De Werkgroep Thuisverzorgers VZW

De Werkgroep Thuisverzorgers vzw is een onafhankelijke vereniging van gebruikers en mantelzorgers in Vlaanderen. Zij verenigt gebruikers, personen en gezinnen die in het thuismilieu zorg dragen voor een zorgbehoevende oudere, een langdurige zieke of een persoon met een handicap.

De organisatie werd in 1990 opgericht op initiatief van families zelf. De Werkgroep kiest ervoor de vereniging te laten ‘dragen’ door de families-mantelzorgers zelf. Zo blijft een onafhankelijke en uiteraard pluralistische werking gewaarborgd, vertrekkend vanuit de standpunten van de gebruikers en mantelzorgers.

In maart 1999 werd de Werkgroep Thuisverzorgers vzw, op basis van het thuiszorgdecreet, door de Vlaamse Gemeenschap erkend als vereniging van gebruikers en mantelzorgers.

De Werkgroep Thuisverzorgers vzw heeft de volgende doelstellingen:

  • ijveren om de thuiszorg als vrije keuze mogelijk te maken en de zorgbehoevende persoon en zijn familie optimaal te ondersteunen om deze keuze te kunnen realiseren in de praktijk;
  • verdedigen van de belangen van de families die aan thuiszorg doen en dit zowel op financieel, materieel en psycho-sociaal vlak;
  • ijveren voor de erkenning van de mantelzorgers in het geheel van de zorgverstrekking;
  • wegen zoeken voor rechtstreekse inspraak in beleidsvoorbereidingen en beslissingen;
  • bevorderen van de contacten tussen de families onderling.

Om deze doelstellingen te realiseren ontplooit de Werkgroep Thuisverzorgers vzw een breed gamma van activiteiten:

  1. Informatie en ondersteuning
  2. Groepsactiviteiten
  3. Beleidsvoorbereidend werk
  4. Samenwerking met andere diensten en instanties
  5. Vorming en bijscholing
  6. Publicaties

1. Informatie en ondersteuning

Gebruikers en mantelzorgers kunnen schriftelijk, telefonisch of persoonlijk contact nemen met het secretariaat of met de regionale contactpersonen van de Werkgroep. Deze contactpersonen zijn personen en families die vanuit hun ervaring deskundig zijn en lotgenoten willen ondersteunen. Zoekt u een luisterend oor, heeft u nood aan een gesprek of wenst u informatie of advies, dan kan u steeds bij hen terecht. De vragen waarmee gebruikers en mantelzorgers de Werkgroep benaderen, kunnen heel uiteenlopend zijn: Waar vind ik oppas? Hoeveel kost gezinszorg? Bestaat er een premie voor mantelzorgers? Hoe los ik de ruzie met mijn broer en zus op? Mag ik mijn moeder geld vragen omdat ik haar verzorg?

De Werkgroep heeft niet op alle vragen een pasklaar antwoord en er is niet altijd een efficiënte oplossing voorhanden. Wij stellen echter vast dat mantelzorgers zelden volledig en objectief geïnformeerd zijn. De Werkgroep helpt hen in hun zoektocht doorheen het kluwen van diensten en instanties.

2. Groepsactiviteiten

Gebruikers en mantelzorgers in groep samenbrengen is voor de vereniging een belangrijke activiteit. De Werkgroep organiseert regelmatig eigen bijeenkomsten of informatie- en gespreksbijeenkomsten in samenwerking met andere organisaties. Tijdens de bijeenkomsten wordt steeds aandacht gegeven aan de gemeenschappelijke ervaringen van de families. Zij vinden er oplossingen voor hen individuele problemen en doen samen voorstellen voor de structurele verbetering van de thuiszorg. Gebruikers en mantelzorgers kunnen hun collectieve belangen verdedigen en inspraakkanalen benutten om te participeren aan het beleid.

3. Beleidsvoorbereidend werk

De Werkgroep wil thuiszorg ook structureel aanpakken.

De vereniging werkt, waar mogelijk, op de verschillende beleidsniveaus actief mee aan beleidsvoorbereidingen en -beslissingen ter zake.

Knelpunten die gebruikers en mantelzorgers ervaren worden vertaald in beleidsthema’s en worden via acties, memoranda, contacten met bevoegde ministeries en administraties aangekaart teneinde een structurele oplossing te zoeken.

4. Samenwerking met andere diensten en instanties

De Werkgroep staat open voor samenwerking met andere verenigingen van gebruikers en mantelzorgers in binnen- en buitenland en met andere partners in de thuiszorg.

Ook met patiëntenverenigingen, zelfhulpgroepen en verenigingen voor personen met een handicap wordt er samengewerkt. In verschillende overlegorganen hebben de leden van de vereniging een mandaat.

5. Vorming en bijscholing

De vereniging heeft een eigen vormingsaanbod met thema’s voor bijscholing en/of vorming aan onderwijsinstellingen, professionele hulpverleners, socioculturele verenigingen en anderen.

6. Publicaties

Meer informatie over onze publicaties vindt u hier: https://www.vlaanderen.be/nl/gezin-welzijn-en-gezondheid/gezondheidszorg/geintegreerde-diensten-voor-thuisverzorging

Deze Gids kwam tot stand met de steun van de Koning Boudewijnstichting

Adressen

Het regionaal diensten centrum (RDC)

Bij de regionale dienstencentra van de Liberale Mutualiteit kun je terecht voor:

  • ergotherapeutisch advies;
  • infonamiddagen en/of -avonden;
  • advies over hulpmiddelen en woningaanpassingen;
  • aanvragen voor noodoproepsystemen (NOS) en/of
  • personenalarmsystemen (PAS);
  • coördinatie van het multidisciplinair overleg;
  • aanvragen voor vrijwilligersvervoer;
  • aanvragen voor thuiszorg;
    enzovoort.

De regionale dienstencentra werken nauw samen met de uitleendienst van je mutualiteit.

Regionaal dienstencentrum
Liberale Mutualiteit Provincie Antwerpen
Lange Nieuwstraat 109, 2000 Antwerpen
03 203 76 49 – dienstencentrum@lmpa.be

Dienst Thuiszorg
Liberale Mutualiteit van Brabant
Koninginneplein 51-52, 1030 Brussel
02 209 49 75 – thuiszorg@mut403.be

RDC Tienen
Minderbroedersstraat 30, 3300 Tienen
016 82 27 10

RDC Halle
Vondel 23, 1500 Halle
02 356 85 88

Regionaal dienstencentrum
Liberale Mutualiteit West-Vlaanderen

Revillpark 1, 8000 Brugge
050 45 01 00 – rdc@lmwvl.be

Regionaal dienstencentrum
Liberale Mutualiteit van Oost-Vlaanderen

Brabantdam 109, 9000 Gent
09 269 70 32 – rdc@libmutov.be

Regionaal dienstencentrum ‘Horizon’
Liberale Mutualiteit Limburg

Geraetsstraat 20, 3500 Hasselt
011 29 10 00 – rdc.horizon@lml.be

Regionaal Dienstencentrum
Liberale Mutualiteit – Vlaams Gewest

Prieelstraat 22, 1730 Asse
02 454 06 78 – rdc417@lmvlg.be

De dienst maatschappelijk werk

Zit je met een hulpvraag of wil je weten of de persoon voor wie je zorgt in aanmerking komt voor een vergoeding van de Vlaamse zorgverzekering of een andere tussenkomst? Wil je informatie over een kortverblijf? Ben je zorgbehoevend en wens je na te gaan op welke tegemoetkomingen je recht hebt? Neem dan contact op met de dienst maatschappelijk werk van je ziekenfonds.

DMW Provincie Antwerpen
Lange Nieuwstraat 109, 2000 Antwerpen
03 203 76 47/54 – dmw@lmpa.be

DMW Brabant
Koninginneplein 51-52, 1030 Brussel
02 209 48 91 – socia@mut403.be

DMW West-Vlaanderen
Revillpark 1, 8000 Brugge
050 45 01 00 – dmw@lmwvl.be

DMW Oost-Vlaanderen
Brabantdam 109, 9000 Gent
09 235 72 85 – dmw@libmutov.be

DMW Limburg
Geraetsstraat 20, 3500 Hasselt
011 29 10 00 – dmw@lml.be

DMW Vlaams Gewest
Prieelstraat 22, 1730 Asse
02 454 06 78 – dmw417@lmvlg.b

Er zijn in Vlaanderen en Brussel 6 verenigingen voor gebruikers en mantelzorgers. Gebruikers en mantelzorgers kunnen zich gratis lid maken van zo’n verenging. Deze 6 verenigingen zijn erkend door Zorg en Gezondheid.

Steunpunt Mantelzorg
Sint Jansstraat 32-38 – 1000 Brussel
02 515 03 94
www.steunpuntmantelzorg.be

Liever Thuis LM
Livornostraat 25 – 1050 Elsene
02 542 87 09
www.lieverthuislm.be

Samana
Haachtsesteenweg 579 – 1030 Schaarbeek
02 246 47 81
www.cm.be

Ons Zorgnetwerk
Remylaan 4B – 3018 Wijgmaal
016 24 49 49
www.onszorgnetwerk.be

OKRA, trefpunt 55+
Bezoekadres: Haachtsesteenweg 579 – 1030 Schaarbeek
Postadres: Postbus 40 – 1031 Brussel
02 246 57 72
www.okra.be

S-Plus Mantelzorg
Sint Jansstraat 32-38 – 1000 Brussel
02 515 02 63
www.s-plusvzw.be/mantelzorg

Maatschappelijke context van de thuiszorg

  1. Thuiszorg toegelicht
  2. Waarom thuiszorg zo actueel is
  3. Belangrijke termen in de thuiszorg


1. Thuiszorg toegelicht

Thuis kunnen zijn en blijven is de wens van de meeste mensen. Wie afhankelijk wordt van anderen, verlangt er vaak nog meer naar in het vertrouwd milieu te worden verzorgd. Dit wordt bevestigd in het onderzoek ‘Zicht op zorg. Studie van de mantelzorg in Vlaanderen in 2003’ van het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudie (CBGS) van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

In thuiszorg spelen verschillende partners een rol. Centraal staan de zorgbehoevende persoon en zijn gezins- en familieleden. Zij worden eventueel bijgestaan door buren, vrienden, het georganiseerd vrijwilligerswerk en/of professionele thuiszorgdiensten.

De persoon die afhankelijk wordt, noemen we de zorgbehoevende persoon. Dit kan een oudere, een volwassene of een kind zijn, een zieke of een persoon met een handicap. Zowel bij de zorg voor een inwonende zorgbehoevende persoon als voor iemand die zelfstandig woont, is er sprake van thuiszorg.

Het onderzoek van het CBGS geeft eveneens aan dat ondanks verschillende belemmerende factoren, zoals vergrijzing, mobiliteit, éénoudergezinnen, enzovoort, vele families vandaag nog steeds bereid zijn om voor thuiszorg in te staan. Het onderzoek concludeert ook dat er in Vlaanderen tussen de 400 000 en 580 000 personen zorgdragen voor een zorgbehoevende persoon. Dit wordt zowel opgevolgd door mannen en vrouwen.

Een onderzoek ‘De externe kwaliteit van een zorgsysteem. Doelmatigheid van de sociale zorg voor hoogbejaarden in Vlaanderen’ van Prof. Breda heeft in 1997 uitgewezen dat van het takenpakket in de thuiszorg 75% wordt opgenomen door de mantelzorgers. Zij worden niet betaald voor hun zorgactiviteiten. In 54% van de thuiszorgsituaties komt, behalve de huisarts, zelfs geen enkele professionele dienst aan huis: de familie is in dit geval de enige zorgverstrekker. Het recentere onderzoek van het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudie bevestigt dit met de volgende cijfergegevens: 18% van de mantelzorgers staat er alleen voor, 73% werkt samen met professionele zorgverlener(s), 48% werkt samen met andere mantelzorger(s) en 14 % werkt samen met vrijwilliger(s).


2. Waarom thuiszorg zo actueel is

Steeds meer ziet men in hoe belangrijk thuiszorg is en erkent men de behoefte om ondersteuning voor families uit te bouwen.

Wie voor een ouder, een partner, een kind of een ander familielid zorgt, doet dit op grond van persoonlijke motieven, de relatie die hij met de betreffende persoon heeft, de affectie die hij voor hem of haar voelt… Hij wil zich verantwoordelijk voelen voor de zorgbehoevende persoon. Deze inzet en affectie kunnen niet door institutionele zorg worden vervangen.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) omschrijft ‘gezondheid’ als het geheel van lichamelijk, psychisch en sociaal welzijn. Het is aannemelijk dat deze drie aspecten van gezondheid het best verwezenlijkt worden in een thuissituatie, waar men zich geborgen en veilig voelt, omringd door mensen die men kent en liefheeft, waar men vrij is en zelfstandig kan blijven.

De medische kennis en kunde is de laatste decennia sterk geëvolueerd, wat heeft geleid tot een sterke stijging van de gemiddelde levensverwachting. Mensen worden steeds ouder en kinderen die geboren worden met bepaalde aandoeningen hebben nu veel meer overlevingskansen dan vroeger. Die situatie stelt ons thans voor een aantal nieuwe uitdagingen. De verwachtingen ten aanzien van en de druk op de thuiszorg worden groter.

Het onderzoek van het CBGS, zoals eerder vermeld, bevestigt dat mensen bereid blijven om in te staan voor zorgbehoevende personen, alhoewel in onze huidige maatschappij de beschikbaarheid niet vanzelfsprekend is. Zo gaan in de meeste gezinnen beide partners uit werken en kan de zorg dus niet door het gezin alleen, zonder hulp van buitenaf, worden gedragen.

Tenslotte spelen economische factoren een rol bij de hernieuwde aandacht voor thuiszorg. Enerzijds probeert men de uitgaven voor de gezondheidszorg te beheersen, des te meer omdat men verwacht dat deze met de vergrijzing van de bevolking nog zullen stijgen. Anderzijds probeert men een rem te zetten op de overconsumptie van geneeskundige zorgen, bepaalde diagnosetechnieken en medicatie. Men zoekt naar lichtere en dus goedkopere vormen van zorgverlening. Thuiszorg lijkt dan het alternatief te zijn voor de dure intramurale opvang. Dit brengt een verschuiving met zich mee van de verantwoordelijkheden en kosten van de overheid naar de burger en naar het thuismilieu. Deze verschuiving heeft echter pas zin wanneer ze gepaard gaat met een degelijke ondersteuning en een efficiënt thuiszorgbeleid.


3. Belangrijke termen in de thuiszorg

Eerstelijn: het geheel van voorzieningen dat voor de hulpvrager de eerste opvang verzekert bij nood aan professionele hulp (zie hoofdstuk 7 ‘partners in de thuiszorg’ in de Gids in de Thuiszorg ). De eerste lijn bevindt zich tussen niet-professionele hulpverlening enerzijds en specialistische hulpverlening anderzijds.

Families-mantelzorgers: de naaste familieleden die regelmatig aan mantelzorg doen (zie mantelzorg);

Formele zorg: de zorg verleend door personen voor wie dit een vorm van betaalde arbeid is. Zij hebben hiertoe een diploma en meestal werd vastgelegd welke handelingen zij wel en niet mogen uitvoeren;

Gebruiker: iedere natuurlijke persoon die vanuit een bepaalde nood een beroep doet op diensten in de thuiszorg;

Informele zorg: de zorg verleend door zorgenverstrekkers die hiervoor geen professioneel statuut hebben. Ze worden niet bezoldigd voor hun dienstverlening, ze verlenen hulp omdat ze een familiale en/of affectieve band hebben met de zorgbehoevende persoon of vanuit een idealistische inzet. Onder informele zorg verstaan we zowel de zelfzorg, de mantelzorg als het (georganiseerd) vrijwilligerswerk, deze zorg wordt dus verleend door gezinsleden, familieleden, buren, vrienden, vrijwilligers, enzovoort (zie mantelzorg);

Mantelzorg: alle bovennormale, niet-beroepsmatige hulp- en dienstverlening die een persoon op geregelde basis aan een zorgbehoevende persoon uit zijn omgeving geeft. Deze zorg vloeit voort uit een affectieve/sociale relatie tussen de mantelzorger en de zorgbehoevende persoon (Werkgroep Thuisverzorgers vzw). De gewone dagelijkse zorg voor elkaar wordt hier niet mee bedoeld;

Mantelzorger: een persoon die op geregelde basis en op een niet-beroepsmatige wijze aanvullende, bovennormale zorg verleent aan een zorgbehoevende persoon uit zijn omgeving vanuit zijn sociale/ affectieve relatie die hij met deze persoon heeft. Dit kunnen zowel partners, ouders, familieleden, kinderen, buren zijn;

Niet-professionele zorg: zie informele zorg;

Palliatief: deze term komt van het Latijnse woord ‘pallium’ dat mantel of deken betekent. Palliatief heeft de betekenis gekregen van een verzachtende begeleiding bij het sterven, terwijl de eigenlijke betekenis ‘pijnbestrijding’ is (meer hierover kan u lezen in rubriek ‘4.6 Als het einde nadert’ in de Gids in de Thuiszorg );

Palliatieve zorg: dit is de actieve, continue en totale zorg voor mensen in een vergevorderd stadium van hun ziekte, wanneer genezing niet meer mogelijk is;

Persoon met een chronische ziekte: een persoon die lijdt aan een aandoening die de persoon fysiek en/of psychisch aantast, diagnostisch al dan niet kan vastgesteld worden, een langdurige zorg en/of medische controle kan inhouden, zichtbare en/of onzichtbare beperkingen veroorzaakt, geen zekerheid geeft op geheel of gedeeltelijk herstel, progressief, wisselend of stabiel kan verlopen, al dan niet kan leiden tot een geheel of gedeeltelijk verlies van autonomie, een vermindering van de levenskwaliteit veroorzaakt en ernstige gevolgen heeft op medisch, en/of sociaal, en/of financieel vlak voor de betrokkene en zijn omgeving (Vlaams Patiëntenplatform vzw);

Professionele zorg: zie formele zorg;

Professionele zorgverlener: dit is een persoon die tewerkgesteld is in een organisatie die hulp en diensten aanbiedt;

Thuisverzorger: zie definitie mantelzorger, de term ‘thuisverzorger’ werd vroeger gebruikt door de Werkgroep Thuisverzorgers in plaats van het begrip mantelzorger;

Thuiszorg: het geheel van activiteiten ter ondersteuning van de zelfzorg van de zorgbehoevende persoon in het thuismilieu. Dit betekent dat thuiszorg ook bedoeld is om zwaar zorgbehoevende personen thuis te laten wonen, met hulp van familieleden die al dan niet ondersteund of bijgestaan worden door professionele diensten en/of vrijwilligers;

Verzorgende: dit is de officiële term voor een persoon die hulp- en dienstverlening verstrekt op vlak van persoonsverzorging, huishoudelijke hulpverlening, psychologische ondersteuning en/of algemene (ped)agogische ondersteuning in het natuurlijke thuismilieu van de gebruiker of binnen een residentiële instelling. De vroegere gezinshelp(st)er, familiaal help(st)er of bejaardenhelp(st)er worden nu allemaal verzorgende genoemd;

Zelfzorg: dit is de zorg waarvoor de zorgbehoevende persoon zelf (nog) kan instaan, de beslissingen en acties in het dagelijks leven om te voorzien in de eigen basisbehoeften. In een thuiszorgsituatie is het stimuleren van de zelfzorg, in de mate van het mogelijke, heel belangrijk;

Zorgbehoevende persoon: een persoon die afhankelijk wordt en/of zorg nodig heeft;

Zorgenplan: dit is een zorgcontract tussen de zorgbehoevende persoon, zijn familie en de betrokken hulp- en zorgverleners en vrijwilligers.

Trefwoordenlijst

A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

    R

    S

    T

    U

    V

    W

    X

      Y

        Z

        Adressen

        De adressen voor uw streek kan u terugvinden in de rubriek nuttige adressen. Het is echter onmogelijk de adressen van alle thuiszorgdiensten en voorzieningen te vermelden.

        De meeste professionele thuiszorgdiensten vindt u ook terug in de Gouden Gids en op de websites.

        Voor informatie over bepaalde voorzieningen en diensten kan u terecht bij de volgende instanties:

          Algemene informatie, advies en hulp bij de organisatie van de zorg:

        • het lokaal en/of regionaal dienstencentrum
        • verenigingen van gebruikers en mantelzorgers
        • de sociale dienst van het OCMW
        • de sociale dienst van het ziekenfonds
        • andere sociale diensten (vb. op uw werk, liga voor chronisch zieken…)
        • de zorgbemiddelaar van het samenwerkings-initiatief in de thuiszorg van uw regio
        • de patiëntenbegeleidingsdienst, ontslag-manager of sociale dienst van het ziekenhuis
        • gratis Vlaamse Infolijn: 0800/30201.

        • Dagverzorging:

        • uw ziekenfonds
        • de erkende dagverzorgingscentra
        • het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap
        • de lokale dienstencentra
        • de rust- en verzorgingstehuizen
        • de rusthuisinfofoon, tel. (078) 15 25 25 (tussen 9 en 12 u.).

        • Dienstencheques:

        • het OCMW
        • een erkende dienst voor gezinszorg
        • interimbureau’s.

        • Diensten voor gezinszorg:

        • het OCMW
        • een erkende dienst voor gezinszorg
        • uw ziekenfonds
        • het samenwerkingsinitiatief in de thuiszorg in uw regio.

        • Financiële vragen of moeilijkheden:

        • een notaris
        • een advocaat
        • het OCMW
        • de sociale dienst van uw ziekenfonds.

        • Klachten:

        • de dienst zelf
        • de sociale dienst of juridische dienst van uw ziekenfonds
        • het OCMW
        • de rusthuis-infofoon, tel. 078/15 25 25 (tussen 9 en 12 u.)
        • Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap – Team Thuiszorg, tel. 02/553 33 91 (klachten gezinszorg)
        • Vlaams Patiëntenplatform, tel. 016/23 05 26
        • ombudsdiensten of klachtendiensten binnen de algemene ziekenhuizen en de geestelijke gezondheidszorg.

        • Klusjesdiensten:

        • het OCMW
        • het Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschap (PWA) in uw gemeente.

        • Gemeentelijke en provinciale mantelzorgtoelagen:

        • de sociale dienst van uw ziekenfonds
        • het gemeentebestuur
        • het provinciebestuur.

        • Poetshulp:

        • de sociale dienst van het OCMW
        • de diensten voor gezinszorg
        • de diensten voor poetshulp
        • het Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschap (PWA) in uw gemeente
        • interimkantoren (via systeem van diensten-cheques)
        • uw ziekenfonds
        • privé-personen.

        • Premies en tegemoetkomingen:

        • de sociale dienst van uw ziekenfonds
        • de sociale dienst van het OCMW
        • het gemeentebestuur
        • het provinciebestuur
        • het Ministerie van Sociale Zaken, tel: 02/509 81 25
        • het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap.

        • Terugbetaling van hulpmiddelen:

        • de sociale dienst van uw ziekenfonds
        • het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap
        • Het Bijzonder Soldariteitsfonds van het RIZIV (via uw ziekenfonds).

        • Thuisverpleegkundigen:

        • zelfstandig verpleegkundigen
        • de georganiseerde diensten voor thuisver-pleegkunde
        • de huisarts
        • het lokaal en/of regionaal dienstencentrum
        • de sociale dienst van uw ziekenfonds
        • de sociale dienst van het OCMW
        • het samenwerkingsinitiatief in de thuiszorg in uw regio.

        • Tijdelijke opvangmogelijkheden:

        • uw ziekenfonds
        • het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap
        • de rust- en verzorgingstehuizen in uw buurt
        • erkende centra voor kortopvang
        • de rusthuis-infofoon, tel. 078/15 25 25 (tussen 9 en 12 u.).

        • Oppashulp:

        • de erkende oppasdiensten
        • de diensten voor gezinszorg
        • de diensten voor thuisverpleegkundigen
        • uw ziekenfonds
        • het OCMW
        • vrijwilligerswerk in uw streek
        • het samenwerkingsinitiatief in de thuiszorg in uw regio
        • privé-personen.

        • Vervoer om medische redenen:

        • de sociale dienst van uw ziekenfonds
        • de sociale dienst van het ziekenhuis
        • ambulancediensten.

        • Vervoer om sociale redenen:

        • de Minder Mobielen Centrales
        • taxidiensten
        • zelfstandige vzw’s
        • de sociale dienst van het OCMW
        • het gemeentebestuur.

        • Verzorgingsmateriaal en hulpmiddelen:

        • de uitleendienst van uw ziekenfonds
        • een thuiszorgwinkel
        • de Rode Kruisafdelingen
        • ergotherapeuten
        • uw apotheker
        • een bandagist of orthopedist.

        • Voorzieningen voor gehandicapten:

        • FOD Sociale Zekerheid, tel: 02/509 82 78 en 02/509 85 67
        • het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap
        • gehandicaptenverenigingen
        • de sociale dienst van uw ziekenfonds.

        • Warme maaltijden aan huis:

        • de sociale dienst van het OCMW
        • het gemeentebestuur
        • lokale dienstencentra
        • traiteurs uit uw streek
        • de rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen
        • privé-personen.

        • Woningpremies:

        • het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap
        • Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, tel. 02/553 85 91
        • het provinciebestuur
        • de sociale dienst van uw gemeente
        • de sociale dienst van uw ziekenfonds
        • het lokaal dienstencentrum.

        Fiscaliteit

        Mantelzorgers worstelen vaak met vragen zoals:

        • ‘Is de vergoeding die ik krijg, bijvoorbeeld van mijn ouders voor de zorg, een inkomen?’
        • ‘Is die vergoeding belastbaar?’
        • ‘Is een inwonende zorgbehoevende persoon een persoon ten laste?’
        • ‘Ben ik verplicht om de kostprijs van het rusthuis te betalen?’

        We geven hierbij een aantal fiscale wenken voor mantelzorgers.


        Persoon ten laste

        Een vaak gestelde vraag is of men voor de zorgbehoevende persoon ook een fiscale aftrek in de personenbelasting krijgt.

        1. De zorgbehoevende persoon is een kind:

          Voor een zorgbehoevend kind is er meestal geen enkel probleem. Wanneer het kind thuis is – wat in een thuiszorgsituatie per definitie het geval is – én het geen bruto-bestaansmiddelen heeft die hoger zijn dan €3 325,00 (aanslagjaar 2008 – inkomstenjaar 2007), dan is het ook fiscaal ten laste. Bovendien zal dat kind ook meestal als gehandicapt kind erkend zijn, waardoor het voor dubbel wordt geteld. In dit geval heeft de belastingplichtige voor dat gehandicapt kind recht op de toeslag op de belastingvrije som voor twee kinderen ten laste.

          De wetgever heeft bovendien een afwijking in het bedrag van de bruto-bestaansmiddelen bepaald:

          • voor kinderen ten laste van een alleenstaande wordt de grens op €4 800,00 gebracht;
          • en voor kinderen met een handicap ten laste van een alleenstaande is dit bedrag €6 087,50.

          Bestaansmiddelen zijn alle regelmatige of toevallige ontvangsten, belastbaar of niet. Uitkeringen zoals studiebeurzen, wettelijke kinderbijslagen, het kraamgeld en de adoptiepremies evenals premies voor het voorhuwelijkssparen worden niet beschouwd als bestaansmiddelen. Onderhoudsgelden die aan kinderen zijn toegekend en dit voor de eerste schijf van €2 660,00 van het ontvangen bedrag, moeten evenmin als bestaanmiddelen meegerekend worden.

          Het nettobedrag van de bestaansmiddelen wordt verkregen door het brutobedrag te verminderen met de uitgaven of lasten die werkelijk zijn gedaan om de inkomsten te verkrijgen of te behouden of met de forfaitaire kosten ( = 20 % van het brutobedrag).

        2. De zorgbehoevende persoon is een volwassene:

          Om in aanmerking te komen als persoon ten laste moet de volwassene voor aanslagjaar 2008 (inkomsten van 2007) voldoen aan de volgende drie voorwaarden:

          • opgenomen zijn in het gezin van de mantelzorger, d.w.z. er inwonen;
          • geen bruto-bestaansmiddelen hebben van meer dan €3 325,00;
          • een ‘ascendent’ (ouder, grootouder) of een zijverwant tot en met de tweede graad (broer, zuster) zijn.

          Ook hier worden gehandicapte personen ten laste voor twee gerekend.

          Mantelzorgers die de zorg opnemen voor een zijverwant van de derde graad (oom, tante) of van een niet-familielid kunnen van dit fiscale voordeel geen gebruik maken.

          Sinds 2005 bestaat er een nieuwe toeslag op de belastingvrije som voor belastingplichtigen die een ouder familielid opnemen. Deze persoon moet een ascendent of een zijverwant tot en met de tweede graad zijn die ouder is dan 65 jaar. Als de oudere zorgbehoevende voldoet aan deze voorwaarden, dan heeft de belastingplichtige recht op een toeslag op de belastingvrije som die €2 570,00 bedraagt voor aanslagjaar 2008 – inkomsten van 2007.

          Ook op het vlak van de maximale netto-bestaansmiddelen wordt er een nieuwe regeling ingevoerd: de pensioenen, renten ,enz. van de opgenomen oudere persoon worden namelijk ten belope van maximum €21 400,00 (geïndexeerd bedrag voor aanslagjaar 2008 – inkomsten van 2007) per jaar niet als bestaansmiddelen beschouwd.


        Onderhoudsgeld

        Een vaak gestelde vraag is of een mantelzorger zijn extra kost voor de zorg als een onderhoudsgeld van de zorgbehoevende persoon mag beschouwen. De wetgever heeft hier bepaald dat 80% van de uitkeringen die de belastingplichtige regelmatig heeft betaald aan personen die geen deel uitmaken van zijn gezin, aftrekbaar zijn van het totale netto-inkomen.

        Een mantelzorger die dus binnen het eigen gezin de zorg opneemt voor een zorgbehoevende ouder voldoet niet aan die voorwaarde. Familieleden die niet aan thuiszorg doen, maar wel financieel bijdragen voor een thuiszorgsituatie, kunnen wel van een fiscale aftrek genieten. Bijkomende voorwaarden zijn nog dat het ‘onderhoudsgeld’ werkelijk en regelmatig (d.w.z. met vaste periodiciteit) moet zijn betaald en ter uitvoering van een wettelijke verplichting.


        Onderhoudsplicht voor ouders in een rusthuis

        Wanneer ouders de kosten van een rusthuis niet kunnen betalen, moeten de kinderen bijspringen. In heel wat families gebeurt dat spontaan, in andere gevallen schiet het OCMW het geld voor. Het OCMW is verplicht om dit geld bij de kinderen terug te vorderen.

        Voor de terugvordering bestaat er een uniforme schaal van tussenkomsten. Deze schaal geeft het bedrag weer dat maandelijks maximaal mag teruggevorderd worden bij de onderhoudsplichtige. Dit bedrag is afhankelijk van het aantal personen ten laste en het netto belastbaar inkomen (bruto-inkomen verminderd met de bijdragen voor de sociale zekerheid en de bedrijfsvoorheffing) van de onderhoudsplichtige en zijn/haar echtgeno(o)t(e). De maandelijkse terugvordering kan schommelen tussen €32,00 (voor een netto belastbaar inkomen tussen €18 418,60 en €20 997,19) en €817,00 (voor een netto belastbaar inkomen van €49 361,80 en meer) (bedragen op 1 oktober 2004 – ministriële omzendbrief van 2004).

        Het OCMW kan in individuele gevallen afwijken van deze schaal, mits een duidelijke motivering. Ze kunnen nooit meer terugvorderen dan wat ze zelf in werkelijkheid betaald hebben tijdens de maand waarop de terugvordering betrekking heeft.

        Informeer u hiervoor bij uw OCMW, zij beschikken over deze schalen van tussenkomsten.

        Verzekeringen

        Wanneer er zich een zorgsituatie voordoet, is het belangrijk na te zien welke verzekeringen dienen aangepast of afgesloten te worden en langs welke verzekeringen kosten van de thuiszorg kunnen worden terugbetaald. Vóór alles moet gezegd worden dat het absoluut nodig is een goede en betrouwbare verzekeringsbemiddelaar te raadplegen.

        Via welke verzekeringen kunnen kosten voor thuiszorg terugbetaald worden?


        Welke verzekeringen aan te passen of af te sluiten?

        1. De brandverzekering van de zorgbehoevende persoon en de brandverzekering van de mantelzorger dienen in orde gebracht te worden wanneer een zorgbehoevende persoon bij een dochter, zoon, familielid, vriend(in)… gaat inwonen.

          • Indien de zorgbehoevende persoon een huis huurde en dit verlaat, kan de brandverzekeringspolis vernietigd worden. De inboedel die de zorgbehoevende persoon meeneemt naar de mantelzorger kan in de brandpolis van het gezin waar hij inwoont, opgenomen worden.
          • Indien de zorgbehoevende persoon een huis in eigendom heeft en dit verlaat, dan dient de brandpolis aangepast te worden aan de waarde van de inhoud die er al dan niet in blijft.

        2. U moet nakijken of de familiepolis van het gezin, waar de zorgbehoevende persoon inwoont, de burgerlijke aansprakelijkheid en eventueel rechtsbijstand van de zorgbehoevende persoon mee verzekert. Is dit niet het geval, dan moet bij de verzekeraar gevraagd worden om dit in de familiepolis te voorzien.

        3. Uw vrijwilligers kunnen een ongeval hebben terwijl ze voor u werken. Om te vermijden dat u in zware problemen kunt komen, is het sterk aangeraden om voor deze mensen een arbeidsongevallenverzekering af te sluiten. We hebben het hier uitdrukkelijk over vrijwilligers die niet aangesloten zijn bij een dienst. Beroepskrachten en vrijwilligers die verbonden zijn aan een dienst hebben vanuit hun organisatie een ongevallenverzekering.

          Sommige gezinspolissen of familiale verzekeringen dekken de arbeidsongevallen. U kan dit best nakijken. Indien dit niet in de gezinspolis verzekerd is, dan kan u best een “extra” arbeidsongevallenverzekering afsluiten.

        4. Indien de auto van de zorgbehoevende persoon meekomt naar het gezin waar de zorgbehoevende persoon inwoont en er normaal meerdere bestuurders mee rijden, dan dienen deze bestuurders meegedeeld te worden aan de maatschappij van de autopolis.

        5. Ga na of de rolstoel van een persoon met een handicap verzekerd moet worden. Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen niet-zelfbewegende en zelfbewegende rolstoelen:

        6. Voor een niet-zelfbewegende rolstoel (rolstoel zonder motor of pedalen of rolstoel met hand- of voetpedalen) volstaat een gewone verzekering burgerlijke aansprakelijkheid privé-leven. Vergeet niet aan uw verzekeringsmaatschappij mee te delen dat u een rolstoel gebruikt, dit beïnvloedt uw polisvoorwaarden niet.

          Voor een zelfbewegende rolstoel die niet sneller kan rijden dan stapvoets heeft u een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid auto nodig. In de praktijk valt uw rolstoel onder de categorie bromfiets. Sommige verzekeringsmaatschappijen verzekeren u aan een lager tarief.

          Voor een zelfbewegende rolstoel die sneller kan rijden dan stapvoets is een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid auto (categorie bromfiets) verplicht.

          De gehandicapte die een rolstoel bestuurt (zelfs als deze rolstoel een eigen aandrijving heeft en sneller dan stapvoets kan rijden) wordt beschouwd als een zwakke weggebruiker. De lichamelijke schade van elke zwakke weggebruiker, die in een verkeersongeval wordt gekwetst of gedood, wordt automatisch vergoed door de verzekeraar van het motorvoertuig dat bij het ongeval betrokken was.


        Via welke verzekeringen kunnen kosten voor thuiszorg terugbetaald worden?

        In elk geval moet u nagaan welke van volgende verzekeringen de zorgbehoevende persoon heeft en welke (thuis)zorgkosten hierdoor eventueel kunnen worden terugbetaald. Het kan gaan om een persoonlijke verzekering, een privé zorgverzekering, een collectieve polis gezondheidszorgen of een hospitalisatieverzekering. Sommige verzekeringspolissen zijn al thuiszorgvriendelijker dan andere; meestal echter worden enkel de ziekenhuiskosten, dokterskosten en/of apotheekkosten vergoed.

        Wanneer zorgbehoevendheid het gevolg is van een ongeval, dan dient u na te gaan of rechtsbijstandsverzekering van de familiepolis, autopolis of andere rechtsbijstandsverzekering niet kan worden ingeschakeld om de kosten terug te vorderen van de verantwoordelijke derde. U moet ook nagaan of de familiepolis, autopolis of andere burgelijke verantwoordelijksverzekering van de verantwoordelijke derde de kosten niet moet betalen.

        Wet op de patiëntenrechten


        Inleiding

        Tot oktober 2002 had Belgiė geen specifieke wet betreffende de patiėntenrechten. Dit betekende niet dat de patiėnt helemaal geen rechten had of dat die rechten niet werden beschermd, ze waren echter niet altijd even duidelijk of voldoende bekend en soms zelfs moeilijk afdwingbaar. Bovendien bestonden er grote leemten en sommige wetten spraken elkaar tegen. Het was noodzakelijk om ook in Belgiė de patiėntenrechten te bundelen, aan te vullen en duidelijk te formuleren.

        Bij de totstandkoming van de wet werd een zo ruim mogelijk overleg met alle betrokken sectoren georganiseerd. Uiteindelijk werd de wet op 20 juli 2002 goedgekeurd. Ze werd op 26 september 2002 in het Staatsblad gepubliceerd en is sinds 6 oktober 2002 van kracht.

        De uiteindelijke bedoeling van de nieuwe wet is een verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening in de gezondheidszorg te garanderen. Door een duidelijke formulering van de rechten van de patiėnt kan de kwaliteit van de relatie met de beroepsbeoefenaar bevorderd worden. Ook een aantal rechten van de beroepsbeoefenaar worden uitdrukkelijk gepreciseerd.


        Toepassingsgebied

        Patiėnt

        Een patiėnt is iedereen die een of andere vorm van gezondheidszorg ontvangt, al dan niet op eigen verzoek. De wet is ook van toepassing op verzoek van een vertegenwoordiger (bijvoorbeeld de ouders van een minderjarige), op verzoek van een derde (bijvoorbeeld door de werkgever bij controle van arbeidsongeschiktheid) en zonder verzoek in spoedgevallen.

        Beroepsbeoefenaar of zorgverstrekker

        De wet is van toepassing op artsen, tandartsen, apothekers, vroedvrouwen, kinesisten, verplegend personeel en paramedici (zoals een bandagist, orthesist en prothesist, diėtist, ergotherapeut, logopedist, orthopedist, podoloog, technoloog medische beeldvorming en technoloog medisch laboratorium), ongeacht of deze binnen een instelling werken of een eigen praktijk hebben.

        De wet zal in de toekomst ook van toepassing zijn op psychotherapeuten, seksuologen, klinische psychologen, orthopedagogen en geregistreerde beoefenaars van een niet conventionele praktijk.

        Gezondheidszorg

        De wet op de patiėntenrechten is van toepassing op eenieder die één of andere vorm van gezondheidszorg ontvangt of uitoefent. Onder gezondheidszorg verstaan ze alle diensten die door een beroepsbeoefenaar verstrekt worden met het oog op het bevorderen, vaststellen, behouden, herstellen of verbeteren van de gezondheidstoestand van de patiėnt of om de patiėnt bij het sterven te begeleiden.


        Rechten van de patient

        • Recht op kwaliteitsvolle dienstverlening

          Iedereen heeft recht op een goede, zorgvuldige en kwaliteitsvolle dienstverlening. De best mogelijke zorg moet verstrekt worden in functie van de beschikbare medische kennis en technologie en met naleving van de geldende wetenschappelijke standaarden en aanbevelingen. Dit houdt echter niet in dat aan alle mogelijke individuele behoeften van elke patiėnt moet worden voldaan. Wel moeten uw morele, culturele en religieuze waarden als patiėnt gerespecteerd worden.

        • Recht op vrije keuze van de zorgverlener

          U kan als patiėnt zelf een beroepsbeoefenaar kiezen en u kan deze keuze steeds herzien. U heeft als patiėnt bovendien het recht om een tweede beroepsbeoefenaar te raadplegen voor een tweede advies (second opinion). Het recht op vrije keuze van de beroepsbeoefenaar geldt ook in het geval van een doorverwijzing naar een andere beroepsbeoefenaar.

          Dit recht op vrije keuze is echter niet absoluut. Het recht kan namelijk bij wet of door omstandigheden eigen aan de organisatie van de gezondheidszorg beperkt zijn. Zo zal uw keuze van beroepsbeoefenaar beperkt zijn in een ziekenhuis wanneer u kiest voor een geconventioneerde arts (zie Hoofdstuk 7 – Huisarts). Uw keuze is ook beperkt wanneer in een ziekenhuis van een bepaalde specialisatie maar één beroepsbeoefenaar (bijvoorbeeld gynaecoloog) aanwezig is.

        • Recht op informatie

          U heeft als patiėnt het recht om informatie te ontvangen waardoor u een beter inzicht krijgt in uw gezondheidstoestand en de vermoedelijke evolutie ervan. Dit moet gebeuren in een duidelijke taal waarbij rekening gehouden wordt met uw leeftijd, uw opleiding, en uw psychische draagkracht.

          De informatie omtrent uw gezondheidstoestand wordt meestal mondeling meegedeeld, maar u kan als patiėnt ook vragen om dit schriftelijk te bevestigen. Daarenboven kan u schriftelijk laten vastleggen dat de informatie eveneens aan uw vertrouwenspersoon wordt meegedeeld. De vertrouwenspersoon wordt aangeduid door de patiėnt en staat hem bij.

          Een vertrouwenspersoon is iemand die u bijstaat in het uitoefenen van uw rechten als patient, bij het verkrijgen van informatie en bij het inkijken van uw dossier.

          U heeft als patiėnt ook het recht om niet te weten: u kan vragen de informatie niet aan u mee te delen. Daarnaast kan u wel vragen dat de informatie aan uw vertrouwenspersoon wordt meegedeeld.

          De beroepsbeoefenaar kan u in sommige situaties toch informatie geven, ook wanneer u heeft aangegeven dat u dit niet wilde. Het gaat hier om situaties waaraan een ernstig nadeel is verbonden voor u als patiėnt en uw omgeving, bijvoorbeeld in geval van een besmettelijke ziekte.

          Tot slot kan de beroepsbeoefenaar ook weigeren informatie aan de patiėnt door te geven. We spreken dan van therapeutische exceptie. Dit is enkel mogelijk wanneer de arts vermoedt dat het meedelen van de informatie een ernstig nadeel voor de patiėnt met zich meebrengt.

          Aan volgende voorwaarden moet voldaan zijn opdat de beroepsbeoefenaar de patiėnt informatie kan weigeren op basis van de therapeutische exceptie:

          • de beroepsoefenaar moet vooraf een andere beroepsoefenaar raadplegen;
          • de beroepsbeoefenaar moet een schriftelijke motivering toevoegen aan het patiėntendossier;
          • indien de patiėnt een vertrouwenspersoon aanduidde, dan moet de beroepsbeoefenaar de informatie wel aan deze vertrouwenspersoon meedelen.

          Therapeutische exceptie is steeds tijdelijk en nooit definitief. Wanneer de beroepsbeoefenaar oordeelt dat de informatie geen ernstige schade meer kan berokkenen (bijvoorbeeld bij verhoging van uw draagkracht als patiėnt), zal hij verplicht zijn de patiėnt toch de informatie te geven.

        • Recht op toestemming na informatie

          De beroepsbeoefenaar kan geen enkele behandeling starten, verder zetten of stoppen zonder toestemming van de patiėnt. Het gaat hier om élke ‘tussenkomst’ van de beroepsbeoefenaar en niet enkel om de fysieke onderzoeken.

          U kan als patiėnt expliciet uw toestemming geven, we spreken dan van uitdrukkelijke toestemming.

          De toestemming kan impliciet gegeven worden en is dan afgeleid uit de gedragingen tijdens het geven van de informatie. Wanneer u als patiėnt bijvoorbeeld uw arm uitstrekt opdat de arts bloed kan afnemen, veronderstelt de wet dat u uw toestemming geeft voor de handeling van de arts. We spreken hier van stilzwijgende toestemming.

          Zowel de patiėnt als de beroepsbeoefenaar kan vragen de toestemming (of weigering) schriftelijk vast te leggen en toe te voegen aan uw patiėntendossier. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden wanneer het gaat om heel ingrijpende onderzoeken of behandelingen.

          Voordat de patiėnt zijn toestemming kan geven, moet de beroepsbeoefenaar informatie geven over:

          • het doel van de tussenkomst;
          • de aard van de tussenkomst;
          • het eventuele spoedeisende karakter van de tussenkomst;
          • de duur en de frequentie van de tussenkomst;
          • nevenwerkingen en risico’s van de tussenkomst;
          • nazorg gekoppeld aan de tussenkomst;
          • mogelijke alternatieven voor de voorgestelde tussenkomst;
          • financiėle gevolgen van de voorgestelde tussenkomst;
          • mogelijke gevolgen bij weigering van de voorgestelde tussenkomst.

          De informatie moet tijdig en voorafgaandelijk aan elke tussenkomst worden verstrekt zodat de patiėnt de tijd heeft om eventueel een andere beroepsbeoefenaar te raadplegen.

          U kan de beroepsbeoefenaar steeds om bijkomende informatie vragen. U kan uw recht om niet te weten ook hier uitoefenen. Daarentegen kan de beroepsbeoefenaar u als patiėnt de informatie echter niet onthouden. De therapeutische exceptie is in dit geval niet van toepassing aangezien u als patiėnt de informatie nodig hebt in functie van het al dan niet geven van uw toestemming.

          Wanneer de patiėnt wilsonbekwaam is (bijvoorbeeld door een coma), kan hij toch zijn recht uitoefenen om bepaalde tussenkomsten te weigeren. Dit kan enkel indien hij voorafgaandelijk een schriftelijke wilsverklaring heeft laten toevoegen aan zijn patiėntendossier waarin de weigering vermeld staat.

          Bij spoedgevallen handelt de beroepsbeoefenaar in het belang van de gezondheid van de patiėnt. Wanneer de patiėnt geen toestemming kan geven én de vertegenwoordiger is aanwezig, dan moet de beroepsbeoefenaar toestemming vragen aan uw vertegenwoordiger. Als de vertegenwoordiger niet onmiddellijk geraadpleegd kan worden zal de beroepsbeoefenaar acties ondernemen in het belang van de gezondheid van de patiėnt. Het recht op toestemming na informatie kan dus tijdelijk niet worden uitgeoefend. De beroepsbeoefenaar moet dit in het patiėntendossier vermelden en moet hij terug om toestemming vragen zodra de toestand dit toelaat of zodra de vertegenwoordiger bereikbaar is.

          De vertegenwoordiger is iemand die uw rechten vertegenwoordigt op het moment dat u dit zelf niet (meer) kan bijvoorbeeld bij minderjarigen, comapatiėnten, …

          Bij het niet geven van de toestemming (weigering) of bij bedenkingen (intrekken van de toestemming) kan de patiėnt of de beroepsbeoefenaar vragen om dit te noteren en toe te voegen aan het patiėntendossier. Zowel de weigering als de intrekking van de toestemming moet altijd gerespecteerd worden door de beroepsbeoefenaar. In geval van weigering moet de beroepsbeoefenaar de patiėnt steeds op de hoogte brengen van de gevolgen van de weigering en moet hij een alternatieve behandeling voorstellen of moet hij de patiėnt doorverwijzen naar een andere beroepsbeoefenaar.

          De toestemming van de patiėnt is niet noodzakelijk bij de stopzetting van een behandeling wanneer blijkt dat deze geen enkele zin meer heeft. We spreken hier over therapeutische hardnekkigheid.

        • Rechten in verband met het patiėntendossier

          Het patiėntendossier bevat alle documentatie in het kader van de professionele relatie tussen de patiėnt en de beroepsbeoefenaar. Algemeen genomen gaat het over de volgende gegevens :

          • gegevens omtrent de identiteit en de adresgegevens van de patiėnt;
          • medische informatie: resultaten van onderzoeken, notities van de beroepsbeoefenaar, …

          Recht op inzage

          U heeft als patiėnt het recht om uw patiėntendossier in te kijken wanneer u dit aanvraagt. Binnen een termijn van maximum 15 dagen moet u uw dossier kunnen inkijken. De beroepsbeoefenaar heeft dan voldoende tijd gehad om uw dossier na te kijken en voor inzage klaar te maken. Dit laatste is noodzakelijk aangezien u als patiėnt geen inzage hebt in volgende gegevens:

          • persoonlijke notities van de beroepsbeoefenaar: deze gegevens worden ook niet meegedeeld aan andere leden van het team (indien dit wel het geval is, zijn ze niet meer persoonlijk en dus ook ter inzage van de patiėnt);
          • gegevens met betrekking tot een derde persoon;
          • gegevens in het kader van de therapeutische exceptie.

          Bij het inkijken van uw dossier kan u als patiėnt u steeds laten bijstaan door een vertrouwenspersoon of een beroepsbeoefenaar naar keuze die het dossier in uw plaats inkijkt. Indien de vertrouwenspersoon een beroepsbeoefenaar is, heeft hij een ruimer recht op inzage: hij mag alle gegevens, dus ook de persoonlijke notities, lezen. Uitzonderingen hierop vormen de gegevens over derden.

          Recht op afschrift

          U heeft als patiėnt het recht op een afschrift (een kopie) van een deel van uw patiėntendossier. Dit kan echter niet kosteloos, u zal hiervoor een werkelijke kostprijs (bijvoorbeeld de kopiekosten) moeten betalen. Het recht op afschrift is op dezelfde wijze beperkt als het recht op inzage.

          De beroepsbeoefenaar moet een afschrift weigeren wanneer er aanwijzigen zijn dat de patiėnt onder druk wordt gezet door derden zoals bijvoorbeeld een verzekeringsmaatschappij, werkgever,…

          Een beperkt aantal van de nabestaanden hebben recht op inzage in het dossier van de overleden patiėnt via een door hen aangeduide beroepsbeoefenaar. Het gaat om volgende nabestaanden:

          • echtgenoot of (al dan niet) samenwonende partner;
          • bloedverwanten tot en met de tweede graad (ouder, kind, broer of zus, kleinkind, grootouder).

          Voordat deze personen inzage kunnen verkrijgen, moeten een aantal voorwaarden ingevuld worden:

          • er was geen verzet van de patiėnt tijdens zijn leven tegen een dergelijke inzage;
          • de personen moeten een voldoende gemotiveerd en gespecificeerd belang (testament, erfelijkheid, verzekeringsovereenkomst, aansprakelijkheidsprocedure) kunnen voorleggen dat opweegt tegen de privacy van de overleden patiėnt;
          • de nabestaanden kunnen enkel de documenten van het dossier inzien die relevant zijn;
          • nabestaanden kunnen dit recht enkel uitoefenen via een beroepsbeoefenaar.

        • Recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer

          U heeft als patiėnt recht op bescherming van uw persoonlijke levenssfeer bij iedere tussenkomst van de beroepsbeoefenaar. Een onderdeel van dit recht is de ruimtelijke privacy. Hier is uitdrukkelijk bepaald dat bij een tussenkomst enkel personen aanwezig mogen zijn van wie de aanwezigheid beroepshalve vereist is. Andere personen kunnen enkel aanwezig zijn indien u hiermee toestemt. Zo heeft u het recht om uw vertrouwenspersoon mee te nemen naar bijvoorbeeld een bezoek aan de huisarts.

          Uw persoonlijke levenssfeer moet ook beschermd worden op het vlak van de informatie over uw gezondheidstoestand. Het is verboden om u of de beroepsbeoefenaar onder druk te zetten om informatie aan derden mee te delen zoals aan verzekeringsmaatschappijen of de werkgever.

          In uitzonderlijke gevallen mag de informatie wel meegedeeld worden aan derden, dit mag enkel gebeuren wanneer:

          • het uitdrukkelijk bij wet voorzien is;
          • het nodig is voor de bescherming van de volksgezondheid of van de rechten en vrijheden van derden (bijvoorbeeld bij een gerechtelijk onderzoek) zolang er een redelijke verhouding tussen dit doel en de inmenging in de persoonlijke levenssfeer bestaat.

        • Recht op klachtenbemiddeling

          Het recht op klachtenbemiddeling is noodzakelijk om de rechten van de patiėnt effectief te realiseren. Het heeft geen zin om de patiėnt rechten toe te kennen zonder dat hij weet tot welke kanalen hij zich moet richten als zijn rechten als patiėnt geschonden worden.

          Op lokaal niveau: algemeen ziekenhuis

          Sinds 1 november 2003 heeft elk algemeen ziekenhuis een ombudspersoon in dienst. Het ziekenhuis moet vooreerst een aantal taken vervullen opdat de ombudspersoon zijn werk kan uitvoeren:

          • alle patiėnten moeten informatie ontvangen over de ombudsdienst;
          • de ombudspersoon moet onverhinderd contact kunnen hebben met alle personen die bij een klacht betrokken zijn;
          • de klachten moeten binnen een redelijke termijn behandeld kunnen worden;
          • de ombudsdienst moet in alle onafhankelijkheid kunnen werken en mag niet gesanctioneerd worden voor daden die passen in het kader van de ombudsfunctie.

          U kan als patiėnt met uw klacht omtrent opname, de behandeling of het verblijf in het ziekenhuis (gratis) terecht bij de bevoegde ombudspersoon. Deze persoon heeft een bemiddelende en een preventieve taak waartoe volgende opdrachten behoren:

          • het informeren van de patiėnt over de organisatie, werking en procedureregels van de ombudsfunctie;
          • het voorkomen van ontevredenheid en klachten door een betere communicatie tussen de patiėnt en de beroepsbeoefenaar;
          • het bemiddelen bij klachten met het oog op het bereiken van een oplossing;
          • het inlichten van de patiėnt over verdere mogelijkheden om klachten af te handelen indien de ombudspersoon zelf geen oplossing bereikt heeft;
          • het opstellen van een jaarverslag met een overzicht van het aantal, het onderwerp en het resultaat van de klachten;
          • het formuleren van aanbevelingen om tekortkomingen, die aanleiding zijn tot klachten, te verhelpen en te voorkomen.

          Indien u niet tevreden bent over de behandeling van uw klacht door de ombudsdienst in het ziekenhuis, kan u hierover klacht indienen bij de Federale Commissie ‘Rechten van de Patiėnt’.

          Op lokaal niveau: psychiatrisch ziekenhuis

          Psychiatrische ziekenhuizen hebben de keuze tussen de installatie van een interne ombudsdienst of het gebruik van externe ombudsdienst van provinciale overlegplatforms in de Geestelijke Gezondheidszorg voor het behandelen van klachten van patiėnten.

          De ombudspersonen kan u bereiken op volgende adressen. Deze personen bemiddelen ook in Beschut Wonen en psychiatrische verzorgingstehuizen.
          Provincie Antwerpen

          Overlegplatform Geestelijke Gezondheid Antwerpen
          Boomgaardstraat 22 bus 110
          2600 Berchem
          Tel: 03/240 61 81

          Provincie Limburg

          Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg Limburg
          p.a. Spil vzw

          Provinciehuis
          2de Directie – afdeling 4
          Universiteitslaan 1
          3500 Hasselt
          Tel: 011/23 72 99

          Provincie Oost-Vlaanderen

          Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg Oost-Vlaanderen
          Oude Abdij
          Drongenplein 26

          9031 Drongen
          Tel: 09/216 65 50

          Provincie West-Vlaanderen

          Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg West-Vlaanderen
          Annuntiatenstraat 92
          8000 Brugge

          Provincie Vlaams-Brabant

          Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg Vlaams-Brabant
          vzw Logistiek VLABO

          Groeneweg 151
          3001 Heverlee
          Tel: 016/27 03 18

          Federale ombudsdienst

          De wet op de patiėntenrechten voorziet ook in een federale ombudsdienst, opgericht binnen de federale commissie ‘Rechten van de patiėnt’. Deze ombudsfunctie heeft dezelfde taken als de lokale ombudsfuncties met dat verschil dat het gaat om klachten over beroepsbeoefenaars waarvoor geen specifieke ombudsdienst is opgericht (bijvoorbeeld huisartsen, apothekers, …). De ombudspersoon van de federale ombudsdienst behandelt deze ambulante klachten. Zij evalueren ook de werking van de ombudsdiensten in de ziekenhuizen. Een klacht kan bij de federale ombudsdienst enkel schriftelijk worden ingediend.

          Voor de Nederlandstalige ombudspersoon kan u terecht bij:

          FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
          Directoraat-generaal Organisatie gezondheidsvoorzieningen
          Federale Ombudsdienst “Rechten van de patiėnt”
          Eurostation blok 2
          Victor Hortaplein 40 bus 10
          1060 Brussel
          Tel: 02/524 85 20

          Indien u meer informatie wenst over de wet op de patiėntenrechten kan u steeds terecht bij het Vlaams Patiėntenplatform:

          Vlaams Patiėntenplatform
          Groeneweg 151
          3001 Heverlee
          Tel: 016/23 05 26

          Website: http://www.vlaamspatientenplatform.be/

          De brochure rond patiëntenrechten kan u gratis verkrijgen bij het Vlaams Patiëntenplatform, de Werkgroep Thuisverzorgers vzw. Ook de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van Voedselketen en Leefmilieu geeft een brochure rond patiëntenrechten uit:

          FOD Volksgezondheid, Veiligheid van Voedselketen en Leefmilieu
          Directoraat-Generaal Organisatie Gezondheidszorgvoorzieningen
          Dienst Legal Management
          Victor Hortaplein 40 bus 10
          1060 Brussel


        Nuttige adressen

        • Vlaams Patiėntenplatform
          Groeneweg 151
          3001 Heverlee
          Tel: 016/23 05 26
          Website: http://www.vlaamspatientenplatform.be/

        • Overlegplatform Geestelijke Gezondheid Antwerpen
          Boomgaardstraat 22 bus 110
          2600 Berchem
          Tel: 03/240 61 81

        • Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg Limburg
          p.a. Spil vzw
          Provinciehuis
          2de Directie – afdeling 4
          Universiteitslaan 1
          3500 Hasselt
          Tel: 011/23 72 99

        • Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg Oost-Vlaanderen
          Oude Abdij
          Drongenplein 26
          9031 Drongen
          Tel: 09/216 65 50

        • Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg West-Vlaanderen
          Annuntiatenstraat 92
          8000 Brugge

        • Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg Vlaams-Brabant vzw Logistiek
          Groeneweg 151
          3001 Heverlee
          Tel: 016/27 03 18

        • FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
          Directoraat-generaal Organisatie gezondheidsvoorzieningen
          Dienst Legal Management
          Victor Hortaplein 40 bus 10
          1060 Brussel
          Tel: 02/524 85 20

        Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH)


        Voorstelling van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap

        1. Wat?

          Vlaams Agentschap wil de sociale integratie van mensen met een handicap bevorderen en tussenkomen in de kosten die daarmee te maken hebben.

        2. Voor wie?

          Het Vlaams Agentschap richt zich specifiek tot:

          • personen die nog geen 65 zijn op het ogenblik van inschrijving (personen die voor hun 65ste zijn ingeschreven, kunnen achteraf een beroep blijven doen op het Agentschap);
          • met een lichamelijke, zintuiglijke, mentale en/of psychische handicap;
          • die effectief in België verblijven;
          • en die als gevolg van hun handicap langdurige en ernstige beperkingen ondervinden.

          Het gaat hier om mensen met een blijvende handicap. Wie een tijdelijke handicap heeft, moet een beroep doen op het ziekenfonds.

        3. Inschrijving

          Als u van de dienstverlening van het Vlaams Agentschap gebruik wil maken, moet u erkend zijn door het Vlaams Agentschap. Hiervoor moet u zich inschrijven bij de provinciale afdeling, afhankelijk van uw woonplaats. Deze inschrijving gaat gepaard met een grondig onderzoek.

          Uw provinciale afdeling zal u doorverwijzen naar een Multidisciplinair Team, dit zijn diensten die erkend zijn door het Vlaams Agentschap. Het gaat om Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB’s), Centra voor Maatschappelijk Werk van de ziekenfondsen, Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW’s), diensten voor geestelijke gezondheidszorg, consultatiebureaus, sociale diensten van ziekenhuizen enzovoort. Zij kunnen, in samenwerking met u, uw dossier samenstellen. Deze dienstverlening is gratis. In elke provincie zijn er zo’n 50 door het Vlaams Agentschap erkende Multidisciplinaire Teams.

          Samen met het Multidisciplinair Team stelt u uw dossier op:

          • het aanvraagformulier (formulier A001) bevat alle formele gegevens zoals naam, adres, leeftijd en een korte beschrijving van wat u van het Vlaams Agentschap verwacht (u kan zich niet inschrijven zonder een concrete zorgvraag);
          • het multidisciplinair verslag (formulier A002) bevat alle gegevens die nodig zijn om te oordelen over uw handicap en de gevraagde dienstverlening: medische, psychologische en sociale gegevens, maar ook gegevens over de opleiding die u kreeg of over bepaalde problemen die u ondervindt.

          Uw dossier kan enkel nog door het Multidisciplinair Team elektronisch verstuurd worden naar de provinciale afdeling.

          Als het dossier volledig is, wordt de aanvraag binnen twee maanden voorgelegd aan de Provinciale Evaluatiecommissie (PEC), samengesteld uit geneesheren, orthopedagogen, sociaal assistenten, juristen,… Er wordt vooraf meegedeeld op welke dag dat gebeurt. Als de persoon met een handicap dat wil, kan hij op deze vergadering zijn zorgvraag komen toelichten.

          Hierna krijgt u een brief met de beslissing of u al dan niet ingeschreven wordt bij het Vlaams Agentschap en op welke diensten u een beroep kan doen, vanaf welke datum dat kan of hoe groot het eventueel toegekende bedrag is.

          Is de beslissing van de provinciale afdeling negatief, dan krijgt u een ‘voornemen van een negatieve beslissing’. Dit is geen definitieve weigering: binnen dertig dagen kan u aangetekend een ‘verzoekschrift tot heroverweging’ sturen naar het hoofd van de provinciale afdeling. Een aparte adviescommissie onderzoekt uw zorgvraag opnieuw.

        4. Dienstverlening

          De dienstverlening die het Vlaams Agentschap aan personen met een handicap biedt, kan onderverdeeld worden in vier categorieën.

          • Individuele materiële bijstand

            Individuele materiële bijstand heeft betrekking op het toekennen van financiële tussenkomsten voor hulpmiddelen en aanpassingen die de beperkingen als gevolg van een handicap opvangen. Als u een tussenkomst aanvraagt, moet u dat doen voor u het hulpmiddel of de aanpassing aankoopt. Alleen als u voor de eerste keer een aanvraag doet, kan u bij wijze van uitzondering hulpmiddelen aankopen tot maximum 1 jaar voorafgaand aan uw aanvraag.

            De bijstandskorf werd door een besluit van de Vlaamse Regering op 14 mei 2004 afgeschaft. Op 1 juli ging de nieuwe regeling van kracht waarin je geen korf meer krijgt voor 4 jaar. Dit geldt voor al wie een aanvraag indient na 1 juli 2004. Maar al wie een beslissing had voor 1 juli 2004 over hulpmiddelen waar hij/zij nog recht op heeft, mag die nog aankopen. De beslissing blijft geldig.

            In het besluit van 14 mei wordt echter wel de “intering” onmogelijk. Intering wil zeggen dat u kan schuiven met budgetten, het budget dat u toegekend kreeg voor apparaat x kan u gebruiken om het verschil voor apparaat y dat toch duurder is dan het bedrag op de refertelijst bij te passen.

            Dus wie voor 1 juli een beslissing had voor een korf werkt hier nog steeds mee maar kan alleen niet meer interen. Indien die persoon echter nu een hulpmiddel wil aanvragen die niet in die korf zit valt die aanvraag onder het nieuwe systeem.

            De meest voorkomende hulpmiddelen (en voorwaarden van tussenkomst) zijn opgenomen in een refertelijst. Het gaat hier om middelen omtrent de aanpassing van een woning, mobiliteit, communicatiemiddelen, pedagogische hulp bij hoger onderwijs enzovoort. Deze lijst wordt regelmatig aangepast. Voor hulpmiddelen die niet in deze lijst opgenomen zijn of waarvan de marktprijs erg verschilt met het bedrag op deze lijst, kan u een aanvraag indienen bij de Bijzondere Bijstandscommissie (BBC). Voorwaarden zijn wel dat het hulpmiddel minstens €250,00 kost en dat de noodzaak, de meerkost, doelmatigheid en gebruiksfrequentie ervan kunnen worden aangetoond. De refertelijst kan u terugvinden op de website van het Vlaams Agentschap.

            Het Vlaams Agentschap komt niet enkel tussen in de aankoop van nieuwe hulpmiddelen, maar ook in de aankoop van tweedehandsmiddelen en de huur van hulpmiddelen in gans Europa.

            Zoals we al eerder gezegd hebben moet de aanvraag voor individuele materiële bijstand ingediend worden vooraleer het materiaal wordt aangekocht. Samen met het Multidisciplinair Team moet u bij uw dossier een voorstel toevoegen van het materiaal dat u wil aanschaffen en waarvoor u een tegemoetkoming wenst. De Provinciale Evaluatiecommissie en de administratie van het Vlaams Agentschap beslissen over welke hulpmiddelen aangekocht kunnen worden. Materiaal dat niet vermeld werd bij de aanvraag of dat geen positieve beslissing kreeg, zal in principe niet terugbetaald worden. De terugbetaling van de hulpmiddelen of aanpassingen gebeurt enkel op basis van facturen die dateren van na de aanvraagdatum.

            Wanneer u het niet eens is met een bepaalde beslissing, is er altijd een mogelijkheid om dit aan te vechten. Lees daarom aandachtig op de formulieren wat u hiervoor moet doen. Indien u nieuwe hulpmiddelen nodig hebt, dient u opnieuw een aanvraag in.

            Let op! Het Vlaams Agentschap komt pas tussen als er op geen enkele andere manier een tussenkomst kan worden gekregen. Eerst dient u dus na te gaan of u bij een andere instantie geen recht heeft op een bepaalde tussenkomst.

          • Zorg

            De opvang- en begeleidingsvormen waartoe u via het Vlaams Agentschap toegang kan krijgen, zijn verschillend. Er zijn begeleidingsdiensten voor wie thuis woont, systemen voor deeltijdse en voltijdse opvang en overgangsmogelijkheden tussen de twee. Verschillende zorgvormen kunnen ook worden gecombineerd. Door het zorg-op-maat-principe poogt het Vlaams Agentschap de zorgvorm aan te bieden die voor de persoon met een handicap en zijn gezin het meest geschikt is. De bedoeling is het zorgaanbod beter te differentiëren en flexibeler in te spelen op zorgvragen en zorgbehoeften van personen met een handicap.

            Personen met een handicap die thuis wonen, kunnen begeleid worden door een dienst voor thuisbegeleiding of een dienst begeleid wonen. Voor kinderen en volwassenen bestaan mogelijkheden voor dagopvang (semi-internaten en dagcentra). Wanneer thuisverblijf niet meer mogelijk is, kan er in permanente opvang voorzien worden in de tehuizen voor werkenden en niet-werkenden en speciale internaten voor kinderen.

            Voor veel voorzieningen bestaat er een wachtlijst. Om te vermijden dat u zelf op zoek moet gaan naar een plaats, worden die wachtlijsten centraal bijgehouden per provincie. De dringendste zorgvragen krijgen hier voorrang. Van het moment dat er een plaats vrijkomt die bij uw vraag past, wordt u daarvan op de hoogte gesteld.

            De lijst van de door het Vlaams Agentschap erkende voorzieningen vindt u bij uw provinciale afdeling of op de website.

            Een ander belangrijk onderdeel bij de dienstverlening betreffende zorg van het Vlaams Agentschap is het ‘Persoonlijk Assistentiebudget (PAB)’. U kan hierover meer lezen hieronder.

          • Opleiding en tewerkstelling

            Omdat arbeid en inkomen erg belangrijk zijn voor de sociale integratie, voorziet het Vlaams Agentschap in een reeks van maatregelen die de tewerkstelling van personen met een handicap bevordert. In een aantal gevallen biedt bijscholing of omscholing aan een persoon met een handicap de mogelijkheid om een gepaste betrekking te vinden. Er is ook specifieke arbeidstrajectbegeleiding voor mensen met een arbeidshandicap. De trajectbegeleidingsdiensten stellen een situatiegebonden stappenplan op en begeleiden de zoektocht naar werk. Wanneer tewerkstelling op de algemene arbeidsmarkt niet de beste oplossing biedt, kan een beschutte tewerkstelling een alternatief zijn.

            Als u ingeschreven is bij het Vlaams Agentschap, kan uw werkgever verschillende tussenkomsten ontvangen:

            • Compensatie op het loon

              Er zijn twee mogelijke loonsubsidies waartussen uw werkgever kan kiezen. Welke compensatie het interessantst is, hangt af van de specifieke situatie.

              CAO 26

              Voor de compensatie CAO 26 bepaalt de sociale inspectie het rendementsverlies dat de onderneming ondervindt. Deze jaarlijkse verlengbare compensatie kan afhankelijk van de beperkingen oplopen tot 50% van de totale loonkost. De sociale inspectie stelt het percentage rendementsverlies in principe jaarlijks vast.

              VIP

              De Vlaamse Inschakelingspremie (VIP) blijft geldig tijdens de hele tewerkstellingsperiode en bedraagt 30% van het referteloon, vermeerderd met de sociale lasten. De premie ligt gemiddeld iets lager dan de CAO 26-premie, maar brengt minder papierwerk mee voor de werkgever en wordt gemiddeld sneller uitbetaald.

            • Terugbetaling van de meerkosten

              Het Vlaams Agentschap betaalt de meerkosten terug die de werkgever maakt voor de aanpassing van een arbeiderspost.

              De werkgever kan deze compensaties tegelijk aanvragen bij uw provinciale afdeling. Het Vlaams Agentschap stuurt dan de nodige documenten op en begeleidt u en uw werkgever bij de te nemen stappen.

              Het Vlaams Agentschap kan, onder bepaalde voorwaarden, ook uw kosten voor arbeidskledij, arbeidsgereedschap of verplaatsing van en naar het werk terugbetalen. Ook assistentie door persoonlijke assistenten of doventolken op de werkvloer is mogelijk.

              Voor meer informatie hierover kan u terecht bij uw provinciale afdeling.

          • Persoonlijk Assistentiebudget (PAB)

            Sarah, sinds enkele jaren rolstoelgebruiker, heeft een ‘persoonlijk assistentiebudget’. Ze heeft op jaarbasis een budget van €15 000,00 ter beschikking. Haar familie is daar heel blij om en zelf voelt ze zich minder afhankelijk dan vroeger. Sarah durfde vroeger moeilijk op straat te komen; ze was bang in het drukke verkeer. In haar assistent, die ze zelf heeft gekozen en die ze met haar budget betaalt, heeft ze volledig vertrouwen. Nu begeeft ze zich veel vaker buitenshuis. Het betekent voor haar een belangrijke stap naar meer zelfstandigheid.

            Wat?

            Een Persoonlijk Assistentiebudget (PAB) is een som geld die het Vlaams Agentschap toekent aan u, als persoon met een handicap, en die u uitgeeft aan de assistentie die u nodig heeft vanwege uw handicap. De som verschilt in functie van de hoeveelheid assistentie die u nodig heeft.

            Als u een PAB wordt toegekend, dan wordt u een ‘budgethouder’. Met dit budget betaalt u personen die u zelf kiest; deze worden ‘persoonlijke assistenten’ genoemd. U wordt hun werkgever. U kan om het even wie kiezen, dus ook gezins- en/of familieleden, maar hier bestaan een paar uitzonderingen:

            • de voorlopig bewindvoerder kan geen assistent zijn als de vrederechter dit niet goedkeurt;
            • en de enige ouder kan geen assistent zijn van het minderjarige kind met een handicap.

            Het systeem is enkel voor mensen die er uitdrukkelijk voor kiezen!

            Aanvraagprocedure

            Om een aanvraag voor PAB in te dienen moet u aangesloten zijn bij het Vlaams Agentschap. Indien dit nog niet het geval is, volg dan de procedure zoals vermeld in rubriek ‘13.1.3 Inschrijving’. Als u al ingeschreven is, vult u het PAB-aanvraagformulier in en stuurt het op naar uw provinciale afdeling van het Vlaams Agentschap. Dit formulier kan u verkrijgen bij de provinciale afdeling zelf of op de website van het Vlaams Agentschap.

            Tijdens de inschaling, dit is een gesprek met een Multidisciplinair Team, wordt een evaluatie gemaakt van uw beperkingen en uw behoefte aan assistentie. Er wordt ook een inschatting gemaakt van het gemiddeld aantal door u benodigde uren assistentie per week. Bereid u goed op dit gesprek voor, hiervan hangt immers deels uw erkenning af. U kan bij voorbeeld een weekschema maken van activiteiten waarbij u assistentie kan gebruiken.

            Hierna beslist de Deskundigencommissie of u in aanmerking komt voor een PAB en hoeveel uw budget zal bedragen (dit is minimaal minimaal €8 323,78 en maximaal €38 844,29 – bedragen 2007). De Vlaamse regering bepaalt welke groepen van personen voorrang hebben op een PAB. Jaarlijks wordt dit eventueel aangepast. Bij de beoordeling of u in aanmerking komt, wordt onder meer rekening gehouden met de aanvraagdatum, de ernst van uw handicap en uw graad van zorgbehoevendheid.

            De beslissing wordt schriftelijk meegedeeld. Tegen deze beslissing kan u beroep aantekenen. Dit doet u door binnen dertig dagen na de beslissingsname een aangetekend schrijven te sturen naar de arbeidsrechtbank van het arrondissement waar u woont.

            Start

            1. Indienstname van persoonlijke assistenten

              Als werkgever moet u zelf of via bestaande organisaties (een zelfstandige hulpverlener, een interimkantoor, de lokale werkwinkel), binnen drie maanden na de toekenning van het PAB, een assistent aanwerven. Indien u dit zelf doet, moet u zelf de vacatures plaatsen, selectiegesprekken afnemen, loon bepalen, arbeidsovereenkomst afsluiten, aansluiten bij instanties zoals RSZ enzovoort. U bepaalt ook zelf de frequentie en het takenpakket van de persoonlijk assistent.

              U moet er wel op letten dat uw persoonlijk assistent meerderjarig is en dat u altijd de arbeidsreglementering toepast.

            2. Takenpakket van de persoonlijk assistenten

              • assistentie bij huishoudelijke activiteiten;
              • assistentie bij lichamelijke activiteiten;
              • helpen bij uw verplaatsingen;
              • helpen bij uw dagelijkse taken;
              • begeleiden van uw kind met een handicap.

            Deze taken kunnen zowel praktisch, inhoudelijk als organisatorisch zijn. Sommige taken kan u als persoon met een handicap zelf aan, bij andere taken heeft u agogisch, pedagogisch of orthopedagogisch begeleiding of ondersteuning nodig.

            Uitbetaling door het Vlaams Agentschap

            Het budget dat u het eerste jaar ontvangt, hangt af van de datum waarop uw eerste assistent bij u komt werken.

            Een voorbeeld: De Deskundigencommissie kende u op 1 januari 2005 een budget toe van €30 000,00 op jaarbasis. Uw eerste contract start op 1 februari 2005. In 2005 ontvangt u dan 11/12 van uw jaarbudget (€27 500,00). Vanaf 2006 ontvangt u jaarlijks €30 000,00.

            Per kwartaal ontvangt u één vierde van het jaarlijks toegekende budget. Dit bedrag geldt als voorschot voor uw uitgaven van de rest van het jaar en wordt via een overschrijving op uw rekening gestort. Per kwartaal geeft u de onkosten (met bewijsstukken) door aan het Vlaams Agentschap: minstens 95 % van uw PAB dient u te besteden aan personeelskosten (lonen, verzekeringskosten, zorgconsulent enzovoort), maximaal 5 % mag besteed worden aan indirecte kosten (zoals telefoonkosten, verplaatsingskosten en lidmaatschap budgethoudersvereniging). Op het einde van het kalenderjaar maakt het Vlaams Agentschap een afrekening. Als dan het volledige jaarbudget niet werd opgebruikt, moet u het resterende bedrag terugbetalen.

            Het allereerste voorschot van uw PAB wordt betaald wanneer het Vlaams Agentschap een kopie heeft van de arbeidsovereenkomst met uw persoonlijk assistent en het “startformulier”.

            Wie kan u begeleiden bij uw PAB-dossier?

            Zorgconsulenten

            Dit zijn personen die door het Vlaams Agentschap gemachtigd zijn om u – indien u dit wenst – advies te geven en bij te staan bij het opstellen, uitvoeren en bijsturen van uw assistentieplan. U mag de kosten hiervoor betalen met uw PAB. Indien u een beroep wenst te doen op een zorgconsulent, vermeld dit dan bij uw inschaling: bij de bepaling van de budgethoogte wordt hiermee immers rekening gehouden.

            De gegevens van de zorgconsulenten vindt u terug op de website van het Vlaams Agentschap: http://www.vaph.be/

            Budgethoudersverenigingen

            Dit zijn verenigingen die de taak hebben de persoon met een handicap, indien hij dit wenst, te informeren over het PAB. Als u – tegen betaling – lid wordt van één van deze verenigingen, kan u bij voorbeeld vormingsbijeenkomsten bijwonen of persoonlijk advies en informatie ontvangen over de opdrachten en de verplichtingen die u heeft als werkgever van persoonlijke assistent(en) en als beheerder van uw budget.

            Wanneer u een aanvraag voor PAB wenst in te dienen, kunnen deze verenigingen ook uitgebreide informatie verstrekken over de aanvraagprocedure.

            De lidmaatschapskosten mogen met uw PAB betaald worden.

            Adressen:

            Budgethoudersvereniging Onafhankelijk Leven (BOL)
            Kerkstraat 108
            9050 Gentbrugge
            Tel: 09/324 38 77
            Website: http://www.bol-budiv.be

            Budgethoudersvereniging Vlaanderen (VLABU)
            Spinnerijstraat 107
            8500 Kortrijk
            Website: https://www.kortrijk.be/bedrijvengids/budgethoudersvereniging-vlaanderen

            Budgethoudersvereniging Zorg-Inzicht
            Stasegemsesteenweg 110
            8500 Kortrijk
            Tel: 056/23 70 27
            Website: http://www.zorg-inzicht.be

            Deze adressen vindt u ook terug op de website van het Vlaams Agentschap: http://www.vaph.be/ of kan u verkrijgen bij uw provinciale afdeling.

            Meer informatie

            Voor meer informatie kan u terecht bij de PAB-cel van het Vlaams Agentschap:

            PAB-cel van het Vlaams Agentschap
            Sterrenkundelaan 30
            1210 Brussel
            Tel: 0800/97 907
            Website: http://www.vaph.be/

        5. Klachten en informatie

          Als u een klacht heeft, dan kan u terecht bij de Ombudsdienst van het Vlaams Agentschap. Er zijn twee soorten klachten:

          • een klacht omtrent de werking van het Vlaams Agentschap;
          • of een klacht omtrent diensten of voorzieningen die door het Vlaams Agentschap betaald worden.

          De Ombudsdienst van het Vlaams Agentschap zal u daarbij verder helpen. Als u een klacht heeft over een voorziening die door het Vlaams Agentschap erkend is, contacteer dan eerst de voorziening zelf. Als u daar geen gehoor krijgt of als de interne klachtenprocedure uitgeput is, kan u een beroep doen op de Ombudsdienst van het Vlaams Agentschap.

          Indien u meer wil weten over de werking van het Vlaams Agentschap, kan u ook hier terecht.

          Vlaams Agentschap – Ombuds- en Informatiedienst
          Klachtendienst
          Sterrenkundelaan 30
          1210 Brussel
          Tel: 02/225 85 97

        6. Adressen

          Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap – Hoofdbestuur
          Sterrenkundelaan 30
          1210 Brussel
          Tel: 02/225 84 11
          Website: http://www.vaph.be/

          Wie een dossier heeft bij het Vlaams Agentschap kan daar steeds vragen over stellen. Hiervoor kan u terecht bij uw provinciale afdeling:

          Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap – provincie Vlaams-Brabant
          Brouwersstraat 3
          3000 Leuven
          Tel: 016/31 12 11

          Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap – provincie Oost-Vlaanderen
          Kortrijksesteenweg 788

          9000 Gent
          Tel: 09/269 23 11

          Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap – provincie Antwerpen
          Potvlietlaan 5
          2060 Berchem
          Tel: 03/270 34 40

          Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap – provincie Limburg
          Ilgatlaan 7
          3500 Hasselt
          Tel: 011/27 43 54

          Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap – provincie West-Vlaanderen
          Magdalenastraat 20
          8200 Brugge
          Tel: 050/40 67 11


        Persoonsgebonden budget (PGB)

        Het persoonsgebonden budget (PGB) houdt een nieuwe financiering in van de bijstand die door het Vlaams Agentschap aan personen met een handicap wordt geboden. De persoon met een handicap zal door het Vlaams Agentschap een budget toegewezen krijgen waarmee hij zelf zijn zorg kan organiseren en inkopen. Het persoonsgebonden budget zal het huidige Persoonlijk Assistentiebudget omvatten, evenals de individuele materiële bijstand. Ook zorg die via instellingen wordt geboden, zal ‘ingekocht’ kunnen worden. Men verwacht op die manier dat instellingen meer zorg op maat van de betrokken persoon met een handicap zullen bieden.

        Waarschijnlijk zullen de eerste persoonsgebonden budgetten pas na 2007 worden toegekend. Hoe de procedure tot aanvraag van een budget er zal uitzien, is nog niet bekend.


        Nuttige adressen

        Vlaams Agentschap – Ombuds- en Informatiedienst
        Klachtendienst
        Sterrenkundelaan 30
        1210 Brussel
        Tel: 02/225 85 97

        Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap – Hoofdbestuur
        Sterrenkundelaan 30
        1210 Brussel
        Tel: 02/225 84 11
        Fax: 02/225 84 05
        Website: http://www.vaph.be/

        Wie een dossier heeft bij het Vlaams Agentschap kan daar steeds vragen over stellen. Hiervoor kan u terecht bij uw provinciale afdeling:

        Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap – provincie Vlaams-Brabant
        Brouwersstraat 3
        3000 Leuven
        Tel: 016/31 12 11

        Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap – provincie Oost-Vlaanderen
        Kortrijksesteenweg 788

        9000 Gent
        Tel: 09/269 23 11

        Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap – provincie Antwerpen
        Potvlietlaan 5
        2060 Berchem
        Tel: 03/270 34 40

        Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap – provincie Limburg
        Ilgatlaan 7
        3500 Hasselt
        Tel: 011/27 43 54

        Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap – provincie West-Vlaanderen
        Magdalenastraat 20
        8200 Brugge
        Tel: 050/40 67 11

        Budgethoudersvereniging Onafhankelijk Leven (BOL)
        Kerkstraat 108
        9050 Gentbrugge
        Tel: 09/324 38 77
        Website: http://www.bol-budiv.be

        Budgethoudersvereniging Vlaanderen (VLABU)
        Spinnerijstraat 107
        8500 Kortrijk
        Website: https://www.kortrijk.be/bedrijvengids/budgethoudersvereniging-vlaanderen

        Budgethoudersvereniging Zorg-Inzicht
        Stasegemsesteenweg 110
        8500 Kortrijk
        Tel: 056/23 70 27
        Website: http://www.zorg-inzicht.be

        PAB-cel van het Vlaams Agentschap
        Sterrenkundelaan 30

        1210 Brussel
        Tel: 0800/97 907
        Website: http://www.vaph.be/

        Extra tegemoetkomingen en voordelen

        Dit hoofdstuk behandelt de extra tegemoetkomingen en voordelen waarop u een beroep kan doen.

        Informeer u steeds bij:

        • de sociale dienst van het OCMW;
        • uw ziekenfonds;
        • uw gemeente;
        • bij andere sociale diensten;
        • of bij Werkgroep Thuisverzorgers.

        Informatie specifiek voor personen met een handicap vindt u op de website: http://handicap.belgium.be/nl/index.htm.

        Hier vindt u in de ‘Handigids’ de recentste regelingen (van de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten), de tussenkomsten en tegemoetkomingen aan personen met een handicap. Dit wordt er op een overzichtelijke manier uitgelegd. Deze gids kunt u ook bestellen bij de FOD Sociale Zekerheid:

        FOD Sociale Zekerheid
        Directie-Generaal Personen met een handicap
        Dienst Gehandicaptenbeleid
        Zwarte Lievevrouwstraat 3C
        1000 Brussel
        Tel: 02/509 82 78 en 02/509 85 67
        Website: http://handicap.belgium.be/nl/index.htm

        Meer informatie kan u ook verkrijgen bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap:

        Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
        Sterrenkundelaan 30
        1210 Brussel
        Tel.: 02/225 84 11
        Website: http://www.vlafo.be

        Meer informatie over het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap kan u lezen in het hoofdstuk ‘Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap’.


        1. Wettelijke regelingen


        Verhoogde kinderbijslag

        A. Verhoogde kinderbijslag voor kinderen met een handicap

        • Nieuw systeem vanaf 1 april 2003

          Voorlopig kunnen enkel de kinderen geboren na 1 januari 1996 genieten van het nieuwe systeem voor verhoogde kinderbijslag.

          Voor de bepaling van de hoogte van de kinderbijslag wordt uitgegaan van drie pijlers. Hoe hoger de uiteindelijke score, hoe groter het bedrag van de verhoogde kinderbijslag.

          De eerste pijler (P1) blijft de graad van handicap (ongeschiktheid), die uitgedruk wordt in een percentage. Hierop kunt u hoogstens 6 punten scoren.

          De tweede pijler (P2) heeft te maken met de inspanningen die geleverd worden op het gebied van leren, communicatie, mobiliteit en zelfverzorging. Hierop kunt u 4 maal een score van maximum 3 punten halen, met een maximum van 12 punten.

          De derde pijler (P3) meet de familiale belasting op drie gebieden: opvolging van de behandeling thuis, verplaatsing voor medisch toezicht en behandeling en tenslotte aanpassing van het leefmilieu en de leefwijze. Hierop kunt u 3 maal een score van maximum 3 punten halen, met een maximum van 9 punten. Deze score wordt dan nog eens verdubbeld, zodat u op deze pijler maximum 18 punten kunt scoren. Op deze manier wordt deze pijler even belangrijk als de twee andere samen.

          Schematische voorstelling van het driepijlersysteem:

          KIND

          GEZIN

          Ongeschiktheid (P1)

          Activiteit en Participatie (P2)

          Familiale belasting (P3)

          punten

          0

          1

          2

          3

          0

          1

          2

          3

          25 – 49%

          1

          integratie

          Opvolging van de behandeling thuis

          50 – 65%

          2

          Communicatie

          Verplaatsing voor medisch toezicht
          en behandeling

          66 – 79%

          4

          Mobiliteit en verplaatsing

          Aanpassing van het leefmilieu en de
          leefwijze

          80 – 100%

          6

          Zelfverzorging

          max. 6

          max. 12

          Totaal

          max. 9 x 2 = 18

          Opening van het recht:

          U heeft recht op verhoogde kinderbijslag vanaf minimum 6 punten of als uw kind een handicap heeft van 66% of meer (dit geeft recht op 4 punten in de eerste pijler). Op deze manier behoudt u uw vroeger recht op verhoogde kinderbijslag. Aan de hand van dit schema krijgt u een duidelijk overzicht van de kinderbijslag waarop u recht heeft.

          Categorie

          1

          2

          3

          4

          5

          6

          Puntenwaarde

          I = P1 + P2 + P3

          6-8

          (of 4 punten in P1)

          9-11

          12-14

          15-17

          18-20

          >20

          Maandelijks bedrag (€/maand)

          €91,79

          €214,20

          €353,58

          €402,05

          €430,76

          €459,48

          (Bedragen op 1 oktober 2006)

          Omwille van budgettaire redenen kan het nieuwe systeem niet in één beweging worden ingevoerd. Door het verlagen van de drempel zal het aantal rechthebbende kinderen op termijn verdubbelen. In een eerste fase zullen enkel de kinderen, geboren na 1 januari 1996, in het systeem worden opgenomen. Pas later komen de oudere kinderen aan bod, dus voor hen blijft alles voorlopig bij het oude systeem.

          Wanneer kunt u van het nieuwe systeem genieten?

          • U heeft op 1 mei 2003 nog geen recht op verhoogde kinderbijslag: u kunt een schriftelijke aanvraag indienen bij uw kinderbijslaginstelling.
          • U heeft op 1 mei 2003 al recht op verhoogde kinderbijslag:
            • u dient een herzieningsaanvraag in bij uw kinderbijslaginstelling: er zal nu een nieuw onderzoek gebeuren;
              • als het nieuwe systeem voordeliger is, geldt het onmiddellijk;
              • als het oude systeem (zie: rubriek 12.1.1.2) voordeliger is, dan geldt het oude systeem tot maximum 3 jaar na het verstrijken van de lopende beslissing (dit noemt men een overgangsfase van “verworven rechten”);
            • u dient geen herzieningsaanvraag in: 150 dagen voor het einde van de geldigheidsduur van de lopende beslissing volgt er een automatische herziening;
              • in de periode van 1 mei 2003 tot maximum 3 jaar na het verstrijken van de lopende beslissing (overgangsfase van “verworven rechten”) zullen de twee systemen met elkaar vergeleken worden en het hoogste bedrag voor de verhoogde kinderbijslag wordt toegekend, hierna gelden de bijdragen van de nieuwe regeling;
              • als de automatische herziening recht geeft op een hoger bedrag, dan wordt dit met terugwerkende kracht terugbetaald vanaf 1 mei 2003, maar als de herziening leidt tot een verlagen van de kinderbijslag, dan zal er geen terugvordering volgen.
            • Iedere nieuwe aanvraag na 1 januari 2007 wordt behandeld volgens de nieuwe evaluatiecriteria

          Om de drie jaar wordt u uitgenodigd voor een nieuw onderzoek, een “ambtshalve herziening”.

          Meer informatie

          Hiervoor kan u terecht bij de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid:

          FOD Sociale Zekerheid
          Directie-Generaal Personen met een handicap
          Dienst Verhoogde kinderbijslag
          Zwarte Lievevrouwstraat 3c
          1000 Brussel
          tel.: 02/509 82 85 of 02/509 83 03

          U kan ook terecht bij uw kinderbijslagfonds.

        • Oud systeem

          Voor de kinderen die geboren zijn vóór 1 januari 1996 blijft alles voorlopig hetzelfde.

          Kinderen met een handicap, jonger dan 21 jaar en minstens 66% lichamelijk of geestelijk ongeschikt, kunnen aanspraak maken op een verhoogde kinderbijslag. Naargelang de categorie van zelfredzaamheid wordt de kinderbijslag verhoogd met een bepaald bedrag. De graad van zelfredzaamheid wordt verkregen via een puntentelling gebaseerd op zes functionele categorieën, namelijk: gedrag, communicatie, lichaamsverzorging, lichaamsbeheersing in bepaalde situaties en handigheid, verplaatsing en aanpassing van de omgeving.

          Bij opname in een instelling wordt een gedeelte van het bedrag van de bijslag aan de instelling gestort.

          De verhoogde kinderbijslag en de vaststelling van de invaliditeitsgraad moeten worden aangevraagd bij het organisme dat de kinderbijslag uitbetaalt (Kinderbijslagfonds, Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers, Rijksinstituut voor Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen). Na een administratief onderzoek zal dit organisme de aanvraag voor medisch onderzoek doorsturen naar de Medische Dienst van het FOD Sociale Zekerheid.

        B. Verhoogde kinderbijslag voor kinderen van arbeidsongeschikte werknemers, werklozen en gepensioneerden

        Uitkeringsgerechtigde volledige werklozen, arbeidsongeschikte werknemers en bruggepensioneerden hebben recht op verhoogde kinderbijslag, indien zij de hoedanigheid van “rechthebbende met personen ten laste” bezitten. Zij moeten wel eerst een ononderbroken periode (wachttijd) van 6 maanden doorlopen. Gepensioneerden met personen ten laste moeten deze wachttijd niet doorlopen, zij hebben hier onmiddellijk recht op.

        De sociale uitkeringen van de rechthebbende en zijn/haar partner mogen samen niet hoger zijn dan €2 008,39 per maand. De partner mag niet meer dan €268,24 per maand verdienen. (bedragen op 1 juni 2006)

        De aanvraag dient te gebeuren bij het kinderbijslagfonds.


        Inkomensvervangende tegemoetkoming en integratietegemoetkoming (-65 jaar)

        Deze tegemoetkomingen hebben ten doel het inkomen te vervangen of aan te vullen van de persoon met een handicap die door een handicap niet in staat is een voldoende hoog inkomen te verwerven.

        Wie wegens een handicap niet meer in staat is om méér dan een derde te verdienen van wat een valide persoon door uitoefening van een beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen, heeft recht op een inkomensvervangende tegemoetkoming.

        Een persoon met een handicap die omwille van een verminderde zelfredzaamheid bijkomende kosten heeft om zich aan het maatschappelijk leven aan te passen, kan voor deze kosten een integratietegemoetkoming vragen.

        Voor de berekening van de graad van zelfredzaamheid wordt rekening gehouden met de volgende factoren:

        • de mogelijkheid om zich te verplaatsen;
        • de mogelijkheid om zijn voeding te nuttigen of te bereiden;
        • de mogelijkheid om voor zijn persoonlijke hygiëne in te staan en zich te kleden;
        • de mogelijkheid om de woning te onderhouden en huishoudelijk werk te verrichten;
        • de mogelijkheid om te leven zonder toezicht, zich bewust te zijn van gevaar en het gevaar te kunnen vermijden;
        • de mogelijkheid tot communicatie en sociaal contact.

        De huisarts zal voor elke functie onderzoeken welke moeilijkheden de persoon met een handicap ondervindt. De toegekende punten worden opgeteld en naargelang dit totaal wordt de persoon met een handicap ondergebracht in één van de vijf categorieën. Daarna zal een geneesheer, aangesteld door het Ministerie, zijn onderzoek uitvoeren. De persoon met een handicap moet een vermindering van of een gebrek aan zelfredzaamheid van ten minste 7 punten hebben om recht te hebben op deze tegemoetkomingen.

        Deze twee soorten tegemoetkomingen kunnen gelijktijdig of afzonderlijk aangevraagd en toegekend worden. Voor de leeftijd van 65 jaar geldt de aanvraag van de inkomensvervangende tegemoetkoming meteen ook als aanvraag van de integratietegemoetkoming en omgekeerd. Na 65 jaar kan de ontvanger van één van beide tegemoetkomingen alleen een nieuwe aanvraag indienen voor de tegemoetkoming die hij ontving voor de leeftijd van 65 jaar.

        Voorwaarden

        De voorwaarden om van deze tegemoetkomingen te kunnen genieten zijn:

        • minimum 21 en maximum 65 jaar oud zijn (de tegemoetkoming moet voor de leeftijd van 65 jaar aangevraagd worden);
        • Belg, onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie, Ijsland, Noorwegen, Liechtenstein of Zwitserland, vluchteling of staatloos zijn;
        • en in België verblijven.

        Inkomen

        De inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming worden enkel toegekend als het bedrag van de inkomsten de vastgelegde grensbedragen niet overschrijdt.

        Onder inkomen wordt verstaan: ‘de belastbare inkomsten van de persoon met een handicap en de inkomsten van de persoon met wie de gehandicapte persoon een huishouden vormt’. De jaarlijkse inkomsten zijn de gezamenlijke en afzonderlijk belastbare inkomsten die in aanmerking komen voor de aanslag in de personenbelasting en aanvullende belastingen. Voor de bepaling van de tegemoetkoming wordt rekening gehouden met het belastbaar inkomen van het tweede jaar voorafgaand aan de ingangsdatum van de aanvraag.

        Let op! Elke inkomensverhoging met 10% moet binnen de drie maanden meegedeeld worden aan de dienst.

        Wordt de betrokkene opgenomen in een instelling, geheel of gedeeltelijk ten laste van de overheid, dan wordt de integratietegemoetkoming voor 1/3 opgeschort.

        Aanvraagprocedure

        De tegemoetkomingen worden aangevraagd bij de burgemeester van de gemeente waar de persoon met een handicap ingeschreven is in het bevolkingsregister. De gemeente vult de aanvraag in en verstuurt deze elektronisch naar de Dienst voor Tegemoetkomingen aan personen met een handicap van de FOD Sociale Zekerheid. (Sinds 1 juli 2006 gebeuren alle aanvragen elektronisch). Vervolgens wordt het dossier onderworpen aan een administratief onderzoek en in bepaalde gevallen vindt ook een medisch onderzoek van de persoon die de aanvraag doet. Tot slot beslist de Dienst voor Tegemoetkomingen aan personen met een handicap over het toekennen en over het bedrag van de tegemoetkoming. De kennisgeving gebeurt per brief op naam van de persoon met een handicap.

        Het OCMW van uw gemeente of de sociale dienst van uw ziekenfonds kunnen u ook helpen bij deze aanvraag.

        Let op! De persoon met een handicap is verplicht om binnen de drie maanden alle nieuwe elementen die aanleiding kunnen geven tot vermindering of opheffing van de tegemoetkoming mee te delen. Deze mededeling mag gebeuren via een gewone brief.

        Meer informatie?

        Voor meer informatie omtrent dit onderwerp kan u terecht bij uw gemeentebestuur of bij de Dienst voor Tegemoetkomingen aan personen met een handicap.

        FOD Sociale Zekerheid
        Directie-Generaal Personen met een handicap
        Dienst Tegemoetkomingen aan personen met een handicap
        Zwarte Lievevrouwstraat 3C
        1000 Brussel
        Contactcenter: 02/507 87 99
        Website: https://socialsecurity.belgium.be/nl


        Inkomensgarantie voor ouderen en tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (+65 jaar)

        Oudere personen met een handicap hebben, mits ze voldoen aan enkele voorwaarden, recht op een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden. Als de bejaarde persoon (+ 65 jaar) geen gezondheidsproblemen of handicap heeft en recht heeft op een (beperkt) pensioen kan hij/zij een inkomensgarantie voor ouderen aanvragen.

        Tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden

        Zoals bij de integratietegemoetkoming (voor personen van minder dan 65 jaar) wordt aan bejaarden een tegemoetkoming toegekend wegens verminderde zelfredzaamheid of gebrek aan zelfredzaamheid.

        Voor de berekening van de graad van zelfredzaamheid wordt rekening gehouden met de volgende factoren:

        • de mogelijkheid om zich te verplaatsen;
        • de mogelijkheid om zijn voeding te nuttigen of te bereiden;
        • de mogelijkheid om voor zijn persoonlijke hygiëne in te staan en zich te kleden;
        • de mogelijkheid om de woning te onderhouden en huishoudelijk werk te verrichten;
        • de mogelijkheid om te leven zonder toezicht, zich bewust te zijn van gevaar en het gevaar te kunnen vermijden;
        • de mogelijkheid tot communicatie en sociaal contact.

        De huisarts zal voor elke functie onderzoeken welke moeilijkheden de persoon met een handicap ondervindt. De toegekende punten worden opgeteld en naargelang dit totaal wordt de persoon met een handicap ondergebracht in één van de vijf categorieën. Daarna zal een geneesheer aangesteld door het Ministerie zijn onderzoek uitvoeren. De persoon met een handicap moet een vermindering van of een gebrek aan zelfredzaamheid van ten minste 7 punten hebben om recht te hebben op deze tegemoetkoming.

        De voorwaarden om van deze tegemoetkomingen te kunnen genieten zijn:

        • minimum 65 jaar oud zijn;
        • Belg, onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie, Ijsland, Noorwegen, Liechtenstein of Zwitserland, vluchteling of staatloos zijn;
        • en in België verblijven.

        Het bedrag van de tegemoetkoming wordt verminderd met het bedrag van het inkomen van de persoon met een handicap en van de persoon waarmee hij een huishouden vormt en dat een bepaalde grens overschrijdt.

        Alle inkomsten, ongeacht hun aard of oorsprong, waarover de aanvrager en eventueel de persoon met wie hij een huishouden vormt, beschikken, worden in aanmerking genomen. Er wordt geen rekening gehouden met het inkomen van de leden van het huishouden die bloed- of aanverwant zijn in de eerste, tweede of derde graad.

        Let op! Elke inkomenswijziging moet binnen de drie maanden meegedeeld worden aan de dienst. Deze mededeling gebeurt via gewone brief.

        De persoon met een handicap die voor zijn/haar 65 jaar een aanvraag voor het bekomen van een inkomensvervangende tegemoetkoming en/of integratietegemoetkoming heeft ingediend geniet ook na de 65ste verjaardag van deze tegemoetkomingen, behalve als de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden gunstiger is.

        De aanvraag kan ten vroegste ingediend worden op de dag dat men 65 jaar wordt. De aanvraag gebeurt bij de burgemeester van de gemeente waar de persoon met een handicap ingeschreven is in het bevolkingsregister. De gemeente vult de aanvraag in en verstuurt deze elektronisch naar de Dienst voor Tegemoetkomingen aan personen met een handicap van de FOD Sociale Zekerheid. (Sinds 1 juli 2006 gebeuren alle aanvragen elektronisch). Vervolgens wordt het dossier onderworpen aan een administratief onderzoek en in bepaalde gevallen vindt ook een medisch onderzoek van de persoon die de aanvraag doet. Tot slot beslist de Dienst voor Tegemoetkomingen aan personen met een handicap over het toekennen en over het bedrag van de tegemoetkoming. De kennisgeving gebeurt per brief op naam van de persoon met een handicap.

        Het OCMW van uw gemeente of de sociale dienst van uw ziekenfonds kunnen u ook helpen bij deze aanvraag.

        Let op! De persoon met een handicap is verplicht om binnen de drie maanden alle nieuwe elementen die aanleiding kunnen geven tot vermindering of opheffing van de tegemoetkoming mee te delen. Deze mededeling mag gebeuren via een gewone brief.

        Voor meer informatie kan u terecht bij uw gemeentebestuur of bij de Dienst voor Tegemoetkomingen aan personen met een handicap.

        FOD Sociale Zekerheid
        Directie-Generaal Personen met een handicap
        Dienst Tegemoetkomingen aan personen met een handicap
        Zwarte Lievevrouwstraat 3C
        1000 Brussel
        Contactcenter: 02/507 87 99
        Website: https://socialsecurity.belgium.be/nl

        Inkomensgarantie voor ouderen (IGO)

        De inkomensgarantie voor ouderen (IGO) biedt aan bejaarde personen die niet over voldoende middelen beschikken extra financiële hulp. De vereiste leeftijd om dit voordeel te verkrijgen is gelijk voor mannen en vrouwen en is sinds 1 januari 2006 64 jaar en zal op 1 januari 2009 verhoogd worden tot 65 jaar. Om recht te hebben op IGO moet u Belg, onderdaan van de Europese Unie, vluchteling, staatloze of van onbepaalde nationaliteit zijn. Deze regeling is ook afhankelijk van de burgerlijke staat (een alleenstaande bejaarde ontvangt €9 545,48 per jaar, een samenwonende bejaarde ontvangt per jaar €6363,65 per jaar – bedragen op 1 december 2006).

        Het recht op IGO en het bedrag van de uitkering zijn afhankelijk van uw pensioen en andere bestaansmiddelen. Er is wel een vrijstelling voor de volgende inkomsten: kinderbijslag, hulp van het OCMW, onderhoudsgelden tussen ascendanten en descendanten, oorlogs- en gevangenschapssrenten, tegemoetkomingen aan gehandicapten, verwarmingstoelagen. Bij de pensioentoekenning wordt dit onderzoek automatisch gestart als het pensioenbedrag lager is dan het bedrag van de IGO. De IGO wordt – indien men er recht op heeft – samen met het pensioen uitbetaald. Deze uitkering kan ook altijd via de gemeente worden aangevraagd.

        Ouderen die bij hun kinderen inwonen en recht hebben op een IGO hebben hierop recht als alleenstaande. De ouderen worden als alleenstaanden beschouwd, net zoals de personen die in een instelling verblijven en al genoten van een verhoogde inkomensgarantie.


        Maximumfactuur

        Wat?

        De maximumfactuur (MAF) houdt dat een gezin niet méér dan een bepaald grensbedrag (“plafondbedrag”) per jaar zal moeten uitgeven aan remgelden en persoonlijke bijdragen. De grootte van dit plafondbedrag is afhankelijk van het gezinsinkomen. Wat een gezin méér uitgeeft aan remgelden en bijdragen, wordt door het ziekenfonds terugbetaald. In sommige gevallen gebeurt dit ook door de belastingadministratie. De grensbedragen vindt u terug in de tabel bij ‘Plafondbedragen’.

        Er zijn twee types van maximumfactuur:

        • Sociale MAF: de maximumfactuur die wordt bepaald op grond van de ‘sociale categorie’ van de rechthebbende (WIGW’s, personen die leefloon ontvangen, langdurig oudere werklozen, personen met een handicap,…);
        • MAF bescheiden inkomens: de maximumfactuur die wordt bepaald op grond van het gezinsinkomen van de rechthebbende, deze maximumfactuur wordt door de mutualiteiten opgevolgd;

        Wat wordt in rekening gebracht?

        Enkel het remgeld van de volgende kosten wordt in rekening gebracht voor de berekening van het grensbedrag:

        • de honoraria van geneesheren, kinesitherapeuten, verpleegkundigen, paramedici, …;
        • de kosten van technische verstrekkingen (bijvoorbeeld: medische beeldvorming, heelkundige ingrepen, technische onderzoeken);
        • de ‘noodzakelijke’ geneesmiddelen, dit wil zeggen de farmaceutische specialiteiten van de categorieën A,B en C;
        • de kosten van de ziekenhuisopname, namelijk het persoonlijk aandeel in de prijs van de verpleegdag;
        • persoonlijk aandeel van endoscopisch materiaal en het materiaal voor viscerosynthese.

        Zowel bij de sociale MAF en de MAF bescheiden inkomens worden de uitgaven aan remgelden en de inkomsten berekend per gezin, dit wil zeggen de personen die op hetzelfde adres wonen.

        Plafondbedragen

        Zodra uw kosten voor geneeskundige verzorging het grensbedrag bereiken (afhankelijk van het type MAF), worden de uitgaven boven dat bedrag volledig vergoed. De grensbedragen per type MAF vindt u terug in de onderstaande tabel:

        Rechthebbenden

        Grensbedrag van de persoonlijke aandelen

        Sociale MAF

        €450,00

        MAF bescheiden inkomens

        Gezinnen met een netto-jaarinkomen van < €14 878,24

        €450,00

        Gezinnen met een netto-jaarinkomen van
        > €14 878,25 en < €22 872,51

        €650,00

        Gezinnen met een netto-jaarinkomen van
        > €22 872,52 en < €30 866,80

        €1000,00

        Gezinnen met een netto-jaarinkomen van
        > €30 866,81 en < €38 527,98

        €1400,00

        Gezinnen met een netto-jaarinkomen van
        > €38 527,98

        €1800,00

        Kinderen jonger dan 19 jaar

        €650,00

        (bedragen op 1 januari 2006)

        Hoe gaat dit in zijn werk?

        De ziekenfondsen controleren hoeveel remgelden er per gezin werden betaald en hoeveel het gezinsinkomen bedraagt. De rechthebbenden op de sociale MAF of op de MAF bescheiden inkomsten zullen in de loop van hetzelfde jaar een vergoeding van hun persoonlijke aandelen ontvangen.

        Meer informatie?

        Voor bijkomende informatie kan je terecht bij uw ziekenfonds of bij het RIZIV:

        RIZIV
        Dienst voor Geneeskundige verzorging
        Afdeling Algemene reglementering
        Tervurenlaan 211
        1150 Sint-Pieters-Woluwe
        Tel: 02/739 78 46
        Website: http://www.riziv.fgov.be/nl/Paginas/default.aspx


        Vlaamse zorgverzekering

        Wat?

        De Vlaamse Zorgverzekering voorziet een tegemoetkoming in de niet-medische kosten van personen met een verminderd zelfzorgvermogen. Opgelet deze verzekering kan door de Vlaamse regering gewijzigd worden zowel voor wat betreft de bijdrage als de tenlasteneming (premies).

        Voor wie?

        Zwaar zorgbehoevenden die thuis verzorgd worden en bewoners van een rusthuis, een rust- en verzorgingstehuis of een psychiatrisch verzorgingstehuis (erkend door de Vlaamse Gemeenschap), kunnen een aanvraag indienen. U wordt als zwaar zorgbehoevend beschouwd als u lijdt aan een langdurig en ernstig verminderd zelfzorgvermogen. Dit kan u bewijzen aan de hand van een attest dat opgesteld is op basis van een reeds bestaande indicatiestelling of, wat mantel- en thuiszorg betreft, aan de hand van een nieuwe indicatiestelling door een gemachtigde indicatiesteller.

        De volgende scores komen in aanmerking voor de mantel- en thuiszorg:

        • minstens de score B op de KATZ-schaal in de thuisverpleging (dit attest kan u afhalen bij het ziekenfonds);
        • minstens de score 35 op de BEL-schaal in de gezinszorg (dit attest kan u afhalen bij een dienst voor gezinszorg);
        • minstens de score 15 op de medisch-sociale schaal die wordt gebruikt voor de integratietegemoetkoming (dit attest kan u afhalen bij het ziekenfonds of het ministerie van Sociale Zaken);
        • minstens de score C voor een dagverzorgingscentrum of een centrum voor kortverblijf (dit attest kan u afhalen bij het ziekenfonds);
        • bijkomende kinderbijslag op basis van minstens 66% handicap en minstens 7 punten met betrekking tot de zelfredzaamheid uit hoofde van het kind;
        • bijkomende kinderbijslag op basis van minstens 18 punten op de medisch-sociale schaal (samengesteld uit de pijlers P1, P2 en P3).

        Als de zorgbehoevende persoon niet over een dergelijk attest beschikt, dan doet hij een beroep op een gemachtigd indicatiesteller. In Vlaanderen kan u daarvoor terecht bij de diensten voor gezinszorg, de OCMW’s en de centra voor algemeen welzijnswerk die verbonden zijn met de ziekenfondsen. Zij zijn gemachtigd om met behulp van de BEL-schaal de zorgbehoevende een score te geven. In Brussel zijn de lokale dienstencentra in plaats van de OCMW’s gemachtigd.

        Als de zorgbehoevende persoon een aanvraag voor tenlasteneming voor residentiële zorg indient, dan volstaat een verblijfsattest en hoeft er dus geen verdere zorgbehoevendheid meer bewezen te worden (dit attest kan u afhalen bij het ziekenfonds of de residentiële voorziening). Een attest op basis van de evaluatieschaal tot staving van de aanvraag tot tegemoetkoming in een rusthuis of een rust- en verzorgingstehuis mag ook als verblijfsattest gebruikt worden.

        Aansluiting

        Elke Vlaming is vanaf de leeftijd van 25 jaar verplicht een bijdrage te betalen aan een erkende Zorgkas naar keuze (voor adressen: zie rubriek ‘Meer informatie?’). De zorgkassen staan in voor de dagelijkse werking van de zorgverzekering. Als u zich niet vrijwillig bij een erkende zorgkas aansluit, wordt u ambtshalve aangesloten bij de Vlaamse Zorgkas. Dit is de Zorgkas van de Vlaams overheid.

        De aansluiting gebeurt individueel en dus niet per gezin. In Brussel is een aansluiting niet verplicht. Zij hebben de keuze om al dan niet een bijdrage te betalen. Indien men geen bijdrage betaalt, en daarna toch wil aanspraak maken op een tegemoetkoming van de zorgverzekering, moet men eerst een wachttijd doorlopen.

        Prijs?

        De jaarlijkse bijdrage bedraagt €25,00, behalve voor personen die recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming in het kader van de ziekteverzekering. Zij betalen €10,00 per jaar. Deze bijdrage kan gewijzigd worden.

        Hoe een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming?

        Via een aanvraagformulier (aan te vragen bij uw zorgkas) en een geldig attest kan u een aanvraag indienen. Indien er mantelzorg is, kan ook het registratieformulier voor de mantelzorg ingevuld worden. Deze formulieren overhandigt u aan uw zorgkas. Uw zorgkas heeft 60 dagen de tijd om uw aanvraag te onderzoeken. Indien uw aanvraag wordt goedgekeurd, ontvangt u als zorgbehoevende persoon de beslissing dat u een tegemoetkoming kan ontvangen, tenlasteneming genoemd. Bij weigering van de aanvraag kan u tegen die beslissing in beroep te gaan. Binnen 30 dagen na de beslissing moet den een bezwaarschrift ingediend worden bij het Vlaams Zorgfonds.

        Vlaams Zorgfonds
        Koning Albert II-laan 35 bus 36
        1030 Brussel
        Tel: 02/553 46 90

        Bedragen van de tegemoetkoming?

        De maandelijkse tegemoetkoming voor mantel- en thuiszorg bedraagt €115,00 in 2008 (en €125,00 in 2009) , voor residentiële zorg bedraagt de vergoeding €125,00.

        Uitbetaling

        Als uw aanvraag goedgekeurd wordt, heeft u recht op een vergoeding vanaf de eerste dag van de vierde maand die volgt op de datum van de aanvraag.

        De zorgkas betaalt de tegemoetkoming forfaitair uit via overschrijving op het rekeningnummer van de gebruiker of in contanten aan de gebruiker. Bij mantel- en thuiszorg gebeurt de betaling maandelijks. Bij residentiële zorg gebeurt de betaling maandelijks ten vroegste in de loop van de maand na de maand waarop de vergoeding betrekking heeft.

        Voor inwoners van Brussel gelden bijkomende regels. Informeer hiervoor bij uw zorgkas.

        Meer informatie?

        Voor meer informatie kan u terecht op de website van het Vlaams Zorgfonds: http://www.vlaamsezorgverzekering.be of bij de erkende zorgkassen.

        Zorgkassen van mutualiteiten:

        CM-Zorgkas Vlaanderen

        Haachtsesteenweg 579
        1031 Brussel
        Tel: 02/246 41 11
        Website: http://www.zorgverzekering.be

        Neutrale Zorgkas Vlaanderen

        Antwerpsestraat 145
        2500 Lier
        Tel: 03/491 86 60
        Website: http://www.neutrale-ziekenfondsen.be/

        Zorgkas van de Liberale Ziekenfondsen

        Livornostraat 25
        1050 Brussel
        Tel: 02/542 86 00
        Fax: 02/542 86 46
        Website: http://www.lm.be/Pages/defaultNL.aspx

        Zorgkas van de Onafhankelijke Ziekenfondsen

        Sint-Huibrechtstraat 19
        1150 Brussel
        Tel: 02/778 92 11
        Website: http://www.mloz.be

        Zorgkas van de Socialistische Mutualiteiten

        Sint-Jansstraat 32-38
        1000 Brussel
        Tel: 078/15 02 60
        Website: http://www.socmut.be

        Zorgkassen van private verzekeringsmaatschappijen:

        Zorgkas DKV Belgium
        Bischoffsheimlaan 1-8

        1000 Brussel
        Tel: 02/287 64 11
        Website: http://www.dkv.be

        Zorgkas van het Vlaams Zorgfonds:

        Vlaamse Zorgkas
        Koning Albert II-laan 35 bus 36

        1030 Brussel
        Tel: 02/553 45 90
        Website: http://www.vlaamsezorgkas.be


        Voordelige tarieven voor personen met een handicap of WIGW’s

        Het gaat hier om een aantal kleine sociale en fiscale voordelen voor WIGW’s en/of mensen met een handicap. We beperken ons tot een korte opsomming. Meer informatie vindt u in de Handigids (http://handicap.belgium.be/nl/index.htm).

        Voordelen:

        • sociaal telefoontarief: de telefoonmaatschappijen kunnen, omwille van sociale of humanitaire redenen, aan personen ouder dan 65 jaar en personen met een handicap van meer dan 66% een verminderd tarief verlenen (vraag hierom bij uw telefoonmaatschappij);
        • speciaal telefoontarief: de telefoonmaatschappijen kunnen dit tarief verlenen aan gehoorgestoorden en personen bij wie een laryngectomie werd uitgevoerd (vraag hierom bij uw telefoonmaatschappij);
        • sociaal tarief voor elektriciteit en gas: personen die een inkomensvervangende tegemoetkoming, een integratietegemoetkoming (categorie 2 of hoger), een tegemoetkoming hulp aan bejaarden, een inkomensgarantie voor ouderen of leefloon ontvangen, hebben recht op een sociaal tarief voor elektriciteit en gas (de aanvraag moet gebeuren bij uw elektriciteit- en gasleverancier);
        • vermindering kabeldistributie: sommige distributiemaatschappijen verlenen een verminderingstarief voor kabeldistributie, de maatschappijen bepalen zelf of ze al dan niet een korting toestaan, deze korting kan ook aan een inkomstenbepreking gebonden zijn (vraag hier achter bij uw kabelmaatschappij);
        • portvrijdom voor blinden: voor blindenschrift geldt portvrijdom op voorwaarde dat de omslag gemakkelijk toelaat de inhoud na te kijken (het maximumgewicht van dergelijke zendingen is 7kg);
        • vermindering van inkomstenbelasting: de belastingplichtige van wie het gezin bestaat uit één of meerdere personen met een handicap heeft recht op één of meerdere toeslagen op de belastingvrije som;
        • vermindering van onroerende voorheffing: huurders en eigenaars met gehandicapte gezinsleden of 2 of meer kinderbijslaggerechtigde kinderen hebben recht op een forfaitaire vermindering van de onroerende voorheffing;
        • vrijstelling op heffing afvalwater: bejaarden die een inkomensgarantie voor ouderen of tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden ontvangen, personen met een handicap die een inkomensvervangende tegemoetkoming of integratietegemoetkoming genieten, personen die een leefloon ontvangen en heffingsplichtingen bij wie een persoon met een handicap inwoont die verlengd minderjarig werd verklaard en die een inkomensvervangende of integratietegemoetkoming ontvangt, kunnen een vrijstelling ontvangen op de heffing afvalwater (het waterverbruik moet wel op de naam van de betrokkene gefactureerd worden en de vrijstelling geldt enkel voor de eigendom waarin u werkelijk woont);
        • de witte blindenstok: de witte blindenstok kan, met een medisch attest, bij verenigingen voor visueel gehandicapten afgehaald worden, tegen de voorwaarden bepaald door die verenigingen;
        • de gele stok voor slechtzienden: de gele stok voor slechtzienden kan, met een medisch attest, bij verenigingen voor visueel gehandicapten afgehaald worden, tegen de voorwaarden bepaald door die verenigingen.

        Naast deze voordelige tarieven hebben de gemeenten vaak ook eigen voordelen die ze toekennen aan WIGW’s en/of personen met een handicap. Informeer hiervoor bij uw gemeentebestuur.


        OMNIO statuut

        Het OMNIO-statuut geeft recht op betere vergoeding van medische kosten (arts, tandarts, kinesitherapeut, apotheker, hospitalisatie, …) voor gezinnen met een laag inkomen. Het is bedoeld voor arbeiders, bedienden, zelfstandigen, werklozen, zieken, … met een moeilijke financiële gezinssituatie. De persoonlijke bijdrage (remgeld) die u voor die prestaties betaalt, is dan merkelijk lager. Het nieuwe statuut geeft recht op dezelfde terugbetalingen als voor de rechthebbenden op de verhoogde (verzekerings)tegemoetkoming (RVV).

        Aanvragen kunnen ingediend worden vanaf maandag 2 april 2007. Om de OMNIO-voordelen te genieten vanaf 1 juli 2007 moet een geldige aanvraag ingediend zijn tussen 2 april en 30 juni 2007.

        Als u al rechthebbende bent op de verhoogde tegemoetkoming (RVV-statuut, ex-WIGW), behoudt u uw rechten en hoeft u niet naar uw ziekenfonds te gaan.

        Voor meer informatie over het OMNIO-statuut, surf naar riziv.fgov.be of neem contact op met uw ziekenfonds


        Palliatieve premie

        De palliatieve premie wordt toegekend aan palliatieve patiënten die thuis willen sterven en aan bepaalde voorwaarden voldoen. Het is een extra tegemoetkoming voor specifieke kosten inzake geneesmiddelen, verzorgingsmiddelen en hulpmiddelen die door de ziekteverzekering slechts gedeeltelijk of niet worden terugbetaald. Deze premie bedraagt €483,39 (voor één maand). Dit bedrag kan een tweede maal uitgekeerd worden als de patiënt na verloop van dertig dagen blijft voldoen aan de gestelde voorwaarden.

        Hoe aanvragen?

        Om de premie aan te vragen moet de arts eerst een formulier (te verkrijgen bij de mutualiteit of palliatieve begeleidingsequipe) invullen waarin hij verklaart dat de patiënt aan een aantal vastgestelde voorwaarden voldoet. Dit document moet gedateerd worden op een datum dat de patiënt thuis verblijft en niet in het ziekenhuis. Dit formulier moet vervolgens ter goedkeuring naar de mutualiteit gestuurd worden. De mutualiteit doet ook de uitbetaling van deze premie.


        Vrijstelling remgeld bij palliatieve thuiszorg

        Personen die het palliatief statuut hebben, moeten geen remgeld meer betalen op een (huis)bezoek door de huisarts, verstrekkingen verleend door een kinésitherapeut en op de verstrekkingen verleend door een thuisverpleegkundige.


        2. Bijkomende regelingen


        Mantelzorgpremie

        1. Door gemeenten en OCMW

          In een aantal gemeenten en OCMW’s worden mantelzorgtoelagen toegekend aan mensen die een familielid thuis verzorgen. Ze wordt uitbetaald aan mantelzorgers als vorm van erkenning voor hun inzet. Het bedrag kan variëren van €49,75 per jaar tot €24,78 à €74,36 per maand. Elke gemeente hanteert een eigen reglement: soms is het enkel bedoeld voor mantelzorgers van 65-plussers, dan weer enkel voor bloedverwanten, dan staat er geen leeftijdsgrens op, … Heel wat gemeenten en provincies hebben hun reglementering omtrent de mantelzorgtoelagen gewijzigd of afgeschaft naar aanleiding van de Vlaamse Zorgverzekering.

          Wil u meer weten, ga dan eens even langs bij uw gemeentebestuur of bij het OCMW. Geïnteresseerden kunnen bij de Werkgroep Thuisverzorgers een aanbevelingsnota en een modelreglement rond mantelzorgtoelagen verkrijgen. Als er in uw gemeente nog geen mantelzorgtoelage bestaat, is het hoog tijd dat u aan de alarmbel trekt en de verantwoordelijke politici wakker schudt.

        2. Door de provincies

          Een aantal provinciebesturen verleent eveneens een toelage aan mantelzorgers. Dit is het geval in Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Limburg. De andere provincies (Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen) hebben zo’n mantelzorgtoelage niet. Informeer u goed: elke provincie heeft zijn eigen reglementeringen met strikte voorwaarden.

          • Provincie Oost-Vlaanderen

            De provincie Oost-Vlaanderen kan een tegemoetkoming toekennen aan de personen of gezinnen die bij hen thuis een zorgbehoevende oudere verzorgen.

            Voor meer informatie kan u terecht bij de provincie zelf:

            Provincie Oost-Vlaanderen
            Provinciaal Administratief Centrum ‘het Zuid’
            Dienst Welzijn
            Woodrow Wilsonplein 2
            9000 Gent
            Tel: 09/267 75 09

          • Provincie Antwerpen

            De provincie Antwerpen geeft een toelage aan personen en gezinnen die bij hen thuis een oudere verzorgen.

            Voor meer informatie kan u terecht bij de provincie zelf:

            Provincie Antwerpen
            Dienst Welzijn en Gezondheid
            Boomgaardstraat 22 bus 100
            2600 Antwerpen
            Tel: 03/240 56 36
            Fax: 03/240 61 62

          • Provincie Limburg

            De provincie Limburg kent mantelzorgtoelagen toe aan personen die instaan voor de permanente thuisverzorging van een zorgbehoevende oudere.

            Voor meer informatie kan u terecht bij de provincie zelf:

            Provincie Limburg
            Provinciale Dienst voor Ouderen
            Universiteitslaan 1
            3500 Hasselt
            Tel: 011/23 72 88

        3. Door de ziekenfondsen

          In sommige regio’s geeft het ziekenfonds een thuiszorgpremie aan de zorgbehoevende persoon zelf, op grond van gedane kosten en/of graad van zorgbehoevendheid. De sociale dienst van uw ziekenfonds is vast op de hoogte.


        Bijzonder Solidariteitsfonds

        Het Bijzonder Solidariteitsfonds (BSF) wil het hoofd bieden aan uitzonderlijke situaties waarvoor een tegemoetkoming in de kostprijs van de geneeskundige verstrekkingen bij rechthebbenden die aan zeer ernstige aandoeningen lijden, niet in aanmerking wordt genomen, omdat die verstrekkingen geen aanleiding geven tot een tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging. Zo kan men vb. een aanvraag doen voor een tegemoetkoming voor sondevoeding, bepaalde katheters. de extrakosten voor de medische behandeling van zieke chronische kinderen jonger dan 16 jaar en vanaf 1 januari 2004 jonger dan 19 jaar.

        Het College van geneesheren-directeurs van het RIZIV behandelt de aanvragen van het BSF Elk dossier wordt afzonderlijk beoordeeld.

        Om een terugbetaling van levensnoodzakelijk materiaal aan te vragen, dient u per aangetekende brief een aanvraag in bij de adviserende geneesheer van uw ziekenfonds. Het dossier moet bestaan uit de volgende elementen:

        • een verslag van de huisarts, dat aantoont dat het materiaal waarvoor u een terugbetaling aanvraagt levensnoodzakelijk is;
        • een verklaring op erewoord bij voorkeur van de patiënt zelf dat op geen enkele andere manier een tussenkomst verkregen werd voor het levensnoodzakelijk materiaal;
        • kostenraming of gedetailleerde facturen van uw kosten.

        De tussenkomst van het B.S.F. beperkt zich echter niet tot levensnoodzakelijk materiaal. Onder bepaalde voorwaarden voorziet het immers een tegemoetkoming voor uitzonderlijke medische prestaties, alsook voor uitzonderlijke geneesmiddelen die niet in de nomenclatuur of in de lijst van terugbetaalbare specialiteiten zijn opgenomen, maar niet per sé levensnoodzakelijk zijn. Het Fonds kan onder bepaalde voorwaarden ook voorzien in een tegemoetkoming in de opleg- en bijkomende reis- en verblijfskosten in geval van behandeling in het buitenland.

        Na een voorafgaand onderzoek van het dossier, legt de adviserende geneesheer de aanvraag binnen een termijn van 30 dagen voor aan het College van geneesheren-directeurs van de dienst van geneeskundige verzorging van het RIZIV. Zij beslissen over de toekenning van de tussenkomst en over het bedrag. Vaak moet men maanden, soms zelfs een jaar wachten op een beslissing. Vraag regelmatig de stand van uw dossier op. Wordt u afgewezen en gaat u hiermee niet akkoord, dan kan u tegen de beslissing in beroep gaan.

        Elk jaar opnieuw wordt beslist over het budget dat het BSF ter beschikking krijgt. Dit houdt in dat haar financiële mogelijkheden van jaar tot jaar kunnen verschillen, wat een weerslag kan hebben op de grootte van het terugbetaalde bedrag.

        Meer informatie vindt u op de website van het RIZIV: http://www.riziv.be/care/nl/infos/solidarity/index.htm


        Bijzondere fondsen

        Bepaalde ziekenfondsen, bedrijven of verenigingen komen tussen voor speciale kosten van zwaar zorgbehoevende personen. Informeer u bij uw eigen ziekenfonds, uw (gewezen) werkgever of uw OCMW.

        Bijvoorbeeld: Het Sociaal Fonds van de Vlaamse Liga tegen Kanker kent bijkomende steun toe aan kankerpatiënten die tussen de mazen van het net vallen en voor wie de ziektekosten bijzonder hoog en problematisch zijn. Deze steun wordt toegekend op basis van criteria zoals gezinsinkomen, andere tussenkomsten, verhouding tussen minimale medische oplegkosten en inkomen, enzovoort. Een patiënt kan zelf geen aanvraag indienen, dit moet gebeuren via de sociale dienst van het ziekenhuis, het ziekenfonds of het OCMW. Als het Fonds steunt toekent, krijgt de patiënt een éénmalige steun per kalenderjaar. Voor meer informatie hierover kan u terecht bij het Sociaal Fonds van de Vlaamse Liga tegen Kanker op het telefoonnummer 02/227 69 73 of 02/227 69 71.


        3. Specifieke maatregelen voor bepaalde doelgroepen


        Zorgforfait voor chronische zieken

        Chronisch zieken met hoge gezondheidsuitgaven krijgen recht op een forfaitaire tegemoetkoming van €253,61 per jaar. Om hiervan te genieten moet voldaan worden aan twee voorwaarden:

        • Voorwaarde 1: Het bedrag van het remgeld moet gedurende twee opeenvolgende jaren €450,00 bereiken (voor iemand met een voorkeurtarief is dit €365,00). Bij de berekening van het grensbedrag wordt geen rekening gehouden met persoonlijke aandelen die evenmin in aanmerking worden genomen voor de maximumfactuur (zie hierboven: de maximumfactuur).

        • De gerechtigden van wie “alle” persoonlijke aandelen, die hijzelf en zijn personen ten laste, daadwerkelijk hebben betaald voor voornoemde kalenderjaren €450,00 per jaar belopen, kunnen eveneens de forfaitaire toelage van €253,61 bekomen. Voorwaarde is hier dat de gerechtigde of minstens één van de personen ten laste zich bevindt in één van de hierna vermelde categorieën, én gedurende de betrokken kalenderjaren geen van de personen die voldoen aan de voormelde voorwaarde, het grensbedrag van €450,00 heeft bereikt.

          Voorwaarde 2: Men moet zich in minstens één van de volgende situaties bevinden:

          • gedurende minstens 3 maanden recht hebben op forfait B of C voor thuisverpleegkundige zorgen (met instemming van de adviserend geneesheer);
          • gedurende minstens 6 maanden erkend zijn als chronisch zieke bij kinesitherapiebehandeling met vermindering van het persoonlijk aandeel;
          • gedurende minstens 120 dagen in het huidige en vorige kalenderjaar zijn opgenomen in een ziekenhuis. Ook opnames in een psychiatrisch ziekenhuis en dagopnames (vb. nierdialyse) mogen worden meegerekend;
          • minstens 6 maal in het huidige en vorige kalenderjaar zijn opgenomen in een ziekenhuis. Ook opnames in een psychiatrisch ziekenhuis en dagopnames (vb. nierdialyse) mogen worden meegerekend;
          • genieten van verhoogde kinderbijslag als gehandicapt kind;
          • voldoen aan de voorwaarden voor het genieten van een integratietegemoetkoming (ten minste 12 punten), ook al hebben zij geen recht op de tegemoetkoming;
          • voldoen aan de voorwaarden voor het genieten van een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (ten minste 12 punten), ook al hebben zij geen recht op de tegemoetkoming;
          • genieten van een tegemoetkoming aan gehandicapten voor hulp aan derden;
          • genieten van een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid of invaliditeit, toegekend aan de gerechtigde die wegens de behoefte aan andermans hulp, als gerechtigde met persoon ten laste wordt beschouwd.

        Voor meer informatie over de voorwaarden voor het verkrijgen van een forfaitaire vergoeding bij hoge gezondheidsuitgaven kan u terecht bij uw ziekenfonds.


        Forfaitaire tegemoetkoming voor hulp van derden aan invalide gezinshoofden

        Gerechtigden met gezinslast die sinds meer dan een jaar arbeidsongeschikt zijn, kunnen een bijkomende vergoeding genieten van €5,26 per dag. Vanaf 1 januari 2007 is een nieuwe regeling van kracht waarbij het forfaitair dagbedrag €12,00 bedraagt. Voorwaarde is dat ze minstens 11 punten scoren op de zelfredzaamheidsschaal.

        Alleenstaande of samenwonende gerechtigden die hulp van derden nodig hebben worden fictief beschouwd als gerechtigde met gezinslast.

        De oude uitkering is uitdovend. Deze wordt uitbetaald door de Rijksdienst Voor Pensioenen of de ziekenkas.


        Incontinentieforfait

        Een jaarlijks forfait van €423,60 (bedrag op 1 januari 2007) wordt toegekend aan personen met hoge uitgaven voor incontinentiemateriaal. Deze forfaitaire tegemoetkoming is voorzien voor personen die tijdens de voorbije twaalf maanden gedurende vier maanden de goedkeuring hebben verkregen voor een verpleegkundige verzorging, vergoedbaar met forfait B of C. Bovendien moet men op het criterium ‘incontinentie’ een score 3 of 4 hebben. Deze tussenkomst moet de benodigde materiaalkosten verlichten.

        Voor incontinente chronisch zieken die thuis door familieleden worden verzorgd, zonder dat er een verpleegkundige aan huis komt moet u zo snel mogelijk door een verpleegkundige een aanvraag tot terugbetaling van verpleegkundige zorgen laten indienen bij het ziekenfonds.

        Deze tussenkomst zal automatisch via het ziekenfonds worden toegekend. U dient hiervoor zelf niets te doen.


        Rolwagens

        • Duwrolstoelen:
          • De meeste toebehoren bij rolwagens worden voortaan in het basispakket opgenomen zodat de gebruiker hiervoor zelf niet (meer) moet opdraaien.
          • Actieve rolstoelen, de zogenaamde sportrolstoelen, komen voor terugbetaling in aanmerking. Onder bepaalde voorwaarden kunnen ook patiënten in verzorgingsinstellingen van terugbetaling genieten.
          • Een hele reeks bouwtechnische verbeteringen komt voor terugbetaling in aanmerking. Zo krijgen bijvoorbeeld aanpassingen als tafelbesturing, werktafel en in de hoogte verstelbare armsteunen een plaats binnen de RIZIV-reglementering, zodat ze voor vergoeding vatbaar worden.
        • Elektronische rolwagens: De toekenningsvoorwaarden voor elektronische rolwagens zijn aanzienlijk versoepeld. Belangrijk is dat ook 65-plussers voortaan voor een elektronische rolstoel in aanmerking kunnen komen. Voor hen is evenwel het akkoord van het College van Geneesheer-Directeurs nodig.


        BTW op medische hulpmiddelen

        Op vele medische hulpmiddelen betaalt u nog 21% BTW. Voor onderstaande hulpmiddelen bedraagt de BTW 6%:

        • orthopedische hulpmiddelen;
        • breukspalken en andere artikelen of apparaten voor de behandeling van breuken in het beenderstelsel;
        • kunstgebitten en kunsttanden;
        • kunstogen;
        • kunstledematen;
        • hoorapparaten;
        • apparatuur voor het verhelpen of verlichten van gebreken en kwalen die door de patiënt in de hand worden gehouden of op andere wijze worden gedragen (hieronder vallen elleboogkrukken);
        • materiaal voor stomapatiënten;
        • incontinentiemateriaal (uitgezonderd maandverbanden, inlegkruisjes en luiers voor – 6 jaar);
        • individueel toebehoren dat deel uitmaakt van de kunstnier;
        • gaankaders (looprek), rolstoelen, wagentjes voor zieken en invaliden, ook indien met motor of ander voortbewegingsmechanisme, alsook onderdelen en toebehoren;
        • aërosolapparaten en toebehoren, individueel materiaal voor de toediening van mucomyst;
        • anti-decubitusmateriaal opgenomen in de RIZIV-nomenclatuur (dit gaat om één soort zitkussen, alle ander anti-decubitusmateriaal is 21%);
        • speciale hulpmiddelen voor slechtzienden en blinden, uitgezonderd brillenglazen, lenzen, monturen;
        • infuuspompen voor pijnbestrijding.
        • Glucosemeters en toebehoren


        Nuttige adressen

        Juriwel: http://www.juriwel.be

        Handigids: http://handicap.belgium.be/nl/index.htm

        FOD Sociale Zekerheid
        Directie-Generaal Personen met een handicap
        Dienst Gehandicaptenbeleid
        Zwarte Lievevrouwstraat 3C
        1000 Brussel
        Tel: 02/509 82 78 en 02/509 85 67
        Website: https://socialsecurity.belgium.be/nl of http://handicap.belgium.be/nl/index.htm

        Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
        Sterrenkundelaan 30
        1210 Brussel
        Tel: 02/225 84 11
        Website: http://www.vlafo.be

        RIZIV
        Dienst voor Geneeskundige verzorging
        Afdeling Algemene reglementering
        Tervurenlaan 211
        1150 Sint-Pieters-Woluwe
        Tel: 02/739 78 46
        Website : http://www.riziv.be/care/nl/infos/solidarity/index.htm

        Vlaams Zorgfonds
        Koning Albert II-laan 35 bus 36
        1030 Brussel
        Tel: 02/553 46 90

        CM-Zorgkas Vlaanderen
        Haachtsesteenweg 579
        1031 Brussel
        Tel: 02/246 41 11
        Website: http://www.zorgverzekering.be

        Neutrale Zorgkas Vlaanderen
        Antwerpsestraat 145
        2500 Lier
        Tel: 03/491 86 60
        Website: http://www.neutrale-ziekenfondsen.be/

        Zorgkas van de Liberale Ziekenfondsen
        Livornostraat 25
        1050 Brussel
        Tel: 02/542 86 00

        Fax: 02/542 86 46
        Website: http://www.lm.be

        Zorgkas van de Onafhankelijke Ziekenfondsen
        Sint-Huibrechtstraat 19
        1150 Brussel
        Tel: 02/778 92 11
        Website: http://www.mloz.be

        Zorgkas van de Socialistische Mutualiteiten
        Sint-Jansstraat 32-38
        1000 Brussel
        Tel: 078/15 02 60
        Website: http://www.socmut.be

        Zorgkas DKV Belgium

        Bischoffsheimlaan 1-8
        1000 Brussel
        Tel: 02/287 64 11
        Website: http://www.dkv.be

        Vlaamse Zorgkas
        Koning Albert II-laan 35 bus 36

        1030 Brussel
        Tel: 02/553 45 90
        Website: http://www.vlaamsezorgkas.be

        FOD Sociale Zekerheid
        Directie-Generaal Personen met een handicap
        Dienst verhoogde kinderbijslag

        Zwarte Lievevrouwstraat 3c
        1000 Brussel
        tel.: 02/509 82 85 of 02/509 83 03

        FOD Sociale Zekerheid
        Directie-Generaal Personen met een handicap
        Dienst Tegemoetkomingen aan personen met een handicap

        Zwarte Lievevrouwstraat 3C
        1000 Brussel
        Contactcenter: 02/507 87 99
        Website: https://socialsecurity.belgium.be/nl of http://handicap.belgium.be/nl/index.htm

        Provincie Oost-Vlaanderen
        Provinciaal Administratief Centrum ‘het Zuid’
        Dienst Welzijn
        Woodrow Wilsonplein 2
        9000 Gent
        Tel: 09/267 75 09

        Provincie Antwerpen
        Dienst Welzijn
        Boomgaardstraat 22 bus 100
        2600 Berchem
        Tel: 03/240 56 37

        Provincie Limburg
        Provinciale Dienst voor Ouderen
        Universiteitslaan 1
        3500 Hasselt
        Tel: 011/23 72 88