet kan gedurende één jaar. Deze duurtijd kan verlengd worden via een sectoriële of bedrijfsCAO tot maximum vijf jaar.
        • Tijdkrediet moet opgenomen worden in mini-mumperiodes van drie maanden.
        • Vroeger opgenomen tijdkrediet en loopbaan-onderbreking, voor zover deze voltijds of half-tijds opgenomen werden, worden in mindering gebracht van de totale krediet van één jaar of meer.

        Vergoeding?

        De werknemer krijgt een vergoeding van de Rijks-dienst voor Arbeidsvoorzieningen (RVA). De volgen-de bedragen gelden op 1 oktober 2006:

        • Indien de werknemer een anciënniteit van 5 jaar of meer in de onderneming heeft, bedraagt de vergoeding €558,35 per maand (brutobedrag).
        • Indien de werknemer minder dan 5 jaar anciën-niteit in de onderneming heeft, bedraagt de vergoeding €418,76 per maand (brutobedrag).
        • Deze bedragen worden proportioneel toege-kend. Voor een halftijds tijdkrediet krijg je de helft (€279,17 of €209,37) indien je voordien voltijds werkte. Wie voor de onderbreking niet voltijds werkte moet het bedrag omrekenen.
        • U kunt niet tegelijk van de inkomsten uit een zelfstandige activiteit en van deze uitkering genieten, tenzij je al een jaar voor de datum van de aanvraag van het tijdkrediet een zelfstandig bijberoep uitoefende.

        Sociale rechten?

        • Er is behoud van de volledige sociale rechten (pensioen, ziekte- of werkloosheidsvergoeding, kinderbijslag) gedurende maximum 3 jaar, daarna eventueel behoud van je rechten op basis van deeltijdse arbeid.
        • De periodes van onderbreking in het kader van tijdkrediet of loopbaanvermindering, worden niet gelijkgesteld met dagen van werkelijke arbeid voor de vakantieregeling. Het aantal vakantiedagen en het vakantiegeld worden pro-portioneel berekend op basis van de effectief gewerkte tijd en het effectief ontvangen loon.

        Hoe aanvragen?

        • De aanvraag gebeurt bij aangetekend schrijven of door overhandiging van het geschreven document aan de werkgever, die een duplicaat tekent voor ontvangst (met datumvermelding). Er moet dus altijd een schriftelijke aanvraag zijn. E-mail geldt nog niet als geldige aanvraag.
        • De aanvraag moet gebeuren 3 maand op voorhand als de werkgever op 30 juni van het jaar voorafgaand aan de aanvraag meer dan 20 werknemers had. De aanvraag moet gebeuren 6 maand op voorhand als de werk-gever op 30 juni van het jaar voorafgaand aan de aanvraag minder dan 20 werknemers had.
        • In de aanvraag moet de werknemer volgende punten opnemen:

          • de gewenste begindatum van het tijd-krediet;
          • de manier waarop u zou willen werken (op welke dagen of halve dagen u thuis wil blijven);
          • de feiten op basis waarvan kan blijken dat je voorrang geniet om in aanmerking te komen.

        • Bij de aanvraag moet men een attest van de RVA bijvoegen. Dit attest vermeldt de duur waarmee de werknemer reeds vroeger zijn loopbaan heeft onderbroken of verminderd, en dit met of zonder toepassing van CAO 77. Dit attest kan je opvragen bij de RVA en/of bij de vakbond. Hou er rekening mee dat het enkele weken kan duren voordat dit attest in je bezit is…

        Extra bescherming voor het behoud van uw job en/of tegen ontslag?

        • U hebt het recht terug te keren naar uw functie als u stopt met het tijdkrediet. Als dit niet mogelijk is, moet u een gelijkwaardige of verge-lijkbare functie, conform de arbeidsovereen-komst aangeboden worden.
        • Vanaf de aanvraag tot drie maanden na de einddatum van het tijdkrediet of de loopbaan-vermindering mag de werkgever geen éénzijdig einde maken aan de arbeidsovereenkomst, behalve om dringende reden en andere rede-nen die niets te maken hebben met de uitoefening van het recht op tijdkrediet of loopbaanvermindering. Een eventueel ontslag zal dus goed gemotiveerd moeten zijn.
        • Als de werkgever met minder dan 10 werkne-mers het opnemen van tijdkrediet of loopbaan-vermindering weigert, geldt de ontslagbescher-ming tot 3 maanden na de datum van weigering. De ontslagbescherming loopt ook tijdens de periode van uitstel.
        • Indien de werkgever toch tot ontslag overgaat, moet hij bovenop de normale ontslagvergoe-ding 6 maanden extra loon betalen. Bij loopbaanvermindering wordt deze schadevergoeding berekend op basis van het deeltijdse loon.
      2. Loopbaanvermindering tot een 4/5e tewerkstelling

        • Wat?

          Als werknemer heeft u het recht de loopbaan te verminderen met 1 dag per week of 2 halve dagen per week. En dit gedurende minimum 6 maanden en maximum 5 jaar van de totale loopbaan. Deze maximumperiode is niet verlengbaar door een CAO.

        • Voor wie?

          • Dit recht veronderstelt dat uw huidige werk-regeling gespreid is over minstens 5 dagen per week. Sectoren krijgen de mogelijkheid om dit recht op loopbaanvermindering te regelen voor werknemers die in ploegen of cycli werken.
          • U moet gedurende 5 jaar voorafgaand aan de aanvraag een arbeidsovereenkomst gehad hebben met de werkgever. Bovendien moet u gedurende de 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag voltijds zijn tewerkgesteld. Even-tuele schorsingen, zoals de afwezigheden door arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of onge-val gedekt door het gewaarborgd loon, vakan-tie, technische werkloosheid enzovoort, worden meegeteld voor de bepaling van deze periode.
          • In bedrijven met meer dan 10 werknemers is het opnemen van het tijdkrediet een recht. De opname van dit recht kan alleen uitgesteld worden mits bepaalde voorwaarden.
          • In bedrijven met 10 werknemers of minder is het akkoord van de werkgever vereist om dit recht te kunnen uitoefenen.
          • Er kunnen slechts categorieën van het perso-neel (bijvoorbeeld vertrouwenspersoneel) uitge-sloten worden indien dit bepaald wordt in een sectoriële of bedrijfsCAO.

        • Duur?

          • Dit stelsel is beperkt tot maximum 5 jaar over de gehele loopbaan.
          • Het recht is op te nemen in perioden van minstens 6 maand. Vanaf de leeftijd van 50 jaar mag de vierdagenweek onbeperkt worden op-genomen.
          • Perioden van loopbaanvermindering die vroe-ger al werden opgenomen onder de vorm van een vermindering met 1/3de, 1/4de of 1/5de worden in mindering gebracht.

        • Vergoeding?

          De werknemer krijgt een vaste uitkering vanwege de RVA, deze bedraagt €137,88 per maand, alleen-staanden ontvangen €171,03 per maand (brutobedragen op 1 oktober 2006). Sectoren en ondernemingen kunnen ook voor de 1/5de loopbaanvermindering bijkomende vergoedingen voorzien.

        • Sociale rechten?

          • Er is behoud van alle sociale rechten gedu-rende de 5 jaar.
          • Het aantal dagen vakantie, het vakantiegeld en de eindejaarspremie worden proportioneel be-rekend op basis van het nieuwe uurrooster en het nieuwe loon.

        • Hoe aanvragen?

          De aanvraagprocedure is gelijk aan die van het voltijds of halftijds tijdkrediet.

        • Extra bescherming voor het behoud van uw job en/of tegen ontslag?

          De beschermingsmaatregelen zijn gelijk aan die van het voltijds of halftijds tijdkrediet.

      3. Bijzonder recht op loopbaanvermindering voor +50 jarigen

        • Wat?

          Personen van minimum 50 jaar krijgen een bijzonder recht op loopbaanvermindering. Zij kunnen kiezen voor een vermindering tot een 4/5de tewerkstelling (vierdagenweek) of overstappen op een halftijdse be-trekking.

        • Voor wie?

          Het recht op loopbaanvermindering voor +50 jarigen kan op twee manieren opgenomen worden, waarvoor de volgende voorwaarden gelden:

          • vermindering tot een 4/5 tewerkstelling:
            • u bent minimum 50 jaar op het ogenblik waarop de gewenste loopbaanverminde-ring ingaat;
            • u werkt gedurende de 12 maanden voor-afgaand aan de aanvraag voltijds (in een 5 of 6 dagenstelsel) ofwel in een 4/5de stelsel;
            • u heeft een anciënniteit bij de werkgever van minstens 5 jaar;
            • op het ogenblik van de aanvraag kunt u een loopbaan van tenminste 20 jaar als werknemer bewijzen.
          • vermindering tot een halftijdse betrekking:
            • u bent 50 jaar of ouder op het ogenblik waarop de gewenste loopbaanverminde-ring ingaat;
            • u werkt minstens gedurende 3/4de van een normale voltijdse job, en dit gedurende één jaar voorafgaand aan de aanvraag of u zit reeds als 50-plusser in een stelsel van beroepsloopbaanvermindering (van 1/5de of 1/2de vermindering– oud regime);
            • u hebt een anciënniteit bij de werkgever van minstens 5 jaar;
            • u kunt een loopbaan van ten minste 20 jaar als werknemer aantonen op het ogen-blik van de aanvraag.

          In bedrijven met meer dan 10 werknemers is het opnemen van het tijdkrediet een recht. De opname van dit recht kan alleen uitgesteld worden mits bepaalde voorwaarden. In bedrijven met 10 werk-nemers of minder is het akkoord van de werkgever vereist om dit recht te kunnen uitoefenen.

          Er kunnen slechts categorieën van het personeel (bijvoorbeeld vertrouwenspersoneel) uitgesloten wor-den indien dit bepaald wordt in een sectoriële of bedrijfsCAO.

        • Duur?

          • Dit bijzonder recht is onbeperkt in tijd en kan dus lopen tot aan het (brug)pensioen.
          • U moet dit recht opnemen voor een minimumduur van 6 maanden wanneer u kiest voor een 1/5de onderbreking of in periodes van minimaal 3 maanden bij een halftijdse onder-breking.
          • De 1/5de loopbaanvermindering kan alleen op-genomen worden in twee halve dagen of en volledige dag per week.

        • Vergoeding?

          Als u het recht op loopbaanvermindering voor +50 jarigen opneemt, krijgt u een vaste uitkering van de RVA (bedragen op 1 oktober 2006):

          • bij de vermindering tot een 4/5de tewerkstelling ontvangt u €193,72 bruto per maand (alleenstaanden ontvangen een maandelijkse uitkering van €233,77 bruto);
          • bij de vermindering tot een halftijdse betrekking ontvangt u €417,05 bruto per maand.

          Indien uw tewerkstelling bij de aanvang van de ver-mindering minder was dan voltijds wordt uw uitkering proportioneel herberekend.

        • Sociale rechten?

          • U behoudt alle sociale rechten gedurende de hele periode van loopbaanvermindering.
          • De eindejaarspremie, het aantal vakantieda-gen, het vakantiegeld worden proportioneel berekend op basis van het nieuwe uurrooster en het deeltijdse loon.

        • Hoe aanvragen?

          De aanvraagprocedure is gelijk aan die van het tijdkrediet.

        • Extra bescherming voor het behoud van uw job en/of tegen ontslag?

          De beschermingsmaatregelen zijn gelijk aan die van het tijdkrediet.

          Opgelet: Alle uitkeringen voor tijdkrediet en loopbaan-vermindering zijn bruto belastbare bedragen. Er moeten geen sociale zekerheidsbijdragen op betaald worden. De regering heeft beslist om vanaf 1 januari 2004 een minimum belasting van 10,13% op de uitkering bij voltijds tijdkrediet en 17,15% op alle deeltijdse onderbrekings-uitkeringen af te houden. Voor loopbaanvermindering tot een 4/5 tewerkstelling geldt vanaf 1 juni 2007 een minimum belasting van 35% op de uitkering, uitgezonderd voor alleenwonenden met kinderen. Voor deze gezinnen blijft het minimum percentage van 17,15% van kracht. De uitkeringen worden als vervangingsinkomen belast.

      4. Verdere informatie

        Voor meer informatie kan u zich wenden tot de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, uw plaatse-lijke werkloosheidsbureau van de RVA of het regionaal secretariaat van uw vakbond.

        FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
        Ernest Blerotstraat 1
        1070 Brussel
        Tel: 02/233 42 11
        Website: http://www.meta.fgov.be

        Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA)
        Keizerslaan 7

        1000 Brussel
        Tel: 02/515 41 11
        Fax: 02/514 11 06
        Website: http://www.rva.be

        ACLVB
        Koning Albertlaan 95
        9000 Gent
        Tel: 09/222 57 51
        Website: http://www.aclvb.be

        ABVV
        Hoogstraat 42
        1000 Brussel
        Tel: 02/506 82 11
        Website: http://www.abvv.be

        ACV
        Haachtsesteenweg 579
        1030 Brussel
        Tel: 02/246 31 11
        Website: http://www.acv-online.be
        De vakbonden hebben secretariaten in de verschillende regio’s. Hun gegevens vindt u terug op de websites van de vakbonden.


  2. Zorgverloven
  3. Werknemers hebben, buiten tijdkrediet, ook recht op verschillende zorgverloven. Het gaat hier om verlof voor de verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid, palliatief verlof en ouderschapsverlof. Deze zorgverloven kan u met elkaar combineren.

  4. Loopbaanonderbreking in het kader van de medische bijstand

    Wat?

    Als werknemer hebt u het recht op verlof voor de verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid. Onder ‘zware ziekte’ wordt verstaan ‘elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende arts als zwaar wordt beschouwd en waarbij de arts oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of emotionele bijstand of verzorging nodig is voor het herstel.’

    Deze vorm van loopbaanonderbreking is een recht: men heeft geen toestemming van de werkgever nodig.

    Voor wie?

    Wie een familielid tot in de tweede graad (de (groot)ouders, (klein)kinderen, (schoon)broers en (schoon)zussen) verzorgt, kan daarvoor loopbaanonder-breking nemen, ook als men niet met dat familielid samenwoont. Wie een gezinslid (iedereen waarmee de verzorger in hetzelfde huis woont) verzorgt, kan daarvoor eveneens loopbaanonderbreking nemen.

    Als u voltijds werkt, kan u uw loopbaan volledig onderbreken of verminderen met 1/5de. Als u mini-mum 3/4de werkt, kan u verminderen tot een halftijdse betrekking. Als u deeltijds werkt kan u enkel een volledige onderbreking opnemen.

    Als u werkt in een onderneming die op 30 juni van het voorafgaande jaar minder dan 10 werknemers in dienst had, kan u uw loopbaan enkel volledig onderbreken. U hebt dan het akkoord van uw werk-nemer nodig als u uw prestaties wil verminderen met 1/5de of 1/2de.

    Duur?

    U kan uw prestaties gedurende maximum 12 maanden per patiënt volledig onderbreken. Dit is mogelijk in periodes van minimum 1 maand en maximum 3 maanden. Deze periodes kunnen elkaar opvolgen.

    Als u uw prestaties gedeeltelijk vermindert, is de maximumduur per patiënt 24 maanden (ook op-splitsbaar in periodes van minimum 1 maand en maximum 3 maanden). Deze periodes kunnen elkaar opvolgen.

    Voor bedrijven met 50 of minder dan 50 werknemers kan de werkgever het recht wegens organisatorische redenen beperken tot 6 maanden voor een volledige onderbreking of 12 maanden voor een halftijdse onderbreking.

    Vergoeding?

    Bedragen op 1 oktober 2006:

    • voor een voltijdse onderbreking heeft u recht op een brutouitkering van €684,94 per maand;
    • als u uw loopbaan halftijds onderbreekt en u is jonger dan 50 jaar, heeft u recht op €342,46 bruto, indien u ouder is dan 50 jaar heeft u in het eerste jaar recht op een maandelijkse brutouitkering van €580,90;
    • bij loopbaanvermindering met 1/5de heeft u (als u jonger ben dan 50 jaar) recht op een uitkering van €116,18 bruto per maand, in het andere geval bedraagt uw uitkering €232,36 bruto per maand.

    Als u werkt in het Vlaams gewest (dus niet in Brussel of Wallonië), dan heeft u, bovenop die uitkering, onder bepaalde voorwaarden ook recht op een Vlaamse aanmoedigingspremie (zie rubriek ‘Vlaamse aanmoedingingspremies’). Eventueel komt daar nog een vergoeding van uw onderneming of sector bij.

    Sociale rechten?

    • U behoudt alle sociale rechten gedurende de hele periode van loopbaanvermindering.
    • De eindejaarspremie, het aantal vakantie-dagen, het vakantiegeld worden proportioneel berekend op basis van het nieuwe uurrooster en het deeltijdse loon.

    Hoe aanvragen?

    De werknemer die loopbaanonderbreking wil nemen, moet een attest vragen aan de behandelend genees-heer van de zorgbehoevende persoon, waaruit de zware ziekte blijkt. Uit dit attest moet ook blijken dat de werknemer zich bereid heeft verklaard om aan de zwaar zieke persoon bijstand of verzorging te verle-nen.

    De loopbaanonderbreking moet schriftelijk aan de werkgever worden aangevraagd. In uw aanvraag vermeldt u de periode waarvoor u uw loopbaan wilt onderbreken of verminderen. De kennisgeving gebeurt minstens zeven dagen voor de ingangs-datum van de schorsing of van de vermindering van de prestaties.

    Voor elke verlenging is een nieuwe aanvraag en een nieuw attest noodzakelijk.

    Extra bescherming voor het behoud van uw job en/of tegen ontslag?

    U bent tijdens uw verlof voor de verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid beschermd tegen ontslag vanaf de dag van uw aanvraag tot drie maanden na afloop van uw verlof. Uw werkgever kan u alleen ontslaan om dringende of voldoende reden. In alle andere gevallen van ontslag tijdens deze beschermingsperiode krijgt u naast de opzegver-goeding een schadevergoeding die gelijk is aan zes maanden loon.

  5. Loopbaanonderbreking in het kader van palliatief verlof

    Wat?

    Palliatieve verzorging houdt in: elke vorm van bij-stand, dus zowel sociale, medische, administratieve als psychologische bijstand en verzorging aan personen die aan een ongeneeslijke ziekte lijden in een terminale fase.

    Voor wie?

    Elke werknemer in de privé- of openbare sector die zich wil wijden aan de palliatieve verzorging van een persoon die aan een ongeneeslijke ziekte lijdt en zich in een terminale fase bevindt, kan palliatief verlof nemen. De verzorgde persoon hoeft geen familielid te zijn.

    Duur?

    U kan maximaal twee maanden palliatief verlof krijgen, te beginnen met één maand en daarna verlengbaar met nog een maand. Dit kan zowel in de vorm van een voltijdse loopbaanonderbreking, als in de vorm van een loopbaanvermindering met 1/2de of 1/5de.

    Vergoeding?

    U hebt tijdens uw palliatief verlof recht op dezelfde bedragen als iemand die loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid neemt.

    Bedragen op 1 oktober 2006:

    • voor een voltijdse onderbreking heeft u recht op een uitkering van €684,94 bruto per maand;
    • als u uw loopbaan halftijds onderbreekt en u is jonger dan 50 jaar, heeft u recht op €342,46 bruto, indien u 50 jaar of ouder is heeft u recht op een maandelijkse brutouitkering van €580,90;
    • bij loopbaanvermindering met 1/5de heeft u (als u jonger is dan 50 jaar) recht op een uitkering van €116,18 bruto per maand, in het andere geval bedraagt uw uitkering €232,36 bruto per maand.

    Als u werkt in het Vlaams gewest, dan heeft u, bovenop die uitkering, onder bepaalde voorwaarden ook recht op een Vlaamse aanmoedigingspremie (zie rubriek ‘Vlaamse aanmoedingingspremies’). Eventueel komt daar nog een vergoeding van uw onderneming of sector bij.

    Sociale rechten?

    • U behoudt alle sociale rechten gedurende de hele periode van loopbaanvermindering.
    • De eindejaarspremie, het aantal vakantie-dagen, het vakantiegeld worden proportioneel berekend op basis van het nieuwe uurrooster en het deeltijdse loon.

    Hoe aanvragen?

    U hebt geen toestemming van uw werkgever nodig. De werkgever is niet verplicht om tijdens uw palliatief verlof iemand anders in dienst te nemen.

    U moet aan de werkgever een attest overhandigen. Dit krijgt u van de arts van de persoon die stervensbegeleiding nodig heeft. In dat attest moet staan dat u bereid is om palliatieve zorgen te geven aan die persoon, maar de naam van die persoon mag niet worden vermeld.

    Het verlof gaat in op de eerste dag van de week na de week waarin u het attest aan uw werkgever heeft overhandigd. Als de werkgever akkoord gaat, kan dit al vroeger gebeuren.

    Wenst u na een maand nog een maand palliatief verlof bij, dan moet u opnieuw een attest aan de werkgever overhandigen. U kunt maximaal twee maanden verlof nemen voor de palliatieve verzorging van dezelfde persoon.

    Werkt u in de privé-sector, dan moet u, net zoals bij loopbaanonderbreking, met een aangetekend schrijven een aanvraag indienen bij het gewestelijk werkloosheidsbureau van de RVA. De RVA heeft hiervoor een aanvraagformulier opgesteld dat u bij het werkloosheidsbureau kan bekomen.

    Werkt u in de openbare sector, dan moet u de overheid waartoe u behoort op de hoogte brengen van uw aanvraag tot palliatief verlof. Het formulier daarvoor haalt u bij het werkloosheidsbureau van de RVA en overhandigt u aan de bevoegde overheid.

    Extra bescherming voor het behoud van uw job en/of tegen ontslag?

    U bent tijdens het palliatief verlof beschermd tegen ontslag vanaf de dag van uw aanvraag tot drie maanden na afloop van uw verlof. Uw werkgever kan u alleen ontslaan om dringende of voldoende reden. In alle andere gevallen van ontslag tijdens deze beschermingsperiode krijgt u naast de opzegver-goeding een schadevergoeding die gelijk is aan zes maanden loon.

  6. Loopbaanonderbreking in het kader van ouderschapsverlof

    Wat?

    Als werknemer heeft u, naast het moeder- en vader-schapsverlof, recht op ouderschapsverlof voor de geboorte of adoptie van een kind. Het gaat hier om een individueel recht van elke werknemer.

    Voor wie?

    • Voor alle werknemers met een kind jonger dan 4 jaar of met een kind met een handicap (minstens 66%) jonger dan 8 jaar; op het ogen-blik van de aanvraag.
    • Voor alle werknemers met een geadopteerd kind dat minder dan 4 jaar geleden is inge-schreven in de bevolkingsregisters.

    Duur?

    U kan ouderschapsverlof opnemen op drie mogelijke manieren:

    • voltijdse onderbreking van de loopbaan gedu-rende 3 maanden per kind (deze periode kan gesplitst worden in maanden, naar keuze van de werknemer);
    • halftijdse onderbreking van de loopbaan gedu-rende 6 maanden per kind (dit verlof kan niet gesplitst worden);
    • onderbreking van de loopbaan met 1/5de gedurende 15 maanden per kind (deze periode kan ook gesplitst worden in blokken van mini-maal 3 maanden, het gaat dan wel telkens om een andere aanvraag).

    Als u in een onderneming met minder dan 10 werk-nemers werkt, kan u ouderschapsverlof onder de vorm van halftijdse prestaties opnemen als u vooraf het akkoord heeft van uw werkgever.

    Vergoeding?

    U hebt tijdens uw ouderschapsverlof recht op dezelfde bedragen als iemand die loopbaanonder-breking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid of palliatief verlof neemt. Bedragen op 1 oktober 2006:

    • voor een voltijdse onderbreking heeft u recht op een brutouitkering van €684,94 per maand in het eerste jaar (€530,43 in het tweede jaar);
    • als u uw loopbaan halftijds onderbreekt en u is jonger dan 50 jaar, heeft u recht op €342,46 bruto , indien u 50 jaar of ouder is dan heeft u in het eerste jaar recht op een maan-delijkse brutouitkering van €580,90;
    • bij loopbaanvermindering met 1/5de heeft u (als u jonger is dan 50 jaar) recht op een brutouitkering van €116,18 per maand, in het andere geval bedraagt uw uitkering €232,36 bruto per maand.

    Wie in het Vlaams Gewest werkt, kan bovendien genieten van Vlaamse aanmoedigingspremies. (zie rubriek 11.3).

    Sociale rechten?

    • U behoudt alle sociale rechten gedurende de hele periode van loopbaanvermindering.
    • De eindejaarspremie, het aantal vakantieda-gen, het vakantiegeld worden proportioneel berekend voor de periode van ouderschaps-verlof.

    Hoe aanvragen?

    • De aanvraag moet schriftelijk gebeuren. Dit gebeurt ofwel bij aangetekend schrijven, ofwel door overhandiging van het geschreven docu-ment aan de werkgever die een duplicaat tekent voor ontvangst (met vermelding van de datum).
    • In de aanvraag moet de werknemer volgende punten opnemen:
      • de gewenste begin- en einddatum van het zorgverlof;
      • de manier waarop u zou willen werken (op welke dagen of halve dagen u thuis wil blijven);
      • een bewijs van geboorte of adoptie.

    • Als u ouderschapsverlof wil opnemen, moet u uw werkgever hiervan drie maanden op voor-hand op de hoogte brengen. Deze termijn kan in overleg tussen de werkgever en de werkne-mer worden ingekort.
    • In de maand die volgt op de schriftelijke aan-vraag kan uw werkgever uw recht op ouder-schapsverlof uitstellen om gerechtvaardigde redenen in verband met de werking van de onderneming. Dit uitstel kan maximaal zes maanden duren, daarna gaat uw ouderschaps-verlof alsnog in.

    Extra bescherming voor het behoud van uw job en/of tegen ontslag?

    U bent tijdens uw ouderschapsverlof beschermd tegen ontslag vanaf de dag van uw aanvraag tot drie maanden na afloop van uw verlof. Uw werkgever kan u alleen ontslaan om dringende of voldoende reden. In alle andere gevallen van ont-slag tijdens deze beschermingsperiode krijgt u naast de opzegvergoeding een schadevergoeding die gelijk is aan zes maanden loon.


  • Vlaamse aanmoedigingspremies bij zorgkrediet

    Wanneer u uw loopbaan onderbreekt of als u minder gaat werken met het oog op het volgen van een opleiding of het verlenen van zorg, dan vult Vlaanderen, onder bepaalde voorwaarden, de RVA-uitkering aan met een Vlaamse aanmoedigingspremie. Opgelet deze bijkomende premie kan steeds bij beslissing van de Vlaamse regering afge-schaft of gewijzigd worden. Informeer u hierover.

    We bespreken hier enkel de aanmoedigingspremies in het kader van zorgkrediet.

    Voor wie?

    Algemene voorwaarden:

    • U werkt in de privé-sector als werknemer.
    • U werkt in het Vlaams gewest.
    • U is 1 jaar tewerkgesteld bij uw werkgever.
    • Uw onderneming is gedekt door een akkoord met de werkgever(s) over het zorgkrediet.

    Specifieke voorwaarden voor zorgkrediet:

    U kan het krediet enkel opnemen voor:

    • de zorg van een kind dat geboren of geadop-teerd is na 1 januari 1998 (voor gehandicapte kinderen: kinderen geboren na 1 januari 1994), u moet het krediet opnemen voor het kind 18 jaar is;
    • de zorg voor een moeder of vader ouder dan 70 jaar;
    • de bijstand aan een persoon die leidt aan een ongeneeslijke ziekte en die zich in een termi-nale fase bevindt;
    • de bijstand aan of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid.

    U kan het krediet opnemen als aanvulling bij de RVA-uitkering voor een volledige onderbreking van de loopbaan of voor een vermindering tot halftijdse arbeid. Enkel de voltijdse werknemers die een zorgverlof opnemen, kunnen het krediet opnemen als aanvulling bij de RVA-uitkering wanneer zij hun arbeidsprestaties verminderen met 1/5de.

    Duur?

    Maximaal 1 jaar bij volledige schorsing van de arbeidsprestaties, dit krediet wordt verhoogd met drie maanden per kind dat werd geboren of geadop-teerd na 1 januari 1998 (voor gehandicapte kinderen: kinderen geboren na 1 januari 1994).

    Premie?

    Bedragen op 1 maart 2006:

    • voor voltijdse loopbaanonderbreking vanuit een voorafgaande tewerkstelling van minimaal 3/4de: €165,62 bruto per maand;
    • voor halftijdse loopbaanonderbreking vanuit een voorafgaande tewerkstelling van minimaal 3/4de: €110,41 bruto per maand;
    • voor een vermindering van uw loopbaan met 1/5de vanuit een voorafgaande tewerkstelling van minimaal 3/4de: €55,21 bruto per maand;
    • voor voltijdse loopbaanonderbreking vanuit een voorafgaande tewerkstelling van minstens half-tijds: €110,41 bruto per maand;
    • voor voltijdse loopbaanonderbreking vanuit een voorafgaande tewerkstelling van minder dan halftijds: €55,21 bruto per maand.

    Voor alleenstaanden, al dan niet met kinderen ten laste, wordt de premie verhoogd met €39,26 per maand.

    De Vlaamse premies zijn bruto belastbare bedragen. Er moeten geen sociale zekerheidsbijdragen op betaald worden. Wel wordt bedrijfsvoorheffing afge-houden. De premies moeten aangegeven worden als belastbaar vervangingsinkomen.

    Hoe aanvragen?

    Voor de periode van loopbaanonderbreking of ver-mindering die zich situeert voor de zesde maand die voorafgaat aan de maand waarin de aanvraag voor de premies werd ingediend worden er geen premies betaald. U moet dus snel zijn bij het indienen van uw premie.

    De aanvraag moet gebeuren via speciale aanvraag-formulieren bij de volgende instantie:

    Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie
    Cel Aanmoedigingspremies
    Koning Albert II-laan 35 bus 21
    1030 Brussel
    Tel. 1700 (Vlaamse infolijn: 9u-19u)


  • Werkloosheid

    1. Werkloosheid en vrijwilligerwerk

      Als u werkloos bent, kan u in bepaalde gevallen vrijwil-ligerswerk uitoefenen. Dit wordt toegestaan in de volgende gevallen:

      • de onbezoldigde activiteit voor een privé-persoon (vriendendienst);
      • de activiteit voor rekening van:
        • een openbare dienst;
        • een instelling van openbaar nut;
        • een door een Gemeenschap georganiseerde, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstelling;
        • een cultureel centrum;
        • een jeugdhuis;
        • een vereniging zonder winstoogmerk;
        • de sportactiviteit als amateur-sportbeoefenaar.

      U moet voor de aanvang van dit vrijwilligerswerk een aanvraag doen bij uw uitbetalingsinstelling.

      Voor meer informatie kan u terecht bij uw uitbetalings-instelling (de vakbonden of de Hulpkas) of bij de Rijks-dienst voor Arbeidsvoorziening.

    2. Werkloosheid en zorgverlof

      Volledig werklozen kunnen, omwille van sociale of familiale redenen, een aanvraag tot vrijstelling van verschillende verplichtingen indienen.

      De aanvraag kan enkel worden ingediend om sociale of familiale redenen met betrekking tot:

      • uzelf;
      • iedere persoon die met u samenwoont;
      • uw kinderen, uw ouders, uw broers en zussen;
      • een persoon die ten laste is van u of van uw echt-geno(o)t(e);
      • een persoon waarvan u (of uw echtgeno(o)t(e)) de voogd of de toeziende voogd bent.

      De 3 laatste categorieën moeten niet per se met u samen-wonen.

      Indien u de vrijstelling geniet:

      • mag u een voorgestelde dienstbetrekking weigeren;
      • moet u niet meer beschikbaar zijn voor de arbeids-markt;
      • moet u niet meer ingeschreven zijn als werkzoe-kende;
      • moet u zich niet meer bij de gemeentelijke stempel-controle aanmelden.

      Deze vrijstelling wordt verleend voor een duur van mini-mum 6 maanden en maximum 12 maanden. Ze kan verlengd worden voor een periode van minimum 3 maan-den en maximum 12 maanden. De maximale duur van de vrijstellingsperiodes is 72 maanden (6 jaar).

      Meer informatie hierover kan u verkrijgen bij de RVA.


    Nuttige adressen

    FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
    Ernest Blerotstraat 1
    1070 Brussel
    Tel: 02/233 42 11
    Website: http://www.meta.fgov.be

    Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA)
    Keizerslaan 7

    1000 Brussel
    Tel: 02/515 41 11
    Fax: 02/514 11 06
    Website: http://www.rva.be

    ACLVB
    Koning Albertlaan 95
    9000 Gent
    Tel: 09/222 57 51
    Website: http://www.aclvb.be

    ABVV
    Hoogstraat 42
    1000 Brussel
    Tel: 02/506 82 11
    Website: http://www.abvv.be

    ACV
    Haachtsesteenweg 579
    1030 Brussel
    Tel: 02/246 31 11
    Website: http://www.acv-online.be

    Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

    Administratie Werkgelegenheid
    Afdeling Tewerkstelling
    Aanmoedigingspremies
    Markiesstraat 1, 8e verdieping
    1000 Brussel
    Tel. 0800/30 700 (van maandag tot vrijdag tussen 8 en 20 uur)

    Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie
    Cel Aanmoedigingspremies
    Koning Albert II-laan 35 bus 21
    1030 Brussel
    Tel. 1700 (Vlaamse infolijn: 9u-19u)

    In en om de woning

    Een goede woning is essentieel voor een situatie van thuiszorg. Als het noodzakelijke comfort aanwezig is en de woning is voldoende veilig en comfortabel, kan een zieke of hulpbehoevende persoon langer thuis verzorgd worden. Ook voor mantelzorgers en professionele hulpverleners kan een goede woning de belasting aanzienlijk beperken.

    Wat zijn de mogelijkheden?

    • Vooreerst kan men nadenken over de inrichting en aanpassing van de eigen woning. Er kunnen hiervoor tips gegeven worden en er zijn financiële tegemoet-komingen verkrijgbaar.
    • Wie wil vermijden ooit een woning te moeten verbouwen of te moeten verhuizen omwille van licha-melijke beperkingen, kan een levenslange woning bouwen.
    • Voor wie opziet tegen een verbouwing, maar toch autonoom wil blijven wonen met behulp van familie-leden, is er een (zij het beperkt) aanbod van aange-paste woningen op de markt.
    • Tenslotte biedt het duplexwonen, kangoeroewonen, serviceflats of Abbeyfieldwoningen heel wat mogelijk-heden.
    • Er zijn heel wat individuen en gezinnen die zelf creatief op zoek gaan en nieuwe woonvormen creëren.


    Woninginrichting en woningaanpassing

    Waarom aandacht voor woninginrichting en –aanpassing?

    De woning en de woninginrichting spelen een belangrijke rol in het geheel van de thuiszorg. Een onaangepaste woonomgeving, trappen en niveauverschillen bijvoorbeeld, maar ook stroeve of moeilijk schoon te maken vloerbe-kleding, smalle deuren, onbereikbare schakelaars en stopcontacten of gebrek aan (sanitair) comfort, kunnen de draaglast van de mantelzorger onnodig verzwaren en de zelfstandigheid van de zorgbehoevende persoon verlagen.

    Vaak wordt er gebouwd wanneer er nog geen sprake is van thuiszorg. Een beetje ‘voorzienig’ zijn kan nochtans veel ongemak voorkomen op latere leeftijd. Een aange-paste woning kan immers de zelfstandigheid verzekeren en efficiënte hulp mogelijk maken.

    Bij het inrichten en/of bouwen van de woning is eerst en vooral de veiligheid van belang. Zorg dat matten en tapijten niet kunnen wegschuiven, dat er een antislipmat in het bad ligt, dat dagelijks keukengerief binnen handbereik ligt (en niet in de bovenste kast, zodat een laddertje nodig is), dat er eventueel een tweede trapleuning is aange-bracht, een hellend vlak in plaats van drempels,…

    Zorg in de tweede plaats voor een comfortabele inrichting en meubilair. Zetels op goede zithoogte, handgrepen aan het bad en toilet, een aangepaste rolstoel, een bed op goede hoogte zodat heffen en tillen minder belastend wordt, lichtschakelaars en stopcontacten die makkelijk te vinden zijn, eenvoudig te gebruiken telefoon, telefoon met grote toetsen,…

    Overdag zit moeder meestal in haar zetel. Die moet regelmatig verschoven of gedraaid worden: als moeder het koud heeft, zit ze graag dicht bij de kachel, bij mooi weer aan het venster, ’s avonds voor de televisie. Moeder kan moeilijk overeind komen, dus heb ik vroeger altijd zitten trekken en duwen aan de zetel. Tot mijn man op het idee kwam om er een rollend onderstel voor te maken. Daar hadden we jaren eerder aan moeten denken: nu kan ik met één hand moeders zetel draaien.

    Tenslotte blijft gezelligheid erg belangrijk. Ook zieken en zorgbehoevende personen blijven graag deel uitmaken van het gezinsleven. Vanuit hun ziekenbed in de woon-kamer valt er vaak meer te beleven dan apart in de slaapkamer. Ook ‘naar buiten kunnen kijken’ heeft vaak een positieve invloed op de gemoedstoestand en het herstel van de zieke. De dagen duren wat minder lang en de pijn wordt misschien wat draaglijker…

    Advies bij woninginrichting en -aanpassing

    Moet u uw woning aanpassen, vraag dan eerst advies aan een ergotherapeut en gespecialiseerde instanties, een kinesist of een arts of ga eens kijken bij mensen in een gelijkaardige situatie. Het is immers belangrijk dat u zicht krijgt op de huidige en toekomstige mogelijkheden van de zorgbehoevende persoon. Hoe de ziekte morgen zal evolueren, bepaalt mee welke woningaanpassingen u vandaag dient uit te voeren.

    Een aantal centra en adviesbureaus is gespecialiseerd in het toegankelijk maken van woningen voor mindermobiele personen. Behalve voor het bekomen van informatie en deskundig advies, kan u er ook terecht voor begeleiding in uw zoektocht naar premies en tegemoetkomingen:

    • Toegankelijkheidsbureau vzw
      Belgiëplein 1
      3510 Hasselt
      Tel: 011/87 41 38
      Website: http://www.toegankelijkheidsbureau.be

      of:

      Noorderlaan 4
      1731 Zellik
      Tel: 02/465 55 25
      Website: http://www.toegankelijkheidsbureau.be

    • Inter
      Driegaaienstraat 160
      9100 Sint-Niklaas
      Tel: 03/776 10 59
      Website: https://www.inter.vlaanderen
    • West-Vlaams Bureau voor Gelijke Kansen en Toegankelijkheid vzw
      Kerkhofstraat 1
      8200 Brugge (Sint-Andries)
      Tel: 050/71 00 43
      Website: http://www.westkans.be
    • Centrum voor Toegankelijkheid Provincie Antwerpen
      Boomgaardstraat 22 bus 101
      1000 Brussel
      Tel: 03/240 56 47
      Website: http://www.provant.be/welzijn/themas/toegankelijkheid/lijsttoeg.htm
    • Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen cvba
      de Meeûssquare 26-27
      1040 Brussel
      Tel: 02/548 91 11
      Website: http://www.vlaamswoningfonds.be
    • Seniorama (werkgebied Leuven)
      Vanden Tymplestraat 35
      3000 Leuven
      Tel: 016/22 20 14
      Website: http://www.seniorama.be
    • Platform Wonen van Ouderen
      Ravenstraat 98
      3000 Leuven
      Tel: 016/23 10 46
      Website: http://www.pwo.be
    • Ons Zorgnetwerk vzw biedt naast advies ook begeleiding binnen hun project ‘Woningaanpassing en klusjesdienst’.
      Ons Zorgnetwerk
      Remylaan 4b
      3018 Wijgmaal-Leuven
      Tel: 016/24 49 49
      Website: http://www.onszorgnetwerk.be
    • Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
      Sterrenkundelaan 30
      1210 Brussel
      Tel.: 02/225 84 11
      Website: http://www.vaph.be/

      Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap heeft ook provinciale afdelingen (zie hoofdstuk 13).

    • Het Vlaams Steunpunt Toegankelijkheid vormt een onderdeel van de cel Gelijke Kansen in Vlaanderen. In elke provincie werden steunpunten opgericht. Meer info kan u verkrijgen op onderstaand adres of bij de dienst wonen/huisvesting van uw provincie.

      Vlaams Steunpunt Toegankelijkheid Gelijke Kansen in Vlaanderen
      Boudewijnlaan 30
      1000 Brussel
      Tel: 02/553 57 30

    De Werkgroep Thuisverzorgers vzw beschikt over adressen van particulieren ter illustratie van een goed aangepaste woning.

    Premies voor woningaanpassing

    Als u uw woning moet aanpassen om ze voor uzelf of voor een inwonende oudere of persoon met een handicap gebruiksvriendelijker te maken, dan kan u onder bepaalde voorwaarden hiervoor een aanpassingspremie krijgen. Er worden aanpassingspremies verleend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap , door het Vlaams Gewest en door enkele provincies. Sommige gemeenten kennen ook een premie toe. Vaak kunnen de tegemoetkomingen van diverse overheden gecumuleerd worden. In sommige provincies bestaat er een éénloketsysteem waar aanvragen voor verschillende premies (gemeentelijk, provinciaal, Vlaams Gewest) worden gecentraliseerd.

    1. Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap

      Ga na of u voor een premie van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap in aanmerking komt en vraag eventueel ook technisch advies. Het grote verschil tussen het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap en de andere instanties die premies verlenen, is dat het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap geen inkomenscriteria hanteert en dat de tege-moetkomingen gemiddeld een stuk hoger liggen dan bij de overige premies. De voorwaarde is wel dat de handicap erkend werd voordat de zorgbehoevende persoon de leeftijd van 65 jaar bereikt heeft.

      Voor de dienstverleningen van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap , zie ook hoofdstuk 13.

      Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap
      Sterrenkundelaan 30
      1210 Brussel
      Tel.: 02/225 84 11
      Website: http://www.vaph.be/

      Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap heeft ook provinciale afdelingen (zie hoofdstuk 13).

    2. Aanpassingspremie van het Vlaams Gewest voor woningen van ouderen en gehandicapten

      Wie komt in aanmerking?

      De persoon voor wie de woningaanpassing wordt gedaan, moet meer dan 60 jaar oud zijn of een han-dicap hebben. Voor een persoon met een handicap moet dit blijken uit een medisch attest van de huis-arts.

      • Inkomen?

        Het netto belastbaar inkomen van de bejaarde of gehandicapte mag drie jaar voor de aanvraag niet meer bedragen dan €25 000,00. Dit bedrag mag verhoogd worden met €1 300,00 per persoon ten laste.

      • Woning?

        De premie wordt enkel toegekend wanneer het om een bescheiden woning gaat, dit wil zeggen dat het kadastraal inkomen niet hoger is dan €1 200,00. De woning dient als hoofdverblijfplaats van de aan-vrager. De aanpassingspremie is enkel bedoeld voor verbouwing van een reeds bestaande woning. Ook huurwoningen kunnen in aanmerking komen wanneer de huurder voldoet aan de voorwaarden.

      • Werken?

        De volgende werken worden in aanmerking genomen voor een aanpassingspremie: het toegankelijk maken van de woning voor rolstoelgebruikers; werken om de verplaatsing in de woning vlotter te laten verlopen; verbouwingen met het oog op het zelfstandig en afzonderlijk laten inwonen van bejaarden of gehandicapten.

      • Premie?

        De kostprijs van de werken moet minstens €1 200,00 bedragen. U kan voor 50% van de kosten een tegemoetkoming krijgen, met een maximum van €1 250,00. Dit bedrag wordt uitbetaald na voorlegging van de factuur als bewijs van de gedane werken.

        Op 10 jaar tijd kunnen er maximum 3 aanvragen worden gedaan. Voor hetzelfde onderdeel van de aanpassingswerken kan er uiteraard slechts één aanvraag worden gedaan.

        De premie van het Vlaams Gewest is niet cumuleerbaar met deze van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap .

      • Hoe aanvragen?

        De aanvraagformulieren krijgt u op het gemeentebestuur. Deze moet u insturen of afgeven bij de afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen (ROHM) van de provincie. U doet pas een aanvraag nadat de werken zijn uitgevoerd, maar de facturen mogen op het moment van de aanvraag niet ouder zijn dan 1 jaar. De aanvraag moet worden ingediend op daartoe bestemde formulieren, samen met de facturen van de uitgevoerde werken.

        In principe moet u binnen de drie maanden een antwoord krijgen.

    3. Meer informatie?

      • Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
        Afdeling Financiering Huisvestingsbeleid,
        Koning Albert II-laan 20, bus 7,
        1000 Brussel,
        Tel: 02/553 82 98
        Website: http://www.bouwenenwonen.be

      en bij de provinciale afdelingen ROHM:

      • Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
        Afdeling ROHM Vlaams-Brabant – Huisvesting
        Blijde Inkomststraat 105
        3000 Leuven
        Tel: 016/24 98 18

      • Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
        Afdeling ROHM Antwerpen – Huisvesting
        Copernicuslaan 1, bus 19
        2018 Antwerpen
        Tel: 03/224 60 32

      • Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
        Afdeling ROHM Limburg – Huisvesting
        Koningin Astridlaan 50 – bus 7
        3500 Hasselt
        Tel: 011/74 21 00

      • Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
        Afdeling ROHM Oost-Vlaanderen – Huisvesting
        Gebroeders Van Eyckstraat 4 – 6
        9000 Gent
        Tel: 09/265 45 11

      • Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
        Afdeling ROHM West-Vlaanderen – Huisvesting
        Werkhuisstraat 9
        8000 Brugge
        Tel: 050/44 28 11

      Alle premies voor uw woning vindt u op Premiezoeker: http://www.premiezoeker.be

    4. Verbeteringspremie van het Vlaams Gewest voor woningen van ouderen en gehandicapten

      Wie komt in aanmerking?

      De persoon voor wie de werken worden gedaan, moet minstens 65 jaar zijn op de aanvraagdatum of een handicap hebben. Voor een persoon met een handicap moet dit blijken uit een medisch attest van de huisarts.

      Inkomen?

      Het netto belastbaar inkomen van de bejaarde of gehandicapte mag drie jaar voor de aanvraag niet meer bedragen dan €25 000,00. Dit bedrag mag verhoogd worden met €1 300,00 per persoon ten laste.

      Woning?

      De premie wordt enkel toegekend wanneer het om een bescheiden woning gaat, dit wil zeggen dat het kadastraal inkomen niet hoger is dan €1 200,00. De woning dient als hoofdverblijfplaats van de aanvrager. De verbeteringspremie is enkel bedoeld voor verbouwing van een reeds bestaande woning die minstens 20 jaar oud is. Ook huurwoningen kunnen in aanmerking komen wanneer de huurder voldoet aan de voorwaarden.

      Werken?

      De volgende werken worden in aanmerking genomen voor een verbeteringspremie: vervangen buitenschrijnwerk, herstellen rookafvoerkanaal, installeren centrale verwarming, waterverwarmingsketel, verwarmingstoestel, dakwerken, electriciteits- en gevelwerken, vochtbestrijding en sanitaire verbeteringen.

      Premie?

      Per (ver)bouwonderdeel waarop de verbeteringswerkzaamheden betrekking hebben, is een vast premiebedrag voorzien. U moet facturen kunnen voorleggen voor een bedrag (inclusief btw) dat minstens het dubbele is van de premie. Dit bedrag wordt uitbetaald na voorlegging van de factuur als bewijs van de gedane werken. Voor meer info contacteer de Vlaamse infolijn 1700 of www.bouwenenwonen.be.

      Op 10 jaar tijd kunnen er maximum 3 aanvragen worden gedaan. Voor hetzelfde onderdeel van de aanpassingswerken kan er uiteraard slechts één aanvraag worden gedaan.

      De premie van het Vlaams Gewest is niet cumuleerbaar met deze van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, maar wel met de aanpassingspremie van het Vlaams Gewest voor woningen van ouderen en gehandicapten.

      Hoe aanvragen?

      De aanvraagformulieren krijgt u op het gemeentebestuur. Deze moet u insturen of afgeven bij de afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen (ROHM) van de provincie. U doet pas een aanvraag nadat de werken zijn uitgevoerd, maar de facturen mogen op het moment van de aanvraag niet ouder zijn dan 1 jaar. De aanvraag moet worden ingediend op daartoe bestemde formulieren, samen met de facturen van de uitgevoerde werken.

      In principe moet u binnen de drie maanden een antwoord krijgen.

      Meer informatie?

      Zie 10.1.3.2.: aanpassingspremie van het Vlaams Gewest voor woningen van ouderen en gehandicapten.

    5. Provinciale woningaanpassingspremies

      Een aantal provinciebesturen verleent eveneens een woningaanpassingspremie. Dit is het geval in Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, Antwerpen en Limburg. West-Vlaanderen geeft geen provinciale premie meer. Informeer u goed: elke provincie heeft zijn eigen reglementeringen met strikte voorwaarden.

      Hieronder vindt u de adressen waar u in de desbetreffende provincie terechtkunt:


    Levenslang wonen

    Het principe ´levenslang wonen´ houdt in dat dat men zodanig bouwt of verbouwt dat de woning zich telkens aanpast aan de veranderende omstandigheden en dat men er kan blijven wonen, ook bij handicap of ouderdom. Levenslange woningen zijn dus zeker ook goede woningen voor wie een zieke of persoon met een handicap thuis verzorgt. De principes van het levenslang bouwen zijn ook bijzonder nuttig voor wie zijn woning wil verbouwen om iemand thuis te kunnen verzorgen.

    De Vlaamse Gemeenschap, afdeling Woonbeleid heeft een ´Ontwerpgids levenslang wonen´ samengesteld. In deze gids vindt u concrete tips terug in verband met niveauverschillen binnenshuis, de deurbreedtes en opstelruimte naast de deur, de indeling en nodige oppervlakte van verschillende kamers, het schrijnwerk, elektriciteit, uitrusting van keuken en sanitair, trappen, inkom, gang enzovoort.

    Op basis van de gids ´wonen voor ouderen / aanpasbaar bouwen´ is ook een ´Checklist´ gepubliceerd. Deze bevat een reeks vragen aan de hand waarvan u zich een beeld kan vormen van uw eigen woning: in hoeverre is deze levenslang, wat zijn de knelpunten en zijn deze al dan niet gemakkelijk te verhelpen?

    Meer informatie over ´levenslang wonen´ en over wonen van ouderen in het algemeen kan u ook verkrijgen bij:

    Platform Wonen van Ouderen
    Ravenstraat 98
    3000 Leuven
    016/23 10 46
    website: http://www.pwo.be

    De ‘Ontwerpgids levenslang wonen’ kan u enkel terugvinden op de website van het Platform. Het Platform zelf is niet meer actief.


    Verhuizen naar een betere woning

    Voor wie opziet tegen de inspanningen van een verbouwing en de voorkeur geeft aan verhuizen naar een woning die beter is afgestemd op de behoeften, zijn er mogelijkheden zowel op de private markt als in de sociale huur.

    Wie verhuist van een onaangepaste woning naar een woning die aangepast is aan de fysieke behoeften en een laag inkomen geniet (ongeveer €13 700,00), te verhogen met €991,57 per persoon ten laste), heeft onder bepaalde voorwaarden recht op een huursubsidie en/of een installatiepremie.

    Anderzijds kunnen personen met een bescheiden inkomen ook een aanvraag indienen voor het huren van een sociale woning. Sociale huisvestingsmaatschappijen beschikken over woningen die aangepast zijn aan de behoeften van gehandicapten of ouderen. De huurprijzen worden bepaald in functie van het inkomen.

    Informatie kan u vragen bij de provinciale afdelingen ROHM:

    • Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
      Afdeling ROHM Vlaams-Brabant – Huisvesting
      Blijde Inkomststraat 105
      3000 Leuven
      Tel: 016/24 98 18
    • Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
      Afdeling ROHM Antwerpen – Huisvesting
      Copernicuslaan 1, bus 19
      2018 Antwerpen
      Tel: 03/224 60 32
    • Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
      Afdeling ROHM Limburg – Huisvesting
      Koningin Astridlaan 50 – bus 7
      3500 Hasselt
      Tel: 011/74 21 00
    • Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
      Afdeling ROHM Oost-Vlaanderen – Huisvesting
      Gebroeders Van Eyckstraat 4 – 6
      9000 Gent
      Tel: 09/265 45 11
    • Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
      Afdeling ROHM West-Vlaanderen – Huisvesting
      Werkhuisstraat 9
      8000 Brugge
      Tel: 050/44 28 11

      of op hun website http://www.bouwenenwonen.be


    Wonen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

    Voor meer informatie over kopen, huren, of (ver)bouwen van een woning in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, kan u terecht bij de Dienst Huisvesting van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest:

    Ministerie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest
    Wooninformatiecentrum (WIC)
    Vooruitgangsstraat 80 bus 1
    1030 Brussel
    Gratis tel: 0800/40 400
    Website: http://www.bruxelles.irisnet.be/

    Hiervoor kan u ook terecht bij het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest:

    Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
    Zomerstraat 73
    1050 Brussel
    Tel: 02/504 32 11
    Fax: 02/504 32 01
    Website: http://www.woningfonds.be

    Interessante informatie rond wonen in Brussel vindt u ook op de volgende website: http://www.woneninbrussel.be


    Andere vormen van wonen

    1. Duplexwonen en kangoeroewonen

    In vele families waar een persoon langdurig verzorgd wordt, is er sprake van duplexwonen. Hiermee wordt bedoeld dat de zorgbehoevende persoon woont in een gedeelte van of een annex bij een bestaande woning. Vaak is dit het resultaat van verbouwingswerken, die tot doel hebben aan de zorgbehoevende persoon een eigen woongedeelte te geven met een aparte toegang, en toch in de nabijheid van de verzorgers. Maar soms ook bouwen jonge mensen een woning die de mogelijkheid biedt om samen en toch apart te wonen met (één van) de ouders of een hulpbehoevend familielid.

    Kangoeroewonen is een woonformule waarbij een oudere of een ouder echtpaar het gelijkvloers van een woning betrekt; daarboven woont een jong gezin, dat niet noodzakelijk familie is. Een interfoon laat toe om noodsituaties onmiddellijk te melden en hulp te vragen. Het jonge gezin verhoogt het gevoel van veiligheid en kan zonodig hulp bieden. Soms maken kangoeroewoningen deel uit van een sociaal wooncomplex, maar de meeste kangoeroewoningen zijn gebouwd op initiatief van particulieren. Er wordt vaak een contract opgemaakt met afspraken rond bijvoorbeeld de zorg tussen de twee gezinnen.

    2. Abbeyfield

    Het Abbeyfieldconcept biedt alleenstaande ouderen van 55 jaar en ouder een unieke woonvorm. Deze woonvoorziening is speciaal bedoeld voor mensen die:

    • het moeilijk vinden om alleen te zijn;
    • het contact met leeftijdgenoten missen en het daarom plezierig vinden om samen met leeftijdgenoten te leven en te wonen;
    • behoefte hebben aan de gezelligheid van anderen;
    • het plezierig vinden om gezamenlijk activiteiten te ondernemen, waarbij de gezamenlijke warme maaltijd een belangrijke plaats inneemt.

    Elke bewoner van een Abbeyfieldhuis beschikt over een eigen appartement en de daarbij behorende voorzieningen. Daarnaast kent een Abbeyfieldhuis een gemeenschappelijke huiskamer of ontmoetingsruimte, waar tal van gezamenlijke activiteiten kunnen plaatsvinden. Door deze woonvorm kunnen de bewoners elkaar gezelligheid en ondersteuning bieden. Zo wordt voor de bewoners een huiselijke omgeving gecreëerd, terwijl ook rekening wordt gehouden met ieders privacy.

    De coördinator van het project zorgt voor de zaken, die in de normale familieverhoudingen eveneens voor de oudere familieleden worden verzorgd. Abbeyfieldhuizen bieden geen professionele verzorging, maar meer de “mantelzorg” zoals die zou worden gegeven aan een bejaard familielid in het huis van een gemiddeld gezin.

    Informatie kan u vragen bij:

    Vzw Abbeyfield Belgium
    Dageraadstraat 1
    1000 Brussel
    Secretariaat Vlaanderen
    Gemslaan 63
    3090 Overijse
    Website: http://www.abbeyfield.be

    3. Serviceflats

    Een serviceflatgebouw bestaat enerzijds uit individuele wooneenheden waar ouderen zelfstandig kunnen wonen en anderzijds uit gemeenschappelijke voorzieningen voor dienstverlening waar zij facultatief een beroep kunnen op doen. Met andere woorden: er wordt een aangepaste huisvesting in een beschermde woonomgeving geboden met facultatieve dienstverlening. Dit betekent dat:

    • de flats en appartementen functioneel en comfortabel moeten ingericht zijn en aangepast aan de behoeften van de ouderen;
    • er dag en nacht een medewerker aanwezig moet zijn die elke oproep van een bewonen kan beantwoorden;
    • er hulp op maat gerealiseerd kan worden.

    Er zijn flats die geïntegreerd zijn in een residentiële omgeving en andere die zelfstandig gebouwd en beheerd worden. Bewoners van serviceflats kunnen eveneens beroep doen op de thuiszorgdiensten.

    Adressen van serviceflats kan u opvragen bij:

    Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid
    Afdeling Residentiële en Gespecialiseerde Zorg
    Koning Albert II laan 35 bus 33
    1030 BRUSSEL
    Tel: 02/553 36 53
    Website: http://www.zorgengezondheid.be

    4. Zorgdomotica

    Zorgdomotica omvat allerlei vormen van informatie- en communicatietechnologieën, medische en verpleegkundige hulpmiddelen, hulpmiddelen ter ondersteuning van de zelfredzaamheid van patiënten en technologie voor zorgverlening op afstand. Deze toepassingen spelen steeds meer een rol in de thuiszorgsituatie. Ze kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het langer zelfredzaam zijn van ouderen en bij mensen met functiebeperkingen.

    Enkele voorbeelden van zorgdomotica zijn:

    • een drukmat die er voor zorgt dat ’s nachts automatisch de lichten aangaan wanneer iemand naar toilet gaat;
    • videofoon met automatische deuropener;
    • gordijnen die open en dicht gaan op basis van een herkenbare stem;
    • het automatisch dimmen van lichten, sluiten van deuren of het aanzetten van de verwarming;
    • het automatisch af of oprollen van rolluiken

    Voor meer informatie rond zorgdomotica kan u terecht bij gespecialiseerde firma’s, electriciteitswinkels en architecten. Bezoek beurzen zoals bijvoorbeeld de Revabeurs.


    Meer informatie

    Informatie specifiek voor personen met een handicap vindt u op de website: http://handicap.belgium.be/nl/index.htm.

    Hier vindt u in de ‘Handigids’ de recentste regelingen (van de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten), de tussenkomsten en tegemoetkomingen aan personen met een handicap. Dit wordt er op een overzichtelijke manier uitgelegd. Deze gids kunt u ook bestellen bij de FOD Sociale Zekerheid:

    FOD Sociale Zekerheid
    Directie-Generaal Personen met een Handicap
    Centrum 58
    Zwarte Lievevrouwstraat 3C
    1000 Brussel
    Tel: 02/507 87 99 (contactcenter)
    Website: https://socialsecurity.belgium.be/nl


    Nuttige adresssen

    Toegankelijkheidsbureau vzw
    Belgiëplein 1
    3510 Hasselt
    Tel: 011/87 41 38
    Website: http://www.toegankelijkheidsbureau.be

    Toegankelijkheidsbureau vzw
    Noorderlaan 4
    1731 Zellik
    Tel: 02/465 55 25
    Website: http://www.toegankelijkheidsbureau.be

    ATO, Adviesbureau Toegankelijke Omgeving
    Driegaaienstraat 160
    9100 Sint-Niklaas
    Tel: 03/776 10 59
    http://www.toegankelijkheid.be

    West-Vlaams Bureau voor Gelijke Kansen en Toegankelijkheid vzw
    Kerkhofstraat 1
    8200 Brugge (Sint-Andries)
    Tel: 050/71 00 43
    Website: http://www.westkans.be

    Centrum voor Toegankelijkheid Provincie Antwerpen
    Boomgaardstraat 22 bus 101
    2600 Antwerpen- Berchem
    Website: http://www.provant.be/welzijn/themas/toegankelijkheid/lijsttoeg.htm

    Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen cvba
    de Meeûssquare 26-27
    1000 Brussel
    Tel: 02/548 91 11
    Website: http://www.vlaamswoningfonds.be

    Seniorama (werkgebied Leuven)
    Vanden Tymplestraat 35
    3000 Leuven
    Tel: 016/22 20 14
    Website: http://www.seniorama.be

    Platform Wonen van Ouderen
    Ravenstraat 98
    3000 Leuven
    Tel: 016/23 10 46
    Website: http://www.pwo.be

    Ons Zorgnetwerk
    Remylaan 4b
    3018 Wijgmaal-Leuven
    Tel: 016/24 49 49
    Website: http://www.onszorgnetwerk.be

    Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
    Sterrenkundelaan 30
    1210 Brussel
    Tel.: 02/225 84 11
    Website: http://www.vaph.be/

    Vlaams Steunpunt Toegankelijkheid Gelijke Kansen in Vlaanderen
    Boudewijnlaan 30
    1000 Brussel
    Tel: 02/553 57 30

    Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

    Afdeling Financiering Huisvestingsbeleid,
    Koning Albert II-laan 20, bus 7,
    1000 Brussel,
    Tel: 02/553 85 91
    Website: http://www.bouwenenwonen.be/

    Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
    Afdeling ROHM Vlaams-Brabant – Huisvesting
    Blijde Inkomststraat 105

    3000 Leuven
    Tel: 016/24 98 18
    /p>

    Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
    Afdeling ROHM Antwerpen – Huisvesting
    Copernicuslaan 1, bus 19
    2018 Antwerpen
    Tel: 03/224 60 32

    Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
    Afdeling ROHM Limburg – Huisvesting
    Koningin Astridlaan 50 – bus 7
    3500 Hasselt
    Tel: 011/74 21 00

    Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

    Afdeling ROHM Oost-Vlaanderen – Huisvesting
    Gebroeders Van Eyckstraat 4 – 6
    9000 Gent
    Tel: 09/265 45 11

    Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
    Afdeling ROHM West-Vlaanderen – Huisvesting
    Werkhuisstraat 9

    8000 Brugge
    Tel: 050/44 28 11

    Provincie Vlaams-Brabant
    Dienst Huisvesting
    Provincieplein 1
    3010 Leuven
    Tel: 016/26 73 10
    Website: http://www.vlaamsbrabant.be/levenenwonen

    Provincie Antwerpen
    Dienst Welzijn en Gezondheid
    Boomgaardstraat 22 bus 100
    2600 Berchem
    Tel: 03/240 56 37
    Website: http://www.provant.be/welzijn

    Provincie Limburg
    Dienst Wonen
    Universiteitslaan 1
    3500 Hasselt
    Tel: 011/23 72 65
    Website: http://www.limburg.be

    Provincie Oost-Vlaanderen

    Provinciaal Administratief Centrum Zuid
    Dienst 61 – Welzijn
    Woodrow Wilsonplein 2
    9000 Gent
    Tel: 09/267 75 09 of 09/267 75 42
    Website: http://www.oost-vlaanderen.be/wonen

    Ministerie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest
    Wooninformatiecentrum (WIC)
    Vooruitgangsstraat 80 bus 1
    1030 Brussel
    Gratis tel: 0800/40 400
    Website: http://www.bruxelles.irisnet.be/

    Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
    Zomerstraat 73

    1050 Brussel
    Tel: 02/504 32 11
    Website: http://www.woningfonds.be

    Vzw Abbeyfield Belgium
    Dageraadstraat 1
    1000 Brussel
    Secretariaat Vlaanderen

    Gemslaan 63
    3090 Overijse
    Tel/Fax: 02/687 51 79
    Website: http://www.abbeyfield.be

    Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid
    Afdeling Residentiële en Gespecialiseerde Zorg
    Koning Albert II laan 35 bus 33
    1030 BRUSSEL
    Tel: 02/553 36 53
    Website: http://www.zorgengezondheid.be

    FOD Sociale Zekerheid
    Directie-Generaal Personen met een Handicap
    Centrum 58
    Zwarte Lievevrouwstraat 3C
    1000 Brussel
    Tel: 02/507 87 99 (contactcenter)
    Website: https://socialsecurity.belgium.be/nl

    Vervoer

    Mobiliteit is voor elk van ons bijzonder belangrijk. De mate waarin we mobiel zijn, bepaalt immers voor een groot deel de mate waarin we kunnen deelnemen aan het openbare leven. Ook al zijn er vaak heel wat inspanningen nodig en vergt het soms zware investeringen om ervoor te zorgen dat een mindermobiele persoon zich kan verplaatsen, deze inspanningen en investeringen zijn zeker de moeite waard !


    Vervoer door derden

    Er zijn verschillende instanties in Vlaanderen die vervoer voor zieken organiseren. Denken we maar aan de ziekenfondsen, de Minder Mobielen Centrales, het Rode Kruis, het Vlaamse Kruis, de brandweer, …

    Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen vervoer om strikt medische redenen en vervoer om sociale redenen.

    1. Vervoer om medische redenen

      Dergelijk vervoer brengt mensen van en naar het ziekenhuis, de specialist, een revalidatiecentrum, een polikliniek of een hersteloord en zorgt ook voor dringend ziekenvervoer (dienst 100). De meeste ziekenfondsen hebben een eigen vervoersdienst of hebben een overeenkomst met zelfstandige taxi- of vervoersdiensten. Voor informatie over de werking van en de overeenkomsten met de vervoersdiensten uit uw streek kan u zich wenden tot de sociale dienst van uw ziekenfonds.

      Ook het Vlaams Kruis, het Rode Kruis en sommige brandweerkorpsen hebben een eigen vervoersdienst. Deze initiatieven werken met ambulanciers. Dit zijn mensen die een korte, maar intensieve opleiding hebben gevolgd met o.a. een EHBO-cursus.

      Tussen al deze organiserende instanties bestaan grote verschillen in gebruiksvoorwaarden en reglementering (vb. de éne dienst vervoert enkel zittend, de andere ook liggend). Bovendien kunnen er binnen één organisatie ook nog regionale verschillen zijn. Informeer u steeds goed vooraf zodat u niet voor een grote verrassing staat als u uw factuur ontvangt!

      Prijs?

      Voor wat betreft het dringend ziekenvervoer (dienst 100) worden de tarieven bepaald door het Ministerie van Volksgezondheid. De tarieven zijn (voor 2005):

      • een forfaitair bedrag van €49,08;
      • vanaf de 11de tot en met de 20ste km: €4,96/km;
      • vanaf de 21ste km: €3,72/km.

      Hiervoor is geen terugbetaling voorzien in de verplichte ziekteverzekering. De patiënt dient dus in principe zelf deze som te dragen. Sommige ziekenfondsen voorzien echter onder bepaalde voorwaarden vanuit de aanvullende verzekering een tussenkomst.

      Voor het liggend en voor het zittend niet-dringend ziekenvervoer bestaan er in principe geen vaste tarieven. In principe is er voor dit soort vervoer geen terugbetaling voorzien door de verplichte ziekteverzekering.

      Voor (niet-dringend) vervoer naar het ziekenhuis voor een behandeling met bestralingen, chemo- of radiotherapie, een nierdialyse of revalidatie geldt echter wel een wettelijke regeling voor wat betreft de terugbetaling, maar er zijn echter geen wettelijk vastgelegde tarieven.

      chemo- of radiotherapie

      Voor elke rit van en naar het ziekenhuis voor chemotherapie, radiotherapie of voor een consultatie in het kader van deze behandeling krijgt u een vergoeding voor de reiskosten. Het ziekenfonds betaalt de reiskosten terug aan het tarief van het openbaar vervoer (2de klasse). De terugbetaling geldt enkel voor kankerpatiënten die ambulant verzorgd worden. Behandeling en vervoer moeten op dezelfde dag gebeuren. Voor de terugbetaling krijgt u in het ziekenhuis een attest dat alle data vermeldt waarop u de rit naar het ziekenhuis maakte. Met dat attest kan u bij uw ziekenfonds terecht voor terugbetaling. Opgelet u moet er vaak zelf naar vragen !

      Niettegenstaande de wet stelt dat het vervoer terugbetaald wordt aan het tarief van het openbaar vervoer, hebben alle ziekenfondsen in gemeenschappelijk overleg beslist om de reiskosten voor een chemo- en radiotherapie terug te betalen aan €0.25/km.

      Bijkomend sinds juli 2007 is dat ook ouders of de wettelijke voogden van kinderen met kanker in aanmerking komen voor een vergoeding voor hun verplaatsingskost per dag dat hun kind in het ziekenhuis is opgenomen. Er is geen voorwaarde van behandeling hieraan verbonden. Het bedrag wordt berekend op basis van de afstand van de woonplaats van de ouders of de wettelijke voogden tot het ziekenhuis en bedraagt €0.25/km.

      Nierdialyse

      Voor wie voor nierdialyse naar het ziekenhuis moet, wordt onderscheid gemaakt tussen wie dit doet via individueel vervoer of via vervoer in groep. Bij individueel vervoer is de terugbetaling integraal op basis van de gangbare tarieven in tweede klasse als men gebruik maakt van het openbaar vervoer. Indien men gebruik maakt van ander vervoer krijgt men een bedrag van €0,25 per km terugbetaald met een maximum van telkens 30 km voor de heen- en terugreis. De beperking van 30 km voor de heen- en terugreis is niet van toepassing indien:

      • de woonplaats van de rechthebbende zich bevindt op méér dan 30 km van het dichtstbijzijnde dialysecentrum;
      • de rechthebbende is jonger dan 14 jaar;
      • de rechthebbende ouder of gelijk aan 14 jaar en erkend door het College van geneesheren-directeurs als patiënt die wegens zijn pathologie een dialyse nodig heeft waarvan de technische modaliteiten inzake uitvoering en klinische omgeving bijzonder aangepast zijn aan de patiënt.

      Voor wat betreft het vervoer in groep is de tussenkomst vastgesteld op €0,25/km (bedrag 2004) en wordt berekend op basis van de afgelegde afstanden. De maximaal vergoede afstand is beperkt tot 60 km voor de heenreis en 60 km voor de terugreis. Ook hiervoor krijgt u een attest dat u bij uw ziekenfonds afgeeft. Dit betekent niet dat u niet meer in aanmerking komt voor bijkomende tussenkomsten vanuit de aanvullende verzekering.

      Beide wettelijke regelingen stellen geen beperkingen in het aantal terugbetaalde ritten.

      Sommige ziekenfondsen betalen de vervoerskosten van en naar het ziekenhuis, de polikliniek,… geheel of gedeeltelijk terug vanuit de aanvullende verzekering, wanneer u gebruik maakt van hun eigen ziekenvervoer of van een zelfstandige taxi- of vervoersdienst waarmee uw ziekenfonds een overeenkomst heeft. Informeer bij de sociale dienst van uw ziekenfonds met welke vervoersdiensten contracten werden afgesloten. Immers, enkel indien u van deze vervoersdiensten gebruik maakt, komt u voor terugbetaling in aanmerking.

      Revalidatie

      Bij functionele revalidatie betaalt het ziekenfonds, naast de revalidatie zelf, ook de reiskosten van en naar het revalidatiecentrum terug, zij het onder strikte voorwaarden. Ook hier verschilt de terugbetaling naargelang het vervoer gebeurt door een gespecialiseerde vervoersmaatschappij of bij vervoer in een aangepaste wagen. De vergoeding geldt voor de afstand tussen de effectieve verblijfplaats van de betrokkene en de plaats waar het revalidatiecentrum zich bevindt. Informeer bij je ziekenfonds of u in aanmerking komt voor een terugbetaling en welk het terugbetaalde bedrag is.

      Opgelet!

      Bij een opname in het ziekenhuis informeert u best tijdig de sociale dienst van het ziekenhuis over de vervoersovereenkomsten die uw ziekenfonds heeft.

      Hoeveel u terugbetaald krijgt, hangt van een aantal factoren af:

      • verwijzing: wie een verwijsbriefje heeft van een arts, heeft meer kans op terugbetaling dan wie op eigen initiatief vervoer aanvraagt;
      • reden van vervoer: vervoer voor de nierdialyse, voor chemotherapie, voor een consultatie,… , het éne wordt wel terugbetaald, het andere niet;
      • ziekenfonds: het éne ziekenfonds zal vervoerskosten wel terugbetalen (vanuit de aanvullende verzekering), het andere niet.

    2. Vervoer om sociale redenen

      Onder vervoer om sociale redenen verstaan we alle vervoer van zieken, personen met een handicap of mindermobielen, zonder nader omschreven bestemming: naar een familielid, de kapper, het dagcentrum, een activiteit van een vereniging,… Sommige initiatieven worden door vrijwilligers gedragen, zoals de Minder Mobielen Centrales,…

      De prijzen en ook de uren waarop de chauffeurs willen en kunnen rijden, zijn niet overal dezelfde. Bovendien kunnen er binnen één organisatie ook nog regionale verschillen zijn. Informeer u dus goed bij de gemeente, het OCMW of het dienstencentrum en vergelijk prijzen. Sommige gemeentes of OCMW’s geven taxicheques aan personen met een beperkt inkomen.

      De ‘Minder Mobielen Centrale‘ (MMC) werkt met vrijwillige chauffeurs. Om het even welke instantie kan een Minder Mobielen Centrale uitbouwen (bijvoorbeeld een OCMW, de gemeente, een aparte vzw). Taxistop coördineert al deze initiatieven. De Minder Mobielen Centrale is bestemd voor mensen met een maximaal inkomen van twee keer het leefloon. Bovendien mag er voor het gevraagde traject geen openbaar vervoer voorhanden zijn, tenzij dat het voor de betrokkene niet toegankelijk is. U betaalt 7 euro lidgeld per jaar, hier is een verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid inbegrepen. Daarnaast betaalt u €0,27 per km als onkostenvergoeding voor de chauffeur.

      Er is een permanentiedienst die van maandag tot vrijdag tussen 9u en 18u telefonisch bereikbaar is: 070/22 22 92. Meer informatie vindt u terug op de website http://www.taxistop.be.

      Hier vindt u ook de adressenlijst van alle Minder Mobielen Centrales. Deze lijst kan u ook opvragen op het secretariaat van Werkgroep Thuisverzorgers. Meer informatie hierover kan u ook verkrijgen bij de lokale dienstencentra.


    Personen met een handicap in het verkeer

    1. Centrum voor Rijgeschiktheid en Voertuigaanpassing (CARA)

      Als u door een aangeboren letsel, een ziekte of een ongeval moeite heeft met het besturen van een motorvoertuig, dan zal uw arts u doorverwijzen naar het Centrum voor Rijgeschiktheid en Voertuigaanpassing (CARA), een afdeling van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid.

      Het CARA is een instantie die uw rijgeschiktheid bepaalt en advies geeft met betrekking tot nodige verbouwingen aan uw wagen. Zij beschikken over een team van specialisten die uw rijgeschiktheid nagaan. De artsen onderzoeken of u als bestuurder beantwoordt aan de medische minimumnormen die de wet voorschrijft. De aanpasdeskundigen bekijken of u eventueel bepaalde aanpassingen nodig heeft om veilig een motorvoertuig te kunnen besturen. Als alle bevindingen gunstig zijn, dan krijgt u het rijgeschiktheidsattest dat u nodig heeft om een voorlopig rijbewijs of leervergunning aan te vragen of om uw ingeleverde rijbewijs terug te bekomen.

      Bovendien maakt het CARA u wegwijs in de administratieve procedures voor het behalen of opnieuw verkrijgen van uw rijbewijs, eventuele aanpassingen aan uw voertuig, financiële tussenkomsten, rolstoelberging, autokeuring enzovoort.

      Voor tussenkomsten voor bepaalde autoaanpassingen kan u ook bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap terecht (zie hoofdstuk 13). Informeer u.

      CARA
      Haachtsesteenweg 1405
      1130 Brussel
      Tel: 02/244 15 52
      Website: http://www.bivv.be

    2. Personen met een rolstoel

      Afhankelijk van het type rolstoel en de situatie rijdt u op het trottoir, het fietspad of de rijbaan.

      Wordt uw rolstoel voortgeduwd door een andere persoon, dan wordt u gelijkgesteld met een voetganger. U leeft dan de verkeersregels voor voetgangers na.

      Heeft u een rolstoel zonder motor of pedalen die u zelf voorduwt, een rolstoel met hand- of voetpedalen of een zelfbewegende rolstoel die niet sneller dan stapvoets rijdt, dan heeft u de keuze tussen het trottoir en de rijbaan. Natuurlijk is het trottoir het veiligste!

      Rijdt u met een zelfbewegende rolstoel die sneller dan stapvoets gaat, dan mag u enkel op de rijbaan rijden. U mag geen gebruik maken van het trottoir of fietspad. Voor een zelfbewegende rolstoel categorie A3 klasse A heeft u geen rijbewijs nodig (maximumsnelheid 25 km/u, minimumleeftijd 16 jaar). Voor een zelfbewegende rolstoel categorie A3 klasse B heeft u een rijbewijs A3 nodig (maximumsnelheid 45 km/u, minimumleeftijd 16 jaar).

      Afhankelijk van de rolstoel heeft u ook een andere verzekering nodig. Lees hier meer over in hoofdstuk 15.

    3. Europese parkeerkaart

      Sinds 1 maart 2003 is er een nieuwe regelgeving over parkeerkaarten voor personen met een handicap van toepassing. Dankzij de nieuwe maatregelen komen meer mensen in aanmerking voor een parkeerkaart.

      De parkeerkaart wordt verleend aan:

      • personen met een permanente invaliditeit van minimum 80%;
      • personen met een blijvende invaliditeit van minstens 50% aan de onderste ledematen;
      • personen die volledig verlamd zijn aan de bovenste ledematen of waarvan de bovenste ledematen geamputeerd zijn;
      • burgerlijke of oorlogsinvaliden met ten minste 50%;
      • personen met een verminderde zelfredzaamheid van 12 punten op de schaal van zelfredzaamheid (in het kader van de tegemoetkomingen aan personen met een handicap).

      Mensen die voordien geen 12 punten hadden op deze schaal kunnen sinds 1 maart 2003 toch een kaart verkrijgen op voorwaarde dat ze minstens 2 punten behalen op het criterium “verplaatsingsmogelijkheden”. Zo zullen mensen met ernstige hartproblemen of personen met zware astma ook in aanmerking komen.

      Elke aanvrager moet sinds 1 maart 2003 medisch gecontroleerd worden. Als u al een dossier bij de dienst tegemoetkomingen of een attest van een andere overheidsdienst heeft waaruit de behoefte aan een parkeerkaart blijkt, dan is deze medische controle niet meer nodig.

      De speciale parkeerkaart geeft aan automobilisten met een handicap het recht om:

      • voor onbeperkte duur te parkeren op plaatsen met een beperkte parkeerduur (parkeermeters, blauwe zone, verkeersborden);
      • te parkeren op parkeerplaatsen uitsluitend voorbehouden aan personen met een handicap;
      • gratis te parkeren op parkeerplaatsen van de NMBS.

      In de andere lidstaten van de Europese Unie geeft deze parkeerkaart recht op dezelfde parkeervoorzieningen als deze die in België gelden.

      U kan de parkeerkaart aanvragen bij:

      • voor oorlogsinvaliden en militaire invaliden in vredestijd:

        Federale Overheidsdienst Financiën
        Administratie der pensioenen
        Victor Hortaplein 40 bus 30
        1060 Brussel
        Tel: 02/558 60 00

      • voor de burgerlijke oorlogsinvaliden:

        Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid
        Directie-Generaal Oorlogsslachtoffers
        Luchtscheepvaartsquare 31
        1070 Brussel
        Tel: 02/528 91 00
        Fax: 02/528 91 22

      • voor andere belanghebbenden:

        Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid
        Directie-Generaal Personen met een Handicap
        Centrum 58
        Dienst Parkeerkaarten
        1000 Brussel
        Centraal nummer: 02/507 84 99
        Website: http://www.handicap.fgov.be

      Alle aanvragen moeten ingediend worden aan de hand van een formulier ‘Aanvraag van de speciale parkeerkaart’ die kan afgehaald worden bij uw gemeente of bij de maatschappelijk werker van uw ziekenfonds.

    4. Vrijstelling en vermindering van belastingen op autovoertuigen

      rijstelling van BTW

      Voor personen met een bepaalde handicap geldt een vrijstelling van BTW bij aankoop van een wagen, bestemd voor persoonlijk gebruik (6% in plaats van 21 % en later teruggave van de 6%). De vrijstelling geldt slechts voor één enkel voertuig, dat gedurende drie jaar uitsluitend door de betrokkene (of om de betrokkene te vervoeren) wordt gebruikt.

      • Teruggave van de 6% BTW bij aankoop of invoer

        Om teruggave te verkrijgen van de betaalde 6% BTW moet de aanvrager de vrijstelling van verkeersbelasting aanvragen bij de Regionale Directeur van de Directe Belastingen van zijn woonplaats.

      • Verlaagd BTW-tarief van 6% voor onderhoud en herstel van autovoertuigen

        Voor onderhoud en herstelling van autovoertuigen van personen met een handicap of van autovoertuigen waarmee een persoon met een handicap vervoerd wordt, en voor de aankoop van onderdelen en uitrusting, geldt het verlaagd BTW-tarief van 6%. In tegenstelling tot aankoop en invoer komt het verlaagd BTW-tarief voor toebehoren, uitrusting en herstelling niet voor teruggave in aanmerking.

        Tip: bezorg uw garagist een kopie van het attest dat u recht geeft op het verlaagde BTW-tarief.

        Vrijstelling van belasting van inverkeersstelling en van verkeersbelasting

        Personen met een handicap die genieten van een BTW-vrijstelling, genieten eveneens van een vrijstelling van inverkeersstelling en van de jaarlijkse verkeersbelasting. Oorlogsinvaliden (militaire en burgerlijke) moeten over een invaliditeitspensioen beschikken van minstens 60%.

        Automobilisten met een handicap kunnen zich voor al deze tegemoetkomingen wenden tot de sociale dienst van de gemeente, de sociale dienst van het ziekenfonds of de Directie van de Directe Belastingen (zie telefoongids).

    5. Vrijstelling van het dragen van de veiligheidsgordel

      Een persoon met een handicap kan worden vrijgesteld van het dragen van een veiligheidsgordel op grond van medische argumenten. Bij het gemeentebestuur kan u een doktersattest aanvragen tot het verkrijgen van vrijstelling van de draagplicht van de veiligheidsgordel. Dit volledig ingevulde attest wordt opgestuurd naar:

      Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer
      Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid
      Residence Palace – Blok A
      Wetstraat 155
      1040 Brussel
      Tel: 02/287 44 02 of 02/287 44 03
      Website: http://www.mobilit.fgov.be


    Openbaar vervoer

    Naast de talrijke bestaande reducties, onder meer voor grote gezinnen, zijn er speciale voorzieningen voor onder meer de volgende categorieën:

    • Reductiekaart voor WIGW’s

      Weduwen, invaliden, gepensioneerden en wezen (de WIGW’s) en hun personen ten laste, die recht hebben op de verhoogde tussenkomst in de terugbetaling van gezondheidskosten, kunnen bij de NMBS een reductiekaart bekomen die hen recht geeft op 50% reductie op de volle prijs van een biljet 2° klasse. Informeer u in het station en bij het ziekenfonds.

      Bij De Lijn kan u op vertoon van deze verminderingskaart bij de chauffeur of in de lijnwinkel een lijnkaart kopen met vermindering. U kan ook met deze WIGW-kaart een netabonnement van De Lijn bekomen voor €25,00 per jaar. Voor meer informatie kan u zich wenden bij de Dienst Abonnementen van De Lijn in uw provincie. Hieronder vindt u de telefoonnummers:

      • De Lijn Info: 070/22 02 00
      • De Lijn Antwerpen: 03/218.15.09
      • De Lijn Limburg: 011/85.03.04
      • De Lijn Oost-Vlaanderen: 09/210.94.43
      • De Lijn Vlaams-Brabant en Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 016/31.37.20
      • De Lijn West-Vlaanderen: 059/56.52.31

    • Nationale reductiekaart voor visueel gehandicapten

      Visueel gehandicapten waarvan het gezichtsvermogen voor minstens 90% is aangetast, kunnen een verminderingskaart verkrijgen voor het openbaar vervoer.

      Personen die houder zijn van dergelijke kaart reizen gratis met De Lijn op vertoon van deze kaart. Het geeft recht op gratis vervoer op het net van De Lijn voor de houder van de kaart en de eventuele geleidehond.

      Informatie verkrijgt u op het gemeentebestuur of bij de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, Dienst Attesten.

      Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid
      Directie-Generaal Personen met een Handicap
      Dienst Attesten
      Zwarte Lievevrouwstraat 3C
      1000 Brussel
      Tel: 02/507 87 99

    • Voorkeurtarief voor begeleiders van personen met een zware handicap

      Met een kaart “gratis begeleider” op naam van de mindervalide kunnen begeleiders van personen met een zware handicap gratis gebruikmaken van het openbaar vervoer. Bij uw aanvraag moet u een medisch attest toevoegen met hierop de graad van de handicap, samen met een kopie van uw identiteitskaart.

      Voor meer informatie kan u terecht bij de NMBS of de Dienst Abonnementen van De Lijn.

    • Voorbehouden zitplaatsen

      Personen met een handicap of ouderen die niet rechtstaand kunnen reizen, kunnen een speciale kaart verkrijgen die hen recht geeft op voorbehouden zitplaatsen bij gebruik van het openbaar vervoer.

      U kan terecht op volgend adres:

      NMBS – Reizigers Nationaal
      Bureau RN 021 A – Sectie 26
      Frankrijkstraat 54, bus 5-6
      1060 Brussel
      Tel: 02/525 21 73

      Ook op de bussen van De Lijn zijn enkele zitplaatsen voorbehouden voor personen die minder goed te been zijn. Deze plaatsen worden duidelijk aangeduid. Het politiereglement verplicht de klanten overigens om een plaats af te staan aan iemand die minder goed te been is.

    • Rolstoelgebruikers

      Om de toegang tot de treinen te vergemakkelijken kan de rolstoelgebruiker onder begeleiding van een spoorwegagent de dienstovergangen en de goederenliften gebruiken. In een aantal belangrijke stations staan mobiele toegangshellingen ter beschikking van de rolstoelgebruiker. U verwittigt de NMBS, met name de stations in kwestie, best een dag op voorhand over het traject dat u wenst te volgen.

      De Lijn werkt op diverse vlakken aan het verbeteren van de toegankelijkheid. Bij het aanschaffen van nieuwe bussen worden er principieel alleen nog lagevloerbussen en –trams aangekocht. ‘Laag’ betekent een vloerhoogte van maximum 35 cm aan de twee deuren vooraan. Tussen deze deuren en het midden van de bus zijn er geen treden. Bovendien hebben lagevloerbusen geen stang in het midden van de deuropening. Naast deze bussen beschikt De Lijn over belbussen die toegankelijk zijn voor de rolstoelgebruiker. Indien u een verplaatsing wenst te maken met de belbus, dan dient u twee uur op voorhand contact op te nemen met de belbus-centrale. Als u gebruik wenst te maken van een reguliere lijn, dan moet u minstens 1 dag op voorhand contact opnemen met de belbuscentrale. Zij zullen proberen te zorgen voor een toegankelijke bus.

      Telefoonnummers belbuscentrale:

      • De Lijn Antwerpen: 03/218.14.94
      • De Lijn Limburg: 011/85.03.00
      • De Lijn Oost-Vlaanderen: 09/210.94.94
      • De Lijn Vlaams-Brabant en Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 016/31.37.00
      • De Lijn West-Vlaanderen: 059/56 52 56

      Informatie specifiek voor personen met een handicap vindt u op de website https://www.socialsecurity.be/site_nl/civilservant/Applics/myhandicap/index.htm.

      Hier vindt u in de ‘Handigids’ de recentste regelingen (van de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten), de tussenkomsten en tegemoetkomingen aan personen met een handicap. Dit wordt er op een overzichtelijke manier uitgelegd. Deze gids kan u ook bestellen bij de FOD Sociale Zekerheid:

      FOD Sociale Zekerheid
      Directie-Generaal Personen met een handicap
      Dienst Gehandicaptenbeleid
      Zwarte Lievevrouwstraat 3C
      1000 Brussel
      02/507 87 99
      Website: https://socialsecurity.belgium.be/nl


    Nuttige adressen

    • Taxistop
      Permanentiedienst (weekdagen tussen 9u en 18u): 070/22 22 92
      Website http://www.taxistop.be
    • CARA
      Victor Hortaplein 40 bus 30
      1060 Brussel
      Tel: 02/558 60 00

    • Federale Overheidsdienst Financiën
      Administratie der pensioenen
      Financietoren, bus 31
      Kruidtuinlaan 50
      1010 Brussel
      Tel: 02/210 66 00
      Fax: 02/210 29 25
    • Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid
      Directie-Generaal Oorlogsslachtoffers
      Luchtscheepvaartsquare 31
      1070 Brussel
      Tel: 02/528 91 00
      Fax: 02/528 91 22
    • Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid
      Directie-Generaal Personen met een Handicap
      Centrum 58
      Dienst Parkeerkaarten
      1000 Brussel
      Centraal nummer: 02/507 84 99
      Website: http://www.handicap.fgov.be”
    • Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer
      Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid
      Residence Palace – Blok A
      Wetstraat 155
      1040 Brussel
      Tel: 02/287 44 02 of 02/287 44 03
      Website: http://www.mobilit.fgov.be
    • Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid
      Directie-Generaal Personen met een Handicap
      Dienst Attesten
      Zwarte Lievevrouwstraat 3C
      1000 Brussel
      Tel: 02/509 80 41
    • NMBS – Reizigers Nationaal
      Bureau RN 021 A – Sectie 26
      Frankrijkstraat 54, bus 5-6
      1060 Brussel
      Tel: 02/525 21 73
    • Handigids: http://handicap.fgov.be
    • FOD Sociale Zekerheid
      Directie-Generaal Personen met een handicap
      Dienst Gehandicaptenbeleid
      Zwarte Lievevrouwstraat 3C
      1000 Brussel
      Tel: 02/507 87 99
      Website: https://socialsecurity.belgium.be/nl

    Hulpmiddelen en verzorgingsmateriaal


    Aandacht voor het welzijn van de zorgbehoevende persoon, de mantelzorger en de hulpverlener

    Godelieve heeft kanker. Ze is niet goed meer te been en brengt vele uren van de dag in haar bed door. Haar man heeft de woonkamer daarom aangepast aan haar ziektetoestand en zo ingericht dat Godelieve niets van het gezinsgebeuren in de woonkamer moet missen. Vanuit haar ziekenbed kan zij door het raam de tuin inkijken. Ze ziet haar kinderen spelen en de seizoenen veranderen. Naast haar staat een radiocassetterecorder waardoor zij naar de radio of naar ingesproken boeken kan luisteren. Ook al komt ze niet vaak meer uit bed, toch wordt Godelieve nog elke ochtend aangekleed: een frisse bloes, een makkelijk zittende broek of jurk. Ze ziet er verzorgd uit en voelt zich daardoor ook beter. Het is ook voor de verzorgers en huisgenoten prettiger en vrienden ontvangen blijft zo een aangename gebeurtenis.

    Een goede verzorging, aangepast verzorgingsmateriaal en de juiste hulpmiddelen bepalen sterk het welzijn van de zorgbehoevende persoon, de mantelzorger en de hulpverlener. Het uitgangspunt is steeds: ‘Wat is het beste voor de zorgbehoevende persoon en voor mezelf?’

    Welzijn is meer dan enkel lichamelijk gezond zijn, het houdt ook een zeker psychisch welzijn in. En daarin zit net de meerwaarde van thuiszorg. Thuis kan men een hobby uitoefenen, mensen ontmoeten, lezen en leren, zich gerespecteerd voelen, waardig behandeld worden,… Dergelijke aspecten dragen ertoe bij dat de zorgbehoevende persoon zich beter voelt en dat hij graag thuis is en blijft.

    Gezondheidsregels zijn in de thuiszorg daarom erg belangrijk. Terecht zijn zorgbehoevende personen erg gevoelig voor wat met hun lichaam gebeurt, zeker wanneer lichaamscontact hun voornaamste communicatiemiddel is geworden. Zorgverleners dienen dus erg aandachtig te zijn voor de fysieke en psychische gezondheidstoestand van de zorgbehoevende persoon.

    Een goede algemene hygiėne van het lichaam komt dan ook op de eerste plaats. Een goede mond- en tandverzorging kan bijvoorbeeld veel ellende en infecties voorkomen. Ook wanneer de zorgbehoevende persoon sondevoeding of enkel vloeibaar voedsel krijgt, blijft mond- en tandverzorging nodig. Vraag hiervoor advies aan uw verpleegkundige of huisarts. Voor kinderen kan een elektrische tandenborstel een praktische oplossing zijn. Daarnaast mag de verzorging van handen en voeten (goed wassen en afdrogen, verzachtende crčme gebruiken, nagels goed en tijdig bijknippen,…) niet verwaarloosd worden. Comfortabel schoeisel is onontbeerlijk voor mensen die niet meer mobiel zijn. Net als iedereen zal de persoon zich beter voelen wanneer hij netjes gewassen, gekleed en gekapt is. Blijf bij de verzorging steeds de persoon die u verzorgt respecteren. Kleed of kap hem niet anders dan hij dat zelf zou doen. Vraag de persoon, zolang hij zelf kan kiezen, welke kleren hij wil aantrekken. En laat hem ook eens in de spiegel kijken. In sommige gevallen zal men een compromis moeten zoeken tussen comfort en hygiėne.

    Als mantelzorger moet u ook goed voor uzelf, uw gezondheid en uw levenshygiėne zorgen. Dit komt niet alleen uzelf, maar ook de zorgbehoevende persoon ten goede. Niet zelden hebben mantelzorgers de neiging zichzelf en hun eigen welzijn wat te verwaarlozen. De zorg voor de zorgbehoevende persoon slorpt hen helemaal op. Op termijn heeft dit echter negatieve gevolgen, zowel voor henzelf als voor de persoon die zijn verzorger ziet ‘wegkwijnen’.

    Cursussen volgen, hef- en tiltechnieken leren, contact opnemen met andere mantelzorgers, professionele instanties en vrijwilligers inschakelen, zijn ook manieren om goed voor uzelf te zorgen. Even belangrijk is het om, wanneer u zich psychisch of lichamelijk niet zo goed voelt, hulp te zoeken bij uw partner, familie, een vertrouwenspersoon of een professionele hulpverlener (bijvoorbeeld een psycholoog, een maatschappelijk werker, huisarts,…) Respecteer de grenzen van uw draagkracht (zie rubriek ‘3.5 Draagkracht en draaglast’). Een goede werkorganisatie vanuit ergonomisch standpunt is eveneens nuttig. Als het voor een goede verzorging en voor het voorkomen van klachten bij de mantelzorger noodzakelijk is dat er kleine veranderingen in het huis gebeuren, bijvoorbeeld het verplaatsen van meubilair, dan moet dat zeker besproken worden.


    Hulpmiddelen zijn noodzakelijk

    In de thuiszorg zijn twee elementen belangrijk om ouderen, personen met een handicap of een chronische ziekte bij te staan. Hulpmiddelen en aanpassingen en ondersteuning of assistentie door het sociaal netwerk zijn noodzakelijk om ondersteuning te bieden aan de patiėnt. Hoe meer hulpmiddelen waarover hij beschikt, hoe minder steun van het netwerk noodzakelijk is en hoe zelfstandiger de patiėnt kan leven. Het is heel belangrijk dat hij zich veilig voelt. Op deze manier voelt de omgeving zich ook veilig. Als dit niet het geval is, ontstaat er een gevaar van betutteling.

    1. Het juiste hulpmiddel

      Frieda, 54, heeft ALS en kan één jaar na de diagnose niet meer praten of haar handen gebruiken. Mits ondersteuning kan ze stappen maar ook haar benen zijn niet meer krachtig. Om te communiceren heeft ze een letterbord nodig. Daarop worden de letters aangewezen en zo de woorden gevormd om te praten. Sinds kort heeft ze nu ook een echte ‘spraakcomputer’ een zgn. ComUnic. Dit is een krachtig draagbaar computertje, dat ze over haar schouder draagt, waarmee ze door middel van een klein schakellaartje dat ze aanduwt met haar kin, haar spraakcomputer kan bedienen. Dit ondersteunend communicatieapparaat laat toe om weer verhalen te vertellen, aan te gegeven waar er problemen zijn of duidelijke boodschappen uit te spreken. Ze verstuurt zelfs e-mailberichtjes. Dit is een onmisbaar toestel geworden. Niet meer kunnen praten vindt ze het ergste wat haar kon overkomen. Dit toestel, dat terugbetaald werd door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, is een enorme ondersteuning voor haar.

      Heel wat problemen kunnen ook op een goedkope manier worden opgelost. Een dosis creativiteit en handigheid komen zeker van pas! Meer hierover kan u lezen in rubriek ‘8.4 Handige tips’. Als u op zoek gaat naar het geschikte hulpmiddel, dan moet u – indien dit mogelijk is voor u – zeker het internet eens raadplegen:

      • vzw REVA heeft als doelstelling informatie te verschaffen over producten en diensten aan personen met een handicap. Via hun website (http://www.reva.be) kunnen personen met een handicap zoeken volgens exposant, rubriek (bijvoorbeeld lezen en schrijven, sanitair, toegankelijkheid) of product/dienst (bijvoorbeeld baden, begeleid wonen, assistentiehonden).

        Daarnaast organiseert vzw REVA een tweejaarlijkse informatiebeurs die zich richt tot personen met een handicap, ouderen met beperkingen, hun familie, de professionelen en de vrijwilligers. Deze beurs is de plaats bij uitstek waar fabrikanten en verstrekkers van hulpmiddelen, organisaties die diensten aanbieden, verenigingen van personen met een handicap en de bezoekers elkaar ontmoeten.

        Voor meer informatie kan u terecht bij:

        REVA vzw
        Postbus 38
        1731 Zellik
        Tel: 02/463 58 33
        Gsm: 0478/90 81 88
        Fax: 02/463 58 34
        Website: http://www.reva.be

      • Het Kennis- en OndersteuningsCentrum (KOC) wil door middel van hulpmiddelen en (arbeidspost) aanpassingen het functioneren van alle personen met een handicap en hun leefwereld optimaliseren. Daarom verspreidt het informatie over hulpmiddelen en aanpassingen voor personen met een handicap. Deze informatie is terug te vinden in de databank Vlibank op hun website. Daarnaast ondersteunt het KOC de adviesverlening over hulpmiddelen en aanpassingen voor personen met een handicap.

        Voor meer informatie kan u terecht bij:

        Kennis- en OndersteuningsCentrum (KOC)
        Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
        Sterrenkundelaan 30
        1210 Brussel
        Tel: 02/225 86 61
        Website: http://www.koc.be

      Personen met een handicap specifiek met communicatieproblemen kunnen terecht bij MODEM. Dit adviescentrum geeft raad en ondersteuning bij computeraanpassingen. Soms zijn er aanpassingen nodig om de standaardcomputer toegankelijk te maken. Hiervoor bestaat er een ruime keuze aan aangepaste software en alternatieve randapparatuur. Daarnaast verleent MODEM ook advies en ondersteuning bij communicatiehulpmiddelen. Voor personen met beperkte communicatiemogelijkheden, is het zeer belangrijk dat zij toch hun behoeften en gevoelens kunnen uiten. Voor hen bestaan er ondersteunende communicatietechnieken en technische hulpmiddelen. Het doel is communicatie mogelijk te maken, onder welke vorm ook.

      MODEM heeft een lage drempel: een eenvoudig telefoontje volstaat. Na een grondige analyse van de individuele hulpvraag worden oplossingen voorgesteld en besproken. Indien mogelijk kunnen die in het demonstratielokaal worden uitgeprobeerd. MODEM verkoopt zelf niets: daardoor kunnen ze een objectief en onafhankelijk advies garanderen.

      Voor meer informatie kan u terecht bij:

      MODEM
      Doornstraat 331
      2610 Wilrijk
      Tel: 03/820 63 50
      Website: http://www.modemadvies.be

      Wanneer u niet weet welk middel in uw situatie het meest geschikt is, dan kan u zeker terecht bij een ergotherapeut. Een ergotherapeut zorgt ervoor dat het dagelijks functioneren zo gemakkelijk mogelijk verloopt, zowel voor de hulpvrager als voor de hulpverlener. Een ergotherapeut kan bijvoorbeeld helpen bij de inrichting van de badkamer zodat die door hulpvrager en hulpverlener goed gebruikt kan worden, bij het aanpassen van de woning aan bepaalde beperkingen van de bewoner enzovoort. Meer hierover kan u lezen in rubriek ‘7.3.2.1 Ergotherapeuten’. Daarnaast kan u ook terecht bij een aantal centra en adviesbureaus die gespecialiseerd zijn in het toegankelijk maken van woningen voor mindermobiele personen. Meer hierover kan u lezen in de rubriek ‘10.1.2 Advies bij woninginrichting en –aanpassing’.

    2. Omgevingsbediening

      Pierre, 42, heeft sinds vele jaren een spierziekte. Hij is rolstoelgebruiker maar is nog altijd erg actief. Omdat hij de toetsen niet kan indrukken werkt hij op een computer met een laserlampje gemonteerd op zijn bril. Hij kan met een zgn. lasergevoelig klavier of ‘Lucy’ de computer bedienen. Hij houdt de administratie en het ledenbestand bij van een sportvereniging in de buurt. Pierre ligt veel in zijn bed. Doordat zijn armen en vingers niet krachtig meer zijn kan hij ook de gewone afstandbedieningen niet gebruiken. Hij heeft een zuigblaaspijpje aan bed en in zijn rolwagen, waarmee hij een intelligente afstandbediening met een indicatiepaneeltje kan bedienen. Daarmee kan Pierre lichten, radio, tv, deuropener, telefoon, parlofoon, enz… in zijn huis, vanuit zijn bed of rolwagen, bedienen. De installatie en het leren bedienen van die apparatuur was gemakkelijk. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap heeft, na 18 maanden, de betaling van deze levensnoodzakelijke bedieningen volledig op zich genomen. Zowel Pierre als zijn vrouw Nele zijn erg tevreden. Nu kan Nele met een gerust hart het huis verlaten omdat ze weet dat haar man alles onder controle heeft.

      Er wordt veel aandacht besteed aan de hulpmiddelen die de zorg voor de patiėnt vergemakkelijken en die te bedienen zijn door de mantelzorgers en de andere hulpverleners. Deze hulpmiddelen verhogen het comfort van de omgeving. Maar er moet ook aandacht besteed worden aan de hulpmiddelen die de patiėnt zelf kan gebruiken en die zorgen voor de veiligheid en de zelfstandigheid van de patiėnt. Deze middelen verhogen het comfort van de patiėnt.

      Deze hulpmiddelen noemt men de omgevingsbediening. Dit is de verzamelnaam voor allerlei apparaten waarmee mensen met een fysieke beperking hun communicatie en relatie met de omgeving kunnen verzekeren. Door middel van een aangepaste afstandsbediening of elektronisch systeem, en een individueel aangepaste schakelaar kan de onmiddellijke omgeving gestuurd worden. Het gaat dan over TV-bediening, lampen aan- en uitschakelen en dimmen, deuren openen, telefoneren, radio, cd, video aanzetten, GSM, alarmsystemen enzovoort. Heel de sturing wordt zoveel mogelijk op één punt gecentraliseerd, zodat alles vanuit bijvoorbeeld het bed, de rolwagen, of het kantoor kan gecontroleerd worden.

      De computer is voor vele personen met een handicap ‘hun venster op de wereld’ en moet dus in hun omgeving een centrale plaats krijgen.


    Hulpmiddelen huren of kopen

    In een uitleendienst kan u hulpmiddelen lenen. Naast ziekenfondsen hebben ook Rode Kruis- en Vlaamse Kruisafdelingen, apothekers en bepaalde thuiszorgdiensten, zoals het Wit-Gele Kruis, uitleendiensten.

    Elke uitleendienst bepaalt zelf welk materiaal er wordt uitgeleend en hoeveel de huurprijs bedraagt. Het aanbod en de prijzen kunnen variėren naargelang de organiserende instantie. Zelfs binnen éénzelfde organisatie zijn er vaak regionale verschillen. Soms betaalt u bij de uitleendienst enkel een waarborg, die u terugkrijgt wanneer u het materiaal terugbrengt. In andere gevallen betaalt u een waarborg én een huurprijs. Hoeveel die prijs bedraagt, is afhankelijk van de tijd dat u het materiaal in leen hebt (soms zal de prijs met de tijd dalen, soms zal u meer betalen wanneer u langer leent) en van het materiaal zelf (vb. de huurprijs van een ziekenhuisbed is uiteraard duurder dan deze van krukken). Bij de uitleendienst van het ziekenfonds betalen leden minder dan niet-leden (zie hoofdstuk 7 – Ziekenfondsen‘).

    Wanneer u materiaal voor een zeer lange periode leent (vb. u huurt al 8 jaar een ziekenbed), vraag dan of u het niet kosteloos kan verder ontlenen of tegen een minimale prijs kan kopen. Daarnaast kan u bepaalde hulpmiddelen, bijvoorbeeld een rolstoel, bepaalde antidoorligsystemen of slaapsystemen, eventueel gedurende een zekere periode op proef gebruiken. Het geeft de zorgbehoevende persoon en uzelf de kans het hulpmiddel op gebruiksvriendelijkheid te testen en te controleren of het wel goed is afgestemd op uw noden. Informeer u indien mogelijk ook bij mantelzorgers die reeds gebruik hebben gemaakt van dat materiaal. Zij zullen u kunnen wijzen op de voor- en nadelen.

    Voor de huur of aankoop van kleine en grote hulpmiddelen, dus ook rolstoelen, bandages en orthopedische hulpmiddelen, kan u terecht in de Mediotheek of de Thuiszorgwinkel. Er is een bijzonder ruim assortiment van artikelen die op verschillende vlakken het leven van het zieke kind, de persoon met een handicap of de oudere aangenamer kunnen maken. U krijgt er ook een antwoord op vragen over specifieke problemen. Bij vele problemen – mits ook een bezoek aan huis – kan u vrijblijvend terecht voor ergotherapeutisch advies van een Adviseur Hulpmiddelen en Woningaanpassing. Vervolgens kan u ook terecht voor meer gespecialiseerde hulpmiddelen rond communicatie bij audiologen.

    Sommige Thuiszorgwinkels zijn aan een ziekenfonds verbonden, andere werken zelfstandig. Sommige hulpmiddelen kan u zonder voorschrift verkrijgen (vb. huur van een verzorgingsbed of toiletstoel), voor andere heeft u wel een doktersvoorschrift nodig. Uw aanvraag wordt dan door de medisch adviseur onderzocht. Wordt uw aanvraag goedgekeurd, dan betaalt het RIZIV (het ziekenfonds dus) u kosten geheel of gedeeltelijk terug. Indien niet, betaalt u alles zelf.

    Men werkt zoveel mogelijk met de ‘derdebetalersregeling’. Een basistoestel zoals een aangepaste rolstoel wordt vaak voor 100% terugbetaald. Wil u echter extra onderdelen aanschaffen (vb. een boodschappentasje om te monteren op de rolstoel), dan dient u die zelf te betalen.

    U kan zich eveneens wenden tot een zelfstandige bandagist of orthopedist of tot een apotheker. Een bandagist, een orthopedist of een orthopedisch schoenmaker heeft een erkenningsnummer bij het RIZIV. Zij hebben een specialisatie gevolgd in één of meer van de volgende categorieėn : rolstoelen, orthopedische schoenen, diverse bandages, orthesen en prothesen.

    Voor elk hulpmiddel zijn er vaste tarieven bepaald bij het RIZIV. Een bandagist of orthopedist is echter niet altijd verplicht om zich eraan te houden, let dus op de prijsverschillen! Wanneer de zorgbehoevende persoon zich niet of moeilijk kan verplaatsen, kan u de orthopedist of de bandagist vragen aan huis de juiste maat te komen nemen. Normaal is een huisbezoek gratis.

    Vergelijk prijzen en aanbod. Bezoek ook opendeurdagen, lees folders, vraag uitleg,…

    U vindt de adressen en telefoonnummers van de Thuiszorgwinkels in de Gouden Gids. De lokale of regionale dienstencentra beschikken over adressen voor materiaalaankoop in uw regio. Informeer ook steeds bij het regionaal dienstencentrum of de sociale dienst van uw ziekenfonds of u geen tussenkomst kan bekomen voor de aankoop van hulpmiddelen (vb. wegwerpluiers, anti-doorligmateriaal, toiletstoel, glucometers en bijhorende strips, …) via het RIZIV of de aanvullende vrije verzekering van uw ziekenfonds. Personen met een handicap die erkend zijn door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, kunnen daar ook een tussenkomst aanvragen (zie hoofdstuk 13). Daarnaast voorzien het Vlaams Gewest, provincies en gemeenten soms tussenkomsten. Ook serviceclubs hebben dergelijke initiatieven.

    Zoals vermeld in rubriek ‘8.2 Hulpmiddelen zijn noodzakelijk’ kan u het geschikte hulpmiddel zoeken op de website van REVA (http://www.reva.be) of in de databank van KOC (http://www.koc.be).

    Voor communicatiemiddelen kan u ook terecht bij MODEM.


    Handige tips

    Thuiszorg is duur. Naast de vele medische uitgaven besteden de zorgbehoevende persoon en de mantelzorgers ook nog vaak een fortuin aan hulpmiddelen en verzorgingsmateriaal. Maar met wat creativiteit kan u zelf ook heel wat bedenken.

    De volgende tips brengen u wellicht op ideeėn, zodat u kosten kan besparen:

    1. Vraag uw dokter aandacht te besteden aan de kostprijs wanneer hij voorschrijft. Eenzelfde product kan bijvoorbeeld goedkoper zijn wanneer het gekocht wordt in duoverpakking of wanneer een magistrale bereiding i.p.v. een farmaceutische bereiding mogelijk is.
    2. Gewone voeding die fijngemalen is, kan vaak de dure sondevoeding vervangen. Er zijn goede mixers in de handel. Vraag steeds advies aan uw huisarts en diėtiste.
    3. In plaats van sondes dagelijks te vernieuwen kan u ze in een ontsmettende vloeistof onderdompelen, zodat ze opnieuw kunnen worden gebruikt.
    4. Er zijn veel wondzorgmaterialen op de markt. Nieuwe actieve verbandmaterialen zijn soms duurder in aankoop, maar verkorten de wondhelingstijd. Vraag advies aan de arts, apotheker of verpleegkundige voor aangepast materiaal en eventuele terugbetalingen.
    5. Wegwerpluiers kopen in grootverpakking, bijvoorbeeld rechtstreeks bij de fabrikant, is goedkoper.
    6. Heel wat hulpmiddelen of onderdelen ervan kan u tweedehands kopen, bijvoorbeeld via tijdschriften van liga’s en verenigingen.

    Cera Holding en de mantelzorgverenigingen hebben samen een boek samengesteld met originele ‘doetips’, waarmee de zorgbehoevende persoon zolang en zoveel mogelijk zelf kan blijven doen. “Het thuiszorg-ideeėnboek” (2001) kan je gratis bekomen bij Cera Holding en alle mantelzorgverenigingen (zie hoofdstuk 7 – Verenigingen van gebruikers en mantelzorgers’)


    Nuttige adressen

    Informeer u bij het ziekenfonds, de apotheker, uw thuiszorgdienst, Mediotheek of Thuiszorgwinkel, plaatselijke afdelingen van het Vlaamse en Rode Kruis of een lokaal dienstencentrum.

    • REVA vzw
      Postbus 38
      1731 Zellik
      Tel: 02/463 58 33
      Fax: 02/463 58 34
      Website: http://www.reva.be
    • Kennis- en OndersteuningsCentrum (KOC)
      Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
      Sterrenkundelaan 30
      1210 Brussel
      Tel: 02/225 86 61
      Website: http://www.koc.be
    • MODEM
      Doornstraat 331
      2610 Wilrijk
      Tel: 03/820 63 50
      Website: http://www.modemadvies.be
    • EDITH vzw
      Tervuursestraat 83
      3000 Leuven
      Tel: 0497/37 15 57

    Partners in thuiszorg


    Zorgverlening in de thuiszorg

    Wie iemand in zijn thuismilieu verzorgt, kan best hulp van buitenaf gebruiken. Bovendien is dit ook een goede manier om het uzelf, als mantelzorger, wat gemakkelijker te maken. Wat u door een ander kan laten doen, laat dat doen. Er blijft immers nog genoeg werk voor uzelf over.

    Wil u hulp inschakelen, bepaal dan vooraf wat u precies verlangt. Voor welke taken zoekt u precies hulp en wanneer? Voor de dagelijkse spuit voor moeder moet u niet bij de huisarts zijn (behalve voor een voorschrift), maar bij de thuisverpleegkundige. U heeft dan weer geen verpleegkundige nodig om bij de zorgbehoevende persoon toezicht te komen houden. Misschien kan uw buurman, uw zus of een vrijwilliger van de oppasdienst zich best een paar uurtjes vrijmaken.

    Vooraleer u kan weten wie u nodig heeft, moet u eerst weten welke diensten er bestaan, wie u kan inschakelen om hulp te bieden bij de thuiszorg. Hier volgt een schematisch overzicht dat verder uitgediept wordt in het hoofdstuk.

    De mantelzorgers nemen vaak het grootste deel van de zorg voor hun rekening. Zij moeten de kans hebben om de zorg met anderen te kunnen delen zodat de thuiszorg mogelijk blijft. Wanneer de zorg te zwaar wordt, kan men een beroep doen op externe zorgverleners. De professionele basisdiensten, de ondersteunende en aanvullende diensten en de diensten voor specifieke doelgroepen behoren tot deze groep van externe zorgverleners. De volgorde van de hier opgesomde informele en formele zorgverleners is niet bepalend. Elke zorgsituatie is verschillend.


    Zorgverlening in de thuiszorg schematisch

    U kan een Word document downloaden met een schematisch overzicht van de thuiszorg.


    1. Zorgbehoevende persoon

    De zorgbehoevende persoon staat centraal in de zorgverlening. Velen die afhankelijk geworden zijn willen zolang mogelijk in hun vertrouwd milieu blijven wonen en hun zelfstandigheid behouden. Wanneer de zelfzorg niet altijd vlot meer verloopt zal men vaak eerst een beroep doen op het natuurlijk zorgmilieu, zoals de mantelzorgers (zie hieronder Mantelzorgers’).

    De bekwaamheid tot zelfzorg van de zorgbehoevende persoon bevorderen is nog steeds het uiteindelijke doel wanneer iemand hulp krijgt of vraagt. We moeten hem alleen helpen bij de dingen die hij niet zelf kan. Wat hij wél nog zelf kan, hoeven we niet over te nemen. Zelfs integendeel: ook al wordt er wat meer gemorst bij het eten of duurt het aankleden wat langer, moedig de zorgbehoevende persoon toch aan om het zelf te proberen. Wanneer het lukt, zal dat het gevoel van eigenwaarde van de zorgbehoevende persoon zeker ten goede komen. Lukt het niet, dan kan u nog steeds een handje toesteken.

    Het is belangrijk dat de zorgbehoevende persoon ook de kans krijgt zelf te verwoorden hoe en waar hij wil verzorgd worden en tegelijk moet er uiteraard nagegaan worden of het mogelijk is om aan die wensen te voldoen.

    Bij zwaar zorgbehoevende personen wordt zorgdragen een proces van rouwen en loslaten, dat vaak gepaard gaat met heel wat emoties en reacties. Zowel voor de personen rondom hem als voor hemzelf.

    Het kost me nog steeds moeite om moeder niet zelf eten te geven. Wanneer ik zie hoeveel er naast haar bord belandt en hoelang ze erover doet -het bord moet zelfs op een bordverwarmer geplaatst worden- heb ik al mijn zelfbeheersing nodig. Alleen haar voldane glimlach na de maaltijd houdt me tegen om het niet van haar over te nemen.


    2. Mantelzorgers

    Thuis kunnen zijn en blijven is de wens van de meeste mensen, zeker als men zorgbehoevend is. Wie afhankelijk wordt van anderen door ziekte, handicap of ouderdom, verlangt meestal in het vertrouwde milieu te worden verzorgd. Vaak zullen mensen die zorg nodig hebben in eerste instantie terugvallen op hun eigen gezin en hun familie (het natuurlijk zorgmilieu). De meerwaarde van thuis te kunnen zijn, zit vaak in veel kleine, maar heel belangrijke dingen: zichzelf kunnen zijn, eigen levensritme bepalen, eigen cultuur ontwikkelen, kunnen deelnemen aan het gezinsleven, zich veilig en geborgen voelen, …

    Een mantelzorger is een persoon die op geregelde basis en op een niet-beroepsmatige wijze aanvullende, bovennormale zorg verleent aan een zorgbehoevende persoon uit zijn omgeving vanuit de sociale/affectieve relatie die hij met deze persoon heeft. Mantelzorgers kunnen zowel partners, ouders, familieleden, kinderen, buren als vrienden zijn.

    De partner en/of de kinderen, maar ook de broers en zussen, kunnen een grote steun zijn bij de thuiszorg. Wanneer u begrip en hulp vindt bij hen, zal dat uw draagkracht ongetwijfeld ten goede komen. Thuiszorg die gedragen wordt door een gezin of familie heeft immers een grotere basis dan wanneer dit door één persoon gebeurt. Toch zal hun medewerking niet vanzelfsprekend zijn. Als u bijvoorbeeld verwacht dat uw kinderen de thuiszorg mee ondersteunen, dan zullen er afspraken gemaakt moeten worden. Bovendien is uw gezinsleven op zich ook heel belangrijk en zult u dus een goed evenwicht moeten vinden tussen de tijd die u aan de zorgbehoevende persoon besteedt en de tijd die voor uw gezin bedoeld is.

    Nadat ‘bomma’ een beroerte had gekregen en 10 weken in het ziekenhuis verbleef, beslist haar familie om haar opnieuw thuis te laten wonen. Ze zijn met 6 kinderen – 2 dochters en 4 zonen. Elk blijft één keer per week in bomma’s huis overnachten en logeert er één weekend op 6. Ook de kleinkinderen komen regelmatig langs en springen bij. Eén van de dochters nam tijdkrediet en komt elke dag bij haar moeder langs. Een verpleegster en een bejaardenhelpster komen regelmatig aan huis. Zo verdeelt de familie de zorg voor bomma. Zij is gelukkig dat ze thuis kan blijven en geen van de kinderen voelt zich te zwaar belast.

    Een oom of tante, een goede vriendin of een trouwe buurman kunnen in thuiszorg een ondersteunende rol spelen. Vaak is hun hulp welkom wanneer u zelf ziek is, boodschappen moet doen, de kinderen van school haalt of er een weekend tussenuit wil. Zij kunnen u helpen wanneer u de zorg eventjes aan een ander wil overlaten.

    Jammer genoeg herkent niet elke mantelzorger zich hierin. Vaak stoot u op onbegrip en dat iemand eens een weekendje inspringt in de zorg voor moeder, zit er helemaal niet in. De familie heeft het altijd te druk en uw vrienden zijn met de tijd ook weggebleven…

    Hoe hard u de hulp van uw omgeving ook nodig heeft, thuiszorg kan niet opgedrongen worden. U mag echter wel van uw omgeving verwachten dat zij begrip en waardering hebben voor uw keuze om aan thuiszorg te doen. U kan dat stimuleren door hen duidelijk te maken wat thuiszorg inhoudt. Vertel hen wat dat voor u betekent en wat u eigenlijk van hen verwacht. Vraag hen ook aan u duidelijk te maken in welke mate zij willen bijdragen tot de zorg. Misschien zal hun antwoord u allerminst verheugen, maar het moet in elk geval duidelijk zijn.

    Sinds mijn vrouw ziek is, zijn onze vrienden langzaam maar zeker weggebleven. Een gezellig dineetje of een losse babbel zat er immers niet meer in bij ons. In het begin belden ze nog wel eens, voor vijf minuutjes of zo, en ze beloofden gauw eens langs te komen. Daarop wachten en hopen en de ontgoocheling achteraf wanneer er geen telefoontje meer kwam, maakte me erg moe. Nu weet ik dat ze niet meer zullen komen, en alhoewel dit me nog steeds verdrietig maakt, stelt het me wel gerust te weten op wie ik echt kan rekenen en op wie niet…


    3. Externe zorg

    Er zijn heel wat professionele diensten en organisaties die werken met vrijwilligers waarop u als patiënt en als mantelzorger een beroep kunt doen. Ze hebben elk een eigen reglementering en een eigen aanbod van dienstverlening.

    Ongetwijfeld bestaan er nog heel wat andere diensten die heel nuttig zijn, maar in deze Gids niet worden vermeld.

    Professionele basisdiensten:

    Huisarts

    De huisarts kent u vaak al van vroeger. Hij komt als eerste langs, bijvoorbeeld na het ziekenhuisontslag. Hij is dan ook goed geplaatst om te helpen de thuisverzorging op te starten en op te volgen. Vanuit zijn taak en functie heeft hij oog voor de lichamelijke, psychische en sociale gezondheidstoestand van de zieke, evenals van diegenen die de zieke verzorgen. Hij probeert de patiënt zo goed mogelijk te behandelen, waar mogelijk te genezen, maar heeft ook oog voor het voorkomen van ziektes of van de verergering ervan.

    De huisarts weet dat de meeste mensen het liefst zolang mogelijk thuis willen blijven, ook als ze zorgen nodig hebben. Hij kent de mogelijkheden en de beperkingen van de thuiszorg. Hij verwijst geen zorgbehoevende personen naar een instelling (ziekenhuis, verzorgingsinstelling,…) als de mogelijkheden van thuiszorg niet zijn uitgeput. Hij geeft de patiënten en hun families-mantelzorgers informatie over de ziekte en leert hen hoe de verzorging het best kan worden aangepakt.

    Hij weet waar u de nodige informatie kan vinden in uw streek. Bovendien heeft hij aandacht voor goede samenwerking met de andere professionele thuiszorgdiensten. Door middel van zijn voorschriften geeft hij onder andere instructies aan verpleegkundigen en kinesisten. Hij helpt mee de zorg van al deze verschillende personen af te stemmen op de noden van de zieke en zijn omgeving.

    Een goede huisarts is een bondgenoot van de mantelzorger. De mantelzorger is de ‘ervaringsdeskundige in de thuiszorg’. De huisarts erkent u als partner in de zorg en waardeert uw inbreng en inzet. U mag van een goede huisarts ook verwachten dat hij aandacht heeft voor u, als mantelzorger. Tijd maken, communiceren, luisteren naar mantelzorgers is vaak efficiënter dan welke medicatie ook. De huisarts weet immers dat goede zorg voor de zieke afhankelijk is van de draagkracht van zijn omgeving. Daarnaast moet een goede huisarts (de goedkoopste) medicijnen voorschrijven waarvan hij weet wat de neveneffecten zijn. Bovendien is hij op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen.

    Vaak gebeurt het dat de oudere zorgbehoevende persoon een andere huisarts heeft dan deze van de mantelzorger. De verwachtingen ten aanzien van een huisarts kunnen zeer verschillend zijn, wat kan leiden tot conflicten. Uw wensen en gevoeligheden kan u, als mantelzorger, op papier zetten. De huisarts kan dit eventueel bewaren in het medisch dossier van de zorgbehoevende persoon. Indien u niet tevreden is, kan u steeds een andere huisarts zoeken. In het kader van de wet op de patiëntenrechten heeft u recht op vrije keuze van arts. Meer hierover kan u lezen in het hoofdstuk rond de patiëntenrechten (hoofdstuk 14).

    Maak met de huisarts goede afspraken over waar en wanneer u hem kan bereiken. Vraag hem om zijn vervanger(s) op de hoogte te stellen van uw thuiszorgsituatie. Hij dient immers als huisarts steeds een goed evenwicht te zoeken tussen enerzijds een maximaal respect voor de privacy van de zieke en zijn omgeving (hij is gehouden aan zijn beroepsgeheim) en anderzijds het nastreven van een maximale continuïteit in de zorg. Hij zal uw keuzes hieromtrent respecteren en er ook naar handelen.

    Tot slot is het belangrijk te vermelden dat personen die thuis verzorgd worden en zich in een palliatieve situatie bevinden, geen remgeld meer moeten betalen bij de huisarts.

    De artsen die de akkoorden (‘afsprakenconventies’) tussen zorgverstrekkers en de ziekenfondsen aanvaarden, worden geconventioneerde artsen genoemd. Zij engageren zich om de overeengekomen tarieven te respecteren. De artsen die de akkoorden niet aanvaarden worden niet-geconventioneerde artsen genoemd. Zij kunnen hun honorarium vrij bepalen, deze liggen meestal hoger dan het officiële tarief.

    Daarnaast bestaan er ook partieel geconventioneerde artsen. Dit zijn artsen die bij de globale groep ‘geconventioneerde’ artsen worden gerekend maar eigenlijk hun geconventioneerde praktijk mits een aangetekend schrijven naar het RIZIV hebben beperkt tot een deel van hun activiteit. Zo zijn er artsen die hun uren van de gewone raadpleging geconventioneerd werken maar voor hun afspraken een niet-geconventioneerd en dus duurder tarief aanrekenen. Normaal moeten zij hun geconventioneerde praktijkmomenten bekend maken in de wachtzaal.

    Welke artsen geconventioneerd zijn en welke niet, kan u navragen bij uw ziekenfonds.

    Globaal medisch dossier (GMD) bij de huisarts

    Iedereen kan, ongeacht zijn leeftijd, tijdens een raadpleging of bij een huisbezoek aan zijn huisarts vragen een globaal medisch dossier (GMD) samen te stellen of te verlengen. De huisarts kan hier voor ook zelf het initiatief nemen, uiteraard enkel met het akkoord van de patiënt.

    Een globaal medisch dossier wil zeggen dat de huisarts alle medische informatie die over de persoon bekend is, samenbrengt in één dossier. De huisarts is verantwoordelijk voor het beheer van dat dossier. Er kan per persoon slechts één GMD worden opgesteld, beheerd door één enkele huisarts. Uiteraard blijft men vrij om andere huisartsen of specialisten te contacteren.

    De bedoeling van dergelijk dossier is nutteloze onderzoeken en dubbele behandelingen te vermijden en een vlottere uitwisseling van gegevens en doorverwijzing naar andere zorgverleners te garanderen.

    U betaalt eenmaal per jaar €25,00 aan uw huisarts om uw dossier te beheren. Dit bedrag wordt volledig terugbetaald door uw ziekenfonds.

    Aan de keuze voor dit globaal medisch dossier is een financieel voordeel verbonden:

    • alle patiënten met een GMD genieten een remgeldvermindering van 30% op consultaties bij de vaste huisarts;
    • bij huisbezoeken overdag geldt deze remgeldvermindering enkel voor 75-plussers en chronisch zieken.


    Apotheker

    Wat?

    Een goede apotheker helpt u de juiste en goedkoopste medicatie te vinden en helpt u met het correct gebruiken van geneesmiddelen. Hij geeft u de nodige informatie. Dit correcte gebruik is nodig om een maximaal rendement uit uw geneesmiddel te halen met zo weinig mogelijk bijwerkingen. Indien de huisarts u medicatie voorgeschreven heeft waarvoor een even goed maar goedkoper alternatief bestaat, kan de apotheker u dit aanraden.

    Bij aankoop van bepaalde verzorgingsproducten kan het kopen van een grote hoeveelheid (verpakking) voordeliger zijn dan telkens weer kleine hoeveelheden.

    Voor wie?

    Bij de apotheker kan u uiteraard terecht voor aankoop van en advies over geneesmiddelen. U kan er ook verzorgingsproducten kopen of soms huren.

    Waar?

    Apothekers vindt u in de Gouden Gids, onder de rubriek ‘apothekers’.

    Prijs?

    Alle geneesmiddelen hebben een code. Deze bepaalt hoeveel u zelf moet betalen. Ze staat genoteerd op de verpakking van het geneesmiddel.

    Heel wat producten bij de apotheker zijn goedkoper mét voorschrift dan zonder voorschrift. Vraag uw huisarts om hierop te letten wanneer hij voorschrijft.

    In de groepen geneesmiddelen waar er een goedkoper generisch alternatief ter beschikking is, wordt de terugbetaling berekend op de lagere generische prijs. Indien uw arts toch nog het duurdere (niet-generische) geneesmiddel voorschrijft, kan het zijn dat u méér dan het gewone remgeld moet betalen. Hier spreekt men van het referentieterugbetalingssysteem.

    Een generisch geneesmiddel is een middel dat aan de volgende drie voorwaarden voldoet:

    1. het patent van het originele geneesmiddel is vervallen;
    2. de kwaliteit van het middel is vergelijkbaar met die van het origineel;
    3. en de prijs van het generisch middel ligt minstens 26% lager dan die van het origineel.

    Generische geneesmiddelen zijn even werkzaam als de originele. Ze bevatten dezelfde bestanddelen met dezelfde sterkte, onder dezelfde vorm en toedieningswijze. Bovendien worden zij door het lichaam in dezelfde mate opgenomen.

    Daarnaast bestaan er ook nog magistrale bereidingen. Dit zijn geneesmiddelen die de apotheker zelf bereidt. Hier wordt het remgeld berekend per standaard hoeveelheid (bijvoorbeeld 20 capsules). Het bedraagt €0,27 voor voorkeurstarief en €0,96 voor gewone verzekerden. Ook hier kan het zijn dat u slechts van terugbetaling kan genieten mits voorafgaande toestemming van de adviserend geneesheer van uw ziekenfonds. Voor sommige bereidingen (bijvoorbeeld oogdruppels) moet u wat meer betalen. Het tarief wordt dan €0,60 voor het voorkeurstarief en €2,00 voor de gewone verzekerden.

    Denk eraan dat bepaalde attesten die noodzakelijk zijn voor het verkrijgen van medicijnen kunnen vervallen. Vraag tijdig nieuwe attesten aan.

    Vele apothekers werken met ‘ristorno tickets’. Dit houdt in dat u al uw kastickets mag indienen bij uw apotheker. U krijgt dan een bepaald percentage van uw uitgaven terugbetaald. Dit geldt enkel voor niet-terugbetaalde geneesmiddelen.

    Bij apothekers kan u, zoals bij een uitleendienst, ook materiaal huren, zoals een aërosolapparaat en dergelijke. Prijzen vergelijken is dus de boodschap! Ook kwaliteit en beschikbaarheid (24 uur op 24, 7 dagen op 7) zijn belangrijk.

    Wie tijdens de wachtdienst bij de apotheker medicijnen haalt, zal een ‘wachttarief’ (=hoogdringendheidshonorarium) betalen. Dit bedraagt ongeveer €4,45. Indien u echter met een voorschrift door het ziekenfonds terugbetaalde geneesmiddelen nodig hebt, dan betaalt u dit bedrag niet. Het wordt dan ten laste genomen door de ziekteverzekering.

    Bijna alle apothekers werken met de ‘derde betalersregeling‘. U betaalt dus enkel het remgeld. De rest krijgt de apotheker nadien door uw ziekenfonds uitbetaald. Om van deze regeling te kunnen genieten moet u wel uw SIS-kaart tonen bij overhandiging van het voorschrift. Deze kaart bevat ongeveer dezelfde gegevens als de kleefbriefjes die vroeger op het voorschrift moesten gekleefd worden. U kan steeds vragen om de informatie die op de kaart vermeld staat te lezen.

    U koopt een geneesmiddel dat €12,39 kost. Toch betaalt u bij de apotheker slechts €5,55. De overige €6,84 ontvangt de apotheker via een tarifiëringsdienst van het ziekenfonds.


    Thuisverpleging

    Wat?

    Voor verpleegkundige zorgen aan huis, kan u zich richten tot een dienst voor thuisverpleging, of tot een zelfstandige thuisverpleegkundige. Deze laatsten werken met twee of meerderen samen en vormen op die manier een team. Daarnaast kunnen zelfstandig verpleegkundigen zich ook verenigen in kringen.

    Voor wie?

    Iedereen die verpleegkundige zorgen aan huis nodig heeft, kan een beroep doen op thuisverpleging. De dokter schrijft voor welke zorgen er thuis moeten gegeven worden. Er zijn ook handelingen waarvoor geen voorschrift van de dokter noodzakelijk is.

    U kan een thuisverpleegkundige vragen voor het geven van algemene hygiënische verzorging (zoals het dagelijks toilet), wondverzorging, het geven van inspuitingen, oogdruppels, aanbrengen van steunkousen of compressiezwachtels, lavementen, zorg bij blaassonde, het toedienen van infusen, diabeteseducatie enzovoort.

    Welke?

    De huisarts zal, indien u nog geen ervaring hebt, met u het aanbod bespreken welke verpleegkundige of diensten van thuisverpleging er in uw woonzone kunnen gecontacteerd worden. De uiteindelijke keuze ligt wel bij u als patiënt.

    U kan terecht bij erkende diensten voor thuisverpleging (het Wit-Gele Kruis, Solidariteit voor het Gezin, OCMW’s enzovoort). Deze thuisverpleegkundigen werken in loondienst van deze organisaties. U kan hiervoor terecht op de volgende websites:

    Indien u een beroep wenst te doen op een zelfstandig thuisverpleegkundige:

    • Vlaamse Beroepsvereniging voor Zelfstandig Verpleegkundigen: http://www.verplegingthuis.be of 070/22 26 78
    • U vindt ook zelfstandig verpleegkundigen, die al dan niet werken in een Kring, in de Gouden Gids onder de rubriek ‘verpleging aan huis’.

    Ook de sociale diensten van het ziekenfonds, de regionale dienstencentra, het OCMW en de SIT’s kunnen u een overzicht geven van de diensten voor thuisverpleging in uw streek. Deze informatie kan u ook verkrijgen op het secretariaat van de Werkgroep Thuisverzorgers.

    Prijs?

    Eén van de voorwaarden om als thuisverpleegkundige (zowel loontrekkende als zelfstandige) actief te kunnen zijn is een registratie bij het RIZIV (Rijksdienst voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering). Zij krijgen de mogelijkheid om de zogenaamde conventie (een overeenkomst tussen de thuisverpleegkundigen en de ziekenfondsen) te ondertekenen en op deze manier te werken aan de officiële tarieven. Deze overeenkomst waarborgt de terugbetaling van de verpleegkundige zorg.

    Voor zelfstandige thuisverpleegkundigen die een overeenkomst hebben ondertekend, zijn de honoraria en de terugbetalingstarieven dezelfde als voor thuisverpleegkundigen die in dienstverband werken.

    De betaling van de thuisverpleegkundigen kan op twee manieren gebeuren:

    • “terugbetaaltarief”: dit wil zeggen dat u de volledige rekening betaalt en dit bedrag volledig terugtrekt van het ziekenfonds;
    • “derdebetalersregeling”: dit wil zeggen dat u als patiënt helemaal niets moet betalen aan de thuisverpleegkundigen, zij innen hun honoraria rechtstreeks bij het ziekenfonds.

    De berekeningssystemen van de verpleegkundige handelingen is afhankelijk van de graad van zorgbehoevendheid:

    • Terugbetaling per prestatie: voor niet zwaar zorgbehoevenden:

      In het RIZIV werd een lijst opgesteld met verpleegkundige handelingen die voor terugbetaling in aanmerking komen: wondverzorging, inspuitingen, hygiënische verzorging, blaasspoelingen, lavementen enzovoort. Dit noemt men de nomenclatuur.

      Een thuisverpleegkundige mag deze handelingen enkel uitvoeren op voorschrift van een arts. In het voorschrift bepaalt de arts de aard van de verpleegkundige zorg, hoe vaak de zorg gegeven wordt, welke medicatie er nodig is, de wijze waarop de zorg moet worden uitgevoerd alsook de begin- en eindperiode waarin de zorgen moeten gegeven worden.

      Uitzondering hierop is de hygiënische verzorging waarvoor geen voorschrift vereist is. De thuisverpleegkundige zelf maakt een aanvraag voor hygiënische verzorging op en bezorgt die aan de medisch adviseur van het ziekenfonds.

    • Betaling met forfaits: voor zwaar zorgbehoevenden:

      Bij erg zorgafhankelijke patiënten, is de verpleegkundige zorg echter niet samen te vatten in een reeks verpleegtechnische handelingen. Daarom werd voor de verpleging van deze patiënten een systeem ingevoerd waarbij de thuisverpleegkundige wordt betaald met een ‘forfait’ per dag en dus een vaste som krijgt per verzorgingsdag afhankelijk van de graad van zorgbehoevendheid van de persoon die hij verzorgt.

      Er bestaan drie categorieën: erg zorgafhankelijke patiënten (categorie A), zeer erg zorgafhankelijke patiënten (categorie B) en de meest erg zorgafhankelijke patiënten (categorie C). Of een zorgafhankelijke patiënt bij categorie A, B of C wordt ingedeeld, hangt af van zijn ‘score’ op de ‘KATZ-schaal’, afgenomen door de verpleegkundige.

      De zorgafhankelijke patiënt krijgt volgens deze schaal een aantal punten (de score) voor wassen, kleden, verplaatsen, toiletbezoek, incontinentie en eten. Om zwaar zorgbehoevend te zijn, moet de patiënt scoren in bepaalde, specifieke rubrieken. De zorgbehoevende personen en hun familie kunnen inzage vragen in de beoordeling. Het is immers nuttig te weten welke score werd toegekend, zodat men precies weet op welke zorgen men recht heeft.

      De vergoeding is niet afhankelijk van het aantal keren dat de verpleegkundige per dag langskomt. De regel is dat zij zoveel langskomt als nodig voor de zorgbehoevende persoon. Voor het weekend gelden hogere tarieven. De forfaitregeling voorziet minimaal in het toedienen van hygiënische zorgen. Voor een forfait A en B is minstens één huisbezoek vereist waarin de hygiënische zorgen vervat zijn. Voor het forfait C zijn minstens twee huisbezoeken vereist waarvan bij één huisbezoek de hygiënische zorgen vervat zijn.

      Voor meer informatie rond de KATZ-schaal raadpleegt u de website van het RIZIV: http://www.riziv.be.

    Wanneer de verpleegkundige enkel gevraagd wordt voor een prestatie die niet voor terugbetaling in aanmerking komt (bijvoorbeeld het aandoen van een korset, het controleren van de bloedsuiker bij diabetespatiënten), mag zij daarvoor een supplementaire vergoeding aanrekenen die niet door het ziekenfonds terugbetaald wordt. Wanneer het zorgafhankelijke patiënten betreft van categorie A, B of C mag de verpleegkundige dit supplement niet aanrekenen.

    Bepaalde medische verbruiksgoederen (bijvoorbeeld verblijfsonden, specifiek wondzorgmateriaal enzovoort) en verzorgingsproducten (bijvoorbeeld zalven, ontsmettingsmiddelen of incontinentiemateriaal) moet de patiënt vooraf aankopen. Bij het toedienen van injecties worden de naald en spuit door de verpleegkundige geleverd. Bij wondzorg leveren zij de verbandset, de patiënt betaalt de bijkomende ontsmettingsmiddelen en verbanden. Er kunnen verschillen optreden in wat de verpleegkundigen aanrekenen, naargelang de regio of de dienst waar ze deel van uitmaken. Het kan dus nuttig zijn dit vooraf te bekijken met de verpleegkundigen!

    Het is ook nog belangrijk te vermelden at thuisverpleegkundigen een forfaitair én supplementair honorarium krijgen in het geval dat de patiënt die ze verzorgen palliatief is.

    Klachten?

    Als u vindt dat u meer thuisverpleegkundige hulp nodig heeft dan u op dat moment krijgt, bespreek dit dan met uw verpleegkundige, met de hoofdverpleegkundige van de dienst of uw huisarts. Krijgt u niet de hulp die u nodig heeft na erover gepraat te hebben, kijk dan eventueel uit naar een andere verpleegkundige (dienst).

    Indien u klachten heeft over de zorgen die door de verpleegkundige werden toegediend of over de frequentie van zorgverlening, dan kan u deze melden aan de medisch adviseur van uw ziekenfonds. Hij zal uw klacht, eventueel ter plaatse, onderzoeken en mogelijk maatregelen nemen.

    De moeder van Els is zwaar zorgbehoevend en woont bij haar in. Ze had een verpleegster die tweemaal per dag langskwam, maar moeder had driemaal per dag een verpleegkundige nodig. Els zocht een andere verpleegster die wel bereid was om driemaal langs te komen. Toen ze die vond, contacteerde ze eerst de verpleegkundige en het diensthoofd die bijkomende hulp hadden geweigerd. Bij een kop koffie vroeg Els een visite méér, die haar nogmaals geweigerd werd. Els bedankte hen vriendelijk voor alle bewezen diensten, zei dat ze steeds tevreden was geweest maar dat ze vanaf heden een andere verpleegster had die wel driemaal per dag kon komen.


    Diensten voor gezinszorg

    Wat?

    De diensten voor gezinszorg (vroegere gezins- en bejaardenhulp) kunnen u thuis bijstaan in de huishouding en in de persoonsverzorging. Zij bieden ook een algemene psychosociale en pedagogische ondersteuning. Een gezins- en bejaardenhelpster wordt nu ‘verzorgende’ genoemd.

    Dit is een professionele kracht die op deskundige wijze kan instaan voor onder meer het bereiden van maaltijden, boodschappen doen, was en strijk, onderhoud van de woning, de persoonsverzorging van de zieke, gehandicapte of bejaarde persoon, de aandacht en de zorg voor kinderen, het scheppen van een aangename en rustige sfeer in huis en hulp bij administratieve taken.

    In haar taak wordt de verzorgende ondersteund en begeleid door de maatschappelijk werker. Die beluistert uw hulpvraag en zoekt samen met u hoe u het best geholpen wordt. Zij kan u ook informeren over andere bestaande mogelijkheden in de thuiszorg.

    De meeste erkende diensten voor gezinszorg beschikken ook over een poetsdienst (zie hieronder ‘Poetshulp‘).

    Voor wie?

    Gezinnen of ouderen die niet meer geheel zelfstandig kunnen instaan voor het huishouden of voor wie verzorging en ondersteuning noodzakelijk zijn, kunnen een beroep doen op diensten voor gezinszorg. Het kan gaan om personen met een handicap, zieke personen of personen met psychische of sociale moeilijkheden. Jonge gezinnen kunnen ook thuis hulp krijgen bij zwangerschap en geboorte.

    De hulp heeft steeds de bedoeling om de zelfzorg van de zorgbehoevende persoon te stimuleren en de aanwezige mantelzorg te ondersteunen.

    Waar?

    De erkende diensten voor gezinszorg zijn georganiseerd als private vzw of als een openbare dienst, zoals een OCMW.

    De lijst van erkende diensten kan worden opgevraagd bij de Werkgroep Thuisverzorgers en andere verenigingen van gebruikers en mantelzorgers. Vele OCMW’s beschikken over een dienst voor gezinszorg. Informeer u bij uw OCMW.

    Enkele voorbeelden van private diensten voor gezinszorg zijn: Familiehulp, Familiezorg West-Vlaanderen, Familiezorg Oost-Vlaanderen, Landelijke Thuiszorg, Solidariteit voor het Gezin, Onafhankelijke Thuiszorg, Thuishulp van de Bond Moyson enzovoort. Meer informatie over deze private diensten vindt u terug bij de links op de Thuiszorgsite van de Vlaamse Gemeenschap: http://www.zorgengezondheid.be.

    Beroep doen op een dienst voor gezinszorg is onafhankelijk van uw lidmaatschap bij een mutualiteit.

    Prijs?

    De diensten voor gezinszorg worden erkend en gesubsidieerd door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Dit houdt in dat er vaste reglementeringen gelden en dat ook de financiële bijdrage van de cliënt op eenvormige wijze wordt vastgesteld voor alle erkende diensten.

    De bijdrage die u betaalt voor de hulp is enerzijds afhankelijk van de gezinssamenstelling en anderzijds afhankelijk van het inkomen en de lasten van de zorgbehoevende persoon en zijn gezin. Onder ‘lasten’ verstaat men de uitzonderlijke medische en farmaceutische onkosten die het gezinsbudget op een abnormale wijze belasten.

    Men houdt hier rekening met alle inkomsten van de alleenstaande en alleenwonende persoon of van twee of meerdere personen van dezelfde generatie die samen een huishouden vormen. Als personen van verschillende generaties in dezelfde woning verblijven en er gemeenschappelijk leven, moet er enkel rekening gehouden worden met de inkomsten van de generatie waartoe de zorgbehoevende persoon behoort. Met de inkomsten van de andere generaties moet dan geen rekening gehouden worden.

    De minimumbijdrage bedraagt €0,50 per uur, doch kan oplopen tot de reële kostprijs van de hulp, die in uitzonderlijke gevallen tot €22,50 kan bedragen. De gemiddelde bijdrage ligt rond de €3,00 per uur.

    Op dit bedrag kan de dienst voor gezinszorg een toeslag van 5% per uur toepassen indien de dienst in uw regio ‘wijkwerking’ voor de verzorgenden organiseert. Ook kan een toeslag worden aangerekend voor het verlenen van hulp- en dienstverlening op onregelmatige uren. Het betreft 30% voor hulp verleend op zaterdagen of tussen 20u en 7u. Voor hulp verleend op zon- en feestdagen kan 60% toeslag aangerekend worden.

    In bepaalde omstandigheden kunnen belangrijke medische kosten tegen bewijzen ingebracht worden en in vermindering worden gebracht van het inkomen.

    Daarenboven hebben zwaar zorgbehoevende cliënten recht op een aantal forfaitaire kortingen op de cliëntbijdrage:

    • voor zware zorgbehoevendheid geldt een korting van €0,65 per uur (de graad van zorgbehoevendheid wordt bepaald aan de hand van de ‘BEL-schaal’, mensen met een score op de ‘BEL-schaal’ van minstens 35 punten worden beschouwd als zwaar zorgbehoevende personen);
    • indien men daarnaast langdurige gezinszorg geniet (langer dan 1 jaar), geldt een bijkomende korting van €0,25 per uur;/li>
    • indien men ook nog meer dan 60 uur per maand gezinszorg geniet, geldt een bijkomende korting van €0,35 per uur.

    Tot slot kan vanuit de Dienst voor Gezinszorg een afwijkende gezinsbijdrage worden vastgesteld, in afspraak met het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Dit gebeurt indien de bijdrage volgens het vastgestelde barema niet in overeenstemming is met uw reële financiële draagkracht. Hierbij kan ook rekening gehouden worden met ernstige sociale problemen.

    Zie de bijlage achteraan voor meer informatie rond de BEL-schaal.

    Procedure?

    Wanneer u een beroep doet op een dienst voor gezinszorg, dan wordt er een sociaal onderzoek uitgevoerd. De maatschappelijk werker zal de graad van zorgbehoevendheid vaststellen aan de hand van de BEL-schaal. Hij zal nagaan wat de persoon waarvoor hulp wordt gevraagd nog kan of niet kan. Zo zal er een score worden bepaald. Er wordt beslist hoeveel uren hulp u kan krijgen. Tevens wordt uw financiële bijdrage berekend aan de hand van bewijsstukken, waaronder uw belastingsbrief.

    U vindt de berekeningswijze van de bijdrage terug in het formulier ‘F51’ dat aan u ter ondertekening wordt voorgelegd. Onderteken dit formulier pas wanneer het volledig is ingevuld. De cliëntbijdrage wordt regelmatig herzien, minstens jaarlijks, of bij belangrijke wijzigingen in de situatie. Dit formulier vindt u terug in bijlage.

    Opmerking: Soms betalen het ziekenfonds, het OCMW, de provincie of uw (gewezen) werkgever een deel van de kosten voor gezinszorg terug. Informeer u hierover. Ook de maatschappelijk werker van de dienst gezinszorg moet u hierover inlichten.

    Beschikbaarheid?

    Met de dienst voor gezinszorg kan u bespreken wanneer en hoeveel hulp u nodig heeft. Indien noodzakelijk kan een verzorgende ook ’s nachts, in het weekend of op feestdagen helpen. Dit kan enkel indien het noodzakelijk is om een goede thuiszorg mogelijk te maken (bijvoorbeeld ter ondersteuning van de activiteiten van het dagelijks leven en de persoonsverzorging).

    Als de dienst voor gezinszorg niet kan tegemoetkomen in de noodzakelijke hulp, dan zijn ze verplicht samen te werken met de andere diensten. Het is dus mogelijk dat de verschillende diensten voor gezinszorg in overleg bij één gezin langskomen.

    Klachten?

    Het is belangrijk al uw wensen, vragen en bedenkingen met betrekking tot de hulpverlening te bespreken met de maatschappelijk werkster. Zij heeft de opdracht samen met u de gepaste oplossing te zoeken voor uw specifieke situatie.

    Eventueel kan u uw vragen of mogelijke klachten ook melden aan het diensthoofd.

    In het kader van het kwaliteitsdecreet hebben alle diensten een klachtenprocedure. Bij de start van de hulpverlening is elke erkende dienst verplicht u hierover informatie te geven.

    Indien uw klacht onvoldoende gehoor vindt bij de maatschappelijk werker of diensthoofd, kan u in laatste instantie terecht bij de administratie van de Vlaamse Gemeenschap:

    Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid
    Erna Scheers
    Preventie, Eerstelijn en Thuiszorg
    Team Eerstelijn en Thuiszorg
    Koning Albert II laan 35 bus 33
    1030 BRUSSEL
    Tel: 02/553 33 55
    Fax: 02/553 36 90

    Aanvullende diensten:

    Ergotherapeuten

    Wat?

    Een ergotherapeut is vanuit zijn opleiding erop gericht het dagelijks functioneren van personen, die in hun handelingen beperkt zijn, zo gemakkelijk mogelijk te maken.

    Een ergotherapeut kan helpen bij het leren gebruiken van hulpmiddelen, het aanpassen van de woning aan bepaalde beperkingen van de bewoner, het zoeken van een aangename tijdsbesteding, het helpen organiseren en uitvoeren van een dagplanning in de huishouding voor personen met psychische problemen enzovoort.

    Naast deze concrete en praktische gerichte hulp kan de ergotherapeut ook instaan voor therapie aan huis, voor die personen waarvoor de arts dergelijke begeleiding nodig acht. Het gaat om oefeningen voor kinderen met leerproblemen, training in kookactiviteiten voor zelfstandig wonende personen met een handicap, leren omgaan met geschikt materiaal voor tijdsbesteding, oefeningen voor personen die na een hersenbloeding liever thuis revalideren enzovoort.

    De ergotherapeut zal bij de aanvang van een interventie met de hulpvrager en de eventuele doorverwijzer bespreken wat precies de inhoud van de hulpvraag is en op welke wijze er het best kan worden samengewerkt om deze vraag optimaal te beantwoorden.

    Voor wie?

    Wie concrete hulp of therapie aan huis, zoals hierboven verduidelijkt, nodig heeft, kan een beroep doen op een ergotherapeut.

    Waar?

    U kan terecht bij de sociale dienst van het ziekenfonds of bij zelfstandige ergotherapeuten. Daarnaast hebben ook verschillende OCMW’s, lokale en regionale dienstencentra’s en diensten voor gezinszorg ergotherapeuten ter beschikking.

    Voor heel Vlaanderen werd een netwerk van dienstverleners-ergotherapeuten opgezet, met de naam ‘EDITH’ (Ergotherapeutische Dienstverlening In Thuiszorg). EDITH is te bereiken op het centraal nummer 0497/37.15.57.

    De contactnummers voor de verschillende provincies zijn:

    • Antwerpen: 03/226 28 61
    • Oost-Vlaanderen: 051/68 90 69
    • Vlaams-Brabant: 03/226 28 61
    • West-Vlaanderen: 0477/67 71 15
    • Limburg: 0497/54 08 33

    Prijs?

    De ergotherapeut heeft geen statuut, zodat prijzen niet vastliggen. De ergotherapeut zal zowel met de hulpvrager zelf werken als samenwerken met de professionele en niet-professionele hulpverleners om op die wijze de kosten van de ergotherapeutische interventie zo laag mogelijk te houden, aangezien er totnogtoe geen terugbetaling voorzien is.

    Doet u een beroep op een ergotherapeut die is aangesloten bij EDITH, dan garandeert deze u een kwaliteitsvolle dienstverlening tegen een maximumprijs van €12,50 per half uur (prijs in 2005).

    Sommige ziekenfondsen hebben, vanuit de aanvullende vrije verzekering, een eigen dienst ergotherapie. Vaak is die goedkoper of zelfs gratis.

    Logopedisten

    Wat?

    Een logopedist heeft een opleiding van 3 of 4 jaar genoten en heeft sinds 1995 een beroepsstatuut. Elke logopedist kan een erkenningsnummer bij het RIZIV aanvragen. Sommige logopedisten werken in dienstverband (bijvoorbeeld in een ziekenhuis, een revalidatiecentrum of een school). Anderen werken op zelfstandige basis en komen al dan niet aan huis.

    Voor wie?

    Voor kinderen en volwassenen biedt de logopedist hulp bij spraakproblemen zoals articulatiestoornissen (vb. lispelen), vloeiendheidsstoornissen (vb. stotteren, broddelen) of stemstoornissen (vb. aanleren van slokdarmspraak na het operatief verwijderen van de stembanden). Daarnaast behandelt de logopedist eveneens taalproblemen (vb. taalontwikkelingsstoornissen; afasie na CVA of beroerte), leerproblemen (vb. dyslexie, dyscalculie) en gehoorproblemen (vb. ouderdomsdoofheid). De logopedist kan ook hulp bieden aan kinderen met eet- en drinkproblemen en volwassenen met slikproblemen (vb. afbouwen van sondevoeding, leren slikken na wegname van een gezwel in de mond, afasie).

    Waar?

    U vindt logopedisten in de Telefoongids (Handels- en Beroepengids). U kan ook terecht bij de sociale dienst van uw ziekenfonds. De Vlaamse Vereniging voor Logopedisten (VVL) geeft jaarlijks een lijst uit met alle aangesloten logopedisten. Het adres is :

    Vlaamse Vereniging voor Logopedisten (VVL),
    Stadspoort 21 bus 3
    2200 Herentals
    Tel.: 014/21 90 11
    Fax: 014/22 08 73
    Website: http://www.vvl.be

    Prijs?

    De zelfstandige logopedist werkt op voorschrift van een geneesheer-specialist. Niet alle logopedische problemen komen voor terugbetaling in aanmerking. Raadpleeg hiervoor de sociale dienst van uw ziekenfonds of de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten (VVL). Om een terugbetaling te verkrijgen dient de logopedist eerst een aanvraag tot tussenkomst in te dienen bij het ziekenfonds van de patiënt. Het ziekenfonds zal dan over het al dan niet terugbetalen beslissen en deze beslissing schriftelijk meedelen aan de patiënt. Bij een positief antwoord wordt de behandeling voor 75% terugbetaald (90% voor WIGW’s met voorkeurregeling). Een behandeling bij een zelfstandige logopedist kost €15,87 (prijs in 2005) per sessie (minimum 30 minuten).

    Kinesitherapeuten

    Wat?

    De kinesitherapeut heeft een universitaire of hogeschoolopleiding genoten en beschikt sinds 1995 over een volwaardig beroepsstatuut. Hij heeft erkenning zowel bij het Ministerie van Sociale Zaken (RIZIV) voor de terugbetaling van zijn prestaties als bij het Ministerie van Volksgezondheid. Sommige kinesitherapeuten hebben zich bijgeschoold in bijzondere bekwaamheden zoals incontinentie, lymfedrainage, kinderen met een hersenletsel, manuele therapie enzovoort. De meesten werken als zelfstandigen in een eigen praktijk of in een associatie. Anderen werken in een bediendestatuut in een instelling (ziekenhuis, rust- en verzorgingstehuis, revalidatiecentrum) of zijn verbonden aan een onderwijsinstelling (BLO, BuSo).

    Voor wie?

    Mensen die nood hebben aan massage, mobilisatietechnieken, verscheidene vormen van oefentherapie en fysiotechniek (elektrotherapie, thermotherapie, ultrageluid enzovoort) kunnen terecht bij een kinesitherapeut. Hij zal, aangepast aan de individuele noden van de patiënt, de gevolgen op het bewegingsstelsel van ziekte- en verouderingsprocessen, ongevallen of chirurgische ingrepen tot een minimum herleiden. Ook de behandeling van circulatiestoornissen, ademhalingsproblemen, incontinentiestoornissen, houdingsafwijkingen e.a. behoort tot zijn werkterrein.

    Waar?

    De adressen van de kinesitherapeuten vindt u in de rubriek kinesitherapeuten in de Gouden Gids.

    Prijs?

    De kinesitherapeut werkt op voorschrift van een verwijzend arts. Dit voorschrift is een noodzakelijk document om terugbetaling van het ziekenfonds te verkrijgen. Hij kan zowel in het eigen kabinet als aan huis behandelen. De keuze is afhankelijk van de mobiliteit van de patiënt en de aangewezen behandeltechnieken.

    De patiënt zal, afhankelijk van zijn sociaal statuut (mensen met verhoogde tegemoetkomingen, onder andere WIGW), al dan niet gekoppeld aan de voorkeursregeling en van de aard van de aandoening, terugbetaling van het ziekenfonds genieten.

    Iedereen heeft recht op 18x kine (= courante zittingen) met hoogste terugbetaling, afhankelijk van het statuut waarin de patiënt zich bevindt (WIGW of gewone rechthebbende, vb). Voor dezelfde aandoening kan de patiënt op voorschrift van de arts nog steeds kine volgen en dit onbeperkt, MAAR het remgeld ligt ongeveer dubbel zo hoog. Voor een andere pathologie kan echter, mits motivatie van de voorschrijvende arts opnieuw 18 x kine bekomen worden. Het aanvragen van kine voor een andere pathologie kan per rechthebbende 3x per jaar aangevraagd worden.

    Indien de patiënt een ernstige aandoening is overkomen (= F-pathologie) heeft hij recht op 60x kine met hoogste terugbetaling volgens zijn statuut, boven de 60x geldt dan weer de regel van verhoogd eigen aandeel.

    Indien de patiënt een zeer ernstige aandoening is overkomen (meestal zonder volledig herstel) dan heeft de patiënt recht op alle dagen kine, de kinesitherapeut vraagt dan een goedkeuring voor E-pathologie aan bij de adviserend geneesheer. Gaat deze laatste akkoord, dan wordt de E-pathologie toegekend voor maximum 3 jaar (maar deze kan praktisch altijd verlengd worden). De meeste thuiszorgpatiënten vallen onder E-pathologie.

    Voetbehandeling

    Wat?

    De pedicure heeft een speciale opleiding genoten. Zij verschilt daarin van de schoonheidsspecialiste, die ook aan voetverzorging kan doen, maar zich moet beperken tot het bijknippen en verzorgen van nagels aan handen en voeten.

    De podoloog verschilt van de pedicure. Dit is een paramedicus die na verwijzing van een arts of specialist patiënten met klachten ter hoogte van de voet onderzoekt en indien nodig behandelt. Hij behandelt de voet met klachten en functiestoornissen. De podoloog beschikt hiervoor over speciale onderzoeks- en behandelingstechnieken. Enkel en alleen diegenen die een voltijdse dagopleiding (graduaatsopleiding) van minimum drie jaar hebben doorlopen mogen zich gegradueerd podoloog noemen. Meer informatie over podologen vindt u op de website van de Vereniging van Gegradueerde in de Podologie:

    http://www.podologieweb.be

    Voor wie?

    Wie (zonder risicofactoren zoals diabetespatiënten,…) nood heeft aan verzorging van kalknagels, likdoorns, ingegroeide nagels, eelt enzovoort kan een beroep doen op een pedicure. De pedicure kan mensen thuis ontvangen of op huisbezoek gaan. U kan op voorschrift van de huisarts een pedicure aanvragen, maar dit kan evengoed gebeuren op eigen initiatief.

    Mensen met ernstige klachten en functiestoornissen of risicopatiënten (bijvoorbeeld diabetespatiënten en reumapatiënten) met bovenvernoemde klachten gaan naar een podoloog, op verwijzing van een arts.

    Waar?

    U vindt pedicuren in de Gouden Gids onder de rubriek ‘Pedicure’. Ook in sommige lokale dienstencentra kan je terecht voor een pedicure.

    U vindt een gegradueerde podoloog via de website van de gouden gids en via podologieweb.

    Prijs?

    De prijzen voor een behandeling bij een pedicure zijn niet gereglementeerd. Dit betekent dat de pedicure zelf de prijs bepaalt, deze kan variëren tussen €7,50 en €50,00 per behandeling.

    De prijzen voor behandelingen door een gegradueerd podoloog voor diabetespatiënten met een bepaald risicoprofiel zijn wel gereglementeerd en bedragen €25,13.

    Sommige ziekenfondsen betalen een deel van de kosten terug (afhankelijk van bepaalde voorwaarden, zoals de leeftijd van de patiënt) wanneer u op voorschrift van de arts naar een pedicure of naar een gegradueerd podoloog is geweest. Laat u de pedicure aan huis komen, dan is het mogelijk dat u extra verplaatsingskosten betaalt.

    Diëtist

    Wat?

    De diëtist of gegradueerde in de voedings- en dieetkunde heeft een opleiding van drie jaar hoger onderwijs genoten. Sinds 1997 is de beroepstitel ‘diëtist’ wettelijk erkend. De diëtist werkt op voorschrift van de behandelend geneesheer. De arts schrijft een dieet voor, dat door de diëtist wordt uitgewerkt tot concrete en praktische voedingsadviezen. Wanneer men niet lijdt aan een bepaalde ziekte waardoor een dieet noodzakelijk is, maar toch advies wil van een diëtist, is geen dieetvoorschrift van de arts vereist.

    De diëtist is dus opgeleid om voedingsconsultaties op professionele wijze te voeren. Hij zorgt voor geïndividualiseerde diëten, aangepast aan uw persoonlijke eet- en leef-gewoontes. Hij helpt u bij het navolgen van het dieet.

    Voor wie?

    Zowel zieke als gezonde mensen die advies willen krijgen inzake voeding, kunnen bij een diëtist terecht. Dit kan gaan om adviezen bij gewichtsproblemen, suikerziekte, te hoog cholesterolgehalte in het bloed, principes van gezonde voeding, spijsverteringsmoeilijkheden, eetstoornissen bij kinderen of bij volwassenen, opvolging van sondevoeding thuis, voeding voor bejaarden, allergieën en voedingsintoleranties, voeding bij zwangerschap, borstvoeding, vegetarische voeding, sportvoeding enzovoort.

    Waar?

    Dieetconsultaties kunnen doorgaan in het ziekenhuis of in een zelfstandige praktijk. Sommige zelfstandig werkende diëtisten komen ook aan huis.

    Adressen van zelfstandig werkende diëtisten kan men bekomen:

    • bij de huisarts, die regelmatig met diëtisten samenwerkt;
    • door de Telefoongids (Handels- en beroepengids) te raadplegen onder de rubriek ‘Diëtisten’;
    • door contact op te nemen met de Vlaamse Vereniging van Voedingskundigen en Diëtisten:

    Vlaamse Vereniging van Voedingskundigen en Diëtisten
    Vergote Square 43
    1030 Brussel
    Tel: 02/380 80 98 of 0478/48 20 48
    Website: http://www.vvvd.be

    Ook in sommige lokale dienstencentra kan je terecht voor een diëtist.

    Prijs?

    Er bestaan geen wettelijk vastgelegde tarieven voor consultaties. De prijs van een raadpleging kan door elke diëtist vrij bepaald worden. Vanuit de Vlaamse Vereniging van Voedingskundigen en Diëtisten worden wel richtprijzen opgesteld. Deze vereniging beveelt aan de consultatietarieven te berekenen aan €37,18 per uur. Een eerste en een tweede consultatie duren elk ongeveer 1 uur, de derde en daaropvolgende duren 15 tot 30 minuten. Deze tijdsduur is uiteraard afhankelijk van de werkwijze van de diëtist. Er zijn geen terugbetalingstarieven voorzien voor de prestaties van de diëtist, alleen voor diabetespatiënten die beschikken over een diabetespas. Meer informatie hierover vindt u op de website van de Vlaamse Diabetes Vereniging:

    http://www.diabetespas.be

    Tandarts aan huis

    Wat?

    Een tandarts kan in principe aan huis komen. In de praktijk gebeurt dit slechts in uitzonderlijke gevallen. Een goede tandverzorging is erg belangrijk en wordt al te vaak onderschat.

    Voor wie?

    Wanneer uw ouder, uw partner of uw kind zich moeilijk kan verplaatsen of wanneer hij of zij in een vreemde omgeving gedragsmoeilijkheden vertoont (vb. bij een dementerende), dan kan u de tandarts vragen aan huis te komen. Dit is echter niet altijd mogelijk: voor sommige ingrepen is materiaal nodig dat niet kan of mag verplaatst worden. Bovendien moeten steeds wettelijke en deontologische verplichtingen in acht genomen worden.

    Waar?

    Tandartsen vindt u in de Telefoongids (Handels- en beroepengids) onder de rubriek ‘Tandartsen’.

    Prijs?

    De prijs van een huisbezoek is niet geconventioneerd; de tandarts mag vragen wat hij wil. Enkel wanneer een tandarts schriftelijk door een arts bij de zieke thuis ter consult wordt geroepen, is er een tegemoetkoming door de ziekteverzekering mogelijk. Voor alle andere consultaties aan huis is er geen terugbetaling.

    Tijdelijke opvang buitenshuis

    In een thuiszorgsituatie zijn er altijd wel eens momenten dat de mantelzorger er even tussenuit wil, voor korte of voor langere tijd. U heeft zelf gezondheidsproblemen, u wil op vakantie met uw gezin of u wil gewoon even geen thuiszorgzorgen aan uw hoofd. Het kan ook zijn dat u de thuiszorg zo organiseert dat de persoon tijdens e dag naar een dagcentrum gaat en dat zo de thuiszorg beter haalbaar is. Hiervoor bestaan in Vlaanderen de zogenaamde ‘thuiszorgondersteunende initiatieven’. Deze nemen de zorg voor de zorgbehoevende persoon tijdelijk over, hetzij enkel tijdens de dag, hetzij ook ’s nachts of voor een beperkte periode.

    1. Dagcentra voor personen met een handicap
    2. Wat?

      Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (het voormalige Vlaams Fonds) erkent en subsidieert een aantal dagcentra die aan niet-werkende personen met een handicap arbeidsvervangende activiteiten aanbieden. Ze beogen het aanleren en het onderhouden van diverse vaardigheden volgens ieders mogelijkheden. De personen met een handicap kunnen er op werkdagen terecht van 8u tot 18u en dit het hele jaar door. Er is mogelijkheid tot vervoer van en naar huis.

      Voor wie?

      Deze dagcentra richten zich tot meerderjarige personen met een handicap die niet tewerkgesteld kunnen worden, ook niet in een beschutte werkplaats.

      Waar?

      U moet een schriftelijke aanvraag doen bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (zie hoofdstuk 13).

    3. Dagverzorgingscentra
    4. Wat?

      In een dagverzorgingscentrum kan men overdag terecht wanneer men geen intensieve medische behandeling en/of toezicht nodig heeft, maar wel behoefte heeft aan opvang, voeding, verpleging, verzorging en hulp bij activiteiten van het dagelijks leven, pedicure, hygiënische zorgen, logopedie, ergotherapie, kinesitherapie en mictietraining (= training inzake continentie). In een dagverzorgingscentrum wordt de zelfzorg gestimuleerd. De zorgbehoevende persoon heeft er kans tot sociale contacten en kan deelnemen aan allerlei activiteiten.

      De erkende dagverzorgingscentra zijn gereglementeerd in het thuiszorgdecreet, dat ook de regionale spreiding van de centra bepaalt.

      Inspraak van gebruikers wordt gegarandeerd via het verplichte, semesteriële overleg. De centra zijn ook verplicht in te gaan op suggesties, bemerkingen en klachten.

      Het vervoer naar en van de dagverzorgingscentra moet door de centra worden geregeld, zij kunnen daarvoor beroep doen op gespecialiseerde instanties, zoals de Minder Mobielen Centrale.

      Voor wie?

      Deze voorzieningen zijn volgens het thuiszorgdecreet bedoeld voor alle zorgbehoevende personen, ongeacht hun leeftijd.

      Waar?

      Dagverzorgingscentra kunnen in elke gemeente worden opgericht. Een functionele band met een erkend rusthuis is een verplichting. Dagverzorgingscentra vindt men dus vaak gekoppeld aan rusthuizen.

      Naast de erkende centra (erkend door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap) bestaan er ook niet-erkende centra. Deze centra zijn even kwalitatief. Sommige mutualiteiten komen, vanuit de aanvullende verzekering, ook tussen bij niet-erkende centra. Vraag hier naar bij uw ziekenfonds.

      Werkgroep Thuisverzorgers en de andere verenigingen van gebruikers en mantelzorgers beschikken over de lijsten van de erkende dagverzorgingscentra in Vlaanderen. Deze lijst vindt u ook terug op de website van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid: http://www.zorgengezondheid.be.

      Prijs?

      Aan de gebruikers wordt een dagprijs aangerekend. Deze bevat alle kosten voor het verblijf en de aangeboden hulp- en dienstverlening, behalve die diensten waarvoor in de overeenkomst een extra vergoeding wordt voorzien. Met de gebruiker wordt een overeenkomst afgesloten waarin deze dagprijs wordt vermeld, alsook de wijze van betalen en opgave van eventuele extra diensten en de verblijfs- en ontslagcriteria.

      Afhankelijk van leeftijd en type voorziening met of zonder vervoer ligt de prijs van deze voorzieningen tussen €4,57 en €10,38 per dag.

    5. Centra voor kortverblijf
    6. Wat?

      In een centrum voor kortverblijf kunnen zorgbehoevende personen die tijdelijk niet thuis kunnen worden verzorgd voor een beperkte korte periode terecht (bijvoorbeeld omdat het verzorgend gezin met verlof gaat of omdat de mantelzorger nood heeft aan een adempauze).

      Zorgbehoevende personen kunnen er terecht voor verblijf, hygiënische hulp- en dienstverlening, psychologische ondersteuning en revalidatie, maar ook voor animatie, ontspanning en sociale contacten.

      Zorgbehoevende personen kunnen maximum 90 dagen per jaar in een centrum voor kortverblijf doorbrengen, maar ten hoogste 60 dagen aaneensluitend. Ze kunnen in die periode in verschillende dagcentra terecht, zolang de maximumperiode niet wordt overschreden.

      De centra voor kortverblijf zijn gereglementeerd door het thuiszorgdecreet, dat ook de regionale spreiding ervan bepaalt. Deze initiatieven zijn nog erg beperkt in aantal. Bovendien hebben de meeste initiatieven enkel ouderen of zelfs enkel dementerende bejaarden als doelgroep. Voor volwassen zorgbehoevende personen is er nog zo goed als niets voorhanden.

      Inspraak van de gebruikers wordt gegarandeerd door het thuiszorgdecreet, dat de centra oplegt te voorzien in de mogelijkheid suggesties, bemerkingen en klachten te uiten en daar ook daadwerkelijk op in te spelen.

      Voor wie?

      Centra voor kortverblijf voorzien volgens het thuiszorgdecreet in opvang van alle zorgbehoevende personen in de thuiszorg. Een aantal regelingen maakt echter duidelijk dat de centra in de eerste plaats op bejaarden gericht zijn. Zo moet een centrum voor kortverblijf functioneel en bouwkundig één geheel vormen met een rusthuis. Verder moet bij opname van een zorgbehoevende persoon onder de 60 jaar worden aangetoond dat er in de omgeving geen andere geschikte voorzieningen bestaan. Kinderen (onder de 18 jaar) kunnen in de centra voor kortverblijf alvast niet terecht.

      Waar?

      Zoekt u opvang, informeer u dan bij de plaatselijke rust- en verzorgingstehuizen, bij de sociale dienst van uw ziekenfonds, bij het lokaal of regionaal dienstencentrum of bij de rusthuisinfofoon (078/15 25 25, elke werkdag tussen 9u en 12u). Deze gegevens vindt u ook op de website van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid: http://www.zorgengezondheid.be.

      Zoekt u opvang voor een persoon met een handicap, informeer u dan bij de sociale dienst van uw ziekenfonds of bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap met zijn provinciale afdelingen (zie hoofdstuk 13).

      Naast de erkende centra (erkend door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap) bestaan er ook niet-erkende centra. Het gebeurt ook vaak dat bepaalde rusthuizen, zonder hiervoor erkend te zijn, hiervoor een oplossing zoeken. Sommige mutualiteiten komen, vanuit de aanvullende verzekering, ook tussen bij niet-erkende centra. Vraag hierom bij uw ziekenfonds.

      Werkgroep Thuisverzorgers beschikt over de lijsten van de erkende centra voor kortverblijf in Vlaanderen. Deze lijst vindt u ook terug op de website van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid: http://www.zorgengezondheid.be.

      Prijs?

      Aan de gebruikers wordt een dagprijs aangerekend. Deze bevat alle kosten voor het verblijf en de aangeboden hulpverlening, behalve de diensten waarvoor bij overeenkomst een extra vergoeding wordt voorzien. Er wordt een overeenkomst gesloten tussen het centrum en de gebruiker, waarin de dagprijs, de opgave en betaling van eventuele extra diensten en de verblijfs- en ontslagcriteria worden vermeld.

      Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap subsidieert een aantal kortverblijven voor personen met een handicap. Ze zijn bedoeld voor zowel minderjarige als meerderjarige personen met een handicap. Hiervoor dient u een schriftelijke aanvraag in bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap .

      Bovendien kunnen bepaalde voorzieningen van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap voor korte tijd (30 dagen) iemand opnemen (logeerfunctie). Hiervoor volstaat het dat u over een goedkeuring voor om het even welke zorgvraag beschikt (dus ook voor materiële hulp) en dat de voorziening deze logeerfunctie mag aanbieden. Deeltijds gebruik van een voorziening (enkele dagen per week, halve dagen, …) is eveneens mogelijk.

    Oppashulp of assistentie

    Wat?

    Meestal gaat het om vrijwilligers die gegroepeerd, begeleid en gevormd worden vanuit een professionele organisatie.

    U neemt best tijdig contact op met een organiserende dienst. Laat hen weten wanneer en hoe lang u precies iemand nodig heeft (bijvoorbeeld zaterdag van 14u tot 18u). Het diensthoofd zal contact opnemen met de oppas(s)(t)ers en zoekt uit wie vrij is. Hij laat u vervolgens weten of u iemand mag verwachten.

    Het blijft moeilijk om in bepaalde regio’s een oppas te vinden, toch blijft het de moeite om dit in uw eigen regio na te kijken. U kan hiervoor ook beroep doen op privé-personen (zie hieronder privé-personen).

    Voor wie?

    Zorgbehoevende personen die oppas of assistentie nodig hebben, kunnen een beroep doen op oppasdiensten. Dit houdt in dat zij een oogje in het zeil houden wanneer de mantelzorger afwezig is, dat zij de zieke gezelschap houden, dat zij zeer eenvoudige zorgtaken overnemen zoals eten geven, helpen bij het naar het toilet gaan, in en uit de zetel helpen, …

    Huishoudelijk werk en/of verpleegkundige zorgen behoren in principe niet tot hun takenpakket, alhoewel sommige diensten dit onder bepaalde voorwaarden toch toestaan.

    Waar?

    U vindt oppasdiensten bij de ziekenfondsen, bij de Gezinsbond, bij erkende diensten voor gezinszorg, bij verpleegkundige diensten, bij erkende samenwerkingsinitiatieven, bij het OCMW, bij privé-initiatieven en bij diensten voor palliatieve hulpverlening. Informeer dus op verschillende plaatsen. Sommige diensten zijn erkend door de Vlaamse Gemeenschap of door het Provinciebestuur.

    De lijst met oppasdiensten al dan niet erkend door de Vlaamse Gemeenschap is bij de Werkgroep Thuisverzorgers te verkrijgen.

    Prijs?

    U betaalt in de meeste gevallen de verzekering van de oppas(s)(t)er en een bijdrage voor de organisatie van de dienst. De prijs voor een uur oppas overdag schommelt tussen €1,23 en €2,97 per uur. De prijs voor oppas voor een nacht kan variëren van gratis tot €50,00 en meer. Indien er meerdere oppasdiensten in uw streek werkzaam zijn, vergelijk dan hun prijzen. Die kunnen immers erg verschillen naargelang de organisatie. Vergelijk deze ook met de prijs die privé-personen vragen om te komen oppassen.

    Opvang van ouderen en personen met een handicap in een gastgezin of welkomgezin

    Wat?

    Een gastgezin of een welkomgezin is een gezin of een alleenstaande die in zijn woning ruimte heeft om een oudere op te vangen. De opvang kan zeer ruim bekeken worden. Een gezin kan dus voor verschillende vormen van opvang kiezen: zoals enkel kortopvang bieden of nachtopvang, enkel mee een maaltijd gebruiken of een halve of volledige dag doorbrengen.

    Daarnaast kan een gezin flexibeler ingaan op de individuele vragen, noden en interesses van de oudere.

    Voor wie?

    Er kunnen zich situaties voordoen waar de zorg thuis te zwaar wordt, waar de familie even aan rust toe is of zelf met gezondheidsproblemen kampen. Het bestaan van een netwerk voor gastgezinnen of welkomgezinnen als nieuwe vorm van opvang kan zeker een ondersteuning bieden om de thuiszorg langer mogelijk te maken.

    Waar?

    Reeds jaren geleden kwamen de eerste initiatieven in Vlaanderen van de grond. De idee ‘opvang van ouderen in onthaalgezinnen’ bestaat al jaren maar omwille van gebrek aan financiële steun doofden de meeste initiatieven uit. De Vlaamse Gemeenschap heeft deze vorm van opvang en ondersteuning herontdekt en voorziet nu (beperkte) financiële middelen.

    Er bestaan volgende initiatieven:

    Stichting Welzijn voor Ouderen Assenede/Sas van Gent
    Westkade 103
    4551 CG Sas van Gent
    Nederland
    Tel: 0031 115 452 860
    Tel: 09/344 36 10 (Assenede) of 0497/25 42 17

    Steunpunt Groene Zorg
    Remylaan 4b
    3018 Wijgmaal-Leuven
    Tel : 016/24 49 22
    Fax: 016/24 39 72
    Website: http://www.groenezorg.be

    Prijs?

    De gast betaalt een bedrag afhankelijk van de duur van de opvang.

    Gastgezinnen bepalen zelf hoe vaak ze iemand willen opvangen. De gastgezinnen ontvangen bij Sociale Familiezorg een niet belastbare vergoeding van €35,00 per 24 uur. Bij stichting Welzijn voor ouderen ontvangt het gezin €20,00 euro voor een dag en €30,00 voor dag- en nachtopvang.

    Nachtopvang

    De noodzaak aan nachtopvang wordt meer en meer herkend. Een aantal initiatieven werden recent opgericht. Zoek best uit wat er in uw streek mogelijk is. Sommige privé-personen zijn ook bereid dit te doen. In bepaalde rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen kan u een beroep doen op nachtopvang voor bijvoorbeeld een dementerende ouder of ouderen die ’s nachts liever niet alleen in huis zijn. Sommige oppasdiensten zorgen ’s nachts ook voor oppas.

    Pluralistisch Initiatief Nachtzorg Antwerpen

    In Antwerpen bestaat het Pluralistisch Initiatief Nachtzorg Antwerpen.

    De voorwaarden om in aanmerking te komen voor de nachtzorg zijn:

    • zorgbehoevend zijn in ofwel een palliatieve situatie, ofwel een dementerende situatie ofwel een chronische ziektetoestand;
    • wonen in de fusiestad Antwerpen en Zwijndrecht.

    De aanvraag gebeurt bij voorkeur met medewerking van de huisarts.

    De hulpvraag kan door verzorgenden, vrijwilligers of via residentiële opvang (nachthotel) uitgevoerd worden. Afhankelijk van de zorgsituatie kan de hulpverlening door verzorgenden en/of vrijwilligers uitgevoerd worden.

    De nachtopvang door verzorgenden kost €2,50 per begonnen nacht, voor vrijwilligers komt hier nog €1,75 per begonnen uur bij (enkel bij nachten van meer dan negen uur). De nacht is ondeelbaar; begint om 22u en eindigt om 7u.

    Pluralistisch Initiatief Nachtzorg Antwerpen
    Nationalestraat 111 (3de verdieping)
    2000 Antwerpen
    Tel: 03/220 17 77 (8u30-17u), 03/820 25 31 (17u-22u + weekend & feestdagen)
    Website: http://www.nachtzorg.be

    De Mantel
    Deze dienst voor oppashulp richt zich tot personen die ervoor kiezen om zolang mogelijk thuis te blijven. Vrijwilligers zorgen voor oppas en gezelschap. Zij zijn actief sinds 2000 en hebben enkele vrijwilligers die zich beschikbaar stellen voor nachtoppas. Het werkingsgebied is groot Leuven en Herent. De nachtopvang kost €37,5 per nacht. Een nacht loopt van 20.00 uur tot 8.00 uur.
    De Mantel, Seniorama vzw
    Vanden Tymplestraat 35
    3000 Leuven
    Tel: 016/22 20 14
    Website: http://www.seniorama.be

    Poetshulp

    Wat?

    Bij een poetsdienst kan u terecht voor hulp bij het gewone wekelijkse onderhoud van de woning. Het behoort niet tot hun taak om de jaarlijkse grote schoonmaak te doen.

    Vaak beschikken het OCMW en de erkende diensten voor gezinszorg over een poetsdienst.

    Voor wie?

    Wie zelf niet meer in staat is de woning regelmatig en goed schoon te maken, kan de hulp inroepen van een poetsdienst. Meestal wordt voorrang gegeven aan zorgbehoevende personen of aan mensen met een laag inkomen.

    Waar?

    U kan hieromtrent meer informatie bekomen bij het OCMW uit uw woonplaats of bij de diensten voor gezinszorg. U kan ook terecht bij het Plaat-selijk Werkgelegenheidsagentschap (PWA) of de Lokale Werkwinkel uit uw gemeente.

    Prijs?

    De prijs die u betaalt, wordt vaak berekend aan de hand van uw inkomen en ligt doorgaans tussen €2,47 en €7,43 per uur. Sommige poetsdiensten hanteren dezelfde berekeningswijze als bij de erkende diensten voor gezinszorg.

    Tegenwoordig kan poetshulp ook betaald worden met behulp van een dienstencheque (zie hieronder Dienstencheques).

    Dienstencheques

    Wat?

    De dienstencheque is een initiatief van de federale regering. Het is een betalingsbewijs waarmee een gebruiker (met woonplaats in België) een werknemer betaalt voor het verrichten van thuishulp van huishoudelijke aard. Hieronder wordt begrepen:

    Activiteiten bij de gebruiker thuis

    • schoonmaken van de woning met inbegrip van de ramen
    • wassen en strijken
    • kleine (occasionele) naaiwerken
    • bereiden van maaltijden

    Activiteiten buiten het huis van de gebruiker

    • boodschappendienst
    • Minder Mobielen Centrale
    • strijken, met inbegrip van kleine occasionele herstelwerken

    Voor wie?

    Voor iedereen, dus niet uitsluitend voor zorgbehoevende personen. Soms kan een bepaalde erkende onderneming, zoals een OCMW of een dienst voor gezinszorg, zichzelf verplichtingen opleggen om bij prioriteit de zorgbehoevende personen te ondersteunen.

    Waar?

    Om cheques te bestellen, moet de gebruiker zich eerst inschrijven bij Sodexho. Deze firma is belast met het beheer van de cheques. De inschrijving is gratis.

    Daarna neemt de gebruiker contact met een erkende onderneming van zijn keuze. Dit is een onderneming die specifiek erkend werd in het kader van het dienstenchequesysteem. Zowel diensten voor gezinszorg, OCMW’s en interimkantoren kunnen een dergelijke erkenning krijgen.

    De erkende onderneming zendt vervolgens een werknemer bij de gebruiker. Per gepresteerd uur bezorgt de gebruiker een gedateerde en ondertekende dienstencheque aan de werknemer. Deze cheque kan enkel gebruikt worden voor het vergoeden van de werkelijk gepresteerde arbeidstijd. De werknemer moet dit document aanvullen en ondertekenen, vervolgens bezorgt hij deze aan zijn werkgever.

    De procedure kan worden gewijzigd, informeer u.

    Om de lijst van de erkende ondernemingen te kennen, voor het inschrijvingsformulier of voor bijkomende informatie, richt u zich tot het PWA of de Lokale Werkwinkel van uw gemeente of tot Sodexho.

    Sodexho
    Tel: 02/547 54 95
    Website: http://www.dienstencheques-vlaanderen.be

    Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening
    Keizerslaan 7
    1000 Brussel
    Tel: 02/515 41 11
    Fax: 02/514 11 06
    Website: http://www.rva.be

    Prijs?

    De dienstencheque kost €6,70 en is 8 maanden geldig. Dienstencheques kunnen afgetrokken worden van de belastingen. Sodexho stuurt de gebruiker daarom elk jaar, vóór 1 maart, een fiscaal attest op. De berekening van het fiscaal voordeel kan elk aanslagjaar veranderen. De dienstencheques die niet gebruikt werden, kunnen terugbetaald en/of omgeruild worden tegen forfaitaire kosten van €0,25 per cheques binnen het aankoopjaar.

    Klusjesdiensten

    Wat?

    Voor allerhande klusjes in en rond het huis kan u in bepaalde gemeenten een beroep doen op een klusjesdienst. Verschillende OCMW’s beschikken hierover. U kan zich ook wenden tot een Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschap (PWA). Een PWA geeft langdurig werklozen en bestaansminimumtrekkers de kans iets bij te verdienen door opdrachten uit te voeren bij particulieren.

    Voor wie?

    In principe is de hulp die klusjesdiensten verlenen, bedoeld voor gezinnen met sociale of financiële problemen, die moeilijkheden ondervinden om deze werkjes zelf op te knappen.

    In tegenstelling tot de klusjesdienst is de hulp van PWA’ ers bedoeld voor alle gezinnen (of ze nu te kampen hebben met financiële problemen of niet).

    Waar?

    Elke gemeente kan het initiatief nemen een klusjesdienst en/of een PWA op te richten.

    Verdere informatie vindt u bij het OCMW, bij het PWA of Lokale Werkwinkel van uw gemeente of bij de RVA-secretariaten.

    Prijs?

    Doet u een beroep op een klusjesdienst van het OCMW, dan wordt u meestal een prijs aangerekend afhankelijk van uw inkomen.

    Wanneer u op de diensten van het PWA een beroep wenst te doen, gebeurt de betaling met PWA-cheques. De prijs van een cheque bedraagt €7,45. Eén cheque heeft een waarde van één uur arbeid. De werkman in kwestie kan de cheque bij een uitbetalingsinstantie (de werkloosheidskas voor werklozen of het OCMW voor mensen met een leefloon) inwisselen voor geld. Voor iedere PWA-cheque ontvangt de werkzoekende €4,10. De bijdragen die u voor de diensten van het PWA betaalt, geven aanleiding tot belastingsvermindering. De lijst van toegelaten activiteiten is verschillend voor elk PWA. Meer informatie hieromtrent kan u bekomen op het PWA-kantoor in uw gemeente.

    Maaltijdverstrekking aan huis

    Wat?

    Warme maaltijdverstrekking aan huis wordt geleverd door het OCMW, de gemeente en sommige traiteurs. Ook een aantal lokale dienstencentra en rust- en verzorgingstehuizen levert op aanvraag warme maaltijden aan huis. Niet alle diensten werken in het weekend.

    Voor wie?

    Gezinnen of bejaarden die zelf niet (meer) in staat zijn om hun maaltijden te bereiden, kunnen een beroep doen op een dienst voor warme maaltijdverstrekking aan huis.

    Waar?

    Op het gemeentehuis of in het OCMW weten ze u vast meer te vertellen. De adressen van de traiteurs vindt u in de Gouden Gids. Doe ook navraag bij de lokale dienstencentra, rust- en verzorgingstehuizen en diensten voor gezinszorg in uw buurt.

    Prijs?

    Doet u voor maaltijdverstrekking een beroep op traiteurs, lokale dienstencentra of rusthuizen, dan zal u vaststellen dat zij hun eigen prijzen hanteren.

    Het OCMW rekent voor iedereen hetzelfde bedrag per maaltijd aan of past de kostprijs aan uw inkomen aan.

    Vrije tijd en vakanties

    1. Vakanties voor zieken en hun mantelzorgers
    2. Op vakantie gaan met uw zieke is niet onmogelijk. Mantelzorgers kunnen met hun zorgbehoevende persoon hun eigen vakantie plannen en organiseren, indien zij een aantal aspecten niet uit het oog verliezen. Een trein, een vliegtuig,… hoeft bijvoorbeeld geen onbruikbaar vervoermiddel te zijn omdat de zorgbehoevende persoon een rolstoelgebruiker is. Waarschijnlijk zal u wel een aantal telefoontjes moeten doen naar de desbetreffende vervoersmaatschappijen om de toegankelijkheid te controleren (bijvoorbeeld: Zal er een oprijplank voorzien zijn?). Zoekt u een hotel met specifieke voorzieningen, vraag dit dan na bij het reisagentschap of bel zelf eens naar het hotel.

      Als u in het oog houdt wat de zorgbehoevende persoon en u leuk vinden, is er met een beetje organisatie heel wat mogelijk.

      Sommige ziekenfondsen organiseren in verlofperiodes vakanties voor zieken en hun verzorgers, zowel in binnen- als in buitenland. Vrijwilligers en verpleegkundigen staan in voor de animatie en de verzorging van de zieken. Het ziekenfonds betaalt u soms een deel van uw verblijfskosten terug.

      Twee keer per jaar gaan Léontine en Mauritz op vakantie naar Holland met de ziekenkas, voor 8 dagen. Die vakanties zijn enkel voor demente mensen en hun partners. Er gaat elk jaar een 15- tal koppels mee, met 15 helpsters en 2 verpleegsters. De vrijwilligers gaan met de demente mensen wandelen, doen activiteiten enzovoort. De mantelzorgers zijn de hele dag vrij: het is echt de bedoeling om hen vakantie te bieden. Zij doen daar dan georganiseerde uitstappen. Mauritz is heel tevreden over die vakanties, hij leeft er elke keer echt naartoe.

      Gehandicaptenverenigingen en koepelorganisaties organiseren vakanties voor hun patiënten: voor blinden en slechtzienden, voor mentaal gehandicapten, voor psychiatrische patiënten enzovoort. Ook bij de provinciebesturen kan u informatie vinden rond speciale vakanties voor mensen met een handicap.

      Informeer u bij uw ziekenfonds en bij uw eigen liga of zelfhulpgroep. Nuttige informatie vindt u ook in ‘Handiscoop’, het maandelijkse tijdschrift over handicap en inclusie van de Katholieke Vereniging Gehandicapten (KVG).

      Sommige gemeenten kennen een vakantietoelage toe aan langdurig zieken en mindervaliden voor de kosten van een aangepast vakantieverblijf dat door een sociale vereniging of erkend ziekenfonds georganiseerd wordt. Informeer u bij uw gemeentebestuur.

    3. Sport en hobby’s
    4. Dat sport een positieve invloed heeft op de fysieke conditie en op de gezondheid, hoeft geen betoog. Bovendien is sport een middel tot sociaal contact en verruimt het de leefwereld. Het aanbod is te groot om hier te vermelden. Informatie over sportverenigingen en hobbyclubs vindt u zeker ook bij uw eigen liga, koepelorganisatie of zelfhulpgroep. Sommige OCMW’s en/of lokale dienstencentra ondernemen ook acties betreffende ‘bewegen en valpreventies’.

    5. Speel-o-theken
    6. Spel en speelgoed bevordert de ontwikkeling van kinderen: leren ontdekken, kijken, luisteren, voelen, kleuren onderscheiden, vormen herkennen enzovoort. Speciaal speelgoed is vaak duur en soms korte tijd van dienst, namelijk tijdens een bepaalde ontwikkelingsfase van het kind. Op die verzuchtingen bieden speel-o-theken een antwoord. Hier kan je speelgoed ontlenen, zoals boeken in een bibliotheek.

      Voor meer informatie kan u hier terecht:

      Vlaams Overleg Speel-o-theken
      Millegemweg 6
      2531 Boechout
      Tel: 03/455 29 16

      Overleg Speel-o-theken
      Vaartstraat
      3500 Hasselt
      Tel: 011/21 12 61

    7. Lezen en luisteren
    8. Slechtzienden en blinden, maar ook personen met een handicap of ouderen (die bijvoorbeeld geen boek meer kunnen vasthouden) kunnen toch van een goed boek blijven genieten. Er kunnen boeken worden geleend in brailleschrift en boeken waarvan de tekst werd ingesproken op cassette of CD. U heeft daar geen enkel medisch attest voor nodig.

      U kan terecht bij :

      Vlaamse Luister en Braillebibliotheek,
      Gustaaf Schildknechtstraat 28,
      1020 Brussel
      Tel: 02/423 04 11
      Fax: 02/423 04 15
      Website: http://vlbb.bib.vlaanderen.be

      De basiscataloog wordt u gratis opgestuurd en u wordt via het maandelijks tijdschrift op de hoogte gehouden van de nieuwe aanwinsten in de bibliotheek. Alle verdere informatie is gratis. De boeken, cassettes of CD’s laten bezorgen en terugsturen is eveneens gratis.

      U kan eveneens terecht bij :

      Vlaamse Klank- en Braillebibliotheek ‘Licht en Liefde vzw’,
      Oudenburgweg 40
      8490 Varsenare
      Tel: 050/40 60 10

      Of bij :

      Progebraille
      Stadsomvaart 7
      3500 Hasselt
      Tel: 011/22 34 37

      U heeft keuze uit een tiental verschillende reeksen cassettes of CD’s met de laatste nieuwtjes uit kranten, tijdschriften en vakbladen.

      De keuze aan boeken is zeer groot en het is voor zieken, ouderen of personen met een handicap vaak een aangenaam tijdverdrijf.

      Verschillende bibliotheken organiseren ook een boekendienst aan huis. Vraag erom bij uw bibliotheek.

      Nog enkele nuttige gegevens:

      Vlaamse Infolijn voor Blinden en Slechtzienden: 0800/93 369

    Ondersteunende diensten:

    Zelfhulpgroepen en het Vlaams Patiëntenplatform

    1. Zelfhulpgroepen
    2. In Vlaanderen zijn meer dan 1500 zelfhulpgroepen actief rond de meest uiteenlopende problemen, van AIDS over reuma en myastenia gravis tot echtscheiding, gepest worden op het werk of zwaarlijvigheid. Die zelfhulpgroepen leggen een grote verscheidenheid aan de dag: er bestaan grote, zeer gestructureerde organisaties met een omvangrijk ledenaantal die over gans Vlaanderen hun afdelingen hebben. Maar er zijn ook kleine, vrij informele groepen die slechts zeer lokaal en soms ook slechts tijdelijk, werkzaam zijn. Wanneer die groepen zich bezighouden met gezondheidsproblemen en ziekte, worden ze vaak patiëntenverenigingen genoemd.

      Zelfhulpgroepen brengen lotgenoten samen, verschaffen verstaanbare informatie, organiseren sociale contacten en komen op voor de belangen van hun leden. Hun uiteindelijke bedoeling is verandering te brengen in situaties en problemen waarmee mensen denken alleen te staan.

      Het Trefpunt Zelfhulp vzw is een informatie- en ondersteuningscentrum van de zelfhulpgroepen van Vlaanderen, gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. De belangrijkste opdrachten zijn:

      • het verspreiden van uitgebreide informatie en documentatie rond zelfhulp, lotgenotencontact, ervaringsdeskundigheid en aanverwante terreinen;
      • het organiseren van vormingscursussen, overlegmomenten en studiedagen;
      • het begeleiden, ondersteunen en adviseren van groepen;
      • het doorverwijzen naar zelfhulpgroepen
      • het opzetten van onderzoek.

      Voor adressen van zelfhulpgroepen in Vlaanderen en informatie over het Trefpunt Zelfhulp kan u terecht bij:

      Trefpunt Zelfhulp vzw
      E. Van Evenstraat 2C
      3000 Leuven
      Tel: 016/23 65 07
      Website: http://www.zelfhulp.be

      Bij het Limburgs Platform van Zelfhulp- en Ontmoetingsgroepen (LPZO) kan u terecht voor informatie rond zelfhulpgroepen in Limburg:

      Limburgs Platform van Zelfhulp- en Ontmoetingsgroepen (LPZO)
      Stadsomvaart 7
      3500 Hasselt
      Tel: 011/87 46 56
      Fax: 011/87 46 56
      Website: http://www.lpzo.be/

      Bij het PLAZZO kan u terecht voor informatie rond zelfzorginitiatieven in Oost-Vlaanderen:

      PLAZZO
      P/A Residentie Servaes
      Martelaarslaan 204 B
      9000 Gent
      Tel: 09/225 91 33
      Fax: 09/233 35 89
      Website: http://www.plazzo.be

    3. Vlaams Patiëntenplatform
    4. Het Vlaams Patiëntenplatform vzw (VPP) is een onafhankelijke koepelorganisatie van 80 patiëntenverenigingen uit Vlaanderen. Het Vlaams Patiëntenplatform streeft naar actieve deelname van patiënten aan het gezondheidsbeleid en de gezondheidszorg. Ervaringsdeskundigen uit de patiëntenverenigingen dragen de projecten van het Vlaams Patiëntenplatform vzw.

      Patiëntenrechten, onafhankelijk klachtrecht voor patiënten, toegankelijkheid van zorg, onderwijs en gelijke kansen zijn enkele belangrijke thema’s waar rond gewerkt wordt.

      Het Vlaams Patiëntenplatform vzw stelt zich tot doel om:

      • patiëntenverenigingen samen te brengen rond gemeenschappelijke belangen in een erkende, onafhankelijke koepel;
      • gemeenschappelijke noden en knelpunten van patiënten aan te kaarten en helpen op te lossen;
      • een representatieve vertegenwoordiging en een rechtstreekse participatie te realiseren op alle beleidsniveaus, bij alle gezondheidsstructuren en – voorzieningen;
      • te signaleren, te informeren en mee te beslissen in aangelegenheden die patiënten en patiëntenverenigingen aanbelangen.

      Vlaams Patiëntenplatform
      Groeneweg 151
      3001 Heverlee
      Tel: 016/23 05 26
      Fax: 016/23 24 46
      Website: http://www.vlaamspatientenplatform.be

    Lokale en regionale dienstencentra

    1. Lokale dienstencentra
    2. Wat?

      Een lokaal dienstencentrum zorgt ervoor dat een ruim gamma van diensten en activiteiten wordt ontwikkeld ten behoeve van inwoners van een wijk of gemeente, met als doel hun zelfstandigheid, hun emancipatie via een grotere mondigheid en hun integratie in de gemeenschap.

      Lokale dienstencentra werken hoofdzakelijk met (senioren-)vrijwilligers.

      Een lokaal dienstencentrum is minstens 32 uur per week open. U vindt er een geïntegreerd aanbod van hulpverlening, sociaal-cultureel vormingswerk, advies en informatie, ondersteuning en vrijwilligerswerk, coördinatie en ontwikkeling van diensten.

      Het lokaal dienstencentrum kan bijvoorbeeld een senioren-infofoon oprichten of warme maaltijden aanbieden. U kan er ook een beroep doen op een pedicure of raad vragen aan een diëtiste. Er is vaak een maatschappelijk werker aanwezig en (senioren-)vrijwilligers zijn bereid voor u boodschappen te doen of u te helpen bij één of ander klusje wanneer u dat zelf niet kan.

      Een lokaal dienstencentrum kan zelf accenten leggen, afhankelijk van de specifieke plaatselijke noden. Dat houdt ook in dat er verschillen in het aanbod van dienstverlening bestaan tussen de lokale dienstencentra.

      Voor wie?

      Het lokaal dienstencentrum is bedoeld voor inwoners van de wijk of gemeente waar het is gelokaliseerd.

      Waar?

      Naast privé-initiatieven worden de lokale dienstencentra meestal beheerd door het OCMW. Per gemeente kan zeker één lokaal dienstencentrum uitgebouwd worden. Tot op heden zijn ze vooral te vinden in steden, alsook in grote en middelgrote gemeenten.

      De lijst met erkende lokale dienstencentra is te verkrijgen bij de Werkgroep Thuisverzorgers. Deze lijst vindt u ook terug op de website van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid: http://www.zorgengezondheid.be.

      Prijs?

      Voor de dienstverlening in een lokaal dienstencentrum wordt meestal een bijdrage gevraagd aan de gebruiker. Sommige vrijwilligershulp kan gratis verstrekt worden.

    3. Regionale dienstencentra
    4. Wat?

      Een regionaal dienstencentrum ontwikkelt een ruim gamma van diensten en activiteiten. De bedoeling is u te helpen in uw zoektocht naar het juiste hulpmiddel, de juiste voorziening of vrijwilligersorganisatie en de juiste sociale tegemoetkoming.

      Het regionaal dienstencentrum is minstens 32 uur per week open. U kan er terecht voor hulp- en dienstverlening, vorming, informatieverstrekking over de voorzieningen in de regio en over sociale tegemoetkomingen, advies over materiële en immateriële hulp- en dienstverlening, vragen omtrent vrijwiligerszorg, coördinatie en ontwikkeling van diensten enzovoort.

      In een regionaal dienstencentrum kan u bijvoorbeeld inlichtingen verkrijgen over de nodige aanpassingen aan uw woning of over hulpmiddelen. Zo kan u er worden doorverwezen naar een dienst voor oppashulp. U kan er eventueel een beroep doen op een ergotherapeut.

      Het regionale dienstencentrum kan zelf accenten leggen, afhankelijk van specifieke regionale noden. Dat houdt ook in dat er verschillen in het aanbod van dienstverlening bestaan tussen de regionale dienstencentra.

      Voor wie?

      Een regionaal dienstencentrum richt zich tot zorgbehoevende personen, mantelzorgers en vrijwilligers.

      Waar?

      In heel Vlaanderen (inclusief Brussel) kunnen er ten hoogste 60 regionale dienstencentra erkend worden.

      Ze richten zich op een hele regio en werken dus voor een groter gebied dan de lokale dienstencentra.

      De lijst met erkende regionale dienstencentra is te verkrijgen bij de Werkgroep Thuisverzorgers. Deze lijst vindt u ook terug op de website van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid: http://www.zorgengezondheid.be.

      Prijs?

      Sommige diensten zijn gratis, voor andere wordt een bijdrage gevraagd.

    Ziekenfondsen

    Alvorens in te gaan op de vraag ‘Waarvoor kan u bij een ziekenfonds terecht?’, geven we eerst een samenvatting van de wettelijke systemen van de ziekteverzekering.

    1. Wettelijke systemen van de ziekteverzekering
    2. Aansluiting

      Alvorens een recht op geneeskundige verstrekkingen kan worden geopend moet elke gerechtigde (zie verder) zich verplicht aansluiten bij een ‘verzekeringsinstelling’. De uitvoering van de ziekte- en invaliditeitsverzekering is vooreerst toevertrouwd aan 5 ziekenfondsen (de Christelijke Ziekenfondsen, de Socialistische Ziekenfondsen, de Liberale Ziekenfondsen, de Neutrale Ziekenfondsen en de Onafhankelijke Ziekenfondsen). Verder is er ook nog de Hulpkas en de NMBS-kas (enkel voor personeelsleden van de NMBS).

      Wanneer de gerechtigde een keuze heeft gemaakt zijn automatisch ook de personen ten laste (echtgeno(o)t(e), partner, …) aangesloten bij dit ziekenfonds.

      Iedereen die aangesloten is bij een ziekenfonds of de Hulpkas, kan in principe genieten van de ziekteverzekering. Voorwaarde is wel dat men in orde is met de reglementering, dus dat men (voldoende) bijdragen aan de Sociale Zekerheid heeft betaald.

      Verzekeringsstelsels

      Alle verzekerden worden ondergebracht in 2 stelsels: het algemeen stelsel of het stelsel van de loon- en weddetrekkenden genoemd en het stelsel der zelfstandigen.

      In het algemeen stelsel zijn de volgende categorieën opgenomen:

      • gerechtigden:
        • loon- en weddetrekkenden en gelijkgestelden (invaliden, werklozen…);
        • WIGW’s (weduw(en)(naren), invaliden, gepensioneeren, wezen);
        • OMNIO;
        • verblijvenden in België;
        • mindervaliden;
        • studenten hoger onderwijs:
      • personen ten laste.

      In het stelsel der zelfstandigen zijn de volgende categorieën opgenomen:

      • gerechtigden:
        • zelfstandigen, helpers en gelijkgestelden (invaliden, …);
        • WIGW’s;
        • OMNIO;
        • mindervaliden;
        • kloosterlingen;
      • personen ten laste.

      Voor beide stelsels bepaalt het RIZIV (Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering) de te betalen sociale bijdragen en de terugbetalingsvoorwaarden bij medische uitgaven.

      Soms kan een persoon in verschillende hoedanigheden een recht hebben op gezondheidszorg. In principe kan men dan kiezen voor de meest voordelige hoedanigheid (enkel voor wie op basis van een andere regeling verzekerd kan zijn, bestaan hierop uitzonderingen).

      Remgeld

      Om voor terugbetaling in aanmerking te komen moeten de medische prestaties ‘erkend’ zijn door het RIZIV. Alle erkende prestaties zijn samengebracht in een lijst, de ‘nomenclatuur‘. De aard van de prestatie is bepalend voor het bedrag dat u bij het ziekenfonds terugkrijgt. Meestal betaalt u de volledige prijs, waarna u met het prestatiebriefje naar uw ziekenfonds stapt. Daar krijgt u dan een deel van uw kosten terugbetaald. Het deel van de kosten dat voor uw eigen rekening blijft, heet remgeld.

      Zoals u al eerder hebt kunnen lezen (zie hierboven in de rubriek Huisarts), bestaan er tussen artsen en ziekenfondsen akkoorden in verband met terugbetalingstarieven. Artsen die deze akkoorden aanvaarden, noemt men ‘geconventioneerde artsen’. Ze verbinden zich ertoe de overeengekomen tarieven te eerbiedigen. Daarnaast bestaan er ook niet-geconventioneerde en partieel-geconventioneerde artsen. Voor de tarieven van terugbetaling kan u zich best tot uw ziekenfonds wenden. De terugbetalingen betreffen niet enkel medische prestaties van artsen, maar ook van logopedisten, kinesitherapeuten, thuisverpleegkundigen, …

      De terugbetalingsvoorwaarden bij geneesmiddelen zijn hierboven beschreven in de rubriek ‘Apotheker

      Bij een hospitalisatie zal men enkel het persoonlijk aandeel (remgeld) en eventuele supplementen dienen te betalen. Het ziekenhuis zal voor wat betreft het overige bedrag rechtstreeks een factuur bezorgen aan uw ziekenfonds. Geconventioneerde artsen mogen enkel een supplement aanrekenen ingeval u gekozen hebt voor een éénpersoonskamer. De niet-geconventioneerde artsen mogen steeds een supplement aanrekenen tenzij bij opname in een gemeenschappelijke kamer van een rechthebbende met recht op verhoogde tegemoetkoming (zie verder) of met het statuut van chronisch zieke. In principe is de ziekenhuiskeuze én de kamerkeuze vrij te bepalen. Wanneer u op een één- of tweepersoonskamer zou (moeten) verzorgd worden om andere dan persoonlijke redenen, dan zijn supplementen eigen aan de kamerkeuze niet aanrekenbaar! Indien u vragen hebt omtrent uw patiëntenfactuur, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw ziekenfonds.

      Categorieën

      1. Werknemers (of uitkeringsgerechtigde werklozen), ambtenaren en zelfstandigen

        Mensen met dit statuut krijgen een deel van hun uitgaven voor gezondheidszorg terugbetaald, ook wanneer zij ziek of gepensioneerd zijn.

        Is u wegens ziekte of ongeval niet meer in staat om te werken, dan kan u (soms na het verstrijken van een wachttijd) een beroep doen op een vervangingsinkomen uitgekeerd door het ziekenfonds (vastbenoemd overheidspersoneel heeft op dit vlak een apart stelsel van uitkeringen). Is de arbeidsongeschiktheid te wijten aan een arbeidsongeval of een beroepsziekte, dan valt u onder een speciale reglementering, waar we hier niet verder op ingaan.

        Werknemers en ambtenaren hebben, in tegenstelling tot zelfstandigen en werklozen, gedurende een bepaalde periode en onder bepaalde voorwaarden recht op een gewaarborgd inkomen, d.w.z. dat hun loon/wedde verder uitbetaald wordt. Is deze periode voorbij, dan vallen zij onder de ‘primaire arbeidsongeschiktheid’. De eerste dertig dagen van arbeidsongeschiktheid krijgt iedereen (voor zover men voor die periode niet kan genieten van een gewaarborgd inkomen) 60% van zijn/haar brutoloon. Als loontrekkende hebt u daarna recht op 60 of 55% van uw brutoloon: 60% voor alleenstaanden en ‘gerechtigden met gezinslast’, 55% voor de ‘samenwonenden met gezinslast’. In principe gelden er wel minimum- en maximumbedragen. De adviserend geneesheer controleert in deze periode of men wel arbeidsongeschikt is.

        Vanaf het tweede jaar arbeidsongeschiktheid spreekt men van ‘invaliditeit’. Ook in deze periode wordt er een onderscheid gemaakt tussen personen met en personen zonder gezinslast. U hebt recht op 40% van uw brutoloon als ‘samenwonende’, 45% van uw brutoloon als alleenstaande en 65% van uw brutoloon als ‘gerechtigde met gezinslast’. Ook hier gelden minimum- en maximumbedragen. De controle tijdens deze periode vindt plaats door de diensten van het RIZIV.

        Voor zelfstandigen zijn er in de gezondheidszorg de zogenaamde ‘grote’ en ‘kleine’ risico’s. Werknemers zijn verplicht verzekerd voor beide. Zelfstandigen kunnen vanuit de verplichte ziekteverzekering enkel terugbetaling krijgen van de ‘grote’ risico’s (opname in een ziekenhuis ter observatie en behandeling, grote heelkundige ingrepen, geneesmiddelen gedurende hospitalisatie, geneeskundige en verloskundige verzorging bij bevalling,…). De voordelen zijn dezelfde als voor de werknemers. Voor ‘kleine’ risico’s (bezoeken en raadplegingen van een algemeen geneesheer of specialist, geneesmiddelen bij de apotheker, tandverzorging, kleine heelkundige ingrepen,…) hebben zelfstandigen de mogelijkheid om zich ‘vrijwillig’ te verzekeren.

        Wel dient opgemerkt te worden dat indien een zelfstandige erkend is als mindervalide, hij een (gratis) aanvullend recht op kleine risico’s ontvangt. Dan moet hij uiteraard geen bijdrage meer betalen aan de dienst ‘kleine risico’s’ van het ziekenfonds.

        Bij arbeidsongeschiktheid ontvangt u, als zelfstandige, tijdens de eerste maand van uw arbeidsongeschiktheid geen uitkering. Deze maand noemt men de periode van ‘primaire niet-vergoedbare arbeidsongeschiktheid’. Wel kan u zich voor deze periode vrijwillig verzekeren bij uw ziekenfonds. De elf daarop volgende maanden betreffen de periode van ‘vergoedbare primaire arbeidsongeschiktheid’. Hierna vangt de periode van invaliditeit aan. De uitkeringen gebeuren steeds onder de vorm van forfaitaire bedragen die verschillen naargelang de periode en de gezinssituatie.

      2. Rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering

        De verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering wordt toegekend aan volgende gerechtigden of gekoppeld aan een voordeel dat de gerechtigde ontvangt:

        1. WIGW’s (weduwen, invaliden, gepensioneerden en wezen);
        2. mindervaliden;
        3. rechthebbenden op het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, tegemoetkoming aan gehandicapten of verhoogde kinderbijslag voor kinderen met een handicap;
        4. leefloontrekkers of OCMW-steuntrekkers;
        5. verblijvenden (vanaf 65 jaar);
        6. kloosterlingen (vanaf 65 jaar);
        7. langdurig werklozen, minstens 1 jaar volledig werkloos, met het statuut van werknemer (gezinshoofd of alleenstaande), die 50 jaar of ouder zijn;
        8. ambtenaren in disponibiliteit (1 jaar ziek).

        Ook hun personen ten laste genieten van dit recht op verhoogde tegemoetkoming.

        Het recht op verhoogde tegemoetkoming kan bovendien toegekend worden op basis van een voordeel dat de persoon ten laste ontvangt, met name:

        1. leefloontrekkers of OCMW-steuntrekkers;
        2. gewaarborgd inkomen voor bejaarden, tegemoetkoming aan gehandicapten of verhoogde kinderbijslag voor kinderen met een handicap.

        In dit geval geldt het recht op verhoogde tegemoetkoming enkel voor die persoon ten laste.

        De personen die genieten van een verhoogde tegemoetkoming betalen een lagere persoonlijke bijdrage in de kosten van de gewone geneeskundige verzorging, een lagere persoonlijke bijdrage in de kosten van een verblijf in een gewoon ziekenhuis en een lagere persoonlijke bijdrage voor bepaalde geneesmiddelen. Daarnaast kunnen zij genieten van een aantal bijkomende sociale en fiscale voordelen (bv.: verminderingskaart openbaar vervoer, vrijstelling van bepaalde taksen,…). De verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering geldt voor personen met een inkomen lager dan €12 732,29 per jaar voor een alleenstaande. Per persoon ten laste wordt dit vermeerderd met €2 357,09 (bedragen op 1 januari 2004). Bij de berekening van het inkomen worden de inkomens van al de gezinsleden mee in aanmerking genomen. Sommige categorieën van mensen zijn echter vrijgesteld van een inkomensonderzoek (leefloontrekkenden, gewaarborgd inkomen voor bejaarden, tegemoetkoming voor gehandicapten).

      Andere wettelijke tussenkomsten

      De ziekteverzekering voorziet nog een aantal wettelijke tussenkomsten, bijvoorbeeld voor duur en levensnoodzakelijk materiaal dat niet in de nomenclatuur is opgenomen (Bijzonder Solidariteitsfonds), de maximumfactuur of diverse forfaitaire vergoedingen. Deze tussenkomsten worden behandeld in hoofdstuk 12.

      Ook op het vlak van de Vlaamse Zorgverzekering spelen de ziekenfondsen een belangrijke rol. Ook dit wordt verder behandeld in hoofdstuk 12.

    3. Sociale dienst of dienst maatschappelijk werk
    4. Heeft u vragen, klachten of problemen, dan kan de maatschappelijk werker van uw ziekenfonds u wegwijs helpen. U kan bij hem terecht voor alle informatie omtrent uw concrete thuiszorgsituatie en voor informatie omtrent uw ziekteverzekering. Hij licht u in over de premies en tussenkomsten waarop u recht heeft en geeft advies met betrekking tot de organisatie van de thuiszorg. Hij helpt u de juiste hulpverleners te zoeken en bemiddelt indien nodig bij moeilijkheden. Hij kan u ook emotioneel ondersteunen of doorverwijzen. Vaak beschikt het ziekenfonds ook over een eigen dienst gezinszorg, een poetsdienst of een uitleendienst. Informeer u bij de sociale dienst!

    5. Aanvullende diensten van de ziekenfondsen
    6. Naast deze wettelijke regelingen heeft elk ziekenfonds ook een aantal aanvullende diensten en voordelen. Deze kunnen sterk verschillen naargelang het ziekenfonds, maar ook binnen eenzelfde ziekenfonds kan u tussen verschillende regio’s grote verschillen aantreffen. Elk regionaal ziekenfondssecretariaat beslist in principe autonoom welke diensten en/of financiële tegemoetkomingen aangeboden worden en welke niet, op deze manier kunnen ze inspelen op de lokale noden.

      Een aantal voorbeelden van dergelijke diensten zijn: ziekenvervoer, alarmtoestellen, uitleendiensten, een premie voor mantelzorgers, een tussenkomst in de kosten voor incontinentiemateriaal, een tussenkomst in de uurprijs voor gezinszorg, een tussenkomst in de dagprijs van een hersteloord enzovoort.

      Ook de kostprijs en de reglementering van elk van deze diensten kunnen telkens weer verschillend zijn. In de éne regio dient u bijvoorbeeld voor het uitlenen van een ziekenbed een klein bedrag per maand betalen, terwijl dat in een andere regio, bij hetzelfde ziekenfonds, gratis of tegen een borgsom kan.

      Deze aanvullende diensten en voordelen worden gefinancierd vanuit de ‘aanvullende vrije verzekering’, of met andere woorden met het lidgeld dat leden betalen. (Let op: dit is niet hetzelfde als de vrijwillige verzekering die zelfstandigen kunnen afsluiten voor o.m. kleine risico’s, zie hoger).

      Meestal kunnen ook niet-leden van deze diensten gebruik maken, maar zij betalen er meer voor.

      Ook facultatieve aanvullende diensten kunnen, tegen een bepaalde prijs, door de ziekenfondsen worden aangeboden (men kan kiezen of men zich hiervoor al dan niet aansluit, dit in tegenstelling tot de ‘gewone’ aanvullende diensten waar men van kan genieten van zodra men aangesloten is bij het ziekenfonds); bijvoorbeeld een hospitalisatieverzekering of een verzekering die zelfstandigen kunnen afsluiten voor o.m. kleine risico’s.

      Er bestaan grote verschillen tussen de mutualiteiten, sommige zijn voordeliger. Informeer u goed.

    7. Ledenverdediging en juridische dienst
    8. Wanneer u meent dat uw rechten met de voeten worden getreden of wanneer er een medische fout gebeurd is, dan kan u zich wenden tot de juridische dienst van uw ziekenfonds. Zij zullen u advies geven over uw rechten en plichten en zullen indien nodig uw klacht behandelen, al dan niet voor de rechtbank.

      Hieronder vindt u enkele veel voorkomende zaken:

      • ten onrechte aanrekenen van supplementen bij artroscopiën;
      • problemen met betrekking tot dringend ziekenvervoer en MUG-interventie;
      • problemen met zorgverlening en medische fouten;
      • klachten van patiënten (voornamelijk ten overstaan van ziekenhuizen);
      • klachten in verband met de factuur;
      • ten onrechte aanrekenen van een ‘forfait spoedafdeling’;
      • ten onrechte aanrekenen van materiaalkost door verplegingsinrichtingen.
    9. Ontevreden?
    10. Bij ontevredenheid of wanneer u bij een ander ziekenfonds een ruimer dienstenaanbod vindt, kan u uw lidmaatschap ook overbrengen en van ziekenfonds veranderen. Dit is echter gebonden aan een aantal voorwaarden en een bijzondere procedure. Bij het veranderen van ziekenfonds blijft u ‘in orde’, als u dat daarvoor ook al was. Wel moet u soms rekening houden met een wachttijd om van het aanvullend dienstenaanbod van uw nieuw ziekenfonds gebruik te kunnen maken.

      Voor klachten over uw ziekenfonds neemt u eerst contact op met uw eigen mutualiteit. Klachten kan u ook melden bij de sociale of juridische dienst van de eigen mutualiteit. Bepaalde mutualiteiten hebben namelijk een eigen ombudsdienst. Houdt er zeker rekening mee dat de ombudspersoon wordt aangesteld en betaald door de mutualiteit zelf en dus niet onafhankelijk werkt. In laatste instantie kan u klacht neerleggen bij de controledienst van de ziekenfondsen of bij het College van Federale Ombudsmannen (onafhankelijke instanties).

      Controledienst van de ziekenfondsen
      Sterrenkundelaan 1
      1210 Brussel
      Tel: 02/209 19 11

      College van Federale Ombudsmannen
      Hertogstraat 43
      1000 Brussel
      Tel: 02/289 27 27

      Rita is aangesloten bij de Christelijke Mutualiteiten. Haar moeder is bij haar komen inwonen en is aangesloten bij de Socialistische Mutualiteiten. Rita zag geen reden tot veranderen en liet dit dus zo. De verpleegster die aan huis komt, komt uit de liberale hoek. Waarom veranderen als het goed gaat?

    Samenwerkingsinitiatieven in de thuiszorg

    Sedert enkele jaren wordt het belang erkend van samenwerking in de gezondheids- en welzijnssector. Vooral in “de eerste lijn” werden hiervoor initiatieven genomen. Zorgbehoevende personen en mantelzorgers verwachten een kwalitatief hoogstaande dienstverlening en wensen dat de verschillende hulpverleners dan ook niet naast elkaar werken.

    Samenwerkingsverbanden worden als positief ervaren, al betreuren mantelzorgorganisaties en patiëntenverenigingen dat ze niet op dezelfde manier als partner beschouwd worden en niet een automatisch mandaat hebben in de structuren.

    Het zorgenplan is een bijzonder handig instrument bij de efficiënte planning en organisatie van de thuiszorg. Het laat niet alleen toe overzichtelijk aan te tonen wie welke zorg op welk ogenblik zal toedienen, het helpt ook bij de communicatie en relatie tussen mantelzorg en professionele thuiszorg en tussen de professionele hulpverleners onderling.

    In zijn meest eenvoudige vorm bestaat het zorgenplan uit een rooster waarop de verschillende tijdstippen en handelingen overzichtelijk gerangschikt staan en waar ook plaats is voorzien voor korte berichten tussen de mantelzorg en de hulpverleners onderling.

    De verschillende initiatieven die zowel federaal als Vlaams wettelijk geregeld zijn, zetten we hierna op een rijtje.

    1. Samenwerkingsinitiatieven in de Thuiszorg (SIT’s)
    2. De Samenwerkingsinitiatieven in de Thuiszorg (SIT’s) werden in het leven geroepen naar aanleiding van het ‘Besluit van de Vlaamse Regering houdende coördinatie en ondersteuning van de thuisverzorging’ van 21 december 1990, gewijzigd bij het ‘Besluit van de Vlaamse Regering d.d. 07/04/1998’.

      Een samenwerkingsinitiatief houdt in dat verschillende zorgverleners (professionelen, vrijwilligers, mantelzorg, thuisverzorgers) met elkaar samenwerken, overleggen en afspraken maken, opdat de hulp die ze aan een zorgbehoevende persoon bieden goed gecoördineerd en op elkaar afgestemd zou zijn. De nadruk wordt hierbij gelegd op een integrale benadering van de zorgbehoevende persoon en op continuïteit en kwaliteit van de zorg.

      De SIT’s zijn territoriaal afgebakend. In een SIT zijn verscheidene disciplines verplicht vertegenwoordigd, zoals thuisverpleegkundigen, huisartsen, gezinszorg en erkende centra voor algemeen welzijn in het kader van de ziekenfondsen. De mantelzorg kan een mandaat verwerven in de SIT’s.

      De belangrijkste taken van het SIT zijn onder andere: de thuiszorg bekend maken en stimuleren, actief informatie verspreiden inzake thuiszorg, taakafspraken maken, gemeenschappelijke initiatieven opzetten ter bevordering van de kwaliteit van de thuiszorg en ter ondersteuning van de mantelzorg.

      De SIT’s werken met zorgbemiddelaars. Ze zijn soms provinciaal gegroepeerd en worden ondersteund door coördinatoren. Men kan er als patiënt en als mantelzorger terecht voor problemen die men ervaart in de thuiszorgsituatie en hulp inroepen bij het opstellen van een zorgenplan. Zij contacteren alle betrokken hulpverleners en zoeken samen met u en voor u een oplossing. Bij problemen kan de zorgbemiddelaar eveneens bemiddelen tussen de zorgbehoevende persoon en de verschillende diensten voor thuiszorg en de partners rond de tafel brengen. Hij geeft advies over administratieve en/of materiële tegemoetkomingen. De zorgbemiddelaar volgt de organisatie van de zorg op en is de bondgenoot van de mantelzorg bij uitstek. Hoe meer personen betrokken zijn bij uw thuiszorgsituatie, hoe belangrijker een goede organisatie zal worden.

      Heeft u in uw thuiszorgsituatie nood aan zorgbemiddeling, richt u dan tot het samenwerkingsinitiatief van uw gemeente of provincie, tot uw huisarts, tot de sociale dienst van het OCMW of ziekenfonds, tot een maatschappelijk werker van de dienst voor gezinszorg of dienst voor thuisverpleegkunde of tot een vereniging van gebruikers en mantelzorgers.

    3. Geïntegreerde Diensten voor Thuisverzorging (GDT’s)
    4. De Geïntegreerde Diensten voor Thuisverzorging (GDT’s) werden federaal bij Koninklijk Besluit van 14 mei 2003 geregeld.

      Een geïntegreerde dienst bestaat uit vertegenwoordigers van de huisartsen, verpleegkundigen en vroedvrouwen, aangevuld met een vertegenwoordiger van bestaande coordinatiestructuren en voorzieningen.

      De GDT heeft de volgende opdrachten: de evaluatie van de zelfredzaamheid van de patiënt, de uitwerking en opvolging van een zorgenplan, het regelen van de taakafspraken tussen zorgverstrekkers. In het zorgoverleg staat het multidisciplinair overleg centraal. De zorgverleners en hulpverleners die aanwezig zijn op dergelijk overleg hebben recht op een financiële tegemoetkoming.

    5. Vlaamse Zorgregio’s
    6. Het Vlaams Parlement keurde op 23 mei 2003 het decreet goed betreffende de indeling in zorgregio’s en betreffende de samenwerking en programmatie van gezondheidsvoorzieningen en welzijnsvoorzieningen. De bedoeling van dit decreet is Vlaanderen in te delen in regio’s waarbinnen de samenwerkingsverbanden in de eerstelijns gezondheidszorg zullen moeten werken. Dit decreet heeft begin 2008 nog geen uitvoeringsbesluiten en kan dus nog niet worden toegepast.

    7. Samenwerkingsverbanden Eerste Lijn (SEL’s)
    8. Op 10 oktober 2003 keurde de Vlaamse regering het decreet ‘Eerstelijnsgezondheidszorg en de samenwerking tussen de zorgaanbieders’ goed. Het hoofddoel van het decreet is de samenwerking van alle zorgverstrekkers van de eerste lijn bevorderen. Hiervoor moeten de Samenwerkingsinitiatieven Eerste Lijn (SEL’s) de huidige SIT’s vervangen en tegelijkertijd de taken van de federale Geïntegreerde Diensten voor Thuisverzorging (GDT’s) opnemen. Dit decreet heeft eveneens begin 2005 nog geen uitvoeringsbesluiten en kan dus nog niet worden toegepast.

      Plaatselijke vertegenwoordigers van de huisartsen, diensten voor gezinszorg, verpleegkundigen en vroedvrouwen, ziekenfondsen, rusthuizen, OCMW’s en lokale dienstencentra moeten verplicht deel uitmaken van een SEL.

      Enkele concrete taken van een SEL:

      • fungeren als overlegplatform voor de zorgaanbieders;
      • bewaken van de praktische organisatie en ondersteuning van multidisciplinaire samenwerking van zorgaanbieders, mantelzorgers en vrijwilligers
      • procedures bewaken met betrekking tot de evaluatie van het zelfvermogen en/of de uitwerking en het opvolgen van een zorgplan;
      • klachtenmeldpunt en klachtenbemiddeling;
      • organiseren van multidisciplinaire vormingsinitiatieven;
      • enzovoort.

    OCMW’s

    Wat?

    Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) waarborgt elke burger een minimum aan welzijn (denken we maar aan het leefloon) om zo de menselijke waardigheid van iedereen te garanderen. De taken van het OCMW zijn heel ruim.

    Elk OCMW heeft een vaste structuur.

    Wanneer u een vraag naar ondersteuning stelt, legt de maatschappelijk werker deze vraag voor aan de raad voor maatschappelijk welzijn, die de beslissing neemt. Deze raad kan haar bevoegdheden delegeren naar het vast bureau of naar bijzondere comités (zoals het bijzonder comité voor de sociale dienst). Indien u een bestaansminimum aanvraagt, heeft u het recht om gehoord te worden en om uw vraag te motiveren. Dit geldt niet bij een vraag om occasionele financiële steun.

    In het OCMW kan u in verband met uw thuiszorg terecht.

    Het OCMW zorgt voor een aantal vormen van dienstverlening: warme maaltijdverstrekking aan huis, klusjesdiensten, gezinszorg, oppas, poetshulp enzovoort. De prijs van de aangeboden diensten is afhankelijk van de financiële draagkracht van de persoon die er een beroep op doet.

    Vervolgens kan u op de sociale dienst informatie en advies verkrijgen omtrent sociale, financiële, juridische of psychologische aangelegenheden. Men kan er nagaan of u alle premies krijgt waar u recht op heeft, men kan u helpen met het zoeken naar de juiste hulp,…

    Tenslotte kan u onder bepaalde voorwaarden financiële hulp verkrijgen als bijdrage in uw thuiszorguitgaven, na onderzoek door de maatschappelijk werkster.

    Voor wie?

    Voor alle inwoners van de gemeente.

    Waar?

    Elke gemeente heeft een eigen OCMW.

    Notaris

    Wat?

    Een notaris is terzelfdertijd openbaar ambtenaar en beoefenaar van een vrij beroep.

    Een notariële akte geeft aan een document authentieke bewijswaarde, zowel tussen partijen en hun erfgenamen als ten opzichte van derden. De gewone contracten tussen partijen noemt men daarentegen onderhandse akten, die maar bewijskracht bekomen als ze worden erkend. Een notariële akte heeft uitvoerbare kracht zonder voorafgaande dagvaarding of vonnis.

    U kan een notaris vragen om aan huis, het ziekenhuis of rusthuis te komen. U heeft het recht om dit te vragen, maar wees hierbij voldoende assertief.

    Voor wie?

    U kan bij de notaris terecht voor gratis advies. Voor het opstellen van overeenkomsten, contracten, testamenten,… met authentieke bewijskracht moet u betalen. Notarissen zijn zeer belangrijk om advies te verlenen betreffende financiële afspraken in de thuiszorg (zie hoofdstuk 6)

    Waar?

    U kan terecht bij om het even welke notaris uit uw buurt.

    Prijs?

    Het bedrag dat u aan de notaris betaalt omvat 3 elementen:

    • het ereloon;
    • de registratierechten (= soort belasting)
    • en de aktekosten.

    Voor sommige akten betaalt u een forfaitaire som, bijvoorbeeld voor een testament €200,00 (bedrag in 2005).

    Voor andere akten hangt de te betalen kostprijs af van de waarde van de transactie. Bijvoorbeeld bij een verkoop betaalt u een ereloon waarvan het percentage daalt naarmate de prijs hoger is, een vast percentage registratierechten (dit bedraagt in Vlaanderen 10% wanneer men niet van vermindering geniet), en de eigenlijke aktekosten.

    Vrijwilligerswerk

    1. Vrijwilligers in de thuiszorg
    2. Wat?

      Er zijn in Vlaanderen vele vrijwilligers actief in de thuiszorg. Wanneer deze gegroepeerd zijn, spreken we van het georganiseerd vrijwilligerswerk. Deze vrijwilligers worden begeleid en ondersteund door één of meerdere professionelen. De vrijwilligers nemen deel aan vormingssessies, in functie van hun taak, zodat ze bekwaam zijn ook moeilijkere situaties het hoofd te bieden. Zo leren ze bijvoorbeeld omgaan met zieken, hef- en tiltechnieken,… Zij zijn gebonden aan de reglementeringen van de organisatie waarbij zij vrijwilliger zijn.

      Bepaalde vrijwilligersorganisaties zijn ook erkend door de Vlaamse Gemeenschap. Privé-personen zijn vaak ook bereid zich in te schakelen in zorgsituaties. Het is aangeraden om voor deze vrijwilligers een arbeidsongevallenverzekering te nemen (zie hoofdstuk 15).

      Voor wie?

      De vrijwilligers zijn op verschillende terreinen in de thuiszorg werkzaam. Vaak worden ze ingeschakeld als oppas bij zieken en/of ouderen, bij vervoer van zieken, ouderen of mensen met een handicap, om boodschappen te doen of zieken en bejaarden gezelschap te houden,…

      Waar?

      Vrijwilligers vindt u onder andere bij de ziekenfondsen, bij de Gezinsbond, de erkende samenwerkingsinitiatieven in de thuiszorg, erkende diensten voor gezinszorg, bij verpleegkundige diensten, OCMW’s, privé-instanties en/of bij palliatieve diensten, bij erkende diensten voor oppashulp of centra algemeen welzijnswerk.

      Prijs?

      Het eigene aan vrijwilligers is dat zij geen loon ontvangen. U betaalt wel een bijdrage voor de verzekering van de vrijwilliger en eventueel ook een bijdrage voor de organisatie van de dienst.

    3. Belangenbehartiging
    4. Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk

      Het ‘Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk’ verdedigt de belangen van het vrijwilligerswerk, maar dan wel over de grenzen heen, dus ook bijvoorbeeld vrijwilligerswerk in de sport- en de cultuursector. Wordt men lid van dit platform, dan krijgt men een tijdschrift en kan men de databank voor het vrijwilligerswerk raadplegen, waarin vraag naar en aanbod van vrijwilligerswerk worden samengebracht.

      Op hun website vindt u een vacaturebank waarop u kan solliciteren als vrijwilliger.

      Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk (VSVw vzw)
      Amerikalei 164
      2000 Antwerpen
      Tel: 03/218 59 01
      Website: http://www.vrijwilligerswerk.be

      Provinciale steunpunten vrijwilligerswerk

      De steunpunten zetten acties op om nieuwe vrijwilligers aan te spreken. Organisaties die over een vrijwilligerswerking beschikken of er één willen opzetten, kunnen er terecht voor vorming en ervaringsuitwisseling die inspeelt op nieuwe evoluties binnen het vrijwilligerswerk.

      • Steunpunt Vrijwilligerswerk Brussel ‘Het Punt’ vzw
        Treurenberg 24
        1000 Brussel
        Tel: 02/218 55 16
        Fax: 02/218 71 66

      • Provinciaal Steunpunt Antwerpen
        Boomgaardstraat 22 bus 100
        2600 Berchem
        Tel: 03/240 61 65

      • Provinciaal Steunpunt Vlaams-Brabant
        Provincieplein 1
        3010 Kessel-Lo
        Tel: 016/26 73 25

      • Provinciaal Steunpunt West-Vlaanderen
        Provinciebestuur Boeverbos
        Koning Leopold III-laan 41
        8200 Brugge
        Tel: 050/40 34 87

      • Provinciaal Steunpunt Limburg
        Universiteitslaan 1
        3500 Hasselt
        Tel: 011/23 72 24

      • Provinciaal Steunpunt Oost-Vlaanderen
        PAC Het Zuid
        Woodrow Wilsonplein 2
        9000 Gent
        Tel: 09/267 75 44

    Verenigingen van gebruikers en mantelzorgers

    In het kader van het ‘Decreet houdende erkenning en subsidiëring van verenigingen en welzijnsvoorzieningen en de thuiszorg’ van 14 juli 1998, kortweg het ‘thuiszorgdecreet’, werden er vijf verenigingen van gebruikers en mantelzorgers erkend.

    De verenigingen hebben als globale opdracht de gebruikers en hun mantelzorgers te ondersteunen en hun gemeenschappelijke belangen te onderkennen en te behartigen.

    De erkende verenigingen zijn:

    • Werkgroep Thuisverzorgers vzw
      Groeneweg 151
      3001 Heverlee
      Tel: 016/22 73 37

    • Ons Zorgnetwerk vzw
      Remylaan 4B
      3018 Wijgmaal
      Tel: 016/24 49 49
      Fax: 016/24 39 72
      Website: http://www.onszorgnetwerk.be

    • Ziekenzorg Christelijke Mutualiteiten vzw
      Haachtsesteenweg 579 postbus 40
      1031 Brussel
      Tel: 02/246 47 76

    • Steunpunt Thuiszorg vzw
      Sint-Jansstraat 32-38
      1000 Brussel
      Tel: 02/515 03 94
      Fax: 02/515 03 08
      Website: http://www.steunpunt-thuiszorg.be

    • Ondersteuning in de Thuiszorg vzw
      Livornostraat 25
      1050 Brussel
      Tel: 02/542 87 09
      Website: http://www.thuis.zorg.mut400.be

    Andere sociale diensten

    Wat?

    Een sociale dienst helpt u met financiële of psychosociale problemen. U kan er ook terecht voor informatie omtrent uw concrete thuiszorgsituatie. U wordt er ingelicht over de premies en tussenkomsten waarop u recht heeft en men geeft er u eventueel advies met betrekking tot de organisatie van de thuiszorg. Men verwijst er u ook door naar de juiste thuiszorgdiensten.

    Voor wie?

    Werknemers van een aantal bedrijven vinden in hun bedrijf een sociale dienst met een vertrouwenspersoon. Mensen met bepaalde aandoeningen kunnen bij sociale diensten van bepaalde liga’s en verenigingen terecht. Daarnaast beschikken de (openbare) instellingen ook over sociale diensten, bijvoorbeeld ziekenhuizen, NMBS, De Lijn, …

    Privé-personen

    Schakelt u privé-personen in (u heeft bijvoorbeeld een oppas via een advertentie uit de krant), dan zal u een prijs in onderling overleg moeten bepalen. Let wel: U stelt op deze manier mensen ‘in ’t zwart’ te werk van zodra zij een bepaald aantal uren per dag presteren. Voor dienstboden bestaat er een aparte fiscale regeling. Vraag uitleg op het OCMW. Een arbeidsongevallenverzekering is aangeraden (zie ook hoofdstuk 15).

    Voor specifieke doelgroepen:

    Centra voor ontwikkelingsstoornissen

    Wat?

    Het takenpakket van een centrum voor ontwikkelingsstoornissen is zeer uitgebreid. Een overzicht:

    • nagaan of het kind een ontwikkelingsstoornis heeft;
    • de aard en de ernst van de handicap vaststellen;
    • bijkomende problemen opsporen en bepalen;
    • aanvullend onderzoek laten uitvoeren;
    • bepalen wat het kind nog zal kunnen;
    • beoordelen of er nood is aan begeleiding en therapie, en zo ja, welke en hoeveel;
    • een speciale opdracht van deze centra is de vroegtijdige opsporing van autisme en het geven van advies over de behandeling ervan.

    Het centrum betrekt de ouders zo goed mogelijk bij de beoordeling, de beslissingen en de therapeutische en opvoedkundige aanpak van het kind. In overleg met de ouders wordt nagegaan wat voor het kind de beste oplossing is. Er worden adviezen gegeven over hulpmiddelen en er wordt eventueel doorverwezen naar geschikte voorzieningen voor verdere behandeling, naar geschikte scholen enzovoort.

    Zij doen ook registratie van alle onderzoeken om zo adviezen te kunnen formuleren wat preventie naar het beleid toe betreft.

    Tenslotte zal zo’n centrum zijn bijdrage leveren tot het wetenschappelijk onderzoek.

    De centra werken met multidisciplinaire teams bestaande uit artsen, psychologen, orthopedagogen, maatschappelijk werkers, ergotherapeuten, kinesisten,…

    Voor wie?

    De centra voor ontwikkelingsstoornissen onderzoeken minderjarigen bij wie men vaststelt of vermoedt dat er tijdens de eerste levensjaren stoornissen in de ontwikkeling zijn ontstaan, of van wie men vermoedt dat zij hierop een groot risico lopen (bijvoorbeeld wanneer er in de familie reeds meerdere personen met ontwikkelingsstoornissen zijn).

    Waar?

    Er zijn vier erkende centra:

    • Provincie Antwerpen
      Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen (COS) Antwerpen
      Gouverneur Kinsbergencentrum
      2610 Wilrijk
      Tel: 03/830 73 10
      Fax: 03/828 69 64
    • Provincie Vlaams-Brabant
      Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen
      UZ Gasthuisberg – Sint-Rafaël
      Kapucijnenvoer 33
      3000 Leuven
      Tel: 016/33 75 08

    • Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen
      Vrije Universiteit Brussel
      Laarbeeklaan 101
      1090 Jette
      Tel: 02/477 56 95
    • Provincie Oost-Vlaanderen
      Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen
      UZ Gent
      Gebouw K5 (derde verdieping)
      De Pintelaan 185
      9000 Gent
      Tel: 09/240 57 44

    Prijs?

    De bijdrage die de cliënt betaalt voor zo’n multidisciplinair onderzoek bedraagt €55,00 voor een kalenderjaar (niet terugvorderbaar via het ziekenfonds.

    Kinderen met een chronische ziekte of handicap op school

    Een goede, aangepaste school is voor een kind met een chronische ziekte of een handicap erg belangrijk. Het brengt er immers vele uren, dagen en jaren van zijn leven door. Als ouder heeft u de keuze tussen buitengewoon onderwijs en het reguliere onderwijs.

    Het Bijzonder Onderwijs is onderverdeeld in acht verschillende types. Elk van deze types omvat het onderwijs dat aangepast is aan de algemene en bijzondere opvoedingsbehoeften van kinderen die tot eenzelfde groep behoren.

    Bij inclusief onderwijs gaan alle kinderen naar een gewone, reguliere school. Sommige kinderen (bijvoorbeeld kinderen met een handicap) krijgen extra ondersteuning om te participeren aan het school- en klasgebeuren. De kinderen met een beperking werken aan dezelfde projecten als de andere kinderen, maar werken daarbij ook aan eigen doelen. Daarbij krijgen ze “ondersteuning” op maat. Dit kan zowel gaan om praktische als om pedagogisch – didactische begeleiding. Soms worden specialisten of vrijwilligers of medeklasgenoten hiervoor ingeschakeld.

    In werkelijkheid loopt dit echter niet altijd van een leien dakje. Er zijn nog veel drempels die ouders en scholen beletten om een kind met een handicap of chronische ziekte op te nemen in een gewone school. We denken hierbij aan de ontoegankelijkheid van gebouwen, het te strak hanteren van typologieën en procedures, de eenzijdige benadering van eindtermen, te weinig financiële middelen voor ondersteuning enzovoort.

    Ondanks deze drempels is inclusief onderwijs erg waardevol omdat het veel belang hecht aan sociale doelen (erbij horen, vriendschap) en tegelijkertijd volop werkt aan de ontwikkeling van de kinderen. Zo probeert men kwaliteitsvol onderwijs te realiseren en wordt de school een plaats waar kinderen volop kunnen leren om samen te werken. Op die manier vormt de school een weerspiegeling van de samenleving waar kinderen in alle verscheidenheid samen kunnen leven en leren.

    U kan in overleg met diensten zoals het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) of een oudervereniging zoals Ouders voor Inclusie zoeken naar de meest geschikte school. Soms kan het goed zijn dat ouders kiezen voor aangepast onderwijs, in een andere situatie zal men ervoor opteren om het kind met een handicap in een ‘gewone’ school les te lopen.

    Als uw kind omwille van ziekte vaak school moet missen kan het tijdens een ziekenhuisopname in een ziekenhuisschool verder les volgen. Niet elk ziekenhuis beschikt over een school. Een overzicht vindt u op http://www.ikleerinhetziekenhuis.be.

    Daarnaast bestaat er ook thuisonderwijs voor kinderen die langdurig afwezig zijn door ziekte. Deze regeling geldt enkel voor kinderen uit het lager onderwijs. Van zodra een leerling 21 kalenderdagen afwezig is kan het vanaf de 22e dag vier lesuren per week tijdelijk onderwijs aan huis krijgen op vraag van de ouders. De thuisschool is verplicht om op deze vraag in te gaan. Uiteraard mag de school meer lesuren organiseren. De ouders dienen een schriftelijke aanvraag en een medisch attest te bezorgen aan de thuisschooldirectie.

    Op de volgende website kan u nagaan bij welk CLB u terecht kan: http://www.onderwijs.vlaanderen.be/clb.

    Deze informatie kan u ook vragen op het volgende adres:

    Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
    Hendrik Consciencegebouw
    Koning Albert II-laan 15
    1210 Brussel
    Tel: 1700 (Vlaamse infolijn)

    Voor meer informatie omtrent inclusief onderwijs kan u terecht bij:

    Ouders voor Inclusie
    Arthur Verhaegenstraat 42
    9000 Gent
    Tel: 09/330 05 62
    Website: http://www.oudersvoorinclusie.be

    Hiervoor kan u ook terecht bij Inclusie Vlaanderen:

    Inclusie Vlaanderen
    Albert Giraudlaan 24
    1030 Brussel
    Tel: 02/247 28 20
    Website: http://www.inclusievlaanderen.be

    Ook op de website van de Gelijke Onderwijskansen vindt u meer informatie over inclusief onderwijs http://www.ond.vlaanderen.be/gok

    Vroeg- en thuisbegeleidingsdiensten

    Wat?

    Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap erkent verschillende vroeg- en/of thuisbegeleidingsdiensten. Deze diensten richten zich tot mensen met een motorische, visuele, auditieve of mentale handicap, of een combinatie hiervan. Tenzij anders aangegeven werken deze diensten zowel met kinderen als met volwassenen.

    De teams bestaan uit orthopedagogen, opvoeders, maatschappelijk werkers, kinesisten, logopedisten,…

    De vroegbegeleidingsdiensten hebben als taak gezinnen met een kindje met een handicap te begeleiden in de voorschoolse periode. Zij helpen bij de opvoeding van het kind en bij de veelvuldige aanpassingen, die de aanwezigheid van een kind met een handicap vraagt van het gezin. Ze bieden ouders emotionele ondersteuning. In sommige diensten is er een contactgroep voor ouders van kinderen met een handicap opgericht.

    De thuisbegeleidingsdiensten hebben eveneens als taak om jongeren en volwassenen met een handicap in hun thuismilieu te begeleiden, alhoewel de concrete invulling uiteraard verschillend zal zijn. De klemtoon ligt hier eerder op de integratie van de persoon met de handicap in zijn dagelijkse woon- en werk- of schoolomgeving. Ook de relatie met andere gezinsleden krijgt aandacht.

    Voor wie?

    Mensen die ingeschreven zijn bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap en een goedkeuring hebben voor ‘thuisbegeleiding’ kunnen van deze vorm van dienstverlening gebruikmaken. Een uitzondering kan gemaakt worden voor kinderen jonger dan 6 jaar. Een medisch attest van de huisarts is voldoende om de hulp van deze diensten voor maximum 1 jaar in te roepen. Voor oudere kinderen en volwassenen dient u een multi-disciplinair verslag te laten opmaken om de inschrijvingsprocedure bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap te laten opstarten.

    Waar?

    Wend u tot een kinderarts of een centrum voor ontwikkelingsstoornissen, indien u als ouders van een kind met een handicap een beroep wil doen op een vroeg- of thuisbegeleidingsdienst. Volwassen mensen met een handicap kunnen contact opnemen met de behandelend geneesheer of met het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Zij kunnen u doorverwijzen.

    Prijs?

    De frequentie van huisbezoeken van deze diensten is erg verschillend naargelang de situatie. Soms komen zij wekelijks, dan weer maandelijks, afhankelijk van de behoeften van het gezin. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap subsidieert deze diensten.

    Expertisecentra Dementie Vlaanderen

    De Expertisecentra Dementie Vlaanderen zijn provinciale aanspreekpunten, gesubsidieerd door de overheid, voor iedereen die geconfronteerd wordt met dementie.

    Ze hebben als doel de zorg voor en de begeleiding van personen met dementie te ondersteunen, ze doen dit in samenwerking met het brede zorglandschap. Ze geven vorming en advies aan familieleden en hulpverleners over diverse aspecten van dementie.

    In Vlaanderen zijn negen centra actief (2005). Zij werken samen aan gemeenschappelijke acties, zoals bijvoorbeeld de opleiding tot referentiepersoon dementie, studiedagen en publicaties.

    Op regelmatige basis worden er in de verschillende provincies “dementiecafés” ingericht voor dementerende personen en families. Het begrip ‘café’ staat voor: open, toegankelijk, informeel. In elke bijeenkomst wordt één of ander aspect van dementie belicht. Daarbij is er heel veel ruimte voor uitwisseling, delen van ervaringen en een losse babbel bij een drankje. Gewoon luisteren kan ook.

    Voor meer informatie over dementie of het ECD in uw buurt, kunt u bellen op het nummer 070/22 47 77 of surfen naar de website http://www.dementie.be

    • Provincie West-Vlaanderen

      Foton
      Sint-Jansplein 10
      8000 Brugge
      Tel: 050/44 67 93

      Sophia
      Budastraat 20
      8500 Kortrijk
      Tel: 056/32 10 75

    • Provincie Oost-Vlaanderen

      Paradox
      Wilgestraat 123
      9000 Gent
      Tel: 09/233 14 38

      Meander
      Kerkstraat 115
      9200 Dendermonde
      Tel: 052/26 28 23

    • Provincie Antwerpen

      Orion
      Sint-Bavostraat 29
      2610 Wilrijk
      Tel: 03/820 73 22

      Tandem
      Oude Vaartstraat 14
      2300 Turnhout
      Tel: 014/47 83 71

    • Provincie Vlaams Brabant

      Memo Leuven
      Noormannenstraat 68
      3000 Leuven
      Tel: 016/50 29 06

      Memo Heikruis
      Molenhofstraat 31
      1670 Pepingen-Heikruis
      Tel: 02/398 00 18

    • Provincie Limburg

      Contact
      Welzijnscampus
      A. Rodenbachstraat 29 bus 9
      3500 Hasselt
      Tel: 011/30 88 51

    • Brussels Hoofdstedelijk Gewest

      Broes
      R. Vandendriesschelaan 11
      1150 Brussel
      Tel: 02/778 01 70

    • Coördinatie

      Expertisecentra Dementie Vlaanderen
      p.a. projectcoördinatie en secretariaat
      Sint-Bavostraat 29
      2610 Wilrijk
      Tel: 070/22 47 77
      Website: http://www.dementie.be

    Werkgroep Thuisverzorgers vzw heeft een boeiend boek rond dementie, zowel voor families als voor professionele hulpverleners. “De Weg Kwijt. Wat families zeker moeten weten over dementie.” behandelt de ziekte zelf, het belang van een vroegtijdige diagnose, de verschillende fasen, de gevoelens van de zieke en de directe omgeving en bevat praktische tips bij de dagelijkse zorg voor de dementerende persoon. Dit boek kan besteld worden op het secretariaat van de Werkgroep Thuisverzorgers VZW (zie hoofdstuk 1).

    Palliatieve Zorg

    1. Palliatieve netwerken

      Het doel van het palliatief netwerk is het verspreiden van een palliatieve zorgcultuur maar ook om ziekte, dood en rouw in deze tijd terug bespreekbaar te maken en een plaats te geven. Het netwerk is een pluralistische vzw waarin alle hulpverleners uit het arrondissement, zowel uit de thuiszorg als uit de intramurale zorg (rust- en verzorgingstehuizen en ziekenhuizen) vertegenwoordigd zijn. Elk netwerk beschikt over een equipe met palliatieve deskundigen die zoveel mogelijk de opvang en begeleiding van palliatieve patiënten in hun thuismilieu mogelijk maken.

    2. Palliatieve thuiszorgequipes

      Palliatieve thuisverzorging is het geheel van de zorgverlening aan palliatieve patiënten die hun laatste dagen, weken of maanden wensen thuis door te brengen. Het belangrijkste doel van de palliatieve verzorging is de zieke en zijn familie een zo groot mogelijke levenskwaliteit en maximale zelfstandigheid te bieden.

      De patiënt en zijn familie worden gesteund door een palliatief thuiszorgteam. Elk team bestaat uit verpleegkundigen, een adviserend arts en mogelijk een psycholoog. Zij werken samen met of vertrouwde eerstelijnshulpverleners. Deze teams werken binnen een palliatief netwerk.

      De begeleiding door de palliatieve thuiszorgequipe is voor de patiënt volledig gratis. Het team wordt forfaitair vergoed door het ziekenfonds waarbij de patiënt is aangesloten.

      Voor de adressen van palliatieve netwerken en thuiszorgequipes kan u terecht bij de Federatie Palliatieve Zorg.

      Federatie Palliatieve Zorg
      J. Vander Vekenstraat 158
      1780 Wemmel
      Tel: 02/456 82 00
      Website: http://www.palliatief.be/

    3. Palliatieve eenheden en palliatieve supportteams

      Zelfs bij een optimale thuisverzorging is een ziekenhuisopname niet altijd te vermijden. Sinds 1997 is er in elk rust- en verzorgingstehuis en ziekenhuis een palliatieve functie of een palliatief supportteam. Dit team ondersteunt de vertrouwde hulpverleners van de patient in deze palliatieve situatie.

      Aan sommige ziekenhuizen is een palliatieve eenheid verbonden voor de opvang en verzorging van palliatieve patienten. In een palliatieve eenheid wordt alles in het werk gesteld om het maximale comfort van de patiënt en zijn familie te verzekeren. De sfeer is er huiselijk en de regels flexibel.

    4. Palliatieve dagcentra

      Op dit ogenblik zijn vijf Vlaamse palliatieve dagcentra door de Vlaamse Gemeenschap erkend. Hoeveel keer en welke dag(en) per week men beroep doet op het dagcentrum, wordt individueel afgesproken. De instellingen moeten een bepaalde professionele omkadering bieden: verpleegkundige zorg, aangepaste maaltijden, mogelijkheid tot raadplegen van een psycholoog, sociaal contact en activiteiten enzovoort. Ook met de huisarts wordt een samenwerkingsovereenkomst afgesloten.

      Voor concrete adressen en meer informatie kan u terecht op de website van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid: http://www.zorgengezondheid.be of bij de palliatieve netwerken.

    5. Verwante rubrieken

      • Palliatief forfait
      • Er bestaat een premie voor palliatieve zorgverlening die kan worden toegekend aan palliatieve patiënten die thuis willen sterven. Zie hoofdstuk 12

      • Vrijstelling remgeld
      • Er is een regeling voor de vrijstelling van het remgeld voor palliatieve patiënten. Zie hoofdstuk 12

      • Palliatief verlof
      • Voor werknemers werd het palliatief verlof ingevoerd. Zie hoofdstuk 11

    Geestelijke Gezondheidszorg

    Wat?

    De centra voor geestelijke gezondheidszorg bieden hulp aan personen met ernstige psychische problemen en psychiatrische stoornissen en ook aan hun omgeving. Ze ondersteunen ook andere hulpverleners in hun hulpverleningsproces. Psychologen, psychiaters en maatschappelijk werkers werken er in teamverband.

    Waar?

    De centra voor geestelijke gezondheidszorg liggen verspreid over Vlaanderen en Brussel.

    U vindt een lijst op http://www.zorgengezondheid.be.

    Deze informatie kan u ook verkrijgen op het volgende adres:

    Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid
    Afdeling Residentiële en Gespecialiseerde zorg
    Koning Albert II-laan 35 bus 33
    1030 Brussel
    Tel: 02/553 09 60
    Fax: 02/553 36 05

    Voor wie?

    In een centrum voor geestelijke gezondheidszorg kunnen zowel kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen terecht. Cliënten kunnen rechtstreeks contact opnemen met een centrum in hun buurt.

    Prijs?

    Voor een afspraak met een psychiater gelden de RIZIV-tarieven. De bijdrage voor een ander teamlid is afgestemd op de remgelden RIZIV-tarieven. Er wordt rekening gehouden met de financiële draagkracht van de cliënt.

    Psychiatrische zorg voor patiënten in de thuissituatie (PZT)

    Mensen met psychiatrische kwetsbaarheid willen (opnieuw) deel uitmaken van de samenleving. Enkele jaren geleden ervaarden de reguliere thuiszorg en de instanties binnen de Geestelijke Gezondheidszorg dat ze over te weinig kennis en vaardigheden beschikten om deze groep van cliënten deskundig op te vangen in hun thuisomgeving.

    Sinds 2001 financiert de federale overheid projecten in België met als doel te experimenteren met betrekking tot de zorg voor psychiatrische patiënten in hun thuisomgeving. Deze projecten moeten, in samenwerking met de reguliere thuiszorgdiensten, een coördinerende rol opnemen in de zorg aan huis voor de psychiatrische patiënt. Individuele begeleiding van patiënten behoort dus niet tot de hoofdopdracht van deze projecten: de projectmedewerkers moeten vooral de reguliere thuiszorgdiensten ondersteunen in de begeleiding en de zorg voor de cliënten coördineren.

    Psychiatrische thuiszorg is er enkel voor chronische psychiatrische patiënten die niet zonder extra steun in hun thuisomgeving kunnen verblijven. Als psychiatrisch patiënt kan u steun ontvangen van een project psychiatrische thuiszorg, bijvoorbeeld na een opname in een psychiatrisch ziekenhuis, een begeleiding in een centrum geestelijke gezondheidszorg of een verblijf in een initiatief voor Beschut Wonen. Er komen ook hulpvragen vanuit de huisarts, de thuisverpleging of familiezorg en uitzonderlijk kunnen ook mantelzorgers contact opnemen met een pilootproject psychiatrische thuiszorg.

    Concreet betekent dit dat de hulpverleners (bijvoorbeeld psychiatrisch verpleegkundigen) de cliënten individueel kunnen begeleiden, maar daarnaast ook de mantelzorg en de reguliere thuiszorg kunnen leren hoe om te gaan met psychiatrische patiënten. Inhoudelijk gaat het hier om hervalpreventie, herstel op psychosociaal vlak, ondersteuning van de mantelzorg en het ontwikkelen van specifieke methodieken voor de psychiatrische thuiszorg.

    Let op! Deze pilootprojecten worden gefinancierd met de bedoeling een bepaalde zorgvorm uit te proberen en zijn dus beperkt in tijd. Dit wil zeggen dat niet in elke regio pilootprojecten erkend zijn. Bovendien is het ook niet zeker dat deze projecten op lange termijn nog zullen bestaan.

    Meer informatie over deze projecten kan u vinden op de website van de Overlegplatforms voor Geestelijke Gezondheidszorg: http://www.ggz-overleg.be. Hier vindt u ook de adressen van de provinciale Overlegplatforms, die u meer kunnen vertellen over de projecten ‘Psychiatrische Zorg voor patiënten in de Thuissituatie’ in uw streek. Deze adressen kan u ook opvragen op het secretariaat van de Werkgroep.

    Diensten voor pleegzorg

    Diensten voor pleegzorg werven, selecteren en begeleiden pleegouders (voor minderjarigen), gastgezinnen (voor meerderjarigen) of vrijwilligers-particulieren.

    Personen met een handicap kunnen eveneens opgevangen worden binnen pleegzorg. Het betreft hier zowel minderjarigen als volwassenen en alle vormen van handicap komen in principe in aanmerking. Soms wonen volwassenen zelfstandig en worden zij hierin ondersteund door een vrijwilliger uit de buurt. Deze vorm, Wonen met Ondersteuning van een Particulier (WOP) genaamd, is eveneens pleegzorg.

    Pleegouders of gastgezinnen of particulieren krijgen een onkostenvergoeding voor de opvang. Familieleden van een persoon met een handicap hebben ook recht op deze erkenning en vergoeding, als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

    • de persoon met een handicap moet erkend zijn door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
    • het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap moet een ‘ticket’ pleegzorg toekennen aan de persoon met een handicap;
    • enkel broers en zussen of ooms en tantes kunnen in aanmerking komen (dus niet de ouders en grootouders).

    Families die denken hiervoor in aanmerking te komen, kunnen een aanvraag indienen via de Federatie Pleegzorg:

    Federatie Pleegzorg
    Ravenstraat 98
    3000 Leuven
    Tel: 070/220 300
    Website: http://www.pleegzorgvlaanderen.be

    Kinderen- en jongerenwerking

    Brussenwerking

    De ‘Brussenwerking’ is een werking voor broers en zussen (’brussen’) van kinderen met een handicap of stoornis. Ze wil de plaats en het belang van de broer of zus in het gezin benadrukken en dit gedachtengoed verspreiden in voorzieningen, scholen, diensten, verenigingen, … Ze proberen aan professionelen te verduidelijken dat naast ouderbegeleiding, ook ondersteuning aan de broers en zussen aangeboden kan worden. Aan ouders proberen ze mee te geven dat aandacht voor de andere kinderen in hun gezin heel belangrijk is.

    Brussenwerking
    Gistelsesteenweg 190/1
    8200 Brugge
    Tel: 050/40 50 00
    Website: http://www.brussen.be

    Kinderen van ouders met psychische problemen (K.O.P.P.)

    Specifiek voor kinderen van ouders met psychische problemen heeft Similes een aparte werking opgericht. Hiervoor kan u terecht bij:

    Similes vzw t.a.v. KOPP
    Groeneweg 151
    3001 Heverlee
    Tel: 016/23 23 82
    Website: http://www.similes.be

    Speciaal voor KOPP-kinderen werd de volgende website ontwikkeld: http://www.koppvlaanderen.be

    Nuttige adressen

    • Vlaamse Beroepsvereniging voor Zelfstandig Verpleegkundigen
      Victor Govaerslaan 35
      2170 Merksem
      Tel: 03/326 13 66
      Website: http://www.verplegingthuis.be
    • Solidariteit voor het Gezin
      Tentoonstellingslaan 76
      9000 Gent
      Tel: 070/23 30 28
      Website: http://www.solidariteit.be
    • Thuishulp Socialistische Mutualiteit
      St-Jansstraat 32
      1000 Brussel
      Website: http://www.socmut.be/
    • Wit-Gele Kruis van Vlaanderen
      Ad. Lacomblélaan 69
      1030 Brussel
      Tel: 02/739 35 11
      Fax: 02/739 35 99
      Website: http://www.wgk.be
    • Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid
      Team Thuiszorg
      Koning Albert II-laan 35 bus 33
      1030 BRUSSEL
      Tel: 02/553 33 55
      Fax: 02/553 36 90
    • Vlaams Patiëntenplatform
      Groeneweg 151
      3001 Heverlee
      Tel: 016/23 05 26
      Website: http://www.vlaamspatientenplatform.be
    • Trefpunt Zelfhulp vzw
      E. Van Evenstraat 2C
      3000 Leuven
      Tel: 016/23 65 07
      Website: http://www.zelfhulp.be
    • Limburgs Platform van Zelfhulp- en Ontmoetingsgroepen (LPZO)
      Stadsomvaart 7
      3500 Hasselt
      Tel: 011/87 46 56
      Website: http://www.lpzo.be/
    • PLAZZO
      P/A Residentie Servaes
      Martelaarslaan 204 B
      9000 Gent
      Tel: 09/225 91 33
      Fax: 09/233 35 89
      Website: http://www.plazzo.be
    • Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk (VSVW)
      Amerikalei 164
      2000 Antwerpen
      Tel: 03/218 59 01
      Website: http://www.vrijwilligerswerk.be
    • Sociale Familiezorg vzw
      Vleminckveld 28
      2000 Antwerpen
      Tel: 03/213 40 30
    • Stichting Welzijn voor Ouderen Assenede/ Sas van Gent
      Westkade 103
      4551 CG Sas van Gent
      Nederland
      Tel: 0031 115 452 860
      Tel: 09/344 36 10 (Assenede) of 0497/25 42 17
    • Pluralistisch Initiatief Nachtzorg Antwerpen
      Nationalestraat 111 (3de verdieping)
      2000 Antwerpen
      Tel: 03/220 17 77 (8u30-17u), 03/820 25 31 (17u-22u + weekend & feestdagen)
      Website: http://www.nachtzorg.be
    • De Mantel, Seniorama vzw
      Vanden Tymplestraat 35
      3000 Leuven
      Tel: 016/22 20 14
      Website: http://www.seniorama.be
    • Rusthuis-Infofoon
      Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid
      Koning Albert II-laan 35 bus 33
      1030 Brussel
      Tel: 078/15 25 25
      Website: http://www.wvc.vlaanderen.be/rusthuisinfofoon
    • Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
      Sterrenkundelaan 30
      1210 Sint-Joost-ten-Node
      Tel: 02/225 84 11
      Website: http://www.vaph.be
    • Gezinsbond vzw
      Troonstraat 125 1050 Brussel
      Tel: 02/507 89 77
      Website: http://www.gezinsbond.be
    • Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA)
      Keizerslaan 7
      1000 Brussel
      Tel: 02/515 41 11
      Website: http://www.rva.be
    • Vlaamse Luister en Braillebibliotheek,
      Gustaaf Schildknechtstraat 28,
      1020 Brussel
      Tel: 02/423 04 11
      Website: http://vlbb.bib.vlaanderen.be
    • Vlaamse Klank- en Braillebibliotheek ‘Licht en Liefde vzw’,
      Oudenburgweg 40
      8490 Varsenare
      Tel: 050/40 60 50
      Website: https://www.blindenzorglichtenliefde.be/
    • Progebraille
      Stadsomvaart 7
      3500 Hasselt
      Tel: 011/22 34 37
    • De Braillekrant vzw: 02/467 27 66.
    • Vlaamse Infolijn voor Blinden en Slechtzienden: 0800/93 369
    • EDITH vzw
      Tel: 0497/37 15 57
    • Vlaamse Vereniging voor Logopedisten (VVL),
      Stadspoort 21 bus 3
      2200 Herentals
      Tel.: 014/21 90 11
      Website: http://www.vvl.be
    • Vlaamse Vereniging van Voedingskundigen en Diëtisten
      Vergote Square 43
      1030 Brussel
      Tel: 02/380 80 98 of 0478/48 20 48
      Website: http://www.vvvd.be
    • Ziekenhuisschool: http://www.ikleerinhetziekenhuis.be
    • Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming
      Hendrik Consciencegebouw
      Koning Albert II-laan 15
      1210 Brussel
      Tel: 1700 (Vlaamse infolijn)
    • Ouders voor Inclusie: http://oudersvoorinclusie.be
      Albert Giraudlaan 24
      1030 Brussel
      Tel: 02/247 60 10
      Website: http://www.inclusievlaanderen.be
    • Inclusie Vlaanderen
      Albert Giraudlaan 24
      1030 Brussel
      Tel: 02/247 28 20
      Website: http://www.inclusievlaanderen.be
    • Gelijke Onderwijskansen : http://www.ond.vlaanderen.be/gok
    • Expertisecentra Dementie Vlaanderen
      Permanentienummer: 070/22 47 77
      Website: http://www.dementie.be
    • Federatie Palliatieve Zorg
      J. Vander Vekenstraat 158
      1780 Wemmel
      Tel: 02/456 82 00
      Website: http://www.palliatief.be
    • Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid
      Afdeling Residentiële en Gespecialiseerde zorg
      Koning Albert II-laan 35 bus 33
      1030 Brussel
      Tel: 02/553 09 60
      Fax: 02/553 36 05
    • Federatie Pleegzorg
      Ravenstraat 98
      3000 Leuven
      Tel: 070/220 300
      Website: http://www.pleegzorgvlaanderen.be
    • Brussenwerking
      Gistelsesteenweg 190/1
      8200 Brugge
      Tel: 050/40 50 00
      Website: http://www.brussen.be
    • Similes vzw t.a.v. KOPP
      Groeneweg 151
      3001 Heverlee
      Tel: 016/23 23 82
      Website: http://www.similes.be
    • Informeer u bij verschillende instanties: Werkgroep Thuisverzorgers vzw en andere verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, sociale dienst van het ziekenfonds, sociale dienst van het OCMW, gemeentebestuur, provinciebestuur, lokale en regionale dienstencentra, SIT’s, PWA-kantoor of Lokale Werkwinkel…

    Afspraken maken

    “Vooraleer mijn vrouw van het ziekenhuis naar huis kwam, ben ik mij gaan informeren. Ik heb gepraat met de dokter, met een dienst voor gezinszorg, met de verpleeg-kundigen en met mijn kinderen. Ik woonde ook een informatieavond rond thuiszorg bij. Tenslotte heb ik met alle hulpverleners samen een zorgplan opgesteld: mijn vrouw kan twee dagen per week naar het dagcentrum, op dinsdag- en donderdagvoormiddag komt de verzorgende van een dienst voor gezinszorg en op alle overige dagen krijg ik hulp van mijn kinderen. Toen ze naar huis kwam, verliep alles volgens plan.”


    1. Waarom zijn afspraken zo belangrijk?

    Thuiszorg is totaalzorg en dus een hele opgave. Niet zelden komt het grootste gedeelte van de zorg terecht op de schouders van één persoon, de centrale mantelzorger, maar in het ideale geval betekent thuiszorg teamwerk. Verschillende mensen zijn op verschillende wijze betrok-ken bij de zorgsituatie: omdat ze een affectieve band hebben met de zorgbehoevende persoon, omdat ze deel uitmaken van het team van professionele verzorgers, omdat ze financiële belanghebbenden zijn,… Samen-werking is dus noodzakelijk en een goede samenwerking kan alleen maar als er goede afspraken worden gemaakt. Wanneer de thuiszorg goed georganiseerd is en iedereen weet wat van hem verwacht wordt, dan zal de thuiszorg ongetwijfeld gemakkelijker verlopen.

    Goede afspraken zijn nodig om verwarring, misverstanden en conflicten te voorkomen. Er mag nog zoveel ‘goede wil’ en ‘inzet’ zijn, wanneer deze niet in goede banen worden geleid en ‘gestroomlijnd’, kunnen er veel goedbedoelde hulp en energie verloren gaan. Wanneer een buurvrouw zegt dat ze ‘af en toe eens zal inspringen’, is dit prettig, maar niet duidelijk. Het zou best wel eens kunnen dat de buurvrouw dan op een ongepast moment ‘inspringt’ en ‘in de weg loopt’, terwijl haar hulp op andere momenten veel beter van pas zou komen. Afspraken maken duidelijk wie wat doet en wanneer. Daardoor vermijdt u verwachtingen die niet worden ingevuld en de teleurstelling en ergernis die daarmee gepaard gaan. Wanneer u er bijvoorbeeld van uitgaat dat uw dochter u zal helpen wanneer dat nodig is en zij doet dit niet, dan kan dit tot ernstige spanningen leiden. Als uw dochter u duidelijk maakt dat zij niet in de mogelijkheid is of er niets voor voelt om u te helpen, dan kan dit pijnlijk zijn, maar dan weet u tenminste dat u op haar niet kan rekenen en wordt u niet steeds opnieuw teleurgesteld.

    Duidelijke afspraken geven een gevoel van veiligheid en zekerheid voor uzelf, de andere betrokkenen en niet in het minst voor de zorgbehoevende persoon zelf.


    2. Waarover dienen afspraken te worden gemaakt?

    Opdat de thuiszorg zo goed mogelijk zou verlopen, is het belangrijk dat alle verschillende aspecten in de thuiszorg nauwkeurig in het oog worden gehouden.

    Op de eerste plaats dienen afspraken te worden gemaakt over de zorgbehoevende persoon zelf. Wat houdt de verzorging juist in? Hoeveel hulp is daarvoor nodig en hoe kan die het best georganiseerd worden?

    Met alle goede bedoelingen die we hebben voor de zorgbehoevende persoon mogen we echter niet uit het oog verliezen dat zijn zorgbehoevendheid maar één deel uitmaakt van zijn leven, dat de persoon een individu is met eigen behoeften, verlangens en noden die veel verder strekken dan alleen maar ‘goed verzorgd worden’. Er dienen dus afspraken gemaakt te worden opdat de zorg-behoevende persoon zich in geen enkel opzicht beknot zou voelen: heeft hij voldoende ruimte voor eigen hobby’s en interesses, om eigen vrienden te ontvangen, heeft hij voldoende ruimte om zichzelf te zijn? En hoe kunnen deze behoeften het best ingepast worden in de zorgsituatie en in de mogelijkheden en behoeften van het gezin waarin hij eventueel is opgenomen?

    Een tweede groep afspraken betreft het gezinsleven van de mantelzorger. Of de zorgbehoevende persoon nu in het eigen gezin wordt opgenomen of niet, dit zal in elk geval gevolgen hebben voor het gezin van de mantelzorger (bijv. in het geval van een ouder). Misschien moeten de huis-houdelijke taken herverdeeld worden, zodat de mantel-zorger voldoende tijd en energie heeft voor de zorg. Er moeten wellicht ook afspraken gemaakt worden met betrekking tot de kwaliteit van het gezinsleven en de privacy. Deze privacy staat zeker op het spel wanneer de zorgbehoevende persoon inwoont bij de mantelzorger en zijn gezin. De kans dat er dan geregeld buitenstaanders over de vloer komen, is zeer groot, en nog groter is de kans dat de gezinsleden ‘vergeten’ om nog voldoende tijd voor elkaar te maken omdat ze zo in beslag genomen worden door de zorg. Maar ook wanneer de zorgbe-hoevende persoon niet in het huis van de verzorger woont, kan dit zijn invloed hebben op het gezinsleven. Denk maar aan de situatie waarbij één van de partners regelmatig gaat inslapen bij een zorgbehoevende ouder.

    Tenslotte dienen er belangrijke afspraken gemaakt te worden op financieel vlak (zie hoofdstuk 6).


    3. Met wie maakt u afspraken?

    In de eerste plaats maakt u afspraken met de zorgbe-hoevende persoon. Vaak is deze voor heel veel dagda-gelijkse dingen afhankelijk van vele verzorgers. Duidelijke afspraken maken met de zorgbehoevende persoon, hem betrekken bij het hele gebeuren, is de enige manier waarop u hem ook werkelijk als individu respecteert. Bovendien verleent het feit dat de zorgbehoevende per-soon inspraak heeft in het hele gebeuren hem ook autonomie. Zelfs al kan hij niet meer volledig voor zichzelf zorgen, hij kan nog steeds beslissen hoe en door wie voor hem wordt gezorgd. Het is dan evident dat de zorgbe-hoevende persoon op de hoogte moet worden gebracht van alle afspraken die met de andere partijen zijn ge-maakt.

    Een zorgbehoevende persoon is in de eerste plaats een mens met wensen, ideeën en verwachtingen. Daarnaast heeft hij ook zorgen nodig. Het is niet altijd makkelijk om uit te zoeken wat hij wil, zeker niet wanneer de zorgbehoevende persoon bijvoorbeeld moeilijk of niet kan praten. Toch is het belangrijk dat we de mens achter de zorgbehoevende persoon niet vergeten. Of zoals de man, die zijn demente vrouw verzorgt, zich afvroeg: ‘Hebben wij het recht wel om over een ander te beslissen? Ik weet het niet.’ Proberen aan te voelen wat de zorgbehoevende persoon wenst of verwacht, is de boodschap.

    Mijnheer Schueren is altijd een succesvol zakenman geweest. Zijn beroep bracht met zich mee dat je hem nooit zonder das of kostuum zag. Zelfs wanneer hij thuis was, droeg hij een net overhemd. Hij had een hekel aan trainingspakken of t-shirts. Nu hij verlamd is en niet meer kan praten, zorgt zijn dochter voor hem. Uit respect voor haar vader doet zij hem nog dagelijks een overhemd aan. Hij zou het niet anders gedaan hebben.

    Op de tweede plaats moeten er afspraken worden gemaakt met de familie van de zorgbehoevende persoon (de partner, kinderen, broers en zussen,…): in welke mate stemmen zij in met de thuiszorg en willen ze zich er voor inzetten. Er moeten vooral duidelijke afspraken worden gemaakt in het gezin van de mantelzorger(s), zowel wanneer de zorgbehoevende persoon er komt inwonen (of reeds woont), als wanneer hij zelfstandig woont. Met de gezinsleden moet er om te beginnen worden afgesproken in welke mate ze de zorg op zich zullen nemen. Daarnaast moeten ze afspreken hoe de huishoudelijke taken worden herverdeeld en of er nieuwe huisregels moeten worden ingevoerd. Tenslotte, en niet te verwaarlozen, moet er gepraat worden over zaken die het gezinsleven als dusdanig aangaan. Zullen we genoeg tijd voor elkaar over hebben? Zal moeder, nu ze voor oma moet zorgen, nog tijd hebben om de kinderen te helpen bij het huiswerk? Heeft iedereen nog voldoende privacy? Moet het huis worden aangepast?

    Denk eraan dat de inspanningen van beide kanten zullen moeten komen. Het kan niet goed zijn dat een gezin zich volledig en onvoorwaardelijk aanpast aan de behoeften van de zorgbehoevende persoon. Ook van de zorgbehoevende persoon mogen aanpas-singen verwacht worden. Elke verandering in een gezinsleven vergt van ieder gezinslid een beetje geven en nemen.

    In de derde plaats moeten er ook met het verzorgend team (de professionele hulpverleners) klare en duidelijke afspraken worden gemaakt. Hierbij kan een zorgenplan een belangrijk instrument zijn (zie hoofdstuk 7 ‘Samenwerkingsinitiatieven in de Thuiszorg’).

    Tenslotte maakt u afspraken met de naaste omgeving: andere familieleden, buren, vrienden, vrijwilligers, kennis-sen,… Ook zij kunnen u helpen bij de thuiszorg, al is het maar door de uren te respecteren waarop een bezoek het best past en niet past. Een bezoek brengen, eens telefoneren, de zorgbehoevende persoon (of de mantel-zorger) mee uitnemen enzovoort kunnen allemaal bij-dragen tot het welzijn van de zorgbehoevende persoon en de mantelzorger, wanneer het op het juiste moment gebeurt.

    Ook met vrienden zijn afspraken belangrijk. Zelfs al zorgen zij niet letterlijk voor uw vader, zus, partner,… het kan uw thuiszorgsituatie vereenvoudigen wanneer zij bijvoorbeeld rekening houden met het feit dat u zich nooit onverwacht kan vrijmaken.


    4. Wanneer maakt u afspraken?

    Het is belangrijk dat u op tijd afspraken maakt, liefst nog voor u aan de thuiszorg begint, bijvoorbeeld wanneer de zorgbehoevende persoon nog in het ziekenhuis is (al is dit natuurlijk niet altijd mogelijk). Nadat u verkend heeft wat u ter beschikking heeft voor de thuiszorg, wie er kan mee-helpen en op welke diensten u een beroep kan doen, kan u het best alle betrokkenen, het ‘verzorgend team’ en eventueel andere familieleden, rond de tafel brengen om een concreet takenplan op te stellen (zie ook hoofdstuk 3 ‘Beginnen met thuiszorg’). Wat de zorgverlening betreft, kan u gebruik maken van een zorgenplan waarop staat aangeduid wie wanneer welke zorg verstrekt. Ook de financiële afspraken maakt u het best zo snel mogelijk.

    Een beetje vooruit denken kan geen kwaad. Maak ook afspraken voor de toekomst. Misschien heeft de zorg-behoevende persoon nu nog geen hulp nodig bij het wassen en aankleden, maar het geeft een veilig gevoel daaromtrent afspraken te hebben wanneer het wel zover komt. Misschien heeft u als mantelzorger vandaag nog geen hulp nodig bij de zorg voor de zorgbehoevende persoon of wil u het graag nog allemaal zelf doen, maar ook dan geldt dezelfde redenering.

    Wees ook soepel in afspraken. Met ‘soepel’ bedoelen we niet ‘nonchalant’. Afspraken moeten immers stipt nage-leefd worden. Maar wanneer de zorgsituatie verandert of wanneer afspraken in de praktijk niet zo goed blijken te werken, moet u soepel genoeg zijn om veranderingen in te voeren. Uiteraard overlegt u daarover met alle betrokkenen en zorgt u ervoor dat iedereen op de hoogte is van de veranderingen.

    Het kan juist daarom interessant zijn om op geregelde tijdstippen met alle betrokkenen opnieuw rond de tafel te gaan zitten om, bij een kop koffie, de zorgsituatie en het takenpakket opnieuw te evalueren en de afspraken even-tueel aan te passen.


    5. Hoe maakt u afspraken?

    1. Iedereen die bij de hulp betrokken is (de mantel-zorger, familieleden, vrienden, vrijwilligers, professio-nele hulpverleners, de huisarts enzovoort) moet zijn inbreng doen. Breng ze allemaal samen rond de tafel om de zorgsituatie te bespreken. Ieder maakt voor zichzelf uit in hoeverre hij zich in thuiszorg wil en-gageren. Opdat alles naar wens zou verlopen, is het belangrijk dat de afspraken zo concreet en zo precies mogelijk zijn. Bovendien moeten ze zó ge-maakt worden dat iedereen zich gehoord en erkend weet en dat niemand zich tot iets gedwongen voelt.
    2. Wanneer er afspraken worden gemaakt, zorg ervoor dat deze duidelijk en erg concreet zijn. Er mag geen twijfel meer bestaan over wat er precies bedoeld wordt. De volgende elementen moeten in de afspraak vervat zijn:
      • Wie voert een bepaalde taak uit?
      • Wat is de specifieke taakomschrijving?
      • Wat is daarvoor nodig (materiaal, tijd,…)?
      • Op welk(e) moment(en) wordt de taak uitge-voerd?
      • Welke vergoeding is hier eventueel voor voorzien? (zie hoofdstuk 6 ‘Financiële afspraken’)

    3. oms kan het zinvol zijn om aan een buitenstaander te vragen om het afspraken maken te begeleiden. Het is dan best iemand die de thuiszorgwereld een beetje kent en de situatie objectief kan inschatten. Zo iemand kan makkelijker vragen stellen, voorstellen doen, problemen signaleren. Indien er in uw omgeving een zorgbemiddelaar werkzaam is (zie hoofdstuk 7 ‘Samenwerkingsinitiatieven in de Thuiszorg’), dan kan hij deze taak op zich nemen. Een maatschappelijk werker van het OCMW of zieken-fonds kan hierbij ook behulpzaam zijn.
    4. Om problemen te vermijden, zet u alles best op papier. Ook voor de praktische organisatie van de zorg is dit handig. Alle afspraken kunnen verwerkt worden in een zorgenplan of communicatieschrift. Op deze manier wordt alles beter op elkaar afgestemd en kan u op een eenvoudige wijze nagaan of iedereen zijn taak nakomt. De Samenwerkingsini-tiatieven in de Thuiszorg (de SIT’s – zie hoofdstuk 7) hanteren hun eigen zorgenplannen, maar u kan hier zelf ook creatief in zijn.

    Financiële afspraken

    Goede financiële afspraken in de thuiszorg zijn noodzakelijk en zijn gebaseerd op een open en eerlijke communicatie met respect voor de rechten en plichten van iedereen: zeggen wat u wil, luisteren naar anderen en begrip opbrengen voor elkaars (verschillende) meningen.

    Maar misschien weet u niet waar u moet beginnen. Misschien denkt u dat ‘zo’n officieel gedoe’ in uw familie niet hoeft.

    Regel uw financiële afspraken vandaag nog, indien mogelijk met de zorgbehoevende persoon zelf in een ondertekend contract, dan heeft u vanaf morgen zekerheid.

    Enkele praktische richtlijnen om tot goede afspraken te komen:

    1. Financiële regelingen zijn verschillend wanneer het gaat omtrent de zorg voor een eigen kind, partner, buur, vriend of ouders. Vooral bij ouders in een zorgsituatie zijn financiële afspraken vereist als gevolg van het erfenisrecht.
    2. Denk eraan dat broers en zussen steeds recht hebben op een gelijk deel van de nalatenschap.
    3. Bespreek de wijze waarop u de zorg financieel wenst aan te pakken met alle betrokkenen (broers, zussen, ouders,…).
    4. Eerlijk zijn tegenover uzelf en alle anderen, is de boodschap. Wenst u als mantelzorger vergoed te worden, kom daar dan ook voor uit. Vraag aan alle andere betrokkenen hetzelfde te doen.
    5. Wees ook duidelijk betreffende uw financiële regelingen. Om alle discussies te vermijden houdt u best een boekhouding bij van uw inkomsten en uitgaven met betrekking tot de thuiszorg. Hou ze steeds ter inzage voor al deze (erfgenamen) die hier recht op hebben.
    6. Voor een eerste advies kan u steeds gratis terecht bij een notaris. Hij kan ook aan huis of in het ziekenhuis komen als de zorgbehoevende persoon stervende is.
    7. Praten over geld is niet altijd even makkelijk. Niet zelden leiden dergelijke gesprekken tot ruzies waarbij men elkaar verwijt een ‘profiteur’ te zijn. Wil u dit vermijden, dan kan u een derde bij het overleg betrekken. Deze ‘neutrale’ persoon kan dan waken over de goede gang van zaken. U kan hiervoor een beroep doen op een maatschappelijk werker, een zorgbemiddelaar, een vrederechter, een juridische instantie,… Belangrijk is dat deze persoon deskundig is in juridische zaken en begaan met de thuiszorg.
    8. Waar communicatie niet meer mogelijk is, kan u de gerechtelijke weg volgen.


    Wie heeft het beslissingsrecht? Door wie en met wie worden de afspraken gemaakt?

    Wanneer het om financiële afspraken gaat, kunnen we het best een onderscheid maken tussen wie het financiële beslissingsrecht heeft en wie er bij de afspraken kan en moet betrokken worden.

    In grote lijnen kunnen we een onderscheid maken tussen situaties waarbij de zorgbehoevende persoon zelf in staat is en verlangt om zijn of haar financiën te beheren en de situatie waarbij de zorgbehoevende persoon hiertoe niet meer in staat is.

    In het eerste geval heeft de zorgbehoevende persoon zelf en alleen het beslissingsrecht over de financiële schikkingen. Een uitzondering hierbij is wanneer het gaat om huwelijkspartners: in dat geval heeft de echtgeno(o)t(e), afhankelijk van het soort huwelijkscontract, het beslissingsrecht.

    In het tweede geval, wanneer de zorgbehoevende persoon niet meer in staat is om zijn financiën zelf te beheren, wordt dit beheer aan anderen overgelaten en dienen er afspraken gemaakt te worden met alle betrokkenen (meer over bewindvoering). We overlopen de verschillende situaties. Naargelang de situatie moeten immers andere partners bij de financiële afspraken betrokken worden.


    De zorgbehoevende persoon is een inwonende ouder

    Moeder is 86, woont in bij dochter An en wil haar vergoeden voor alle goede zorgen, kost en inwoon. Moeder, die nog zeer goed weet wat ze doet, beslist om An elke maand €500,00 uit te betalen. Broer Jos vindt dit nogal overdreven, maar heeft in deze zaak geen zeggenschap. Moeder die de ergernis van Jos voelt, roept haar beide kinderen bij zich en legt haar beslissing uit. Wanneer Jos de boekhouding van An kan inzien, merkt hij pas hoe duur thuiszorg is. Hij maakt dan ook geen problemen meer over die €500,00.

    Wanneer de zorgbehoevende persoon over voldoende geestelijke vermogens beschikt, dan moet er uiteraard eerst met hem gesproken worden. Want hoe de situatie ook is, hoeveel zorg u ook aan hem besteedt, uiteindelijk is een volwassene vrij om zijn geld te besteden.

    Zelfs als er geen problemen lijken te rijzen, zoals in de hierboven beschreven situatie waarbij moeder zelf beslissingen neemt, dan nog blijft het verstandig om financiële afspraken op papier te zetten. Moeder en dochter ondertekenen de overeenkomst en broer Jos krijgt een kopie toegestuurd. Zo wordt hij betrokken bij de thuiszorg en blijft hij geïnformeerd. Het is bovendien een goede manier om latere twistpunten te voorkomen.

    Wil u graag vergoed worden voor de zorg die u aan uw ouder besteedt, maar lijkt moeder of vader daar geen aanstalten toe te maken, dan kan u zelf met uw ouder een gesprek daarover aangaan. U kan ook broers en zussen contacteren om hun mening te vragen omtrent dit probleem. Een constructief gesprek met hen en met de ouder kan misschien een oplossing bieden.

    Elkes vader kreeg een hartaanval en zal bij Elke komen wonen. Zij had een job als boekhoudster maar nam tijdkrediet om haar vader thuis te kunnen verzorgen. Zij ontvangt hiervoor een officiële premie, maar heeft uiteraard loonverlies. Zij roept haar broers en zussen samen en vraagt hen of ze akkoord gaan met een vergoeding. Daarna bespreken ze hoeveel die mag bedragen en hoe de uitbetaling geregeld zal worden.

    Ook hier geldt echter dat alleen de ouder het beslissingsrecht heeft over wat er met zijn of haar geld gebeurt. Het gebeurt wel eens dat ouders het als vanzelfsprekend ervaren dat hun kinderen voor hen zorgen; ze vinden dat de andere kinderen worden benadeeld indien ze het kind dat voor hen zorgt daarvoor vergoeden.

    De vader van Jos, Griet en Herman is zorgbehoevend geworden, maar wil nog zelfstandig blijven wonen. Het gezin van Jos, dat naast hem woont, neemt de zorg voor vader op zich. Die zorg is zo belastend voor het gezin dat de vrouw van Jos die voltijds werkte, beslist om halftijds te gaan werken. Van een financiële regeling voor de goede zorgen wil vader niet weten: hij vindt het maar normaal dat kinderen voor hun ouders zorgen en wil zijn andere kinderen, Griet en Herman, niet benadelen.

    Kinderen krijgen zeggenschap wanneer de ouder in kwestie niet meer kan beslissen over geldzaken, zij zijn immers allen erfgenamen. In dat geval kan de dochter niet zomaar zeggen: ‘Ik wil elke maand €500,00.’ Zij zal dit moeten verantwoorden en bespreken met haar broers en zussen en andere erfgenamen (bijvoorbeeld kinderen van overleden broers en zussen). Hierbij is het belangrijk dat alle betrokken partijen inzien dat aan thuiszorg bepaalde kosten verbonden zijn.

    Een goede financiële regeling vermijdt dat de thuiszorgsituatie gaat doorwegen op het budget van het gezin waar de ouder inwoont. De centrale mantelzorger mag geenszins “verarmen” tegenover de andere broers en zussen (erfgenamen).

    Financiële afspraken, ook wat betreft de huisvesting na het overlijden van de zorgbehoevende persoon, worden best vooraf vastgelegd bij de notaris. Dit is vooral nodig wanneer volwassen kinderen (alleenstaanden of een gezin) in het huis wonen van de persoon (ouders) die overleden is.


    De zorgbehoevende persoon is een zelfstandig wonende ouder

    Wanneer de zorgbehoevende persoon niet inwoont bij één van de kinderen, gaat één van de kinderen meestal éénmaal of meermaals per dag of per week langs, of er is een beurtrol met de andere broers en zussen. De één neemt de was mee naar huis, de ander gaat op zaterdag naar de markt om boodschappen te doen en komt op woensdag poetsen enzovoort.

    In deze situatie is het uitgangspunt hetzelfde als voor inwonende ouders: een volwassene heeft beslissingsrecht over wat met zijn geld gebeurt. Wanneer beide ouders nog leven en één van hen zorg nodig heeft, dan heeft de echtgeno(o)t(e) mede het beslissingsrecht.

    Wanneer moeder of vader de ‘helpende handen ‘ wenst te vergoeden, dan kan dit perfect. Laat één van de kinderen die wens horen, dan zal er met de zorgbehoevende ouder gepraat moeten worden. Kinderen kunnen een vergoeding vragen voor de zorg voor hun ouders, maar het is de ouder zelf die erover beslist.

    In het geval dat de zelfstandig wonende ouder niet meer in staat is om zelf de financiële beslissingen te nemen, dan gelden dezelfde regels als voor inwonende ouders die niet meer zelf kunnen beslissen.


    De zorgbehoevende persoon is uw partner

    Anna is dementerend. Haar man Frans zorgt voor haar. Hun drie kinderen helpen de thuiszorg waar te maken. Wanneer zij een vergoeding wensen, dienen zij dat aan hun vader voor te leggen. Frans besluit hen alle drie maandelijks een bedrag over te maken.

    Het beslissingsrecht over de financiële regeling blijft voorbehouden aan de zorgbehoevende persoon en aan zijn huwelijkspartner. Naargelang het huwelijkscontract, dat al dan niet een gemeenschap van goederen inhoudt, heeft de partner evenveel beslissingsrecht. Gedurende het huwelijk hebben partners in principe steeds overleg in verband met uitgaven en bestedingen. Deze financiële afspraken tussen twee partners blijven ook in thuiszorgsituaties nodig. Wel stellen we vast dat, wanneer één van beide partners zwaar zorgbehoevend is of wordt, de financiële verrichtingen en beslissingen vaak geheel op de schouders van de gezonde partner terechtkomen. Dit is zeker het geval wanneer de zorgbehoevende persoon, zoals in het beschreven geval, zelf niet meer in staat is om beslissingen te nemen.


    De zorgbehoevende persoon is een kind

    Aangezien minderjarige kinderen geen eigen inkomen hebben, zijn het de ouders die over de financiën beschikken en die daarover het beslissingsrecht hebben. Vaak is de vraag hier: ‘Hoe krijgen wij alles betaald?’. De verhoogde kinderbijslag is zeker niet voldoende om de extra kosten verbonden met thuiszorg te dekken. Ouders van kinderen in thuiszorg zullen dus goede afspraken met elkaar moeten maken over hun geldbesteding in functie van de thuiszorg.

    Een volwassen kind dat zorg nodig heeft, maar bekwaam is om zijn financiële middelen te beheren, heeft zelf het beslissingsrecht over zijn financiële middelen. Dit blijft zo wanneer deze volwassene bij zijn ouders inwoont.

    Bij een volwassen kind dat onbekwaam is om zelf financiële beslissingen te nemen, kan u zelf als bewindvoerder voor uw kind optreden of dient er een bewindvoerder van buitenaf te worden aanesteld (meer over bewindvoering).


    De zorgbehoevende persoon is een broer of een zus

    In deze situatie gelden min of meer dezelfde regels als voor zorgbehoevende ouders. Alleen de volwassen broer of zus heeft beslissingsrecht wanneer hij of zij daartoe nog bekwaam is.

    Is uw broer of zus niet bekwaam, dan zullen één of meerdere bewindvoerders moeten worden aangesteld.


    De zorgbehoevende persoon is geen familie

    Verzorgt u een vriend of een vriendin, dan geldt opnieuw dat deze volwassene alleen beslissingsrecht heeft. Wordt u vergoed voor uw zorgen, dan dient een schriftelijke overeenkomst te worden opgesteld. Voor vergoedingen tussen nietfamilieleden informeert u zich best bij een notaris (zie hoofdstuk 7).

    Financiële afspraken blijven niet beperkt tot familieleden. Ook de buurman, een vriendin of een vrijwilliger die meehelpt, is een betrokkene in de thuiszorg. Ook met hen dient besproken te worden of ze al of niet vergoed zullen worden, hoeveel en op welke manier.


    Wanneer legt u afspraken vast?

    Financiële afspraken maakt u het best tijdig. Wanneer de zorgbehoevende persoon langzaam maar zeker meer zorg nodig heeft, kan u op voorhand reeds een aantal zaken voorzien en regelen.

    Wanneer u van de ene dag op de andere in thuiszorg terechtkomt, dient u zo snel mogelijk afspraken te maken.

    Afspraken dienen ook regelmatig en volgens de noodwendigheden herzien te worden.

    Over speciaal zware uitgaven dienen op voorhand afspraken te worden gemaakt. Wie eerst kosten maakt en dan pas overlegt met alle betrokkenen, loopt veel meer risico dat hij zelf voor de kosten zal moeten instaan dan degene die eerst overlegt en dan pas geld uitgeeft.

    Veel familieleden hopen op een voordelige erfenis als beloning voor hun zorgen. Vaak is dit niet zo omdat er geen regeling vooraf werd gemaakt. Daarom is het belangrijk afspraken te maken voor de zorg aanvangt. Hierdoor kunnen zware conflicten binnen de familie vermeden worden.

    De premie van de Vlaamse Zorgverzekering is bedoeld als vergoeding voor de niet-medische kosten, zoals de mantelzorg. Vooraf wordt er best afgesproken wat er met de premie gebeurt. De premie kan gebruikt worden voor diensten en verzorgingsmateriaal te betalen ofwel doorgespeeld worden naar de mantelzorger.

    U moet uw wagen laten aanpassen voor de rolstoel van uw broer. U vroeg een tussenkomst bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap aan, maar er blijft nog een grote som zelf te betalen. Het forfait dat u volgens de schriftelijke overeenkomst ontvangt, is bedoeld voor gewone medische uitgaven, kost en inwoon. Het spreekt voor zich dat de bijkomende kosten voor de aanpassing van de wagen vooraf moeten worden besproken.


    De afspraken vastleggen

    Jeanine krijgt elke maand €250,00 als vaste vergoeding en de kosten terugbetaald. Dat zal door overschrijving gebeuren van vaders rekening naar de rekening van Jeanine vóór de vijfde van elke maand. Het is broer Patrick aan wie Jeanine haar kostennota voorlegt en die de overschrijving regelt.

    • Duidelijk en volledig: Afspraken maakt u zo concreet mogelijk, zodat interpretaties of misverstanden uitgesloten zijn. Een concrete afspraak vermeldt niet alleen wie betaald wordt en hoeveel, maar ook wanneer (vb. telkens voor de vijfde van elke maand) en op welke wijze (vb. contant, door middel van een overschrijving of permanente opdracht) en door wie het geld wordt overgedragen (vb. de zorgbehoevende persoon of één van de kinderen).
    • Op papier: U zet bovendien alles op papier, met een datum en met de nodige handtekeningen. Elk geschreven document is rechtsgeldig. Wil u absolute zekerheid dat uw overeenkomst geldig is, dan laat u die bij de gemeente of bij een notaris registreren.
    • Buitenstaander: Het is raadzaam om de familiale bijeenkomsten te laten bijwonen door een derde, die de wereld van de thuiszorg wat kent, zeker wanneer er onenigheid is of dreigt. Deze ‘neutrale persoon’ kijkt objectiever tegen de zaak aan, kan makkelijker vragen stellen, kan als buitenstaander het gesprek leiden, kan conclusies en/of voorstellen aanreiken.
    • Modellen van financiële overeenkomsten: Financiële overeenkomsten inzake thuiszorg kunnen onderhands gesloten worden: de betrokken partijen maken dan onderling afspraken die op papier worden vastgelegd. Een andere mogelijkheid is het opstellen van een notariële akte. De notaris treedt dan op als onafhankelijke derde partij. Het voordeel hierbij is dat het om een authentieke akte gaat die van rechtswege uitvoerbaar is. De Werkgroep Thuisverzorgers vzw beschikt over modellen van financiële overeenkomsten.


    Waarover maakt u financiële afspraken?

    We maken afspraken omtrent vier soorten kosten: de kosten verbonden aan de zorg, de huisvestingskosten, de persoonlijke kosten en de vergoeding van de mantelzorger, eventueel met opportuniteitskosten. Dat zijn de kosten verbonden aan het loonverlies omdat iemand zijn job geheel of gedeeltelijk opgeeft om thuiszorg op zich te nemen.

    Sommige van deze kosten zullen duidelijk te bepalen zijn: wat u betaalt bij de dokter, hoeveel u betaalt voor medicatie, voor de gezinszorg,… Dit zijn exact te bepalen kosten.

    Andere kosten zal u slechts bij benadering kunnen bepalen: het verbruik van extra water, gas en elektriciteit bij een inwonende zorgbehoevende persoon, extra machines was,… Dit zijn de geschatte kosten.

    Tenslotte kan de tijd en energie van de mantelzorger vergoed worden. We spreken van een vergoeding voor de mantelzorger.


    Kosten verbonden aan de zorg

    Moeder heeft medicatie nodig. Moeder betaalt deze kosten zelf. Indien u die voorschiet, kan u aan moeder vragen u de kosten terug te betalen.

    U doet de was voor uw vader die nog zelfstandig woont. U heeft gemiddeld twee machines per week. Daarvoor mag u een kostenvergoeding ontvangen van vader.

    Uw broer moet voor chemotherapie regelmatig naar het ziekenhuis gebracht worden. Omdat zijn echtgenote niet kan rijden, stelt u voor dat u deze taak op u neemt. Uw broer kan met u een vergoeding afspreken.

    Niet diegene die de kosten maakt, maar diegene voor wie de kosten worden gemaakt, betaalt. In het voorbeeld is het dus niet de dochter die de kosten van de medicatie moet dragen, maar wel moeder, aangezien de medicatie voor haar bedoeld is.

    Sommige kosten verbonden aan de zorg, zullen dus exact te bepalen zijn. Andere zal u moeten schatten aan de hand van realistische criteria. Voor één machine was bijvoorbeeld kan u zich baseren op de prijzen van een wasserette. Vervoerskosten kan u berekenen aan de hand van een prijs per kilometer of u kan zich baseren op de prijzen van de ambulance, de taxi of het openbaar vervoer. Moet uw wagen worden aangepast aan bijvoorbeeld een rolstoelgebruiker of méér nog, moet u een nieuwe wagen aankopen om de rolstoel te kunnen vervoeren, dan kunnen ook hierover afspraken worden gemaakt.

    Alle kosten die u maakt, moet u kunnen verantwoorden en bewijzen. Hou alle rekeningetjes en facturen dus goed bij. Vraag ernaar wanneer u ze in de winkel, bij de apotheker,… niet automatisch krijgt.


    Huisvestingskosten

    Ook deze kosten kunnen aan de inwonende zorgbehoevende persoon worden aangerekend. De zorgbehoevende persoon gebruikt immers één of meerdere kamers, er is extra verbruik van water, gas en elektriciteit enzovoort. Voor het verbruik kan u een verdeelsleutel hanteren, bijvoorbeeld een percentage van de totale rekening of een verdeelsleutel afhankelijk van het aantal vierkante meters gebruikt door de zorgbehoevende persoon.

    Eventueel kan u hetzelfde doen voor het gebruik van een kamer en de gemeenschappelijke ruimtes, voor het gebruik van radio en TV enzovoort.

    Indien er woningaanpassingen moeten gebeuren, kunnen de kosten, zelfs als u een premie krijgt, nog hoog oplopen. Het is mogelijk dat de financiële middelen van de zorgbehoevende persoon te beperkt zijn om deze zware extra uitgaven te dekken. Bespreek dit op voorhand met alle betrokkenen, eventueel aan de hand van een bestek dat werd opgemaakt. Wie komt tussen en voor hoeveel?

    Indien de mantelzorger bij de zorgbehoevende persoon inwoont, kunnen er ook afspraken gemaakt worden rond de huisvestingskosten.


    Persoonlijke kosten

    Kledij, boeken, een wekelijks tijdschrift, hobbymateriaal, het vervoer naar en van de kaartclub… zijn persoonlijke uitgaven. Deze kosten zijn over het algemeen exact te bepalen. Kan dat niet, dan dient u opnieuw criteria te bepalen om de kostprijs te kunnen schatten.


    Vergoeding voor de thuisverzorger

    De tante van Geert, Veerle en Leen woont nog zelfstandig, maar wordt meer en meer zorgbehoevend. Zij hebben met hun drieën een beurtrolsysteem uitgewerkt. Omdat het aantal uren zorg dat zij aan tante besteden van week tot week verschilt, besloten zij in overleg met tante hun uren te noteren in het dagboek dat bij tante ligt. Op het einde van de maand worden de uren per persoon uitgerekend en betaald aan €6,70 per uur (bedrag op 20 november 2004). Zij baseerden zich hiervoor op het uurloon dat gebruikelijk is in het systeem van de dienstencheques.

    De vele uren tijd en energie die de mantelzorger spendeert aan de zorgtaak en zelfs de opportuniteitskosten kunnen vergoed worden. Hierover worden de meeste discussies gevoerd. De tijd en de energie die iemand aan thuiszorg besteedt, zijn immers veel moeilijker te meten dan bijvoorbeeld de kosten van een doktersvisite of de elektriciteitsrekening.

    Er is tussen generaties en tussen gezonde en zieke mensen een zekere graad van solidariteit te verwachten. Niet elke handeling, niet elke inspanning die wij doen voor een ander moet beloond of betaald worden. Eenmaal per week soep koken voor uw eigen gezin en daarvan een deel naar moeder brengen is een vorm van solidariteit. Voor de buurman boodschappen meedoen is een vorm van solidariteit. De gewone dagelijkse zorg voor elkaar noemen wij geen mantelzorg.

    Toch zijn er aan deze solidariteit grenzen. Een dementerende vrouw in uw huis opnemen is bijvoorbeeld van een heel andere orde dan boodschappen doen voor uw buurman. Voor iemand zorgen gedurende een lange periode en zeer intens is niet vanzelfsprekend en mag beloond en vergoed worden.

    Als alle betrokkenen ermee akkoord gaan om de mantelzorger te vergoeden, rijst onmiddellijk de vraag: hoeveel? Er is echter geen vast bedrag te bepalen. Elke thuiszorgsituatie is immers verschillend. Bepaal, zoals gezegd, criteria om het bedrag van de vergoeding vast te stellen. Hier kan u met de volgende elementen rekening houden:

    • Hoeveel uren extra werk eist de thuiszorg op?
    • Hoe intensief is dit werk?
    • Hoeveel zou u betalen indien u hiervoor de hulp van een professionele hulpverlener zou inroepen?
    • Lijdt de mantelzorger loonverlies?
    • Kan u een vergoeding, bijvoorbeeld gebaseerd op het loon van een verzorgende, vragen?

    Een vergoeding voor diegenen die de zorg op zich nemen van de zieke, bejaarde of persoon met een handicap is geen overbodige luxe. Stel dit, als mantelzorger, echter VOORAF duidelijk want na het overlijden een vergoeding eisen is moeilijk. Men stelt immers bij de rechtbank dat zij die bereid waren zich uit naastenliefde op te offeren, nadien hun mening niet meer moeten herzien.


    Welk financieringssysteem gebruikt u?

    We geven drie mogelijke manieren om de financiën te regelen. Elk van deze systemen heeft zijn voor- en nadelen. Kies het systeem dat het best bij de situatie en bij uw persoon past. Hoe complex is de zorgsituatie? Houdt u alles nauwkeurig bij of houdt u niet van veel administratieve rompslomp? Hoeveel tijd kan u besteden aan de financiële administratie? In welke mate is het voor de andere betrokkenen belangrijk dat zij over zeer exacte cijfers beschikken? Is het voor de betrokkenen van belang dat het budget op voorhand zeer precies geraamd kan worden? …

    Het heeft bijvoorbeeld niet veel zin om op voorhand af te spreken dat u alle gemaakte kosten apart berekent, wanneer u van uzelf weet dat u niet goed bent in het bijhouden van uren, rekeningetjes,… Anderzijds is het niet verstandig om een forfait te vragen wanneer de uitgaven en kosten enorm kunnen verschillen of snel kunnen veranderen.

    Bij elk van deze systemen kunnen extra overeenkomsten gesloten worden. Bijvoorbeeld wie er bijlegt wanneer de financiële middelen van de zorgbehoevende persoon ontoereikend zijn, hoeveel er dan wordt bijgedragen, hoe dat gebeurt enzovoort.


    De thuisverzorger ontvangt een forfait

    Greet krijgt elke maand €500,00 van haar zus Anke. Anke krijgt in ruil kost en inwoon en Greet staat in voor haar verzorging. Wat Anke overhoudt van haar uitkering, ongeveer €200,00 per maand, spaart ze.

    Renate heeft een handicap en woont bij haar zus Fien. In ruil voor de goede zorgen en kost en inwoon, betaalt Renate aan Fien maandelijks €620,00. Fien en Renate kwamen overeen dat persoonlijke uitgaven door Renate zouden worden betaald en niet met de €620,00 die aan Fien wordt gegeven.

    De mantelzorger krijgt een vast bedrag, onafhankelijk van het feit of hij nu veel of weinig kosten heeft gemaakt. Bijvoorbeeld: er wordt afgesproken dat een vast deel van het pensioen of het volledige pensioen van de zorgbehoevende persoon naar de mantelzorger gaat. Dit bedrag wordt meestal maandelijks uitbetaald, alhoewel het ook anders kan, bijvoorbeeld wanneer een ouder om de week bij een ander kind inwoont.

    Er dient duidelijk te worden omschreven wat de zorgbehoevende persoon van de mantelzorger mag verwachten voor dit bedrag. In de meeste gevallen dekt een forfait alles: kosten verbonden aan de zorg, huisvestingskosten, persoonlijke kosten en een vergoeding voor de mantelzorger. Is dit niet zo, dan moet dit duidelijk omschreven worden.

    Hoe hoog het bedrag moet zijn, hangt af van hoe duur uw thuiszorgsituatie is of zal zijn en van de intensiteit van de zorg. Heeft de zorgbehoevende persoon bijvoorbeeld enkel mobiliteitsproblemen, dan zal dit minder energie vragen dan wanneer hij ook moeite heeft met zelfstandig eten, zich kleden of naar het toilet gaan.

    We herhalen nog eens dat bij de keuze van het bedrag realistische criteria moeten gehanteerd worden.

    Het voordeel van deze formule is dat zowel mantelzorger als zorgbehoevende persoon zeker zijn van de vergoeding, respectievelijk uitgave. Het nadeel is dat het forfait de reële kostprijs van thuiszorg niet elke maand even goed zal benaderen, soms ten nadele van de mantelzorger, soms ten nadele van de zorgbehoevende persoon. Een forfait vangt immers de schommeling in kosten niet op.


    De thuisverzorger krijgt alle gemaakte kosten terugbetaald

    Mark verzorgt zijn vriend André thuis. Alle rekeningen worden bijgehouden en Mark rekent een deel van de water-, gas- en elektriciteitsrekening door aan André. Ze houden ook bij hoeveel uren Mark ongeveer aan de verzorging van André besteedt. Op het einde van elke maand maken ze samen een afrekening. André betaalt Mark de gemaakte kosten terug via een overschrijving.

    Wil u de schommelingen in kosten wél kunnen opvangen, dan kan u werken met terugbetaling van kosten.

    Dit doet u aan de hand van facturen en rekeningen of aan de hand van schattingen (wanneer de kosten niet exact te bepalen zijn). Bijvoorbeeld: drie machines was per week, drie rekeningen van de apotheker, één doktersbezoek, een percentage van de elektriciteitsrekening, 15 uren zorg aan €6,20 per uur, een doos wegwerpluiers,…

    Om de mantelzorger te kunnen vergoeden worden de kosten van het aantal uren zorg berekend.

    Het voordeel van deze werkwijze is dat er niet te veel of te weinig betaald wordt. Dit is een nuttig systeem, zeker wanneer de kosten erg kunnen schommelen. Nadeel is dat het vaak wat rekenwerk vergt en daarom niet altijd even praktisch is.


    De thuisverzorger wordt vergoed via een combinatie van beide

    Martine heeft met haar inwonende, zorgbehoevende tante volgende overeenkomst gesloten: ze ontvangt maandelijks €250,00 voor kost en inwoon en als vergoeding voor haar zorgen. Daarnaast kan ze, mits voorlegging van alle facturen, de gemaakte kosten terugbetaald krijgen.

    Men betaalt de exacte kosten terug aan de hand van facturen en rekeningen. De kosten die men moet schatten en de vergoeding voor de mantelzorger worden met een forfait betaald. Dit systeem is praktisch en het kan de reële kostprijs goed benaderen.

    Concreet gezien, komt dit op het volgende neer:

    • kosten verbonden aan de zorg: exact te bepalen door terugbetaling van de kosten;
    • huisvestingskosten: forfait betalen op basis van te schatten kosten;
    • persoonlijke uitgaven: exact te bepalen door terugbetaling van de kosten;
    • vergoeding van de mantelzorger: forfait betalen op basis van te schatten kosten.

    Bij elk van deze systemen kunnen extra overeenkomsten gesloten worden. Bijvoorbeeld wie er bijlegt wanneer de financiële middelen van de zorgbehoevende persoon ontoereikend zijn, hoeveel er dan wordt bijgedragen, hoe dat gebeurt enzovoort.


    Een goede boekhouding is goud waard

    Hoe u ook betaald zal worden en welke afspraken u ook gemaakt heeft, u zal merken dat u met een goede boekhouding op termijn heel wat werk, en ook heel wat wrijvingen en misverstanden zal vermijden. Een goede boekhouding maakt het immers mogelijk de gemaakte afspraken aan de werkelijkheid te toetsen. Dit is immers uw verantwoordelijkheid: u moet kunnen aantonen dat u, op financieel gebied, de afspraken is nagekomen.

    U heeft hiervoor een schriftje waarin u elke dag noteert welke uitgaven u heeft gemaakt. U verwijst telkens naar een bewijsstuk: kasbonnetjes, bestelbonnen, rekeningen en facturen en deze bewaart u zorgvuldig in een aparte kaft. Bovendien maakt u op het einde van de maand een overzicht van de inkomsten en de uitgaven. Zo’n boekhoudkundig plan vindt u als bijlage achteraan. Zonodig kan u zich bij het invullen ervan laten helpen. Natuurlijk is dit plan maar een voorbeeld, u kunt het aanvullen of inkorten naar eigen wensen.

    Belangrijk is dat u op een vast, af te spreken tijdstip, bijvoorbeeld maandelijks of driemaandelijks, de boekhouding voorlegt aan de partijen met wie u een afspraak heeft. Laat dan de boekhouding van de voorbije periode schriftelijk goedkeuren. Geef betrokkenen ook de mogelijkheid om op elk moment de boekhouding in te zien, wanneer zij dat wensen.

    Vooraf zullen de volgende punten moeten verduidelijkt worden:

    • Wie is de centrale mantelzorger?
    • Wat wordt er van hem verwacht?
    • Wat doen de eventuele andere mantelzorgers?
    • Door wie worden de kosten bijgehouden? (de zorgbehoevende persoon / de centrale mantelzorger / een ander familielid / derden)
    • Welke kosten worden in aanmerking genomen?
    • Welk financieringssysteem wordt gehanteerd?
    • Hoe worden kosten genoteerd en welke bewijzen zijn geldig?
    • Wie beheert welke middelen?
    • Wat als er liquiditeitstekort is?
    • Welke betalingsformule wordt er gehanteerd?
    • Hoe wordt de overeenkomst opgemaakt: notarieel of onderhands?


    Wat als de zorgbehoevende persoon niet voldoende financiële middelen heeft?

    Vader woont bij Ellen in. Doordat vader zware medische kosten heeft en slechts een zeer beperkt inkomen, zijn er op het einde van de maand steeds een aantal rekeningen onbetaald. De kinderen komen overeen elke maand het tekort bij te leggen. Elk van de kinderen legt een even groot deel bij.

    In het verleden zijn er heel wat politieke discussies geweest over het al dan niet afschaffen van de onderhoudsplicht. Ondanks deze discussies is de wet op de onderhoudsplicht nog steeds geldig.

    Wanneer de financiële middelen van de zorgbehoevende ouder ontoereikend zijn om de nodige zorg te betalen, hebben kinderen een onderhoudsplicht t.o.v. hun ouders. Onderhoudsplicht betekent dat kinderen hun ouders levensonderhoud verschuldigd zijn, financieel of in natura. Er kan bijvoorbeeld worden afgesproken dat alle kinderen éénzelfde bedrag geven of dat ieders bijdrage afhankelijk is van het eigen inkomen.

    Deze onderhoudsplicht geldt voor alle kinderen. Kinderen kunnen normaal gezien niet verplicht worden de zorg voor hun ouders zelf te dragen. Bijvoorbeeld: men kan u niet verplichten uw dementerende moeder thuis te verzorgen, u mag de zorg ook overlaten aan een gespecialiseerde instelling. Als de kinderen echter niet financieel in het levensonderhoud van hun ouders (kunnen) voorzien, kunnen ze wel verplicht worden de zorg voor de ouders zelf te dragen. (burgerlijk wetboek)

    Opmerking: Wanneer kinderen onderhoudsgeld betalen voor een zorgbehoevende ouder die bij één van de kinderen inwoont, dan kunnen alle kinderen dit onderhoudsgeld fiscaal aftrekken, behalve het kind waar de ouder bij inwoont

    Meer informatie over onderhoudsgeld en onderhoudsplicht kan je lezen in hoofdstuk 16. U kan hiervoor ook terecht op het OCMW van uw gemeente.


    Wettelijke financiële regelingen

    Het komt geregeld voor dat mantelzorgers het geld moeten beheren van iemand die hiervoor niet meer in staat is. Omtrent financieel beheer zijn er een aantal wettelijke schikkingen voorhanden.


    Beheer van andermans goederen

    A. Volmacht of lastgeving

    Een volmacht, ook wel een lastgeving genoemd, is een handeling waarbij een persoon aan een ander de macht geeft om iets voor hem en in zijn naam te doen (art. 1984 uit Burgerlijk Wetboek).

    De zorgbehoevende persoon (volmachtgever of lastgever) schenkt de volmacht (verantwoordelijkheid) aan één of meerdere personen (volmachtdrager(s) of lasthebber(s)). Het contract komt slechts tot stand door de aanneming van de volmachtdrager. Wie een volmacht geeft, moet beschikken over al zijn geestelijke vermogens. De volmachtdrager en volmachtgever kunnen op elk moment, zonder verantwoording, de volmacht intrekken.

    Men kan een volmacht geven:

    • bij een notariële akte;
    • bij een onderhands geschrift of zelfs een brief;
    • mondeling (maar dan zijn er geen bewijzen bij geschillen);
    • stilzwijgend (en blijkend uit de uitvoering).

    Men kan een volmachtdrager aanduiden voor alle zaken of slechts voor bepaalde handelingen. Daden van beschikking m.b.t. onroerende goederen (vb. verkoop van een huis) gebeuren steeds via een notariële volmacht.

    De volmachtdrager dient zijn taak uit te voeren tot het einde van de voorziene duur, tot hij ze opzegt of tot hij uit zijn taak wordt ontheven en hij dient dit te doen ‘zoals een goede huisvader’. De volmachtdrager kan echter niet zomaar op eigen houtje en naar willekeur handelen. Hij dient zich ervan bewust te zijn dat hij een zware verantwoordelijkheid heeft. Hij moet immers ten volle rekenschap kunnen geven van alle handelingen die hij met die volmacht heeft uitgevoerd. Men kan hem tot rechtvaardiging dwingen, zelfs indien de zorgbehoevende persoon reeds jaren overleden is. Wees dus gewaarschuwd en hou alle documenten goed bij.

    Indien er op een bepaald moment een voorlopig bewindvoerder wordt aangesteld, dan vervallen alle volmachten!

    Tips voor de volmachtgever:

      • Wees bij uw keuze van volmachtdragers zowel praktisch als voorzichtig. Een volmacht op naam van al uw kinderen samen is mogelijk. Omwille van de praktische uitvoering is het dan beter om te voorzien dat slechts twee of drie van hen moeten optreden (zeker als er veel kinderen zijn). Zoniet kan immers geen enkele overeenkomst afgesloten worden zonder dat iedereen deze goedgekeurd en ondertekend heeft. Eenzelfde volmachtgeving aan ieder kind afzonderlijk is wellicht niet wenselijk. Het gevaar is immers niet denkbeeldig dat men in elkaars vaarwater terechtkomt. Een andere oplossing zou kunnen zijn dat u slechts aan één of zelfs twee kinderen volmacht geeft, maar in de schriftelijke overeenkomst laat bepalen dat er bijvoorbeeld iedere maand een verplichte verslaggeving moet plaatsvinden aan alle andere kinderen en aan uzelf.
      • De volmacht moet worden uitgeschreven wanneer de zorgbehoevende persoon nog rekenschap kan geven van zijn daden. Dit betekent niet dat hem het recht ontnomen wordt zelf te handelen en zijn eigen zaken nog te doen zolang hij dit kan. Ook wanneer reeds een volmachtdrager is aangesteld, kan de volmachtgever dus nog steeds zelfstandig optreden. Volmachten vervallen zodra de volmachtgever de volmachten niet meer met kennis van zaken kan verstrekken.
      • Het OCMW kan een volmacht vragen als voorwaarde voor financiële dienstverlening.

    Tips voor de volmachtdrager:

      • Heb respect voor de te beheren goederen en zaken, want ze zijn immers niet van u. Beheer ze als ‘een goede huisvader’.
      • Een volmacht kan altijd herroepen worden door de volmachtgever. Hij verwittigt dan per aangetekende brief de banken enzovoort dat de volmacht niet meer geldig is. Ook de volmachtdrager dient aangetekend verwittigd te worden dat het gebruik van de volmacht voorbij is.
      • Houd een boekhouding bij en laat die regelmatig door de andere vermoedelijke erfgenamen die dat wensen, inzien. Laat dit ook in de overeenkomst vaststellen: ‘Aan wie, wanneer, wat’ … moet opgenomen zijn in zo’n financieel verslag (vb. rekeninguittreksels, maandelijks overzicht, jaaroverzicht, …). Betrek hen indien mogelijk bij de te nemen beslissingen. Laat hen regelmatig deze handelingen schriftelijk goedkeuren.

    Een aantal voorbeelden ter verduidelijking:

      • Gwen neemt haar vader bij zich in huis en vader vraagt of zij een aantal financiële regelingen voortaan voor hem wil doen. Gwen gaat akkoord, maar om wantrouwen en misverstanden te vermijden vraagt zij haar vader om ook aan haar broer een volmacht te geven.
      • De moeder van Annelore komt inwonen en geeft haar dochter een volmacht. Omdat broer Mark meer dan 100 km. van hen afwoont, is een systeem met twee handtekeningen niet haalbaar. Moeder komt met Annelore en Mark overeen dat zij op het einde van elke maand een overzicht zal bezorgen aan Mark van alle inkomsten en uitgaven van de voorbije maand. Zo kan Mark toch goed volgen wat er met het geld van moeder gebeurt.
      • Vader woont in bij Hilde. Hij besluit om aan Hilde maandelijks een deel van zijn pensioen af te staan. Maar de volmacht geeft hij aan zijn dochter Katelijne. Zij haalt het geld maandelijks af en geeft het aan Hilde. Katelijne bezorgt Hilde telkens een kopie van de bankuittreksels, terwijl Hilde haar zus een kopie bezorgt van haar ‘thuiszorgboekhouding’. Er werd nog afgesproken dat het geld zou worden afgehaald en bezorgd vóór de vijfde van elke maand.
      • Een alleenstaande tante gaat afwisselend een maand bij Ine en een maand bij Ruben wonen. Tante heeft met Ine en Ruben afgesproken dat beiden een volmacht hebben en dat zij aan tante en aan elkaar een overzicht van de inkomsten en uitgaven bezorgen van de maand waarin tante bij hen inwoont. Wat over is op het einde van een maand wordt op tantes spaarrekening gezet.
      • Katrien en Guy zijn reeds 15 jaar gehuwd. Guy is MS-patiënt en is erg afhankelijk geworden van anderen. Beiden hebben een volmacht op elkaars rekening. Ze beschouwen dit als een veiligheid voor het geval dat één van beiden niet meer kan optreden. Aangezien zij geen kinderen hebben, hebben zij bij de notaris ook een aantal regelingen getroffen, zodat de langstlevende niet in financiële moeilijkheden komt.

    B. Bewindvoering

    De voorlopige bewindvoering wordt geregeld door de wet van 3 mei 2003 betreffende de bescherming van goederen (wet Goutry), verschenen in het Belgisch Staatsblad op 31 december 2003.

    Bewindvoering is bedoeld voor éénieder die, geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of definitief, wegens zijn gezondheidstoestand niet in staat is zijn vermogen te beheren: bijvoorbeeld psychisch zieken, demente bejaarden, mensen met een mentale handicap, comateuze patiënten enzovoort.

    De voorlopige bewindvoerding slaat enkel op het goederenbeheer en heeft niets te maken met zeggenschap over de persoon zelf. Bijvoorbeeld een voorlopig bewindvoerder is volledig gemandateerd om de rekeningen en bezittingen van iemand te beheren, maar kan niet beslissen in welk rusthuis of ziekenhuis betrokkene moet opgenomen worden. Ook over de opportuniteit van bijvoorbeeld medische behandelingen kan de bewindvoerder zich niet uitspreken. Een voorlopige bewindvoerder kan niet worden aangewezen voor een persoon die over zijn geestesvermogen beschikt en in staat is om zijn vermogen te beheren, maar die zich bijvoorbeeld moeilijk kan verplaatsen. Een dergelijk persoon mag niet de vrijheid ontnomen worden om zelf zijn vermogen te beheren. Hij kan, indien hij dat wenst, zelf een volmachtdrager aanduiden.

    De wettelijke regeling (art. 488 bis van het Burgerlijk Wetboek) stelt het volgende:

    • Personalisering van het beheer. Het is de bedoeling dat de band tussen de beschermde persoon en zijn voorlopige bewindvoerder zo persoonlijk mogelijk zou zijn. Dus wordt volgens de nieuwe wetgeving bij voorkeur de echtgenoot, een naast familielid of een vertrouwenspersoon aangeduid als voorlopige bewindvoerder.
    • De vrederechter is degene die de bewindvoerder aanstelt. De vrederechter van de verblijfplaats van de te beschermen persoon is bevoegd om de aanvraag tot aanstelling van een voorlopig bewindvoerder te behandelen. Als de zorgbehoevende persoon in die periode bijvoorbeeld verblijft in het gezin van een familielid, is de vrederechter van het kanton waarin deze verblijfplaats ligt bevoegd en niet de vrederechter van de plaats waar de zorgbehoevende persoon zijn officiële woonplaats (domicilie) heeft.
    • Naast de voorlopige bewindvoerder kan ook een vertrouwenspersoon aangesteld worden, dit heeft vooral betekenis wanneer de voorlopige bewindvoerder een extern persoon, bijvoorbeeld een advocaat, is die verder af staat van de betrokkene. De vertrouwenspersoon kan dan de ‘brug’ vormen tussen beide. De vertrouwenspersoon heeft recht op inzage van alle documenten en verslagen, maar kan zelf niet het beheer voeren over de gelden en goederen. Dit blijft de exclusieve bevoegdheid van de voorlopig bewindvoerder.

    Procedure:

    Iedereen kan bij de vrederechter of bij de notaris op voorhand laten vastleggen wie hij aanwijst als voorlopig bewindvoerder voor het geval hij zelf niet meer in staat zou zijn om geld en goederen te beheren. Dit noemt men een voorafgaandelijke wilsverklaring. De notaris kan daarover alle inlichtingen verstrekken.

    Het verzoek tot aanstelling van een voorlopig bewindvoerder moet schriftelijk gebeuren door de betrokken persoon zelf, door de Procureur des Konings of door een belanghebbende, bv. een kind of de echtgenoot. Het verzoekschrift moet ondertekend worden door de verzoeker. De tussenkomst van een advocaat is in deze procedure niet verplicht, maar kan wel indien gewenst.

    Het verzoekschrift moet vergezeld zijn van een medische verklaring van een geneesheer (geen bloed- of aanverwant van de te beschermen persoon). Ze mag niet worden opgesteld door een geneesheer die verbonden is aan een instelling waar de betrokkene verblijft. Deze medische verklaring mag niet ouder zijn dan 15 dagen. De vrederechter zal dan contact opnemen met de te beschermen persoon en zijn familie en zal de nodige inlichtingen inwinnen.

    De wet vraagt de vrederechter uitdrukkelijk om indien mogelijk de voorkeur te geven aan de vader, moeder, partner, naaste familie of een vertrouwenspersoon als bewindvoerder van de te beschermen persoon. De aangeduide voorlopige bewindvoerder moet binnen de acht dagen zijn opdracht aanvaarden of weigeren.

    Wanneer een bewindvoerder wordt aangesteld over iemand, wordt dit bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad opgenomen en wordt dit tevens genoteerd in het bevolkingsregister.

    Het Belgisch Staatsblad kan digitaal geraadpleegd worden (http://www.just.fgov.be) of vraag het aan uw gemeente.

    Verplichtingen:

    Als de voorlopige bewindvoerder officieel is aangesteld en hij beschikt over de vertegenwoordigingsbevoegdheid, dan houden alle andere volmachten op met bestaan.

    De verplichtingen van de bewindvoerder zijn drievoudig:

    • Jaarlijks en op het einde van zijn opdracht moet de bewindvoerder rekenschap geven van zijn beheer aan de vrederechter en aan de beschermde persoon zelf, als diens gezondheidstoestand het toelaat. Concreet betekent dit dat de bewindvoerder een staat moet opmaken van alle inkomsten en alle uitgaven die er in het afgelopen jaar geweest zijn. Het is dus sterk aan te raden een boekhouding bij te houden. De bewindvoerder moet alle uitgaven kunnen bewijzen aan de hand van rekeningen, facturen, … Ook de vertrouwenspersoon ontvangt telkens dit verslag.
    • De bewindvoerder moet de beschermde persoon inlichten over alle handelingen die hij verricht. Daarmee wordt bedoeld dat de bewindvoerder de beschermde persoon regelmatig op de hoogte moet houden van zijn beheer. Indien de beschermde persoon niet in staat is om die uitleg te vatten, kan de vrederechter hem vrijstellen van deze verplichting en hem eventueel opleggen verslag uit te brengen aan andere personen, bijvoorbeeld de vertrouwenspersoon of naaste familieleden.
    • Uiterlijk één maand na de aanvaarding van zijn aanwijzing moet de voorlopig bewindvoerder een inventaris opstellen met betrekking tot de aard en de samenstelling van de te beheren goederen en dit overzenden aan de vrederechter en aan de te beschermen persoon. De bewindvoerder kan deze inventaris zelf opstellen, maar kan dit ook laten doen door een notaris, in het bijzijn van personen die daaromtrent nuttige informatie kunnen leveren (bijvoorbeeld de vertrouwenspersoon).

    Bevoegdheden:

    Er zijn twee mogelijke situaties:

    1. De vrederechter heeft uitdrukkelijk de bevoegdheden van de bewindvoerder omschreven. De vrederechter mag deze volledig vrij bepalen, vb. alleen leningen en kredietopnemingen of alleen de opdracht om het pensioen van de beschermde persoon te innen.
    2. De vrederechter heeft de bevoegdheden niet omschreven. In dit geval is het door de wet geregeld regime van toepassing en geldt de bewindvoering over alle bezittingen.

    De wet zegt dat de bewindvoerder ‘als een goede huisvader’ moet handelen. Voor een aantal handelingen moet de bewindvoerder de bijzondere machtiging vragen van de vrederechter, namelijk:

    • telkens wanneer de belangen van de bewindvoerder strijdig zijn met die van de beschermde persoon;
    • wanneer hij de beschermde persoon vertegenwoordigt bij een procedure voor de rechtbank, waarbij de beschermde persoon optreedt als eiser;
    • voor het vervreemden van roerende of onroerende goederen van de beschermde persoon;
    • voor het aangaan van een lening en voor het toestaan van een hypotheek op een onroerend goed van de beschermde persoon;
    • voor het verwerpen van een aan de beschermde persoon toegevallen nalatenschap;
    • voor het aanvaarden van een aan de beschermde persoon gedane schenking of een aan hem vermaakt legaat;
    • om een pachtovereenkomst, een huurcontract van meer dan 9 jaar of een handelshuurovereenkomst te sluiten;
    • voor het aangaan van een dading in naam van de beschermde persoon;
    • voor de aankoop van een onroerend goed;
    • telkens wanneer de bewindvoerder wil beschikken over rechten die verband houden met de woning of het huisraad van de beschermde persoon. Immers, zolang de kans bestaat dat hij zijn normale leven zal kunnen hervatten, moeten zijn woning en meubelen bewaard worden in de toestand waarin hij ze heeft verlaten. Wanneer er onvoldoende inkomsten zijn, zullen de woning en de huisraad pas kunnen worden verkocht als alle andere goederen uitgeput zijn, en mits een bijzondere machtiging van de vrederechter.

    Tenslotte zijn er handelingen die de bewindvoerder helemaal niet mag verrichten, nl. handelingen met betrekking tot de persoon, vb. huwen, naamsverandering, … Hij mag ook geen souvenirs of persoonlijke voorwerpen van de beschermde persoon vervreemden, maar hij moet ze tot zijn beschikking houden.

    Aansprakelijkheid:

    De bewindvoerder zal aansprakelijk zijn voor schade die de beschermde persoon oploopt ten gevolge van fouten in zijn beheer.

    Bezoldiging:

    De vrederechter kan, maar is niet verplicht, de bewindvoerder een vergoeding toekennen van maximum 3% van de inkomsten van de beschermde persoon. Dit is bedoeld als ereloon. Wanneer er zware extra beheerskosten zijn, kan de bewindvoerder aan de vrederechter een extra vergoeding vragen.

    Einde van de voorlopige bewindvoering:

    Deze kan enkel beëindigd worden door een beschikking van de vrederechter, ambtshalve of op verzoek, ofwel van rechtswege in geval van onbekwaamverklaring of van verklaring van de staat van verlengde minderjarigheid.


    Het vergoeden van de mantelzorger

    Een mantelzorger vergoeden voor zijn zorgactiviteit kan gebeuren door bijvoorbeeld maandelijks een forfait te voorzien (zie rubriek 6.5). De zorgbehoevende persoon kan echter ook afspreken met de mantelzorger om hem te vergoeden via een schenking met last of via het testament.

    A. Schenking met last

    Een zieke kan bijvoorbeeld zijn woning of een som geld aan de mantelzorger schenken, op voorwaarde dat deze hier een tegenprestatie voor levert (bijvoorbeeld levenslange thuisverzorging). Men spreekt van een schenking met last.

    Een schenking van Belgische onroerende goederen (bv. een huis) moet bij notariële akte gebeuren, en moet verplicht in België geregistreerd worden. Hierop moet je dan ‘schenkingsrechten’ of ‘registratierechten’ betalen.

    Voor roerende goederen (zoals geld, obligaties, aandelen enzovoort) wordt dat niet verplicht. Wie wil, kan roerende goederen aan zijn kinderen geven via handgift (zonder notaris).

    • Voor deze vorm van schenking moet de schenker nog minstens drie jaar na schenking in leven blijven om het overgemaakte bedrag volledig vrij te stellen van successierechten. Als uw vader of moeder vroeger overlijdt, wordt dit geschonken bedrag bij de erfenis gevoegd.
    • Wanneer roerende goederen (zoals geld, obligaties, aandelen enzovoort) bij notariële akte worden geschonken geldt de termijn van drie jaar niet om het overgemaakte bedrag vrij te stellen van successierechten (gewijzigd sedert 2004).
    • De vroegere progressief oplopende schenkingsrechten voor handgiften met een notariële akte werden vervangen door één enkel nieuw tarief. Voor schenkingen in rechte lijn (ouders, grootouders en kinderen) bedragen de successierechten nu 3%, voor alle andere begunstigden 7%. Het volstaat hierbij om één document op te maken, getekend door beide partijen, met de erkenning van de handgift, en dat te laten registreren door een notaris.

    De wet staat het bevoordelen van een erfgenaam of van een derde slechts binnen bepaalde perken toe indien er ‘voorbehouden’ erfgenamen zijn (erfgenamen in rechte lijn en/of de overlevende echtgenoot). Indien men één van hen wenst te bevoordeligen, dan moet in de schenkingsakte uitdrukkelijk vermeld worden of de schenking ‘buiten erfdeel’ of ‘als voorschot op erfdeel’ gebeurt. Staat dit niet vermeld, dan wordt de schenking geacht een ‘voorschot’ op het toekomstig erfdeel te zijn.

    Een schenking tussen echtgenoten kan steeds herroepen worden. Ook in andere gevallen kan een schenking herroepen worden, bijvoorbeeld indien de last die bij de schenking werd opgelegd niet werd uitgevoerd.

    B. Testament

    Ieder die over gezonde geestelijke vermogens beschikt, heeft het recht een testament te maken om zelf te bepalen hoe zijn goederen zullen worden verdeeld na zijn overlijden. Niemand is daartoe verplicht. Een testament kan op ieder ogenblik worden gemaakt of gewijzigd.

    De datum is belangrijk omdat enkel het laatst geschreven testament in aanmerking wordt genomen, voor zover het onverenigbaar is met een vroeger testament.

    Het mag enkel beschikkingen bevatten van de erflater zelf. Iemand anders (vb. de echtgeno(o)t(e)) mag niet deelnemen aan het opstellen of verbeteren van de inhoud.

    Alleen een testament dat vrij en spontaan is opgesteld, is geldig.

    Vorm van het testament

    Er zijn drie vormen:

    1. Het eigenhandig testament: Het wordt door de erflater helemaal zelf geschreven, gedagtekend en ondertekend. Wie zijn testament wil opmaken moet het dus zelf schrijven (niet door iemand anders en ook niet typen). Het gevaar hieraan verbonden is dat het kan verdwijnen of worden vernietigd door toedoen van iemand die zich benadeeld voelt. Het testament moet voorzien zijn van de gebruikelijke handtekening (gebruik geen roep- of troetelnaam).
    2. Het openbaar testament: Dit is een notariële akte, door de erflater aan de notaris gedicteerd, in het bijzijn van twee getuigen of van een tweede notaris.
    3. Het internationaal testament: Dit is een testament door de erflater aan de notaris aangeboden. In tegenwoordigheid van twee getuigen maakt de notaris een akte van verklaring op. Van die verklaring wordt 1 exemplaar (het origineel) gehecht aan het testament, een tweede exemplaar wordt aan de erflater overhandigd en een derde exemplaar wordt door de notaris bewaard samen met de verzegelde omslag waarin het testament zit.
    4. Centraal Register van Testamenten (C.R.T.): geregistreerd testament:
      Het internationaal en het openbaar testament en ook het eigenhandig testament, indien dit bij een notaris in bewaring is gegeven, moeten door zijn tussenkomst in het Centraal Register van Testamenten worden ingeschreven. Voor een eigenhandig testament kan de erflater zich tegen de inschrijving verzetten. Dankzij de inschrijving in het C.R.T. is het voor de notaris mogelijk, na overlijden, ingelicht te worden over het bestaan van het testament. Die inlichting wordt bekomen mits voorlegging van een overlijdensakte. Zolang de persoon leeft, zal het C.R.T. niemand meedelen of er een testament aangegeven is of niet.

    Om een testament aan te geven dient u te betalen. Informeer u bij de notaris.

    Inhoud van het testament

    Het kan gaan om:

    1. een bijzonder legaat : een beschikking over een bepaald goed. Vb. een som geld, mijn huis, mijn horloge, …
    2. een legaat onder algemene titel : een beschikking over een breukdeel van de nalatenschap, of over alle of een breukdeel van alle onroerende en/of roerende goederen. Vb. mijn neef krijgt de helft van mijn erfenis, mijn vriend krijgt een derde van mijn onroerende goederen, al mijn onroerende goederen, …
    3. een algemeen legaat : een roeping tot de hele nalatenschap. Vb. mijn broer en mijn zus krijgen alles (dan krijgt ieder de helft), …

    Uitwerking van het testament

    Een testament is alleen geldig als het is gemaakt door iemand die bekwaam is en bewust en vrij heeft gehandeld.

    Het testament van een overleden persoon wordt uitgevoerd voor zover het ‘voorbehouden deel’ van zijn afstammelingen of van zijn ascendenten of van zijn echtgeno(o)t(e) niet is aangetast. Kinderen hebben altijd recht op een gelijk deel van de nalatenschap en wel als volgt:

    • de helft als er één kind is: de andere helft is beschikbaar;
    • elk kind één derde als er twee kinderen zijn: het andere derde mag aan iemand anders gegeven worden;
    • als er drie of meer kinderen zijn: over 1/4 mag vrij beschikt worden, de overige ¾ wordt gelijk verdeeld over de kinderen.

    Het “beschikbare deel” of het deel dat ouders kunnen wegschenken vormt het “niet beschermd deel”. Concreet betekent dit dat bij één kind de helft van het bezit kan worden weggeschonken, bij twee kinderen kan een derde van het bezit worden weggeschonken, bij drie of meer kinderen een vierde van het bezit. Bij erfenissen zijn alle kinderen in principe gelijk voor de wet. Deze gelijkheid kan enkel door schenking of testament verbroken worden.

    Verwanten in opgaande lijn (ascendenten) hebben recht op een voorbehouden deel van één vierde per ouderlijke lijn indien de overledene (het kind) zelf geen afstammelingen nalaat.

    De rechten van de afstammelingen en ascendenten gaan samen met het aandeel van de langstlevende echtgeno(o)t(e). Behoudens enkele gevallen (ontzetting uit de ouderlijke macht, feitelijke scheiding) en mits bepaalde formaliteiten (vonnis, testament) heeft de langstlevende echtgeno(o)t(e) het vruchtgebruik op de nalatenschap en in elk geval het vruchtgebruik op de gezinswoning en het huisraad. Ook verkrijgt hij de volle eigendom van alle gemeenschappelijke goederen indien er geen afstammelingen bestaan.

    Indien de mantelzorger bij de zorgbehoevende ouder inwoonde, kan de ouder bij de notaris regelen dat de mantelzorger het vruchtgebruik van de woning behoudt na het overlijden van de zorgbehoevende persoon.

    Informeer u bij verschillende instanties: de bank, de notaris, het OCMW,…


    Bij weigering van terugbetaling of vergoeding

    Wat kunnen mantelzorgers doen wanneer zij kosten willen terugbetaald krijgen of vergoed wensen te worden, maar dit wordt geweigerd?

    1. De zorgbehoevende persoon heeft beslissingsrecht. Zijn wens is het uitgangspunt. Wenst hij geen vergoeding aan de mantelzorger te geven, dan kan de mantelzorger beslissen om de zorgactiviteit toch verder te zetten of om die te stoppen.
    2. Zijn het andere familieleden die de vergoeding betwisten (bijvoorbeeld omdat ze vinden dat een vergoeding niet nodig is of omdat ze vinden dat de gevraagde vergoeding te hoog is), dan moet de mantelzorger zich in de eerste plaats kunnen verantwoorden. Het beste blijft hij de familieleden bij alles betrekken, hen op de hoogte houden van zijn financiële verrichtingen inzake thuiszorg en zorgen voor een perfecte boekhouding. Alleen indien hij elke uitgave kan aantonen en verantwoorden, beschermt hij zichzelf tegen klachten of verwijten achteraf.
    3. Wanneer andere familieleden de vergoeding weigeren (bijvoorbeeld wanneer de zorgbehoevende persoon zijn wensen niet meer kenbaar kan maken) en het twistpunt niet onderling kan worden geregeld, contacteer dan een notaris of een advocaat.

    Opmerking: Het is in sommige gevallen mogelijk om na afloop van de zorgactiviteit (bijvoorbeeld na het overlijden van de zorgbehoevende persoon) via juridische weg een vergoeding te verkrijgen, maar er is ook een behoorlijke kans dat de vergoeding u zal worden geweigerd, vooral als u niet over bewijzen beschikt. De rechtspraak is niet eenstemmig in dit soort zaken. Enerzijds wordt er geredeneerd dat het niet opgaat om post factum vergoedingen te eisen waar voorheen misschien nooit naar werd gevraagd, anderzijds voelt men het als oneerlijk aan het gepresteerde werk volledig onvergoed te laten.


    Nuttige adressen

    • U kan terecht bij een notaris naar keuze, een eerste advies is gratis.
    • Similes
      Groeneweg 151
      3001 Heverlee
    • Koninklijke Federatie van het Belgische Notariaat – http://www.notaris.be
    • Standaarddocumenten mbt voorlopige bewindvoering: http://www.vrederechter.be
    • Informeer u bij verschillende instanties: de bank, het OCMW, de vrederechter van uw kanton of zijn griffier, enzovoort.
    • Belgisch Staatsblad: http://www.just.fgov.be

    Emotionele en relationele ervaringen van de mantelzorger

    1. Inleiding
    2. Gevoelens omtrent thuiszorg
    3. Assertiviteit en grenzen stellen
    4. Leren leven met zorgbehoevendheid
    5. Veranderende relaties
    6. Als het einde nadert

    1. Inleiding

    Verzorgt u iemand thuis, dan is dat omdat u met de zorgbehoevende persoon een affectieve band heeft : hij is een broer of zus, een ouder, een partner, een kind, een vriend, een buur. Die affectie geeft u de kracht en de wil om voor de betrokkene te zorgen, maar maakt tegelijk dat u voor zijn situatie niet onverschillig kan blijven. Wat u voor hem voelt, geeft u kracht, maar kan tegelijk, omdat u meelijdt, een deel van uw energie opslorpen. Het maakt u kwetsbaar.

    De tegenstrijdige krachten en gevoelens waarmee u geconfronteerd wordt, kunnen uw draagkracht flink op de proef stellen. Het is daarom heel belangrijk dat u begrijpt wat er omgaat in uzelf en in diegene waarvoor u zorg draagt. Gevoelens die u begrijpt, leert u beter hanteren, zodat ze u energie geven in plaats van uw energie te ondermijnen.

    Gevoelens zijn nooit juist of onjuist, goed of verkeerd. Gevoelens zijn er of zijn er niet, en als ze er zijn, is daar altijd een reden voor. Uw reactie op die gevoelens daarentegen kan wél terecht of onterecht zijn. Probeer er daarom achter te komen waarom u een bepaald gevoel heeft. Misschien is u terecht boos op de zorgbehoevende persoon omdat deze te weinig dankbaarheid toont of echt lastig is, maar het is evengoed mogelijk dat u boos is omdat u zich machteloos voelt en dat u die boosheid op een verkeerde manier of tegen de verkeerde persoon uit. Neem uw gevoelens dus ‘au sérieux’, hoe onaanvaardbaar ze ook mogen lijken, en ga er op een eerlijke manier mee om. Probeer te voelen waar het schoentje precies wringt en probeer daar dan iets aan te doen. Geef uzelf ook de tijd en vraag uw omgeving om wat geduld. U weet dat u uw best doet, aanvaard echter ook dat u fouten maakt. Niemand is perfect en niemand heeft altijd volledige controle over zijn gedrag.

    Net wanneer u uw moeder, die met een urinesonde ligt, een bad heeft gegeven en tussen schone lakens heeft gelegd, plast zij het hele bed nat en kan u herbeginnen. Dat dit u boos, verdrietig of moedeloos maakt, is erg normaal en begrijpelijk. Wanneer u beseft dat u juist hierom boos bent, kan u deze boosheid aanwenden om het probleem, de incontinentie, nog beter aan te pakken. Uw moeder de schuld geven, lost in dit geval niets op. Integendeel: zij voelt zich waarschijnlijk ook ellendig en uw ergernis zal dat alleen maar verergeren. Het uiten van deze ergernis werkt trouwens vaak als een boemerang: later voelt u zich schuldig omwille van het onterechte verwijt.

    Tip: Wanneer u zich ergens niet goed bij voelt of wanneer iets u dwarszit, neem dan steeds rustig de tijd om na te denken en te zoeken naar de oorzaak hiervan. Dit is niet altijd gemakkelijk, en u zal niet altijd precies kunnen aangeven wat er aan de hand is. Toch zal deze zelfreflectie u helpen om op een juiste manier te reageren.

    2. Gevoelens

    Gevoelens van de mantelzorger

    Als mantelzorger voelt u zich, net als iedereen, wel eens boos, moe, gelukkig, verdrietig, energiek, bezorgd, … Dit is maar goed ook, want deze gevoelens maken u juist tot de mens die u is. Als mantelzorger beleeft u deze gevoelens echter vaak véél intenser, omdat u toch altijd min of meer onder druk staat. U voelt toch een zekere verantwoordelijkheid voor de persoon waar u voor zorgt en u hebt het gevoel dat er veel van u afhangt.

    Hierna sommen we een aantal gevoelens of ervaringen op die veel mantelzorgers met elkaar gemeen hebben. Sommige van deze gevoelens zullen u bekend voorkomen, andere minder. Elke thuiszorgsituatie is immers uniek en elke mantelzorger reageert op zijn eigen manier.

    Vele mantelzorgers voelen zich moe. Toch is dit niet alleen het gevolg van de intense zorgverlening. Mantelzorgers zijn ook moe omdat ze graag permanent de kwaliteit van de zorg willen garanderen. Daarnaast moeten ze telkens weer hun keuze verantwoorden ten opzichte van hun omgeving en de medische wereld, dit maakt mantelzorgers erg onzeker. Er is ook vaak een gevoel van angst en machteloosheid met betrekking tot de reactie van de omgeving. Vele mantelzorgers zijn bang dat men hen niet zal geloven, dat men zal verhinderen dat de zorgbehoevende persoon mee naar huis gaat, dat ze hun bedoelingen niet zullen kunnen waarmaken.

    Mantelzorgers hebben hun energie broodnodig om 24 uur op 24 paraat te kunnen staan. Zij verwachten van de medische wereld en van hun omgeving ondersteuning van hun keuze en erkenning van hun mogelijkheden. Alleen dan wordt hun draagkracht versterkt en hun kans op slagen vergroot.

    Reacties als:

    • ‘Weet je wel waar je aan begint?’
    • ‘Dat hou je nooit vol!’
    • ‘De mooiste jaren van je leven zit je vast.’
    • ”t Is zeker voor ’t geld dat je het doet?’
    • ‘Je doet je kinderen tekort.’

    kunnen mantelzorgers dan ook best missen.

     

    Fons, zelf gepensioneerd, zorgt voor zijn dementerende vrouw en zegt : ‘Ik heb liever te zeggen dat het me niet gelukt is, dan dat ik het niet heb geprobeerd.’

    Thuiszorg gaat vaak gepaard met onzekerheid, onrust en bezorgdheid met betrekking tot de zorgbehoevende persoon zelf. Wat zal er met hem gebeuren? Hoe zal de ziekte evolueren? Zal de pijn draaglijk zijn? Zal hij/zij nog gelukkig zijn?

    Ook praktische problemen baren zorgen. Zullen we de thuiszorg wel aankunnen? Is het haalbaar? Hoe zullen we dit praktisch organiseren ? Hoe zal dat te combineren zijn met onze job? Zullen er niet teveel botsingen zijn met al die verschillende karakters in één huis? Zal ik er nog wel kunnen zijn voor mijn gezin als ik zoveel bij de zorgbehoevende persoon moet zijn?

    De angst die elke mantelzorger weleens voelt is normaal, hij draagt immers een zware verantwoordelijkheid en dit kan verregaande gevolgen hebben voor de relatie, het gezinsleven, de carrière, …

    Mantelzorgers worden van bij het begin overspoeld door vragen. Ze hebben een sterke nood aan mensen die in hen geloven, die hen steunen en helpen in de keuze die ze gemaakt hebben. Alle informatie en bevestiging is welkom.

    Mantelzorgers zijn in hun zorg vaak erg veeleisend. Enkel de beste zorg is goed genoeg. Anderzijds zullen ze andere aspecten in hun leven makkelijker relativeren dan nietmantelzorgers.

    Mantelzorgers hebben vaak schuldgevoelens, in de eerste plaats tegenover de zorgbehoevende persoon zelf, bijvoorbeeld omdat ze uit onwetendheid dingen verkeerd deden, omdat ze hun geduld wel eens verloren, omdat …

    Maar ook tegenover de eigen gezinsleden voelen ze zich soms schuldig: wanneer bijvoorbeeld één van de ouders komt inwonen vraagt dit veel tijd en aandacht. Worden de partner of de kinderen dan niet te veel benadeeld?

    Tenslotte zien we vooral schuldgevoelens boven komen bij een opname in een instelling. Vele mantelzorgers hebben dan het gevoel dat ze zelf tekortschoten. Deze schuldgevoelens kunnen tot lang na het overlijden van de zorgbehoevende persoon blijven bestaan. ‘Had ik maar …’

    Wie zich aan thuiszorg wijdt, spendeert vaak vele uren tijd in de woning van de zorgbehoevende persoon. Dit kan leiden tot vereenzaming of gevoelens van geïsoleerd zijn. De mantelzorger heeft veel minder tijd voor sociale contacten, de communicatiemogelijkheden met de zorgbehoevende persoon zijn soms erg beperkt, vrienden en kennissen blijven weg.

    Onmacht is een steeds terugkerend verschijnsel. Onmacht omdat u de aftakeling niet aankan, zowel lichamelijk als geestelijk, omdat normale communicatie niet altijd meer mogelijk is, omdat u vaak het gevoel heeft niet genoeg te kunnen doen, omdat u vaak rekening moet houden met praktische beperkingen.

    Bij het overlijden van de zorgbehoevende persoon, kan de mantelzorger met een intens leegtegevoel achterblijven. U is moe en leeg van al die jaren zorg. Reacties van buitenaf, dikwijls goed bedoeld maar pijnlijk, kunnen het leegtegevoel nog versterken. ‘Wees blij dat je nu weer tijd hebt voor jezelf’ of ’t Is toch beter zo. Hij besefte toch niets meer’ zijn daar maar een paar voorbeelden van.

    Alle hulpverleners die misschien jarenlang bij u aan huis kwamen, vallen van de éne dag op de andere weg. Soms had u met hen meer en beter contact dan met bepaalde vrienden of kennissen. Ook zij laten een enorme leegte achter. De nazorg is dan ook erg belangrijk. Mantelzorgers waarderen het wanneer hulpverleners ook na het overlijden nog eens binnenspringen of wanneer ze de begrafenis bijwonen.

    Ouderenmis(be)handeling

    Thuiszorg botst soms wel eens tegen de grenzen van de haalbaarheid aan. Misschien is de zorg te zwaar geworden en de hulp te gering, maar wordt dat nog niet ingezien door de zorgverlener(s). Soms gaan daardoor hulpverleners te ver over hun eigen grenzen en hebben zichzelf niet altijd meer in de hand bij het zorgen voor de ouderen.

    In machteloosheid een ouder slaan of van de situatie profiteren om de oudere geld afhandig te maken noemt men actieve mis(be)handeling. Onvoldoende zorg geven daarentegen is passieve mis(be)handeling. Ouderenmis(be)handeling gebeurt zowel in de thuissituatie als in instellingen.

    Ouderenmis(be)handeling kan intentioneel zijn, dit wil zeggen dat de pleger werkelijk de bedoeling heeft de oudere te kwetsen. Maar vaak is men zich niet bewust van de gevolgen van zijn handelingen, zoals de oudere overdag vastbinden zodat deze niet kan rondlopen of vallen. Hier is de ouderenmis(be)handeling dan niet-intentioneel. Het is heel belangrijk om de feiten en signalen steeds te bekijken binnen de specifieke situatie van de oudere en zijn omgeving.

    Vlaams Meldpunt Ouderenmis(be)handeling

    Wat?

    Voor Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestaat er een ‘Vlaams Meldpunt Ouderenmis(be)handeling’. Dit Vlaams Meldpunt werkt samen met de vijf provinciale steunpunten en een Brussels steunpunt.

    Het meldpunt treedt op als spreekbuis voor ouderen die afhankelijk zijn van de hulp van derden en die door hulpverleners, familieleden of bekenden soms weinig respectvol benaderd worden tot zelfs mishandeld. Het meldpunt werkt onafhankelijk.

    Het meldpunt luistert naar u, registreert uw melding anoniem en naar aanleiding van uw specifieke vraag probeert het de gewenste hulp op gang te brengen. Ze geven advies, staan in voor de coördinatie van de bestaande hulpverlening en werken naar een verbetering van de situatie. Ze treden niet in de plaats van de reeds actieve professionele hulpverlener. De hulp is gratis. Alles wat wordt verteld is onderworpen aan het beroepsgeheim.

    Voor wie?

    De oudere zelf, familieleden, kennissen, buren, vrienden of hulpverleners die weet of vermoedens hebben van ouderenmis(be)handeling. U kan ter plaatse gaan, telefoneren, schrijven, mailen of faxen.

    Waar?

    Voor informatie, advies en registratie van klachten over ouderenmis(be)handeling kan u terecht bij de provinciale meldpunten en bij:

    Vlaams Meldpunt Ouderenmis(be)handeling
    Sociaal Huis Pandora
    Grotenbergestraat 26
    9620 Zottegem
    Tel: 078/15 15 70
    Website: http://www.meldpuntouderenmishandeling.be

    3. Assertiviteit

    Mantelzorgers kunnen een dosis assertiviteit best gebruiken. Assertiviteit is op een positieve manier opkomen voor uzelf of voor een geliefd persoon, voor een overtuiging, een idee,… Assertief zijn houdt het midden tussen agressief zijn en subassertief (machteloos, lijdzaam) zijn. Wie agressief is, komt weliswaar voor zichzelf op, maar op zo’n manier dat hij er een ander mee benadeelt of zelfs kwetst. Een typisch agressief persoon is iemand die niets ontziend zijn doelen nastreeft, zonder rekening te houden met de wensen, behoeften en grenzen van de anderen. Het resultaat van agressief gedrag is altijd negatief, omdat er minstens één partij, en meestal beide, gekwetst worden. Passief (subassertief) reageren betekent dan weer dat u over zich heen laat gaan, dat u de anderen toelaat om schromelijk uw grenzen te overschrijden, dat u slikt, incasseert, zwijgt en opkropt. Ook het resultaat van lijdzaam (subassertief) gedrag, hoe vreedzaam het vaak ook mag lijken, is negatief: u voelt zich sowieso benadeeld en de ander zit achteraf vaak opgezadeld met schuldgevoelens omdat hij ‘te ver’ is gegaan.

    Een assertief persoon is iemand die zowel zichzelf als de ander ten volle respecteert, en er van daaruit voor zorgt dat noch aan de ander, noch aan zichzelf tekort wordt gedaan. Een assertief persoon kan zonder aarzelen, rustig en zelfverzekerd ‘neen’ zeggen wanneer hij vindt dat hem iets gevraagd wordt waaraan hij op dat moment niet kan of wil tegemoetkomen. En juist daardoor kan hij des te oprechter en overtuigender ‘ja’ zeggen wanneer hij aan een vraag wél tegemoet wil en kan komen. Een assertief persoon weet wat hij kan en mag vragen en kan daardoor ook goed naar de mening en de vragen van een ander luisteren. Omdat hij weet dat hij in staat is zichzelf te beschermen en voor zichzelf te zorgen, is hij ook beter in staat om compromissen te sluiten waarbij iedereen voldoende tevreden is.

    Enkele tips:

    • Wanneer u boos, verdrietig of bang is, dan kan u op twee manieren reageren. U kan zeggen: jij maakt mij boos, jij doet dit of dat verkeerd, jij bent altijd zo lastig,… of u kan zeggen: ik voel mij moe, verdrietig, niet voldoende gewaardeerd, … In het eerste geval, wanneer u uw ongenoegen uitdrukt in termen van ‘jij’ valt u de ander altijd een beetje aan. U is dan agressief. Wanneer u spreekt in termen van ‘ik’, maakt u duidelijk hoe u zichzelf voelt, waar u nood aan heeft, wat u wil,… zonder de ander daarmee in de hoek te duwen. Praat bij besprekingen steeds in ‘ik’-termen.
    • Af en toe zal het nodig zijn om uw ongemak, ongenoegen of teleurstelling te uiten ten opzichte van het gedrag van iemand anders. U zal met andere woorden ‘kritiek’ moeten geven. Wees hierin eerlijk, oprecht en vooral duidelijk. Vermijd ‘alles of niets’ uitspraken. Ook vage uitspraken als: ‘jij bent altijd zo lastig’, ‘met jou is geen blijf te houden’, ‘het weekend zal weer lastig zijn’, kunnen iemand kwetsen, zonder dat ze de ander ook maar enige aanwijzing geven over hoe deze zijn gedrag kan veranderen. Benoem dus steeds zoveel mogelijk het concrete gedrag dat u dwarszit. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik vind het erg vervelend dat jij steeds over pijn begint te klagen op het moment dat ik even weg wil gaan’, ‘Ik zou het fijn vinden als u de keuken poetste’, ‘Ik wil graag dat je volgend weekend de zorg een paar uur van mij overneemt’. Probeer ook zoveel mogelijk aan te geven waarom u iets wil.

     

    Assertief zijn t.a.v. de zorgbehoevende persoon

    De zorgbehoevende persoon heeft vaak sneller dan u geleerd wat het betekent om goed voor zichzelf te zorgen. Net zoals een kind buikpijn of hoofdpijn krijgt op het moment dat vader en moeder willen weggaan, zo kan ook de zorgbehoevende persoon een zekere emotionele chantage uitoefenen om van u dingen gedaan te krijgen waartoe u in eerste instantie niet bereid was. Niet zelden “gebruiken” personen hun gebreken, hun ziekte of hun moeilijkheden: ze klagen bijvoorbeeld over pijn net als u op het punt staat te vertrekken. Als dat gebeurt, is het belangrijk de situatie juist te interpreteren en ervoor te zorgen dat u het spel niet meespeelt. Het zou onfair zijn indien u een pijn of andere klacht zomaar van de hand zou doen als aanstellerij. U kan de zorgbehoevende persoon echter wel op de man af vragen wat hij nu werkelijk bedoelt, wat hij graag wil. Vervolgens kan u uw eigen verlangens en intenties daartegenover stellen en samen een compromis zoeken. Uiteraard zal dit in de éne thuiszorgsituatie vlotter verlopen dan in de andere. Het karakter van de persoon zowel als de manier waarop u er als mantelzorger mee omgaat en er jarenlang mee omging, zullen de situatie beïnvloeden.

    Bea verzorgt haar moeder thuis. Om de zware thuiszorgsituatie te kunnen volhouden, had ze besloten om één namiddag in de week voor zichzelf te reserveren. Zo had ze steeds iets leuks om naar uit te kijken. Dat had ze haar moeder ook uitgelegd. Haar man zou de zorgen voor zijn schoonmoeder die namiddag overnemen. Zo gezegd, zo gedaan. Maar wat bleek toen Bea ’s avonds thuiskwam? Haar moeder had geweigerd zich te laten helpen door haar schoonzoon en zat op de rand van haar bed te wachten tot Bea thuiskwam. Het heeft Bea heel wat moed en doorzettingsvermogen gekost om dit met moeder te bespreken en om die noodzakelijke paar uurtjes per week toch te behouden.

    Net als uzelf kan ook de zorgbehoevende persoon weigerachtig staan ten opzichte van hulp van buitenaf. Liever dan een verzorgende of een verpleegkundige erbij te roepen, wil hij gewassen, gekleed en verzorgd worden door eigen familieleden. Een mantelzorger die hierbij geen grenzen stelt (de grenzen liggen niet voor iedereen gelijk), kan gemakkelijk in een situatie belanden waarin hij geen ‘neen’ meer kan zeggen en zijn grenzen ver overschrijdt. Daarom is het belangrijk dat u met hem op voorhand duidelijke afspraken maakt, u consequent aan deze afspraken houdt en ze wanneer nodig ook herziet.

    Assertief zijn t.a.v. familieleden, vrienden, …

    Familieleden en vrienden kunnen zorgverlener en/of bezoeker zijn. Het spreekt echter voor zich dat zij niet zomaar op om het even welk moment kunnen komen ‘binnenvallen’. Daarom is het belangrijk dat u met de andere familieleden en bezoekers duidelijke afspraken maakt. Vraag hen bijvoorbeeld altijd een seintje te geven vooraleer ze op bezoek komen, of laat hen weten op welke tijdstippen een bezoek welkom is en wanneer niet.

    Het is ook niet vanzelfsprekend dat de centrale mantelzorger alles doet en alle verantwoordelijkheid draagt. Ervaart u te weinig steun van broers, zussen of andere familieleden, probeer dan zo concreet mogelijk te formuleren wat u van hen verwacht. Durf hun hulp te vragen, maar vraag hun ook een eerlijk antwoord. Wees assertief.

    Assertief zijn t.a.v. zorgverleners, diensten en de medische wereld

    Vaak hebben mantelzorgers en zorgbehoevende personen al een lange weg afgelegd wanneer een professionele hulpverlener of een vrijwilliger bij hen aan huis komt. Een mantelzorger verwacht in de eerste plaats dat hij erkend wordt als diegene die de zorgbehoevende persoon en zijn situatie, zijn behoeften en verlangens het beste kent. Hij wil dan ook als gelijkwaardige gesprekspartner in de zorgverlening behandeld worden. Hij verwacht van professionelen dat ze daadwerkelijke hulp bieden, met respect voor de leefgewoontes, voor de normen en waarden en voor de privacy. Wanneer een zorgverlener zoekt naar oplossingen voor bepaalde problemen is het dan ook normaal dat de mantelzorger als evenwaardige partner daarin wordt betrokken.

    Professionelen kunnen ook effectief helpen door mantelzorgers de nodige vaardigheden aan te leren: hef- en tiltechnieken bijvoorbeeld, of de wijze waarop het bed van een zwaar zorgbehoevende persoon verschoond wordt, het voorkomen en verzorgen van decubituswonden (doorligwonden). Dit noemt men deskundigheidsoverdracht. Ook op psychisch vlak kunnen zij de nodige steun bieden en de zelfzorg van de zorgbehoevende persoon stimuleren.

    Mantelzorgers zijn geen verpleegkundigen, geen medici. Zij hebben geen opleiding in die richting genoten en zijn dus ook geen professionele zorgverleners. Maar mantelzorgers zijn wel extreem gespecialiseerd in de zorg voor die ene patiënt. Hun ouder, hun partner of hun kind kennen zij door en door en daarom kunnen professionelen ook heel wat van hen leren. Niet over zorgverlening in het algemeen, maar wel over de zorg voor die éne specifieke patiënt. Een mantelzorger kent de zorgbehoevende persoon bovendien niet enkel als patiënt, maar ook als mens: wie hij is, wat hij wil, waar hij naar verlangt. Zeker wanneer de zorgbehoevende persoon zelf zijn wensen niet meer kan verwoorden, is het belangrijk de mantelzorger als woordvoerder van de zorgbehoevende persoon te benaderen. Bij mantelzorg staat de zelfzorg van de patiënt centraal. De mantelzorger en de professionele hulpverlener moeten elkaar perfect aanvullen in de zorg voor hun patiënt, met specifieke aandacht voor de zelfzorg van de zorgbehoevende persoon.

    Nicole is Parkinsonpatiënte en verblijft thuis. Soms is een opname in het ziekenhuis echter noodzakelijk. Haar vader brengt haar erheen en vraagt steeds een onderhoud met de verpleegkundigen van de dienst. Hij ervaart immers al jaren dat Nicole veel minder pijn heeft wanneer zij op haar linkerzij kan liggen. Als ervaringsdeskundige vraagt hij de verpleegkundigen om daar rekening mee te houden. Nicoles vader kan dus goede raad geven met betrekking tot zijn eigen dochter, ook al is hij daarom nog niet deskundig wat betreft de patiënt in de andere kamer.

    Mantelzorgers verwachten dat professionelen hun ervaringen serieus nemen en beluisteren. Net zoals professionelen elkaar informeren over een patiënt, verwachten mantelzorgers dat ook hen gevraagd wordt: ‘Hoe gaat het met hem?’ ‘Wat is de voorgeschiedenis?’ ‘Hoe verzorgt u hem gewoonlijk?’ ‘Wat is er volgens u aan de hand?’

    Als mantelzorger moet u ook hierin assertief zijn. Vraag de hulpverlener of het diensthoofd om een gesprek, vertel hem uw wensen en verwachtingen, eerder dan passief af te wachten en u te ergeren omdat men uw mening niet vraagt. Ook wanneer u het niet zo best kan vinden met een bepaalde hulpverlener blijft praten erg belangrijk, in het belang van uw eigen draagkracht en het welzijn van de zorgbehoevende persoon.

    Mantelzorgers verwachten ook dat professionelen hen een zo volledig en objectief mogelijk overzicht kunnen geven van de beschikbare ondersteuningsmogelijkheden. Het geheel van voorzieningen en tegemoetkomingen waarop ze recht kunnen hebben, is zo’n kluwen dat het voor hen bijna niet haalbaar is een overzicht te krijgen. Bovendien hebben zij hun energie nodig voor de verzorging. Mantelzorgers verwachten dan ook van professionelen dat zij hen wegwijs maken of hen naar de juiste personen doorverwijzen, en niet van het bekende kastje naar de muur.

    Mantelzorgers ‘klagen’ wel eens dat diensten niet werken zoals zij het zouden willen. Het is erg belangrijk klachten als ‘wensen’ te aanhoren. Mantelzorgers wensen het beste voor de zorgbehoevende persoon, wensen een aanbod dat is afgestemd op hun vraag. Het uitgangspunt bij de zorg moet steeds het maximaal belang van de zorgbehoevende persoon zijn. Indien u het gevoel heeft dat dit niet zo is, blijf dan onderhandelen tot er een bevredigende oplossing is.

    Grenzen stellen voor jezelf

    Vele mantelzorgers vinden het soms erg moeilijk om de zorg voor hun familielid aan anderen over te laten. Ze vragen geen professionele hulp, ze durven geen oppas in te schakelen enz…

    Maar ook zorgbehoevende personen zijn bang voor hulp van ‘buitenstaanders’ en eisen soms zelfs dat de zorg uitsluitend door hun eigen familie- en gezinsleden wordt verleend.

    Het zal niet altijd makkelijk zijn te wennen aan een ‘vreemde’ in huis. Het kan een poosje duren voor u vertrouwd is met de diensten die aan huis komen. Gun uzelf die tijd, maar bepaal wel duidelijk wat kan en wat niet kan en doe dat vóór u aan de thuiszorg begint.

    Uw bezorgdheid als mantelzorger kan ertoe leiden dat u ‘vergeet’ voor uzelf te zorgen. Bovendien wordt ‘voor uzelf zorgen’ vaak verward met ‘egoïsme’, wat een negatieve bijklank heeft en oorzaak is van onterechte schuldgevoelens. Nochtans is diegene die goed voor zichzelf zorgt, beter en langer in staat om de zorg voor anderen op zich te nemen. Goed voor uzelf zorgen komt dus ook de zorgbehoevende persoon en de thuiszorg ten goede.

    Magda zorgt voor haar echtgenoot die lijdt aan de ziekte van Alzheimer. Zij kan hem nooit alleen laten en dat vindt ze bijzonder zwaar. Met haar 3 kinderen die allemaal gehuwd zijn en zelf ook kinderen hebben, heeft ze een afspraak gemaakt. Omdat ze haar sociale contacten wil onderhouden, neemt ze regelmatig deel aan een aantal activiteiten. Telkens voor het begin van de maand maakt ze haar kalender op en bespreekt ze die met haar kinderen. Eén van de kinderen komt dan telkens haar man verzorgen, zodat zij weg kan gaan. Dat is nog nooit een probleem geweest.

    Grenzen stellen betekent soms ook heel concreet een bepaalde ruimte afbakenen: laat bijvoorbeeld aan de professionele zorgverleners zoals de verzorgende, weten dat u niet wenst dat zij op uw eigen slaapkamer komt en dat ze die dus ook niet hoeft te poetsen. Denk er goed over na vooraleer u beslist om het bed van de zorgbehoevende persoon permanent in de woonkamer te zetten: is er dan nog genoeg privacy voor de zorgbehoevende persoon, voor uzelf en uw gezin?

    Besluit

    Tips voor mantelzorgers:

    1. Stel prioriteiten. Bepaal wie en wat het belangrijkste is voor u en houd u daaraan, zodat uw leven niet door toevalligheden en door anderen wordt bepaald. Zet uzelf boven aan de lijst.
    2. Zorg goed voor uzelf. Houd regelmatig tijd vrij voor uzelf en sta uzelf dan iets toe dat u prettig vindt. Kom op voor uw eigen belangen. Neem uw eigen gevoelens ernstig.
    3. Delegeer. Bedenk bij alles wat u te doen heeft of het wel echt moet, of u het een ander kan vragen, of u iets kan kopen of lenen dat het werk makkelijker maakt. Er blijven nog genoeg taken voor uzelf over.
    4. Stel grenzen. Bepaal wat u wel en wat u niet (meer) kan of wil doen en doe geen beloften die u niet na kan komen.
    5. Schrijf op. Houd een agenda bij waarin u uw dagelijkse ervaringen en hetgeen u van plan bent te doen, noteert. Het helpt u de dingen beter te organiseren.
    6. Kies de juiste mensen. Blijf vrienden en vriendinnen opbellen en opzoeken. Houd uw relatie met andere zorgende familieleden goed, juist nu u elkaar zo hard nodig heeft. Overleg regelmatig met hen.
    7. Kijk vooruit. Probeer verder te kijken dan één dag vooruit. Probeer problemen te voorzien en te voorkomen.
    8. Problemen hebben, mag. Sta uzelf toe problemen te hebben en durf ze te benoemen. Geef het aan als het u te veel dreigt te worden. Wees niet te bescheiden of te trots. U mag hulp vragen.
    9. Onderhandel. Communiceren met hulpverleners is onderhandelen over wie wat doet en over hoeveel hulp u kan krijgen. Wees duidelijk in wat u wel en niet wil doen en wat u van anderen verwacht.
    10. Zoek uit. Zoek meer informatie over de hulp- en dienstverlening in uw woonplaats en doe dat vooraleer u die hulp echt moet vragen.

     

    Tips voor hulpverleners:

    1. Gun de zorgbehoevende persoon, de mantelzorger en het gezin voldoende tijd u te leren kennen en omgekeerd. Durf uitleg vragen.
    2. Behandel de zorgbehoevende persoon en de mantelzorger als volwaardige personen met hun eigen mogelijkheden en beperkingen.
    3. Betrek de zorgbehoevende persoon en de mantelzorg in het gesprek en in de dagelijkse activiteiten.
    4. Elk gezin is verschillend, heeft een eigen verleden, eigen normen en waarden. Respecteer dit en wees u tegelijk bewust van uw eigen geschiedenis en levensvisie.
    5. Baken duidelijk de grenzen van uw hulp af. Overschat uzelf niet, maak goede en duidelijke afspraken.
    6. Besef dat de mantelzorgers en de zorgbehoevende persoon de eindverantwoordelijkheid hebben. Erken dan ook hun ervaringsdeskundigheid en betrek hen steeds in uw activiteiten. De mantelzorger kent de zorgbehoevende persoon het best. Breng suggesties enkel in vragende zin aan.
    7. Heb steeds oog voor het geheel van de zorg.
    8. Respecteer het loyaliteitsgevoel binnen het gezin.
    9. Durf overleg te plegen en feedback te vragen aan het gezin.

    4. Leren leven met zorgbehoevendheid

    ‘Zorg nodig hebben’ betekent ‘afscheid nemen’. Afscheid van een deel zelfstandigheid, van een manier van leven, van bepaalde wensen en verwachtingen. Afscheid nemen gaat altijd gepaard met rouwen, met het verwerken van verlies.

    Ook mantelzorgers moeten leren leven met het feit dat hun familielid zorgen nodig heeft. Ze reorganiseren hun leven, passen toekomstdromen aan, staan in een andere verhouding tot elkaar, …

    Zorgbehoevende persoon en mantelzorger kunnen om hetzelfde rouwen, maar elk vanuit hun eigen standpunt en beleving.

    Verlies verwerken vraagt in de eerste plaats tijd. Het is een lang en intens proces, vergelijkbaar met het rouwproces na het overlijden van iemand waarvan u hield. Men stelt vast dat veel mensen die rouwen een aantal gelijkaardige fasen doormaken.

    Mensen die te horen krijgen dat ze ongeneeslijk ziek zijn, dat ze nooit meer zullen kunnen lopen, dat iemand uit hun gezin is overleden, … zullen dit in eerste instantie vaak niet geloven. ‘Dat kan niet’ is een vaak gehoorde eerste reactie. Het heeft meer te maken met ‘niet kunnen geloven’ dan met ‘niet willen geloven’.

    Kristel en Erik hebben een afspraak met de neuroloog. Erik heeft al maanden last van gewrichtspijnen, een troebel zicht, geheugenstoornissen en andere problemen. De neuroloog heeft erg slecht nieuws. Erik lijdt aan Multiple Sclerose. Kristel en Erik geloven hun oren niet. De neuroloog heeft zich vergist… Hij overdrijft… Laten we gewoon verder doen, het zal wel overgaan… We zoeken een andere specialist…

    Mensen kunnen echter niet blijven ontkennen dat er iets gaande is. Op een bepaald moment worden ze met de neus op de feiten gedrukt. Ze kunnen er niet langer omheen. Dan beginnen ze oorzaken en verklaringen te zoeken voor het onrecht dat hen overkomt. Ze vragen zich af ‘Waarom?’ en ‘Waarom wij?’. Mensen hebben behoefte aan het begrijpen van hun situatie. Ze zoeken antwoorden, ook wanneer er geen zijn. Ze zijn kwaad op de dokter omdat hij hen niet vroeger gewaarschuwd heeft, kwaad op vrienden omdat zij niets verteld hebben, kwaad op alles en iedereen.

    Mevrouw Peeters is dementerend. Haar kinderen zijn boos op de huisarts omdat hij de diagnose niet vroeger gesteld heeft. Ze zijn boos omdat de poetsvrouw hen niet heeft gewaarschuwd dat hun moeder soms gekke dingen deed en ze zijn zelfs boos op hun moeder omdat zij hen dit durft aan te doen. Maar ze zijn vooral verdrietig omdat ze stukje bij beetje het contact met moeder verliezen.

    Soms wil men zijn gezondheid, zijn onafhankelijkheid, zijn vroeger leven, … terugkopen. Het ‘kopen’ kan letterlijk zijn: duur materiaal, de duurste en de beste specialisten, ziekenhuizen in het buitenland, enzovoort. Maar het ‘kopen’ kan ook figuurlijk: gelovigen gaan voor het eerst sinds jaren terug naar de kerk en onderhandelen met God : ‘Als U hem beter maakt, dan zal ik elke zondag terug naar de eucharistieviering komen.’

    Annie heeft kanker. Toen er na de chemotherapie opnieuw uitzaaiingen werden vastgesteld, begon zij allerlei informatie in verband met alternatieve geneeskunde te verzamelen. Ze las er veel over, volgde kuren, diëten en verschillende therapieën. Annie hoopt dat de alternatieve geneeskunde zal slagen waar de klassieke geneeskunde faalde.

    Pas na een tijdje zijn mensen in staat om hun verdriet echt toe te laten. Dan pas durven ze echt rouwen om wat verloren is. Bij sommige mensen is het verdriet zo hevig dat men gerust van een ‘depressie’ kan spreken. De kracht ontbreekt hen om nog met gewone dagdagelijkse dingen bezig te zijn. Het verdriet slorpt alle energie op.

    Tenslotte vinden mensen een manier om met hun ziekte of handicap te leren leven. Ze vinden een nieuw evenwicht in de relatie met hun gezinsleden, ze hebben nieuwe en andere toekomstverwachtingen, ze hebben hun leven anders kunnen organiseren.

    Toen Inge pas wist dat zij ernstig ziek was, wou zij niemand van haar vrienden nog ontmoeten. Ze sloot zich op en zocht een weg om met haar ziekte te leren leven. Vele maanden later zoekt ze zelf terug contact met vrienden van vroeger.

    Elk van die fasen gaat met specifieke gedragingen gepaard, die elk op hun manier een uiting zijn van het verdriet. Het is dan ook belangrijk dit verdriet te erkennen bij zorgbehoevende personen en hun mantelzorgers.

    Ieder mens beleeft dit proces op zijn eigen manier en op zijn eigen tempo. Terwijl bijvoorbeeld de zorgbehoevende persoon zijn leven reeds heeft aangepast aan zijn nieuwe situatie, kan de mantelzorger nog intens verdrietig zijn. Of terwijl de éne dit proces op zichzelf, in stilte, verwerkt, kan de ander een enorme behoefte hebben om erover te praten.

    Opa heeft de ziekte van Parkinson. Wanneer hij koffie drinkt, morst hij erg veel op het tafelkleed en op zijn kleding. Opa laat er zijn koffie niet voor, maar oma vraagt steeds aan de dokter of hij niet wat meer medicatie kan voorschrijven, ‘want Fons vindt het vreselijk dat hij zoveel morst’. Het is echter duidelijk dat oma het morsen erger vindt dan opa zelf.

    Dit rouwproces beleven is intens en emotioneel erg moeilijk. Wie echter de verschillende fasen kan herkennen en begrijpen, zal er minder door overrompeld worden en heeft de kans om uit zijn ervaringen te leren.

    5. Veranderende relaties

    Zorgbehoevende persoon en thuisverzorger beleven dit proces elk op hun eigen manier en op hun eigen tempo. Bovendien beleven zij dit elk vanuit een ander standpunt. Daarom kan het zijn dat zij niet altijd steun vinden bij elkaar.

    Wanneer iemand met zorg wordt geconfronteerd, kan dit een invloed hebben op zijn persoonlijke relaties: de relatie met de partner, met vrienden, met kinderen, … Het hele gezinssysteem waarin de zorgbehoevende persoon leeft, kan op losse schroeven komen te staan. De verschillende gezinnen van de volwassen kinderen van zorgbehoevende ouders kunnen naar elkaar toe of juist verder uiteen groeien.

    De partnerrelatie

    Wanneer mensen samenwonen, hebben zij bepaalde dromen en verwachtingen ten opzichte van elkaar en de toekomst. Zij kiezen voor elkaar als gelijkwaardige partners in een relatie van geven en nemen.

    Wanneer één van beide partners ziek of gehandicapt wordt, kan dit evenwicht grondig worden verstoord.

    De balans zal naar één zijde doorslaan en het is, in deze nieuwe omstandigheden, geen gemakkelijke opgave een bevredigend evenwicht terug te vinden voor beide partners.

    Vaak zal de ‘gezonde’ partner in het begin voornamelijk of uitsluitend gevende partij zijn in relatie tot de ander: altijd klaar staan om te helpen of iets over te nemen, zelden vertellen wat hij zelf niet of wel graag wil, gevoelens voor zich houden en die niet langer met de ander delen. Hobby’s blijven liggen en omdat vrienden ontmoeten voor de zieke partner te pijnlijk is, worden ook de sociale contacten van de gezonde partner op een laag pitje gezet.

    De gezonde partner richt zijn eigen leven naar de noden en behoeften van de ander. Eigen wensen, verlangens en verwachtingen worden genegeerd en/of niet beantwoord. Zorgt de gezonde partner wel eens voor zichzelf, dan gaat dit meestal gepaard met schuldgevoelens.

    Uiteraard geldt dit niet zomaar voor alle partners van zorgbehoevende personen. Sommigen blijven slingeren tussen ‘alles doen voor mijn partner’ en ‘alleen zorgen voor mezelf’. Anderen kiezen resoluut voor één uiterste. En nog anderen vinden een bevredigend evenwicht in de zorg voor hun partner en voor zichzelf.

    De ‘zieke’ partner moet, naast het verwerken van het verlies van een stuk bekwaamheid tot zelfzorg, ook leren leven met een gezonde partner. Dit lijkt evident, maar wanneer u zelf ziek of gehandicapt wordt is het dat niet meer. Ondanks de aanwezigheid van de partner heeft de zieke vaak het gevoel er alleen voor te staan. De ander kan immers gaan en staan waar hij wil. Vaak voelt de zorgbehoevende persoon zich juist daardoor niet begrepen door de gezonde partner. Het feit dat hij afhankelijk geworden is van zijn partner, zorgt ervoor dat hij die vanuit een heel ander perspectief zal benaderen.

    Een nieuw evenwicht vinden met de ziekte of handicap van één van de partners als onvermijdelijke bondgenoot is geen eenvoudige opgave. ‘Zorgen voor elkaar’ krijgt in deze relaties een andere dimensie. In welke mate de gezonde partner voor de zieke kan zorgen en hoe de zieke voor de gezonde partner kan instaan, zijn vragen die opnieuw een antwoord moeten krijgen. Elk moet opnieuw bepalen wat hij wil/kan geven en wat hij wil/kan nemen.

    Eerlijk en open praten met elkaar, grenzen stellen, verwachtingen en wensen duidelijk maken, zijn erg belangrijke groeistappen. Sta open voor uw eigen gevoelens en verlangens, wees u ervan bewust en praat erover met uw partner. Verzwijg ze niet ‘omdat het te pijnlijk zou zijn’, ‘omdat uw partner al genoeg ellende doormaakt’ of ‘omdat uw zorgen zo onbelangrijk zijn vergeleken met die van uw partner’. Wees correct ten opzichte van uw partner en uzelf. Door uw zorgen te verzwijgen verdwijnen ze immers niet. Bespreek uw verwachtingen, uw boosheid, uw schuldgevoelens, uw onvervulde seksuele verlangens, de angst en het verdriet die in u leven. Geef uzelf tijd om uit te maken of en hoe u voor uzelf en voor uw partner kan zorgen. Hoe belangrijk is uw eigen vrijheid? In welke mate wil en kan u rekening houden met de beperkingen die de ziekte van uw partner met zich meebrengt?

    Michel is door een ongeval verlamd. Alhoewel hij nog evengoed tot communicatie in staat is, slagen Michel en zijn echtgenote er niet in hun gevoelens bij deze veranderde situatie met elkaar te bespreken. Elk van hen is nu individueel in therapie.

    De relatie tussen volwassen kind en zorgbehoevende ouder

    Dat volwassen kinderen voor hun ouders zorgen, ligt in de lijn van de natuurlijke verbondenheid, maar het is daarom nog niet vanzelfsprekend. Waarom kan de éne familie het wel en de andere niet? Waarom kan in eenzelfde gezin de éne dochter wel de zorg voor haar vader op zich nemen en de andere niet?

    Verschillende factoren spelen een rol bij de vraag of iemand de zorg voor een ander wil of kan opnemen. Voor de één is de meerwaarde van het thuismilieu belangrijk, voor de ander liggen vooral financiële redenen aan de basis van een beslissing (bijvoorbeeld omdat een rusthuis te duur is). Ook de graad van zorgbehoevendheid kan een belangrijke rol spelen. Misschien was er geen andere oplossing. Maar alleszins zullen er ook psychologische factoren aan de basis van iemands beslissing liggen.

    Vooreerst kan u niet voor een ouder zorgen wanneer er tussen u beiden niet een minimum aan affectie, respect en verdraagzaamheid bestaat. Die affectieve band die grotendeels uit de kinderjaren stamt, is een wezenlijke voorwaarde om thuiszorg te kunnen waarmaken. Anders is het immers nauwelijks mogelijk om een zo intieme relatie als die van mantelzorger-zorgbehoevende persoon uit te bouwen.

    Bovendien spelen uw eigen karakter en dat van de zorgbehoevende persoon een belangrijke rol. Terwijl u er zelf misschien geen problemen mee heeft om uw ouder eten te geven, kan het zijn dat uw broer of zus dit niet kunnen opbrengen. De éne ouder zal gemakkelijk hulp van zijn kinderen in huis verdragen, de ander zal zijn kinderen niet ‘tot last’ willen zijn en liever naar een rusthuis gaan.

    Ook de kwaliteit van de relatie met de zorgbehoevende persoon vroeger en nu is belangrijk. Wie als kind reeds goed met vader kon opschieten, heeft het nu misschien makkelijker om vader te verzorgen dan een andere zoon of dochter. Kinderen uit eenzelfde gezin hebben daarom nog niet dezelfde band met hun ouders.

    Tenslotte spelen ook de relaties met broers, zussen en andere familieleden een rol. Neemt u een zorgbehoevende ouder in huis, dan zijn automatisch alle andere kinderen (met hun eigen gezin, eigen leefgewoontes en eigen principes) ook betrokken partij. Dit kan leiden tot een verdieping van de relaties, maar jammer genoeg ook tot spanningen. De relatie met broers en zussen kan grondig wijzigen wanneer thuiszorg van de ouders een feit wordt. Op het moment dat één van de kinderen besluit zich voor thuiszorg in te zetten, worden de andere kinderen automatisch met hun eigen keuze geconfronteerd: Waarom neem ik de thuiszorg niet op mij? Stel ik moeder of vader nu teleur? Schuldgevoelens en concurrentie om de liefde van vader of moeder steken in zo’n situatie vaak de kop op.

    Het feit dat de ouder-kindrelatie een nieuwe dimensie heeft gekregen (het kind zorgt voor de ouder), kan zowel bij kind als bij ouder emoties oproepen. De ouders die altijd voor het kind hebben gezorgd, waarop het kind kon steunen en rekenen, hebben nu zelf ondersteuning en zorg nodig. Het volwassen kind heeft het gevoel dat het niet langer bij zijn ouders terecht kan voor raad of ondersteuning. Het voelt zich onzeker, kwetsbaar en alleen. Bovendien doet de afhankelijkheid van de ouder het kind beseffen dat hem dat ook ooit kan overkomen.

    Het kind, dat vroeger van de ouders afhankelijk was, is ondertussen volwassen geworden en heeft een eigen identiteit en autonomie verworven. Als die zelfstandigheid niet wordt gerespecteerd, kan het volwassen kind terug in een afhankelijkheidsrelatie verzeild raken: de volgzame zoon, wiens moeder vroeger reeds besliste welke studies hij zou volgen en met wie hij mocht omgaan, buigt zich ook nu weer naar de wensen van zijn strenge moeder en geeft zijn hobby’s en vrienden op om voor haar te zorgen. De autonomie van het volwassen kind respecteren is essentieel om thuiszorg echt haalbaar te maken.

    Ook ouders valt het niet gemakkelijk om zorg van anderen, zelfs van eigen kinderen, te aanvaarden. Ze zijn verdrietig om het verlies van hun eigen mogelijkheden. Het verlies van een stuk zelfstandigheid is voor hen erg zwaar. Ze kunnen in een crisis terechtkomen. Het confronteert hen bovendien met de toekomst, de eindigheid, de dood.

    Door de veranderingen te aanvaarden zal de relatie tussen ouders en kinderen intenser worden. Op dit moment kan er gemakkelijker voor thuiszorg worden gekozen.

    Kiezen voor thuiszorg betekent niet dat alle zorgverlening aan de ouders door de kinderen zelf dient gedaan te worden. Hieromtrent kunnen spanningen ontstaan, vooral wanneer ouders vragen (eisen) dat de zorg uitsluitend door de kinderen zelf wordt gegeven, omdat zij het moeilijk hebben met vreemden in huis. De zorg toevertrouwen aan professionelen kan echter een zeer grote hulp zijn voor de mantelzorger. Het is belangrijk dat hieromtrent van bij de start van de thuiszorg duidelijke afspraken worden gemaakt.

    Anderzijds kan het feit dat de zorg door de kinderen wordt opgenomen ook voor problemen zorgen. Het vergt bijvoorbeeld heel wat aanpassing bij ouder en kind om de schaamte te overwinnen bij het aandoen van een pamper of het wassen van de intieme lichaamsdelen. Sommigen kunnen deze schaamte overwinnen, anderen niet.

    Moeder is weduwe en woont zelfstandig, maar heeft meer en meer hulp nodig. Haar zoon, die een eindje verderop woont, komt meermaals per week langs om te poetsen en om boodschappen te doen. Vanuit zijn goede relatie met moeder in zijn kindertijd zet hij zich graag voor de thuiszorg in. Op een bepaald moment kan moeder zich niet meer alleen wassen. Noch zijzelf, noch haar zoon, zien het haalbaar dat hij deze verzorging op zich zou nemen. Dan maar beroep doen op een verpleegkundige: zoiets intiems kan beter door een vreemde gedaan worden.

    De relatie tussen ouders en een kind met een handicap of een chronische ziekte

    Ouders van een kind met een handicap of een chronische ziekte staan voor een levensopdracht. Automatisch vragen zij zich dan ook af ‘Wat als wij er niet meer zijn?’. Behalve over de problemen die ze nu ondervinden, maken ze zich ook zorgen over de toekomst.

    Het feit dat een kind een handicap heeft of chronisch ziek is, kan een grote impact hebben op de relatie tussen de ouders onderling en op het gezin als geheel. Elke ouder zal op eigen wijze omgaan met deze extra verantwoordelijkheid. Terwijl de één zich op zijn of haar job zal storten en het huis zal ontvluchten, zal de ander in zichzelf keren of net veel willen praten over wat hem bezighoudt. Ouders staan dus voor een dubbele taak: de zorg voor hun kind waarmaken en tegelijk hun man-vrouwrelatie niet uit het oog verliezen.

    Het hele gezin wordt in de zorg betrokken. Andere kinderen zullen moeten leren omgaan met een broer of zus die meer zorg en aandacht nodig heeft dan zijzelf. Ouders staan voor de uitdaging erover te waken dat zij niet, door een al te grote aandacht voor het zorgbehoevende kind, de broertjes en zusjes benadelen.

    6. Als het einde nadert

    Afscheid nemen van iemand die ons dierbaar is, is een zeer intiem gebeuren. Voor vele mensen is thuis mogen sterven, tussen gezins- en familieleden, dan ook hun diepste wens. Thuis weet men zich omringd door mensen die men liefheeft. Men voelt zich gesteund in deze periode, die vaak gepaard gaat met lichamelijke en emotionele pijn. De zorgbehoevende persoon sterft immers alleen, maar het stervensproces beleeft hij samen met mensen die hem liefdevol omringen. Hun aanwezigheid helpt hem om pijn en angst te dragen.

    Zowel in ziekenhuizen, rusthuizen als thuis zijn de laatste jaren speciale voorzieningen en diensten opgericht. Het is aan de persoon zelf en zijn familie, te beslissen waar men wenst te sterven. Kiest men voor thuiszorg, dan kan men palliatieve zorg inschakelen.

    Omdat sterven veel meer een diepmenselijk dan een medisch gebeuren is, kan sterven thuis gebeuren. Thuis hebben de zorgbehoevende persoon en de familieleden rustig de tijd om afscheid te nemen. Men kan afscheid nemen op eigen tempo en wijze. Zelfs na het overlijden kan het lichaam thuis opgebaard worden, zodat afscheid kan genomen worden op elk moment van de dag en zoveel keer als men dat wenst.

    Palliatieve hulp

    Palliatief komt van het Latijnse ‘pallium’, dat mantel of deken betekent. Palliatief heeft de betekenis gekregen van een verzachtende begeleiding bij het sterven, terwijl de eigenlijke betekenis ‘pijnbestrijding’ is.

    In heel Vlaanderen zijn professionele zorgverleners opgeleid tot palliatieve deskundigen. Voor meer informatie zie hoofdstuk 7.

    Euthanasie

    Euthanasie is in België geregeld door de Wet betreffende de Euthanasie van 28 mei 2002. Euthanasie is een bewuste keuze voor de dood. Het gaat om het opzettelijk levensbeëindigend handelen op verzoek van de betrokkene en uitgevoerd door een arts.

    De patiënt die euthanasie wil, moet meerderjarig en handelingsbekwaam zijn. Hij moet bewust zijn op het moment van het verzoek. Dit verzoek moet vrijwillig, overwogen en duurzaam zijn en zonder externe druk. Daarnaast moet het gaan om een medisch uitzichtloze toestand als gevolg van een ernstige en ongeneeslijke aandoening, door ongeval of ziekte veroorzaakt, waardoor de patiënt ondraaglijk, fysiek of psychisch moet lijden.

    Bij een terminale patiënt moet de dokter de patiënt informeren over zijn gezondheidstoestand en de levensverwachting, daarnaast moet hij alle therapeutische mogelijkheden (waaronder palliatieve zorg) bespreken met hem. Bovendien moet de dokter een andere arts raadplegen en, indien de patiënt dit wenst, ook degenen die hem het meest nabij zijn.

    Als de patiënt niet-terminaal is, moeten de bovenstaande voorwaarden voldaan zijn, maar de tweede arts moet een psychiater of specialist in de aandoening in kwestie zijn. Daarnaast moet er minstens één maand verlopen tussen het schriftelijk verzoek van de patiënt en het uitvoeren van de euthanasie.

    Het verzoek om euthanasie moet schriftelijk gebeuren, met datering en handtekening. Indien dit niet meer mogelijk is door de patiënt zelf, dan moet de aanvraag opgesteld worden door een meerderjarige persoon die gekozen is door de patiënt en die er geen materieel belang heeft bij het overlijden van de patiënt. Daarbij moet vermeld worden dat de patiënt zelf het verzoek niet kan opstellen, samen met de reden. Als dit verzoek opgesteld wordt door een andere persoon dan de patiënt, dan moet de behandelende arts aanwezig zijn bij het opstellen van het verzoek, zijn naam moet ook vermeld staan op de aanvraag. In beide gevallen moet het verzoek toegevoegd worden aan het medisch dossier.

    Als de aanvraag om euthanasie niet verloopt volgens deze vastgelegde voorwaarden, dan blijft euthanasie strafbaar.

    De patiënt kan op elk moment, zowel mondeling als schriftelijk, het verzoek intrekken. In dit geval moet het oorspronkelijk verzoek verwijderd worden uit het medisch dossier en teruggegeven worden aan de patiënt.

    Voor meer informatie omtrent euthanasie kan u terecht bij LEIFlijn (Levens Einde Informatie Forum), bij uw huisarts of het ziekenhuis:

    LEIFlijn
    J. Vander Vekenstraat 158
    1780 Wemmel
    Tel: 078/15 11 55
    Fax: 02/456 82 12
    Website: http://www.leif.be

    Gevoelens en communicatie omtrent het levenseinde

    Niet zelden zal iemand die zwaar ziek is, willen praten over zijn situatie en over zijn naderend levenseinde. Zorgverleners mogen deze signalen niet negeren. Praten maakt rustig. Luister zoveel mogelijk naar de wensen, verwachtingen en angsten die de zorgbehoevende persoon omtrent zijn overlijden uit. Vindt u het zelf te pijnlijk om over het naderend overlijden te praten, geef de persoon de kans om het aan anderen te vertellen. Hoe moeilijk dit ook is, probeer eerlijk te zijn tegenover uzelf en probeer in elk geval de wens van de zieke te respecteren.

    Wenst de zorgbehoevende persoon zelf niet te praten over zijn situatie, respecteer dit dan. Misschien zal hij het niet zo duidelijk uiten, maar blijft hij bijvoorbeeld praten over: ‘als ik genezen ben, dan…’ De wens van de zorgbehoevende persoon zou steeds het uitgangspunt moeten zijn. Zorg er echter wel voor dat u zelf ergens terechtkan met uw vragen als familie, als mantelzorger.

    Bij iemand die met de dood wordt geconfronteerd, is angst voor eenzaamheid, pijn en lijden normaal. Men kan deze angst niet echt wegnemen, maar men kan ermee leren omgaan zodat ze niet omslaat in paniek. Daarbij kunnen ook schuldgevoelens, schaamtegevoelens of een depressie optreden. Neem deze gevoelens steeds ernstig en wuif ze niet weg.

    Geef elkaar de tijd en respecteer elkaars manier van omgaan met verlies (zie ook hierboven ‘Leren leven met zorgbehoevendheid’).

    Stel moeilijke gesprekken, dingen die je nog wil zeggen, regelen of afspreken niet uit.

    Tenslotte moeten er een aantal praktische zaken geregeld worden. Geef de persoon de kans eventueel financiële regelingen te treffen. Misschien wenst hij zijn eigen begrafenis voor te bereiden. Wuif dit niet weg, het zou een gemiste kans zijn om aan de wensen van de patiënt tegemoet te komen. Als dat niet meer mogelijk is, denk dan met uw familie samen na over de wijze van afscheid nemen en begraven.

    Maak uw wensen en die van de overledene duidelijk aan de begrafenisondernemer. Personen en families die bewust voor thuiszorg hebben gekozen zullen ook moeten beslissen over het feit of ze de overledene thuis wensen op te baren. Wees er u van bewust dat zij vaak zeer vlug handelen en dat er u weinig tijd zal worden gegund om thuis afscheid te nemen. Wees hierin assertief.

    Veel begrafenisondernemers beschikken over het juiste materiaal en de deskundigheid om de overledene thuis op te baren.

    Neem reeds op voorhand contact met hem op. Dit is echter niet eenvoudig: u beleeft een moeilijke periode en de begrafenisondernemer is eraan gewend die taak over te nemen.

    Maak tussen overlijden en uitvaartplechtigheid genoeg tijd om afscheid te nemen.

    Na het overlijden komt misschien nog de moeilijkste tijd. Uw leven zal anders ingevuld, anders georganiseerd worden. U en uw familie maken een rouwproces door. Er is een heel andere situatie ontstaan, vaak een leegte. Er komt tijd vrij die opnieuw opgevuld kan worden. Zorgverleners blijven voortaan weg: geen dokters, verpleegkundigen, kinesisten, verzorgenden of vrijwilligers meer in huis. Het kan belangrijk zijn oude sociale contacten weer op te nemen. Gun u vooral de nodige tijd om op uw eigen persoonlijke manier en in uw eigen tempo te rouwen vooral wanneer de omgeving ervan uitgaat dat u uw vroegere leven volledig hebt hervat.

    Tot slot geven we u nog enkele tips om deze periode door te komen:

    • Geef uzelf zoveel tijd en ruimte als nodig. Een leven opbouwen zonder uw dierbare is moeilijk.
    • Zoek uw eigen manier van omgaan met uw gevoelens en behoeften. Laat u door niemand dwingen dingen te doen die u niet wilt.
    • Zoek mensen die u vertrouwt. Vertel hen over uw behoeften. Vraag hen of u ze mag bellen, spreken, ontmoeten.
    • Onderhoud uw sociale contacten. Zorg regelmatig voor ontspanning.
    • Als u schuldgevoelens heeft ten opzichte van het verleden, als u met kwaadheid zit ten opzichte van de overledene, kan het goed zijn daar met anderen over te spreken.
    • Aanvaard dat speciale dagen zoals verjaardagen, feestdagen en de overlijdensdag moeilijke momenten zullen blijven en dat u die op uw manier mag beleven.
    • Wees lief voor uzelf. Heb geduld met uzelf. Schaam u niet om hulp in te roepen van een deskundige.

    Voor meer informatie omtrent rouwen en uitvaartbegeleiding kan u onder meer terecht bij:

    De Zeven Eiken vzw, Rouw-en uitvaartbegeleiding
    Dennenlaan 4
    2980 Halle-Zoersel

    Maar ga op zoek in uw eigen streek. Verder zijn volgende boeken een aanrader:

    • “Gebroken wit. Beter omgaan met de dood”, Patrik Somers, Van Halewyck, 1997
    • “Afscheid nemen, loslaten wat dierbaar is”, Riekje Boswijk-Hummel, De Toorts, 1998
    • “De intieme dood. Levenslessen van stervenden”, Marie De Hennezel, Altamira, Becht-Haarlem, 1996

    Thuisverzorging van begin tot einde

    1. Kiezen voor thuiszorg of niet?
    2. Beginnen met thuiszorg
    3. Thuiszorg onderbroken
    4. Einde van de thuiszorg
    5. Draagkracht en draaglast


    1. Kiezen voor thuiszorg of niet ?

    Inge en Piet waren net een jaar getrouwd toen bij Inge de eerste symptomen van Multiple Sclerose werden vastgesteld. Hun leven werd grondig overhoop gegooid. Samen leerden zij, met vallen en opstaan, zich aan hun nieuwe situatie aan te passen. Zij kozen er niet voor, maar groeiden stilaan van een man-vrouw relatie naar een verzorger-verzorgde relatie. Later kozen Inge en Piet wel bewust voor thuiszorg. Toen Inge al zwaar zorgbehoevend was, kon Piet de thuiszorgsituatie niet meer aan. Hij bracht haar naar een instelling, waar zij een jaar verbleef. Na dit jaar bracht hij haar terug naar huis. Hij had voor zichzelf uitgemaakt wat hij aankon, hoever hij wou gaan in de thuiszorg voor zijn vrouw en waar zijn grenzen lagen. En Inge wou niets liever dan thuis zijn.

    Thuis kunnen zijn en blijven, is de wens van vele mensen. Thuis, in zijn eigen vertrouwde omgeving, is men geborgen. Men voelt zich er goed en veilig, tussen mensen die men kent en graag ziet. Men kan er zichzelf zijn. Thuis zijn heeft een positieve invloed op het welzijn van mensen. De meerwaarde van thuis te kunnen zijn, zit vaak in de dagelijkse kleine en grote dingen van het leven : een leuke attentie, de geur van verse soep, vrienden op bezoek, kunnen deelnemen aan het gezinsleven, in de zon een boek lezen, niet gebonden zijn aan regels.

    Thuiszorg moet goed overwogen worden

    Thuis blijven als men afhankelijk is geworden, is voor de ene wel en voor de andere niet vanzelfsprekend. Het vraagt een grote inzet van de betrokkenen. De omstandigheden waaronder een zorgbehoevende persoon en de naaste familie een keuze moeten maken, kunnen erg verschillend zijn. In sommige gevallen is het reeds lange tijd duidelijk dat de bekwaamheid tot zelfzorg van een familielid afneemt. In andere gevallen wordt men plots en onverwacht geconfronteerd met een dringende zorgbehoefte, bijvoorbeeld door de geboorte van een kindje met een handicap of door een zwaar ongeval. Soms zal er zelfs weinig sprake zijn van ‘keuzes maken’, hetzij door afwezigheid van enig alternatief, hetzij omdat men de zorg op zich heeft genomen en pas later beseft hoezeer dit het leven van iedereen heeft veranderd.

    Thuiszorg brengt een aantal praktische, financiële, relationele en psychologische vragen met zich mee. Hoe eerder u tijd vrijmaakt om op deze vragen een antwoord te zoeken, hoe ‘makkelijker’ thuiszorg zal zijn.

    ‘Kiezen voor thuiszorg’ is ook geen éénmalige keuze. U kiest elke dag opnieuw: bij een nieuwe hindernis, een grotere zorgvraag, een zorgdrager die wegvalt, kan het zijn dat u uw keuze moet herzien.

    Niet zelden is het tijdens een ziekenhuisopname dat een dergelijke keuze wordt gemaakt. Thuiszorg zal in het ziekenhuis niet altijd gestimuleerd worden. Men kent uw draagkracht niet, twijfelt of u de zorg wel zal aankunnen, suggereert dat uw gezinsleven nadeel zal ondervinden, of sterker nog: thuiszorg wordt onmogelijk geacht en daarom zelfs niet overwogen door sommige beroepsbeoefenaars. Het ziekenhuis heeft immers een sterk medische benadering.

    Informeer u

    Het is daarom belangrijk dat u, eventueel samen met uw huisarts, het ziekenhuis op de hoogte brengt van uw intenties of wensen om de zorgbehoevende persoon (verder) thuis te verzorgen. Laat niet toe dat de zorgbehoevende persoon ontslagen wordt vooraleer u uw thuiszorgsituatie heeft kunnen organiseren. Zoek reeds tijdens de opname uit welke thuiszorgdiensten bestaan en wie of wat u kan ondersteunen in de zorg voor uw familielid. De huisarts, de zorgbemiddelaar of de sociale dienst van uw ziekenfonds of van het OCMW kan u helpen bij de organisatie. Neem dus zeker met één van hen contact op.

    Twijfelt u zelf ook of het wel mogelijk zal zijn om de zorgbehoevende persoon thuis te verzorgen, bespreek dit dan tijdig met de zorgbehoevende persoon, met uw gezinsleden en met de professionele thuiszorgdiensten. Ga na waarom u twijfelt en of er oplossingen zijn. Spreek daarbij uw gevoelens uit. Wees realistisch, maar laat u ook niet afschrikken door één negatief advies. Informeer u grondig voor u de thuiszorg start. Laat u voldoende ondersteunen, zonder u iets te laten opdringen. Bereid de thuiszorgsituatie goed voor.

    De keuze voor thuiszorg heeft veel te maken met het evenwicht tussen de ‘draagkracht en de draaglast’ van de betrokkenen (zie 5. Draagkracht en draaglast)


    2. Beginnen met thuiszorg

    De geboorte van Katrien verliep niet rimpelloos. Het was onmiddellijk duidelijk dat er iets fout gelopen was, maar niemand kon ons zeggen wat er precies aan de hand was. Daar stonden wij als jonge ouders met onze vragen: zal ze kunnen lopen, zien, schoolgaan,…? Na twee maanden mochten we haar meenemen naar huis. Van de éne op de andere dag stonden we met onze beide voeten in thuiszorg, want dat hadden we alvast besloten: Katrientje zou bij ons blijven wonen. Zo zijn we zelf op zoek gegaan naar mensen en diensten die ons konden helpen: de buurvrouw die oudere broer Maarten mee wou nemen tot aan de schoolpoort, mijn zus die al eens boodschappen voor ons deed, de gezinshelpster die ons huis netjes hield, de ploegbaas van mijn man die begrip opbracht als mijn man weer eens een halve dag verlof vroeg omdat Katrien onverwacht moest worden opgenomen… . Na drie jaar thuiszorg hebben we onze draai wel gevonden, door veel te vragen, te zoeken en vol te houden. Het is niet altijd gemakkelijk (geweest), maar Katrientje woont nog steeds bij ons.

    De gezondheidstoestand van de zorgbehoevende persoon en de mate waarin hij nog voor zichzelf kan instaan, spelen in thuiszorg uiteraard een belangrijke rol. De aard van de problemen (bijvoorbeeld kanker, hartinfarct, mentale handicap), de evolutie die u kan verwachten (Blijft de gezondheidstoestand stabiel of zal er sprake zijn van achteruitgang?) en de verwachte duur van de thuiszorg (enkele weken, maanden, jaren) zullen mee bepalen hoe u de thuiszorg het best organiseert.

    Wees niet verlegen aan de huisarts, de specialist of een andere deskundige een duidelijke uitleg te vragen over de ziekte of de handicap van uw gezinslid:

    • Welke diagnose werd gesteld?
    • Wat houdt dit in?
    • Wat kan mijn kind wel en wat zal het nooit kunnen?
    • Wat kunnen we verwachten van de revalidatie?
    • Hoe gaan wij het best met vader of moeder om nu hij of zij dementerend is?
    • Wat kunnen wij in de toekomst nog verwachten?

    Vraag gerust aan meerdere mensen advies tot u duidelijk weet waar u voor staat. Ook in boeken of via internet vindt u belangrijke informatie. Praten met mensen die dezelfde ervaringen hebben gehad, levert vaak zeer concrete tips op en kan een steun zijn op moeilijke momenten (bijvoorbeeld via Werkgroep Thuisverzorgers of andere verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, zelfhulpgroepen of patiëntenverenigingen, groepsactiviteiten of individueel contact met andere mantelzorgers, …) Zelfhulpgroepen of patiëntenverenigingen beschikken ook vaak over nuttige informatie over de ziekte of de handicap van uw gezinslid (zie Hoofdstuk 7).

    Daarnaast moet u een aantal praktische zaken nakijken:

    Veel informatie kan u terugvinden bij de zorgbemiddelaar of op de sociale dienst van het OCMW, het ziekenfonds of het ziekenhuis.

    • Kan de zorgbehoevende persoon zich in het huis waarin hij of zij gaat wonen voldoende vrij bewegen? Moeten er trappen weggewerkt worden? Moeten er meubels verplaatst of verwijderd worden om bijvoorbeeld een rolstoel door te laten? Is er plaats om een ziekenbed te zetten en zo ja, kan er rond het ziekenbed nog genoeg privacy geboden worden voor de intieme verzorging? Toegankelijkheidsbureaus (zie hoofdstuk 10 ‘Advies bij woninginrichting en –aanpassing’) geven individueel, technisch en financieel advies in verband met uw woning en de vereiste aanpassingen. Voor aanpassingen in de woning heeft u, onder bepaalde voorwaarden, recht op premies (zie hoofdstuk 10 ‘Premies voor woningaanpassing’).
    • Moeten er hulpmiddelen aangeschaft of geleend worden, zoals krukken, een looprekje, makkelijk hanteerbaar bestek, een WC-stoel, wegwerpluiers, dieetvoeding, een ziekenbed, …? In de uitleendiensten van de mutualiteit, het Rode Kruis, … kan u heel wat materiaal terugvinden (zie hoofdstuk 8 ‘Hulpmiddelen en verzorgingsmateriaal in huis’).
    • Welke diensten bestaan er in uw gemeente en welke moeten gecontacteerd worden?
    • Welke familieleden, buren, vrienden, vrijwilligers zouden af en toe of het liefst geregeld een handje kunnen toesteken? Overdag? ’s Nachts? Belangrijk is dat hierover gepraat wordt en dat er duidelijke afspraken worden gemaakt. Hoe dat het best kan, leest u in hoofdstuk 5.

    Ervaringsdeskundigheid van de mantelzorger

    Elk begin is moeilijk en elke mantelzorger kan leren. Voor het eerst een pamper aandoen, een persoon met een handicap eten geven, uw partner terug leren lopen en praten, … dat gaat allemaal niet vanzelf. We moeten dan ook niet bang zijn om fouten te maken. U zal zien dat ervaring nog steeds de beste leerschool is.

    Het is ook zinvol om zoveel mogelijk bij te leren. Informatie verzamelen, lezen, uitleg vragen aan de verpleegkundige, de huisarts of andere mantelzorgers, een cursus volgen …: het zal van u, de mantelzorger, snel een ‘ervaringsdeskundige’ maken.

    Gun uzelf de kans en de tijd om fouten te maken en eruit te leren.

    Van bij het begin is een goede communicatie erg belangrijk. Diensten en instanties contacteren, praten met mensen, … zorgt ervoor dat u veel informatie kan verzamelen, dat u andere meningen hoort, dat u uw eigen situatie objectiever inschat. ‘Een mens kan nooit teveel weten’ geldt zeker in thuiszorg.

    Wie heel veel zelf moet uitzoeken en nergens duidelijke en volledige informatie krijgt, zal vanaf het begin misschien ontmoedigd, ontgoocheld en vooral boos worden. Terwijl u antwoorden zoekt voor uw twijfels en onzekerheden, lijkt het alsof er steeds meer onduidelijkheden bijkomen. Hou vol en blijf vragen stellen, antwoorden eisen, … tot u weet wat u moet weten.


    3. Thuiszorg onderbroken

    Tijdelijke opvang

    Een thuiszorgsituatie kan ontlast worden door de zorgbehoevende persoon tijdelijk te laten opvangen in een centrum voor kortverblijf, een dagverzorgingscentrum, een instelling, een logeerhuis of in een welkomgezin (zie hoofdstuk 7). In zo’n situatie dient de continuïteit van de zorg zoveel mogelijk gewaarborgd te blijven. Goede communicatie en samenwerking zijn vereist. Geef als mantelzorger duidelijk uw wensen weer. Maak vooraf een afspraak met de maatschappelijk werker van de instelling of van het logeerhuis.

    U verzorgt uw dementerende tante thuis. Omdat u met het gezin een weekje naar zee wil, brengt u uw tante naar het plaatselijk rust- en verzorgingstehuis. In de loop van de voorbije maanden heeft u haar medicatie, in samenspraak met de huisarts, langzaam afgebouwd. Thuiszorg ondersteunen betekent dat de instelling de medicatie niet terug gaat opdrijven omdat uw tante roept, huilt of onrustig is.

    Uw tienjarig zoontje is meervoudig gehandicapt. Hij is het gewoon om zelfstandig te eten. U kocht hem daarvoor speciaal bestek. Omdat u zelf een operatie moet ondergaan, laat u de zorg voor tien dagen over aan een logeerhuis voor kinderen met een dergelijke handicap. Dit logeerhuis werkt thuiszorgondersteunend indien de verworven zelfstandigheid van het kind wordt gestimuleerd en onderhouden. Het logeerhuis is geen hulp voor de mantelzorger wanneer het kind eten wordt gegeven omdat dit sneller en netter gebeurt, zodoende zou de mantelzorger immers achteraf het hele leerproces opnieuw moeten opstarten.

    U vindt meer informatie over tijdelijke opvang buitenshuis onder hoofdstuk 7.

    Ziekenhuisopname en ontslag

    Wanneer de gezondheidstoestand van de zorgbehoevende persoon verandert, kan een opname in het ziekenhuis noodzakelijk zijn. Dergelijke opname kan gezien worden als een voortzetting van de thuiszorgsituatie in een tijdelijk andere context. Alhoewel de medische verzorging door de verpleegkundigen en artsen van u wordt overgenomen, blijft u als mantelzorger een betrokken partij in de zorg voor de zorgbehoevende persoon.

    Vraag dat men ook in het ziekenhuis, wanneer u daar behoefte aan heeft, tijd vrijmaakt voor uw zorgen, uw vragen, uw verhaal. Vraag bij de opname eventueel een gesprek aan met de behandelende geneesheer, de hoofdverpleegkundige, de sociale dienst of de dienst patiëntenbegeleiding. Als mantelzorger kent u de patiënt door en door. In een goed ziekenhuis houdt men rekening met de deskundigheid die u doorheen de jaren in de zorg voor de patiënt heeft opgebouwd. In zo’n ziekenhuis neemt men trouwens geen beslissingen zonder rekening te houden met de mening van patiënt, mantelzorger en familie, en neemt men de mantelzorger als ervaringsdeskundige serieus.

    Wenst u bij de zorgbehoevende persoon in het ziekenhuis te overnachten, bespreek dit dan. Wanneer het om medische redenen is aangewezen dat u bij de zorgbehoevende persoon overnacht, kan dat soms kosteloos. Vraag dit aan uw ziekenfonds.

    Een opname kost veel geld. Het is mogelijk dat u schrikt wanneer de factuur wordt voorgelegd. Vaak worden er ook kosten verrekend die u verkeerd heeft ingeschat. Sinds 1 september 2004 zijn de ziekenhuizen verplicht om hun patiënten een opnameverklaring met kostenraming te laten ondertekenen. Dit formulier geeft onder meer informatie over de verblijfskosten en de gevolgen van de kamerkeuze voor de ziekenhuisrekening. De bedoeling is de patiënt zekerheid te bieden over de kostprijs van de opname. Voor meer informatie hierover kan u terecht bij uw ziekenfonds.

    Vooraleer u en de zorgbehoevende persoon terug naar huis gaan, moet u zich goed informeren over de ziektetoestand en de verzorging. Vraag dat men u uitlegt hoe u een verband moet vervangen, hoe u de zieke het best draait of uit bed tilt, hoe u de rolstoel moet hanteren, enzovoort.

    Elk ziekenhuis zou over een ‘ontslagmanager’ moeten beschikken al dan niet binnen de sociale dienst. Die heeft als taak het ontslag van de patiënt en de terugkeer naar de thuissituatie voor te bereiden. In de periode onmiddellijk na het ontslag van de patiënt is opvolging van de patiënt, zijn familie en alle betrokken hulpverleners essentieel. De ontslagmanager vervult een brugfunctie tussen de zorg in het ziekenhuis en de thuiszorg. Tijdens het verblijf in het ziekenhuis kunnen de patiënt en de familie de ontslagmanager beschouwen als een vertrouwenspersoon, bij wie ze terechtkunnen om hun gezondheidsproblemen te bespreken.

    Een goede ontslagmanager is een bondgenoot van de familie, die advies geeft waar nodig en de familie ondersteunt in de contacten met de medische staf en de verpleging. Hij heeft aandacht voor de gevoelens van patiënt en familieleden, voor de hele familiale context. Hij is op de hoogte van wat er aan thuiszorgdiensten bestaat in de regio en bereidt de thuiszorgsituatie samen met de patiënt en de mantelzorger grondig voor.


    4. Einde van de thuiszorg

    De vriend van Bert heeft AIDS. Omdat de verzorging van een terminale patiënt te zwaar werd voor Bert, overwogen hij en zijn vriend een opname, alhoewel ze dit reeds maanden probeerden te vermijden. Toen hen echter gewezen werd op het bestaan van palliatieve teams, zagen zij een nieuwe mogelijkheid. Met deze extra professionele ondersteuning kon Bert z’n vriend tot het einde toe thuis verzorgen.

    Uw thuiszorgsituatie kan echter definitief onderbroken worden. Omdat het niet langer mogelijk is de zorgbehoevende persoon nog verder thuis te verzorgen, wordt een plaatsing overwogen, al dan niet na een ziekenhuisopname. Voor mantelzorgers is dit geen gemakkelijke keuze. Vaak heeft een mantelzorger het gevoel ‘gefaald’ te hebben. Het was immers zijn bedoeling om de zorgbehoevende persoon zolang mogelijk, en liefst tot het einde toe, thuis te kunnen verzorgen.

    Dit niet meer kunnen waarmaken leidt tot begrijpelijke, maar onterechte schuldgevoelens. Ga na wat uw draagkracht precies heeft aangetast en zoek uit of er oplossingen zijn. Zijn deze er niet, dan is een definitieve opname onafwendbaar.

    Thuiszorg is een zware en vaak een langdurige opdracht waarin vele factoren een rol spelen. Een thuiszorgsituatie is ook zelden een stabiel gegeven. De situatie kan van dag tot dag, zelfs van uur tot uur wijzigen. Uzelf of de zorgbehoevende persoon beloven om nooit tot plaatsing over te gaan, is dus een belofte waarvan u niet weet of u ze kan waarmaken. Laat u er dan ook niet toe verleiden.

    In sommige thuiszorgsituaties zal het, gezien de omstandigheden, beter zijn tot een plaatsing over te gaan. Thuiszorg heeft immers zijn grenzen. Toch kan deze beslissing enkel genomen worden door de zorgbehoevende persoon en de mantelzorger zelf. Het plaatsen van een zorgbehoevende persoon in een instelling moet een weloverwogen beslissing zijn, waar men niet lichtvaardig mee omspringt. Hulpverleners, vrijwilligers of andere betrokkenen, die de situatie vaak vanop iets meer afstand beleven, kunnen signaleren dat zij menen dat de grenzen in deze thuiszorgsituatie bereikt zijn. Maar zoals gezegd: het laatste woord is aan de zorgbehoevende persoon en de mantelzorger.

    Moeder is een aantal maanden bij ons gebleven. Mijn man, de kinderen en ik hadden ook ten volle voor thuiszorg gekozen. Door de maanden heen zijn de verhoudingen in ons gezin echter zo scheefgegroeid dat we de thuiszorg niet langer konden volhouden. We hebben nochtans geprobeerd oplossingen te zoeken: praten met moeder, praten met broers en zussen, dagopvang zoeken zodat we enkel ’s nachts de zorg voor moeder droegen, andere medicatie toedienen, meer medicatie, minder medicatie, moeder zachtjes toespreken, moeder kordaat aanpakken, regels stellen voor de kinderen, enzovoort. Uiteindelijk stonden we voor de keuze: moeder thuis of ons gezin ‘redden’. Met pijn in ons hart hebben we voor moeder een rust- en verzorgingstehuis in de onmiddellijke omgeving gezocht. Nu zijn we twee maanden verder en stellen we vast dat wij weer een ‘normaal’ gezinsleven kunnen leiden. En de relatie met moeder is er sterk op verbeterd nu we dagelijks op bezoek kunnen gaan, maar de zorg aan anderen overlaten.

    Mevrouw en mijnheer Declerck zijn beide tachtigers. Tot vorig jaar woonden zij zelfstandig in hun huisje. Mevrouw Declerck was toen al dementerend, maar met de hulp van hun vijf kinderen, haar man en de verzorgende van een dienst voor gezinszorg kregen ze de zorg georganiseerd. Voor mijnheer Declerck, die de belangrijkste zorgdrager was, werd het stilaan toch te veel. Naarmate zijn vrouw achteruitging, zagen zijn kinderen ook hun vader stilletjes aan wegkwijnen. Eerst probeerden ze de zorg wat beter onder hun vijven te verdelen, maar voor mijnheer Declerck bleef het erg zwaar. Uiteindelijk hebben de kinderen samen met hun vader een rusthuis gezocht waar het echtpaar samen kon blijven en waar mevrouw Declerck de nodige zorgen kreeg. Mijnheer Declerck heeft zijn levenslust teruggevonden, nu hij nog met zijn vrouw kan wandelen of in de zon zitten, maar de dagelijkse verzorging aan anderen kan overlaten.

    In hoofdstuk 4 kan u meer lezen over de emotionele en rationele ervaringen van de mantelzorger.


    5. Draagkracht en draaglast

    De keuze voor thuiszorg heeft veel te maken met het evenwicht tussen de ‘draagkracht en de draaglast’ van de betrokkenen.

    Een thuiszorgsituatie kan vergeleken worden met een volgeladen kruiwagen. In de kruiwagen worden de verschillende lasten gegroepeerd omdat thuiszorg totaalzorg is. De draaglasten in de kruiwagen bevatten onder andere de verschillende taken in het huishouden, financiële zorgen, de moeilijkheden die men ondervindt om een oppas te vinden, de relatie tussen de mantelzorger en de zorgbehoevende persoon, …

    De persoon die de kruiwagen duwt, is de mantelzorger. Hij of zij duwt de lasten in de thuiszorg voort. Hij of zij vertegenwoordigt de draagkracht. In die persoon zitten de positieve energie en de aangename ervaringen in de thuiszorg. Het is enorm belangrijk dat de mantelzorger de kruiwagen kan opheffen en voortduwen. Het opheffen van de kruiwagen kan op een bepaald moment echt te zwaar worden waardoor de mantelzorger er onderdoor kan gaan. Deze overbelasting heeft niet enkel gevolgen voor de mantelzorger op zich maar ook voor de familie, het gezin, voor de relaties met de mensen uit uw omgeving en uiteraard ook voor de zorgbehoevende persoon zelf.

    Indien de mantelzorger de draagkrachten en draaglasten in evenwicht wil houden dan zal men met beide rekening moeten houden: draagkracht versterken en de draaglasten verminderen.

    U kan de kruiwagen bijvoorbeeld met meerdere personen samen dragen. De verschillende lasten verdelen onder familieleden of professionele hulpverleners of oplossingen zoeken van bepaalde problemen. Hoe kunnen de lasten oplopen en welke zaken kunnen de mantelzorg dan verlichten? Wij gaan hier in de volgende punten dieper op in.

    Relationele draaglast

    Het karakter van de patiënt speelt een belangrijke rol in een zorgsituatie maar de aandoening eveneens. Met welke graad van zorgbehoevendheid hebben we te maken? En wat houdt de zorg dagelijks in?

    De kennis van de omgeving omtrent de diagnose en de ziekte speelt ook een rol in de omgang. Er zal meer begrip komen van de mantelzorger als men bepaalde aspecten kan koppelen aan de ziekte. Na verloop van tijd krijgt men meer inzicht in het gedrag van de zorgbehoevende persoon als gevolg van het ziektebeeld.

    De eigenheid van de mantelzorger zelf speelt natuurlijk ook mee in het al dan niet kunnen dragen van de dagelijkse zorg. Zowel op fysisch als op psychisch vlak kan de ene persoon meer aan dan een ander.

    Het zorgen voor iemand is gebaseerd op loyaliteit, op geven en nemen, op het graag zien van iemand. Wanneer men in zijn jeugd te maken gehad heeft met bijvoorbeeld overbescherming heeft men nooit veel moeten geven en enkel maar kunnen nemen. Deze mensen en ook mensen die verwaarloosd werden, kunnen het soms niet opbrengen te zorgen voor hun moeder of vader. Als u voor iemand moet zorgen waar u geen goede relatie mee hebt, zal het ook moeilijker zijn om ervoor te zorgen en het vol te houden. Daarnaast speelt het ook een rol of u de zorg als een verplichting moet opnemen of uit vrije wil. Hoe sterk speelt bijvoorbeeld de autoriteit van het ouderschap waardoor u zich verplicht voelt tegenover de zorg voor moeder. De zorg zal zwaarder wegen wanneer er nooit overleg omtrent de zorgtaken geweest is. Of wanneer er geen mogelijkheid is om grenzen te stellen. Het is belangrijk dat er samen wordt beslist wat mogelijk is en wat niet.

    In de relatie mantelzorger – zorgbehoevende persoon kunnen veranderingen optreden als gevolg van de zorgbehoefte. De mantelzorger zal bijvoorbeeld intiemere taken op zich nemen.

    Ook in relatie naar de andere gezins- en familieleden kunnen er veranderingen optreden. Het gezinssysteem waarin de zorgbehoevende persoon leeft, kan onder druk komen te staan. Want plots gaat alle aandacht naar de zorgbehoevende persoon en is er minder tijd en aandacht voor partner en kinderen. Door de zorgsituatie kunnen er conflicten ontstaan binnen de familie of kan men juist meer naar elkaar toe groeien. Zonder een goede taakverdeling en goede afspraken over praktische en financiële zaken ontstaan regelmatig misverstanden en onenigheden.

    Niet alleen de manier waarop de directe omgeving reageert of de zorg mee draagt speelt een rol. Ook de reacties van vrienden en buren op de zorgverlening bepalen mee de draagkracht. Reacties van de samenleving kunnen de draagkracht enorm aantasten. Mantelzorgers krijgen soms te maken met heel wat onbegrip en een gebrek aan erkenning vanwege de omgeving, de diensten en de medische wereld.

    Materiële draaglast

    Soms is het huis waarin u woont of komt inwonen, niet aangepast aan de thuiszorgsituatie. Naargelang de graad van zorgbehoevendheid, is het voor de zorgbehoevende persoon soms niet meer mogelijk om bepaalde woonvertrekken te betreden. Ofwel betekent dit een herinrichting van het huis waar bijvoorbeeld het bed in het salon wordt geplaatst, ofwel worden verbouwingen of aanpassingen van de woning noodzakelijk. Vaak staat bij oudere huizen het toilet nog buiten waardoor de mogelijkheid tot zelfzorg en zelfstandigheid van de persoon zelf toch wel wordt bemoeilijkt.

    Een woning aanpassen kan heel wat lasten verlagen maar dit blijkt toch niet altijd evident te zijn. Bij het al dan niet aanpassen van een woning speelt niet enkel het financiële aspect mee, maar ook de eventuele weerstand omtrent veranderingen in het gezin. U kan ook een nieuwe aangepaste woning zoeken.

    Het gebruik maken van hulpmiddelen is niet alleen belangrijk voor de zorgbehoevende persoon, maar kan ook een positieve invloed hebben op de draagkracht van de mantelzorger en andere hulpverleners. Het is dan ook belangrijk om het beste materiaal te zoeken en te gebruiken. Zie hier enkele voorbeelden van hulpmiddelen: zorgdomotica, personenalarmsysteem, speciaal ziekenbed, antislipmatje, WC-stoel in kamer, verzorgings- en incontinentiemateriaal, loophulpen, …

    Emotionele draaglast

    Vaak spelen schuldgevoelens of gevoelens van tekortkoming mee omdat de mantelzorger de zorgbehoevende persoon niet alles kan bieden waaraan hij behoefte heeft, of omdat hij andere verplichtingen heeft. Soms kan de zorgbehoevende persoon zo veeleisend zijn of kan men het aftakelingsproces van de zorgbehoevende persoon moeilijk verwerken.

    Sommige mantelzorgers lijden onder de onzekerheid en de angst voor de toekomst omdat het soms moeilijk is in te schatten hoe de ziekte verder zal evolueren.

    Mantelzorgers klagen vaak terecht over het gebrek aan informatie. Op het moment dat zij mantelzorger worden, moeten zij vaak nog alles zelf uitzoeken. Dit is zeer uitputtend en roept vaak heel wat frustraties op. Die zoektocht naar hulp en naar de verschillende tegemoetkomingen ondermijnen vaak de draagkracht.

    Diensten vertrekken vaak vanuit hun aanbod en houden geen rekening met de reële behoeften. Wij noemen dit ‘aanbodgericht werken’. Daarom is er dan ook nood aan een mentaliteitswijziging, een ombuiging van een aanbodgestuurde naar een vraaggestuurde dienstverlening, waarbij de behoeften van de zorgbehoevende persoon en zijn familie centraal staan.

    Financiële draaglast

    De financiële draaglast bestaat uit de kosten die de persoon, het gezin, de familie niet zou hebben als er niet aan thuiszorg zou worden gedaan. De financiële mogelijkheden spelen een grote rol en kunnen de last doen af- of toenemen.

    We kunnen hier een onderscheid maken tussen directe en indirecte kosten.

    Onder indirecte kosten van thuiszorg verstaan we het verlies van inkomen wanneer de mantelzorger of de patiënt zelf genoodzaakt zijn hun loopbaan geheel of gedeeltelijk stop te zetten. Hier staan gebrekkige financiële tegemoetkomingen (lage premies bij zorgverlof, discriminaties in de Vlaamse Zorgverzekering, …) tegenover.

    Thuiszorg betekent ook heel wat directe kosten zoals functionele aanpassing aan woning, verplaatsing, verblijfskosten, hulpmiddelen, geneesmiddelen, professionele hulpverlening aan huis, …

    De cumulatie van de diverse uitgaven moet in het oog worden gehouden.

    Goede financiële afspraken maken in de familie is noodzakelijk. Wanneer men deze afspraken niet onder elkaar kan maken, kan men steeds een maatschappelijk assistent of notaris inschakelen. Het is dan ook belangrijk dat professionele hulpverleners bij de start van de thuiszorg mee opvolgen of er zaken reeds geregeld zijn of niet. Dit houdt ook in dat er nagegaan moet worden of de zorgbehoevende persoon reeds alle tegemoetkomingen ontvangt waar hij of zij recht op heeft. Vaak kent men het bestaan van de verschillende premies niet.

    Fysieke draaglast

    Iemand thuis verzorgen kan heel wat fysieke inspanning vergen. Daarbij moet niet alleen aan heffen en tillen worden gedacht. Als de zorgbehoevende persoon niet inwoont bij de mantelzorger, betekent dit veel verplaatsingen van en naar de woonplaats van de zorgbehoevende persoon. Mantelzorgers staan vaak 24u op 24 u in voor de zorg. Vooral bij zwaar zorgbehoevende personen is nachtwaak vaak aangewezen. Of om doorligwonden te vermijden, moeten sommige zieken meermaals van lig- en zithouding veranderd worden. Er zijn mantelzorgers die lijden aan chronische vermoeidheid en zij hebben soms jaren nodig om te recupereren van die jarenlange stresssituatie waar ze zich in bevonden.

    Het is dan ook zeer belangrijk dat de mantelzorger tijdig externe hulp, waarmee professionele hulpverleners, oppashulp en hulpmiddelen worden bedoeld, inschakelt zodat de zorg draagbaar blijft. Dit veronderstelt een voldoende aanbod van de diensten. Hier willen we nogmaals aantonen dat het dan ook belangrijk is om een comfortabele toegang te hebben tot de verschillende diensten. Vaak zijn mensen bang om hun privacy te verliezen en is de stap naar diensten niet altijd even makkelijk gezet. Ook hier kunnen professionele hulpverleners de mantelzorger weer ondersteunen door begrip te tonen.

    Sociale draaglast

    Het leven van een mantelzorger draait vaak volledig om die ene persoon. Hierdoor verwateren sociale contacten. Vrienden haken stilaan af, zodoende men vereenzaamt en sociaal geïsoleerd geraakt.

    Om niet te ontsporen is het belangrijk dat de mantelzorger ook aan zichzelf denkt en tijd vrij maakt voor vrienden en hobby’s. Er moeten meer voorzieningen komen om de zorg tijdelijk te kunnen overnemen, bijvoorbeeld uitbreiding van dag- en kortverblijf. Deze voorzieningen moeten ook meer gericht worden naar de behoeften van de mantelzorgers.

    Daarnaast moet er ook stilaan een positiever zorgklimaat ontwikkeld worden in onze samenleving. Dit wil zeggen dat de overheid meer mogelijkheden moet creëren om aan zorg te kunnen doen. Vaak is er de bereidheid om te zorgen maar de beschikbaarheid is afgenomen. Mantelzorgers moeten aangevuld worden door externe voorzieningen maar er moeten ook betere wettelijke regelingen komen omtrent zorg en arbeid zodat men deze kan combineren.

    Mantelzorgers krijgen vaak te maken met heel wat onbegrip en een gebrek aan erkenning vanwege de omgeving, de diensten en de medische wereld. Ze worden niet betrokken als partner en moeten vaak steeds opnieuw bewijzen dat ook hun zorgverlening kwaliteitsvol is. Iedereen heeft als taak de overbelasting tijdig op te merken en in overleg met de mantelzorger en de zorgbehoevende persoon op zoek te gaan naar oplossingen (zoals bijvoorbeeld het inschakelen van hulpmiddelen, poetsdienst, …)

    Onderzoeken en links

    Wetenschappelijke onderzoeken

    Hier vindt u reeds een beperkte lijst van publicaties gerangschikt in chronologische volgorde. Deze zal voortdurend worden aangevuld.:

    België

    2007
    • Family care and care responsibility: the art of meeting each other, Deirdre Beneken genaamd Kolmer, 152 p. (2007).
    • Patiëntenvoorlichting in ziekenhuizen: een verkennend onderzoek in Vlaanderen, Vlaams patiëntenplatform vzw (2007).
    • Ecouter les aidants proches pour mieux les soutenir. Aperçus quantitatif et qualitatif de la question, M.T. Casman (2007).
    • Families in beweging. Een gezinsbeleid op maat?, R. Bulckens, D. Mortelmans, M.T. Casman, C. Simaÿs (2007).
    • Wet op de patiëntenrechten: kennis, toepassing en attitudes bij beroepsbeoefenaars – huisartsen. Vlaams Patiëntenplatform vzw (2007)
    • Zorg voor allochtone ouderen, D. Talloen (2007).
    • Schaakmat of aan zet? Monitor voor lokaal ouderenbeleid in Vlaanderen, L. De Donder, D. Verté, N. De Witte (2007).
    • Combinatie langer werken en mantelzorg: bevraging bij HR-managers en werkende mantelzorgers, B. Wilmots, eindverhandeling faculteit toegepaste economische wetenschappen Universiteit Hasselt, 135 p. (2007).

    2006

    • Zorg voor adempauze. Tussen droom en daad, A. Dedry (2006).
    • Zorg voor dementerenden in België: 100 vragen en antwoorden op basis van het Qualidem-onderzoek, F. Buntinx, J. De Lepeleire, M. Ylieff (2006).
    • De wet op de patiëntenrechten: kennis, toepassing, en attitudes bij beroepsbeoefenaars – artsen, specialisten en verpleegkundigen, Vlaams Patiëntenplatform vzw (2006).
    • Informatienoden van mantelzorgers, een exploratief beschrijvend onderzoek: K. Craeynest, B. De Koker (2006).
    • Grenzen aan mantelzorg. Sociaaldemografische hypothesen over de toekomst van de zorg, T. Jacobs & E. Lodewijckx (2006).

    2005

    • Psychologische noden van zorgvragende ouderen en hun hulpverleners, G. Cuyvers & L. de Clerk (2005).

    2004

    • Zicht op zorg. Studie van mantelzorg in Vlaanderen in 2003, T. Jacobs & E. Lodewijckx (2004).
    • Succesfactoren en hinderpalen in de thuiszorg. De beleving van de mantelzorger, Scheepmans K., Debaillie R., De Vliegher K., Paquay L. & Geys L. (2004).
    • Visie van de patiënt op belangrijke ontwikkelingen in het gezondheidsbeleid. De wet op de rechten van de patiënt – de patiënt als expert, Vlaams Patiëntenplatform vzw (2004)

    2002

    • Mantelzorgers van dementerende bejaarden: Interventies en ondersteuning, B. Schoenmakers, F. Buntinx, J. De Lepeleire, M. Ylieff, O. Fontaine (2002) Huisarts Nu; 31:345-52.
    • De mantelzorger van dementerende bejaarden. Impact op het algemeen welzijn van de mantelzorger, B. Schoenmakers, F. Buntinx, J. De Lepeleire, M. Ylieff, O. Fontaine (2002) Huisarts Nu; 31:296-302.
    • Mantelzorgers van dementerende bejaarden: wie is de mantelzorger? Wat is zijn taak?, B. Schoenmakers, F. Buntinx, J. De Lepeleire, M. Ylieff, O. Fontaine (2002) Huisarts Nu;31:217-24.

    2001

    • Mantelzorgers, doorbloeiers in het zorglandschap, A. Dedry (2001).
    • Klachtenbemiddeling van patiënten in ziekenhuizen, Vlaams Patiëntenplatform vzw (2001).
    • De patiënt als consument: noden en wensen van chronisch zieke patiënten, Vlaams Patiëntenplatform vzw (2001)

    1997

    • Cost of professional care and informal help of severely disabled multiple sclerosis patients in Flanders, H. Carton, R. Loos, J. Pacolet, K. Versieck, R. Vlietlinck (1997).
    • De externe kwaliteit van een zorgsysteem: doelmatigheid van de sociale zorg voor hoogbejaarden in Vlaanderen, J. Breda & A. Van Pellicom (1997).

    Internationaal

    2007

    • Carers, employment and services – Report series: S. Yeandle, C. Bennet, L. Buckner, C. Price (2007).
      • Stages and transitions in the experience of caring
      • Managing caring and employment
      • Diversity in caring: towards equality for carers
      • Carers, employment and services in their local context

    2003

    • Mantelzorg. Over de hulp van en aan mantelzorgers, J.M. Timmermans (2003).

    Links

    Enkele belangrijke websites bruikbaar in de thuiszorg/mantelzorg (alfabetisch gerangschikt):