Het VBO reageert
Beste mantelzorgers,
U heeft mij op 25 juni ll. een open brief geschreven n.a.v. de problematiek rond het tijdskrediet. Het siert uw organisatie dat zij dit initiatief neemt. Het siert u nog meer dat u in uw open brief weloverwogen argumenten naar voor brengt in tegenstelling tot anderen die meteen het grof geschut (oneerlijk, leugens, …) boven halen. Dat is dan ook meteen de reden waarom ik met een vergelijkbare serene ingesteldheid graag op uw open brief antwoord door een aantal feiten en cijfers op te sommen. Deze laatsten zullen hopelijk de reflectie voeden.
Laat mij vooreerst duidelijk stellen dat ik de grootste bewondering heb voor wat u en uw leden mantelzorgers doen. Dat is nog een bijkomende reden waarom ik op uw schrijven wens te reageren.
Laat mij ook duidelijk stellen dat, in tegenstelling tot wat in sommige media en commentaren werd gesteld, het tijdskrediet niet moet afgeschaft worden. Maar de onderstaande facts & figures moeten juist tot nadenken stemmen en vermijden dat we in toekomst wél verplicht zullen zijn om dit systeem drastisch in te perken. Dan is het misschien beter om vandaag bij te sturen op een geleidelijke en weloverwogen manier, in lijn met de oorspronkelijke doelstellingen, i.p.v. onze kop in het zand te steken en overmorgen verplicht te worden om ingrepen te doen die heel veel pijn gaan doen. Ik zou dan niet graag horen dat we daarvoor niet tijdig gewaarschuwd hebben.
Laat ons nu reeds nadenken over de volgende 10 feiten en cijfers.
1. Het aantal 65-plussers zal volgens de ramingen van de demografen van het Planbureau tussen 2010 en 2060 bijna verdubbelen van 1,9 naar 3,3 miljoen. Daarenboven studeren we gemiddeld langer, hetgeen op zich natuurlijk heel positief is. Langer leven, langer studeren en korter werken is niet te verzoenen met hoge pensioenen en een duurzame gezondheidszorg. Demografen zeggen ons dat we niet meer moeten spreken van een leeftijdspiramide maar van een leeftijdsurne. De vergrijzing is dus tegelijk een zegen en een succes van de medische vooruitgang, als een uitdaging op budgettair vlak. Méér mensen langer aan het werk wordt door alle beleidsmakers als de meest gewenste oplossing naar voor geschoven, te verkiezen boven een verdere schuldopbouw of hogere belastingen voor de komende generaties.
2. Het aantal personen in tijdskrediet boven 50 jaar is tussen 2000 en 2009 verviervoudigd (van 31.408 naar 126.952), terwijl het aantal bruggepensioneerden over die periode relatief stabiel is gebleven en de gemiddelde leeftijd waarop men de arbeidsmarkt verlaat nauwelijks is toegenomen (momenteel ca. 59 jaar voor mannen en 58 jaar voor vrouwen). Ik herinner mij ook heel goed dat ten tijde van de invoering van het tijdskrediet de media bol stonden van de combinatie arbeid-gezin, onthaasten, mensen de kans geven om tijdens hun loopbaan even uit te rusten …. en als het nog eens kon ook gestaafd met voorbeelden van jonge gezinnen. Slechts weinigen herinneren zich ook de keerzijde van de medaille, m.n. langer aan de slag blijven, zoals ook blijkt uit enkele getuigenissen afgelopen week in de media. Nochtans was dit de deal zowel bij het tijdskrediet als in het Generatiepact. Ter illustratie: maatregel 47 van het Generatiepact stelt letterlijk wanneer men het heeft over de gemakkelijker toegang van 55-plussers tot het tijdskrediet, ik citeer: “doelstelling moet wel degelijk zijn die werknemers langer aan het werk te houden”. Onthaasten tijdens de loopbaan om vervolgens langer aan de slag te blijven is in het kader van de betaalbaarheid van de pensioenen en dus de vrijwaring van ons sociaal zekerheidsstelsel dus een belangrijk gegeven.
3. Het aantal personen in tijdskrediet daalt op de leeftijd van 56, 58 en 60 jaar telkens met ongeveer 30%. Laten dat nu per toeval scharnierjaren zijn in het brugpensioenstelsel. De onderstaande grafiek 1 is daar een illustratie van.
4. De budgettaire kost van het gehele tijdskredietstelsel steeg van bijna 200 mio naar 750 mio euro in 2009 (ps. hierin zijn de gelijkstellingen voor het pensioen nog niet ingerekend). Dit bedrag zal in de toekomst wellicht nog oplopen. Het zijn de actieven van vandaag die via hun belastingen deze bedragen moeten financieren, terwijl uit punt 1. hierboven blijkt dat deze groep in de toekomst door de vergrijzing riskeert af te nemen. De zgn. intergenerationele solidariteit dreigt meer en meer op de proef gesteld te worden.
5. Het verschil tussen voltijds en deeltijds werken wordt wel heel klein. In een aantal gevallen door de bijpassing van de RVA, soms nog aangevuld met Vlaamse premies, benadert men 95% of meer van het netto-loon bij 5/5de werken. Ik denk niet dat men kan ontkennen dat dit de aantrekkingskracht van het tijdskrediet verhoogt.
6. Het gedrag van mensen en organisaties verandert maar wanneer er klare en ondubbelzinnige maatregelen genomen worden. Indien onthaasten tijdens de loopbaan aanleiding geeft tot langer aan de slag kunnen blijven, dan moet zich dat ook in de wetgeving uiten. Anders komt men snel in een free rider of not-in-my-backyard-situatie terecht. Met andere woorden, de anderen zullen hun verantwoordelijkheid wel nemen. Een dergelijke situatie is absoluut te vermijden, want dan verandert er niets. Iedereen kijkt naar iedereen en niets beweegt. Bij de invoering van vele maatregelen staat het algemeen belang voorop, bij de uitvoering ervan valt steeds de verwijzing naar het individueel belang op. Is dit ook niet het geval met het tijdskrediet en het brugpensioen? Tijdskrediet nemen tijdens de loopbaan vindt men de evidentie, maar eens men de leeftijd nadert om op brugpensioen of vervroegd brugpensioen te gaan, zal niemand zich spontaan herinneren dat hij of zij tijdens zijn loopbaan tijdskrediet genomen heeft en dus in feite nog even zou moeten wachten om op brugpensioen te gaan. Versta mij niet verkeerd. Dit is in mijn ogen geen misbruik want men past gewoon de bestaande regels toe. Daar gaat het hem in wezen zelfs niet over. Waar het wel over gaat: moeten we onze reglementering niet zo bijsturen dat tijdskrediet nemen tijdens de loopbaan ook effectief zou leiden tot langer aan de slag blijven op het einde van de loopbaan?
7. In andere EU-landen slaagt men er blijkbaar in om dit debat te voeren. In heel wat landen verhoogt men zelfs de wettelijke pensioenleeftijd tot 66 of zelfs 67 jaar. Ook vervroegde uittredingssystemen worden er afgebouwd. Ik ben altijd verwonderd dat dit in andere landen kan en bij ons systematisch afgeblokt wordt.
8. De voorbije decennia hebben we steevast een beleid gevoerd dat ook u verdedigt: economische vooruitgang én sociale vooruitgang moeten tegelijkertijd kunnen. Zolang de welvaartstaart groeide, valt voor deze stelling iets te zeggen. Maar wanneer de economische machine stokt of de uitgaven zodanig snel stijgen terwijl de inkomsten (economische groei) niet volgen, is dat misschien niet meer zo evident? Want dan is men de facto welvaart aan het verdelen die men niet heeft. Of nog anders gesteld, dan schuift men gemakkelijkheidshalve de factuur door naar de toekomstige generatie. Vindt u dat de huidige generatie dit zomaar mag doen? Zijn wij dan zo weinig solidair met onze kinderen?
9. In heel wat reacties stel ik vast dat emotionaliteit overheerst. Iedereen of iedere groep die reageert, voelt zich persoonlijk geviseerd en vindt dat zijn of haar situatie een uitzondering rechtvaardigt. Dit is zeker te begrijpen. Moeten we in deze echter niet eerder het collectief belang voorop zetten en vervolgens oplossingen trachten uit te werken die aansluiten bij particuliere situaties?
10. Tot slot een situatie ter overweging. Mag iemand die tijdens zijn loopbaan één of meerdere jaren loopbaanonderbreking of tijdskrediet heeft genomen op 58 jaar op brugpensioen gaan, net zoals iemand die zijn volledige loopbaan heeft gewerkt maar zonder dat hij ook maar één jaar loopbaanonderbreking of tijdskrediet heeft genomen?
Ziehier, beste mantelzorgers, een tiental overwegingen. Wellicht stof genoeg voor debat. En laat dat nu het belangrijkste van mijn boodschap geweest zijn, m.n. start vandaag het debat voordat anderen ons de wet zullen dicteren en veel zwaardere ingrepen zullen opleggen.
Met vriendelijke groeten,
Pieter Timmermans
Open brief aan de directeur-generaal van het VBO
Tijdskrediet 50-plussers: geen profitariaat maar voluntariaat!
Geachte heer Timmermans,
Het Kenniscentrum Mantelzorg (KeM) vzw plaatst een belangrijke kanttekening bij uw oproep aan de nieuw samen te stellen regering om het tijdskrediet te beperken voor ouderen. Ongeveer 1 Vlaming op 5 tussen de 18 en 85 jaar zorgt op regelmatige basis, al dan niet in georganiseerd verband, maar in informele sfeer, voor een zorgafhankelijke persoon. Wanneer het VBO, vanuit een bezorgdheid voor de openbare financiën, een meer restrictieve toegang tot het tijdskrediet verwacht, moet het ook beseffen dat hiermee een kapitaal aan informele zorgverleners verdwijnt. Een groep zorgverleners (mantelzorgers en zorgvrijwilligers) dan nog die ‘goedkoop’ is en laten we gerust zeggen ‘gratis’ werkt voor de samenleving. Wanneer deze niet meer beschikbare zorgende handen moeten worden vervangen door professionele zorgverleners, zal dat zonder enige twijfel ook gevolgen hebben voor onze openbare financiën – los nog van het feit dat we die informele zorgverleners, gezien de huidige structurele personeelstekorten in de (gezondheids)zorgsector, nooit allemaal zullen kunnen vervangen!
Aanvankelijk waren wij als belangenverdedigers van de mantelzorgers niet van plan om op deze uitlatingen van het VBO te reageren. Mantelzorgers in de leeftijd van 50-plus die gebruik maken van tijdskrediet hoeven zich immers niet aangesproken te voelen wanneer u spreekt van misbruik. Daar zou het dus bij gebleven zijn, ware het niet dat later deze week een rapport werd vrijgegeven van de Studiedienst van de Vlaamse Regering waaruit weer eens blijkt welke belangrijke rol de Vlaamse 50-plussers vervullen in de informele zorgverlening: “De 55- tot 64-jarigen zijn koploper bij de populatie die regelmatig zorgt voor een hulpbehoevende, respectievelijk regelmatig opvang biedt van kleine kinderen.”
Het VBO bekritiseert het beleid van de voorbije federale legislaturen door te beweren dat men geen twee heren kan dienen. Toegegeven, hier heeft het VBO in bepaald opzicht een punt. De overheid kan niet én van haar burgers verwachten dat ze zo lang mogelijk beroepsactief blijven – zonder mantelzorgvriendelijke werkomstandigheden te waarborgen – én maximaal inzetten op informele zorgverlening. Een studie van het voormalig Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudies naar de grenzen van mantelzorg (2006) toont aan dat mantelzorgers die een fulltime baan hebben doorgaans minder intens mantelzorg kunnen opnemen. Volgens ons omdat het bedrijfsleven vandaag de dag weinig of geen oog heeft voor deze doelgroep en hun specifieke noden. Daarnaast wees een Britse studie uit 2007 uit dat niet-beroefsactieve mantelzorgers wel graag zouden participeren aan de arbeidsmarkt, maar er omwille van allerlei praktische redenen niet in slagen aan het werk te gaan of te blijven: gebrek aan flexibele uurregelingen, onvoldoende beschikbare diensten en voorzieningen die tijdens de werkuren van de mantelzorger de zorgtaken kunnen overnemen, te weinig begeleiding in de zoektocht naar een baan, enz.
We lezen in uw opiniestuk van eerder deze week in De Morgen de volgende vaststelling: “Een van de moeilijkste zaken is de mentaliteit van een medeburger, van een ondernemer, van een organisatie te wijzigen. Laat dat nu dé uitdaging zijn waar ons land voor staat.” Het Kenniscentrum Mantelzorg deelt ook deze bekommernis met het VBO. Sinds de vroege jaren 1990 verdedigt onze organisatie de belangen van de mantelzorgers in Vlaanderen. We ijveren al geruime tijd voor een meer mantelzorgvriendelijk arbeidsregime, maar stuiten steeds op een starre houding van zowel overheid, als werkgevers- en werknemersorganisaties. Die inflexibele positie blijkt dus ook bij het VBO aanwezig: “In de huidige omstandigheden moeten we er eerst voor zorgen dat de economic fundamentals op orde staan vooraleer we de fase van social progress inzetten.” En dit alles altijd met de bezorgdheid – die ook u uit in uw opiniestuk – over de betaalbaarheid op termijn van deze maatregelen.
Volgens ons kan er niet gekozen worden voor óf de ‘economic fundamentals’ óf de ‘social progress’, integendeel: het is een én-én-verhaal. Zonder mantelzorgvriendelijke arbeidsomstandigheden zullen de overheidsfinanciën ook de pan uit swingen. British Telecom liet ooit eens becijferen wat het gebrek aan een flexibel arbeidsregime het bedrijf kostte aan ziekteverzuim, minder productiviteit tgv lichamelijke en geestelijke overbelasting, enz.
De dagelijkse praktijk leert ons dat mantelzorgers, om het hoofd boven water te houden, soms erg inventief moeten zijn. Onterecht stellen ze zich vb. beschikbaar voor de arbeidsmarkt terwijl ze in de praktijk niet in staat zijn om op werkaanbiedingen in te gaan. Dit is voor mantelzorgers slechts een schijnoplossing die veel stress met zich mee brengt. Maar tegelijk is dit ook belastend voor de sociale zekerheid.
Wij hopen dat ook dit debat eindelijk eens gevoerd kan worden en dat het VBO stilaan inziet dat 50-plussers het tijdskrediet niet altijd zomaar uitbuiten, maar dat dit in belangrijke mate een maatschappelijk doel dient.
Met vriendelijke groeten,
Het bestuur, personeel, de vele mantelzorgers en vrijwilligers van het Kenniscentrum Mantelzorg vzw
www.kenniscentrummantelzorg.be
——–
Lees hier ook de visietekst van VBO-topman Pieter Timmermans.
PERSBERICHT: sociaal-juridische positie mantelzorgers bij CAO-onderhandelingen
PERSBERICHT
Heverlee, 2 juni 2010
Vakbonden dienen de sociaal-juridische positie van mantelzorgers meer aandacht te geven in CAO-onderhandelingen
Het Kenniscentrum Mantelzorg (www.kenniscentrummantelzorg.be) verwijst hiermee naar een lovenswaardig initiatief in Nederland dat navolging verdient (cf. de Nederlandse krant Trouw van 21 mei 2010). De Nederlandse vakbonden hebben deze intentie voor hun CAO-onderhandelingen zelfs vastgelegd in een convenant.
Mantelzorgers die in Nederland een job combineren met een langdurige thuiszorgsituatie, kunnen hiervoor enkel onbetaald zorgverlof nemen. Vakorganisatie FNV pleit daarom voor een collectieve verzekering voor mantelzorgers en wil die inkomenszekerheid vastleggen in nieuwe CAO’s, zolang de verzekering niet wettelijk is geregeld. Vakcentrale MHP wil vooral een cultuurverandering bereiken in toekomstige CAO-onderhandelingen en ziet al een oplossing in een meer flexibel arbeidsregime.
Ontoereikende maatregelen
Uit cijfers van de Eurobarometer uit 2002 blijkt dat ook bijna 1 op 3 Belgische mantelzorgers hun zorgengagement combineert met een professionele loopbaan. Vele mantelzorgers zijn vaak, omwille van de zware zorgsituatie, genoodzaakt om tijdelijk of definitief de loopbaan geheel of gedeeltelijk stop te zetten. In België kan dat onder de vorm van thematische zorgverloven of de klassieke loopbaanonderbreking/tijdkrediet. Deze maatregelen zijn echter ontoereikend in langdurige en/of intensieve zorgsituaties. Bovendien derven mantelzorgers inkomsten door hun keuze voor mantelzorg.
Schijnoplossing
Om het hoofd boven water te houden, moeten mantelzorgers soms erg inventief zijn. Onterecht stellen ze zich vb. beschikbaar voor de arbeidsmarkt terwijl ze in de praktijk niet in staat zijn om op werkaanbiedingen in te gaan. Dit is voor mantelzorgers slechts een schijnoplossing die veel stress met zich mee brengt. Maar tegelijk is dit ook voor de sociale zekerheid belastend.
Combinatie zorg en arbeid
De combinatie mantelzorg en professionele arbeid is in Vlaanderen géén of-of-kwestie. Uit een studie van het voormalige Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudie naar de grenzen van mantelzorg, heeft een overgrote meerderheid van de mannelijke mantelzorgers een voltijdse job. En hoewel vrouwen sinds enkele decennia vaker uit werken gaan, leidt dit niet meteen tot een daling van het aantal mantelzorgers. Dit laatste betekent echter wel dat steeds meer mantelzorgers een betaalde baan combineren met een informeel zorgengagement. Vandaar dus het belang om oog te hebben voor ondersteunende maatregelen die de combinatie tussen zorg en arbeid mogelijk maken.
Regeerakkoord
Het Kenniscentrum Mantelzorg vzw dringt er dan ook op aan dat Belgische beleidsmakers werk maken van een betere sociaal-juridische ondersteuning van die mantelzorgers die instaan voor de zorg en/of permanentie van zwaar zorgafhankelijke personen. We hopen dat ook de nieuwe federale regering in haar regeerakkoord zich ertoe engageert om een sociaal statuut voor mantelzorgers in te voeren. Daarnaast acht de organisatie het belangrijk dat er een dialoog tot stand komt met de Belgische sociale partners.
_________________________
Het Kenniscentrum Mantelzorg (KeM) is een pluralistische, onafhankelijke vzw, erkend door de Vlaamse Gemeenschap als ‘vereniging van gebruikers en mantelzorgers VER/001’.
Het KeM vzw brengt mantelzorgers en zorgafhankelijke personen samen, informeert en verricht beleidswerk.
Hier vindt u het persbericht in pdf-formaat: 100602 persbericht
Minister Vandeurzen zoekt 60.000 nieuwe arbeidskrachten
Dat de zorgsector met structurele personeelstekorten kampt, is geen nieuw gegeven. De vergrijzing zal hier nog een schepje bovenop doen, want een belangrijk aandeel van het huidige personeel zal in de komende 10 jaar met pensioen gaan.
Daarom komt minister Vandeurzen met een actieplan om tegen 2015 60.000 nieuwe arbeidskrachten aan te trekken en dit in de verschillende domeinen van de welzijns- en gezondheidssector, nl. de ouderenzorg, de zorg voor personen met een beperking en de kinderopvang.
Lees hier het persbericht van de minister en het artikel in De Morgen online.
Naar een sociaal statuut voor mantelzorgers in België?
Op 2 juni a.s. worden de onderzoeksresultaten voorgesteld van een studie naar een sociaal statuut voor mantelzorgers.
Klik hier voor de uitnodiging: Uitnodiging 2 juni asbl Aidants Proches-1
Vers van de pers: Thuiszorgkrant apr-mei-juni 2010!
De laatste Thuiszorgkrant is net verschenen!
Inhoud:Jongdementie komt steeds meer voor, Informatie- en ontmoetingsmomenten 2010, Gratis groene lijn voor personen met een handicap, Ethiek is ook van het washandje, Seppe 1930-2002, Buitengewone seks voor personen met een handicap, Nieuwe website KeM vzw, En toen… was er het Brussenkamp!, Brussels zakboekje 2010,…
Voor een abonnement op deze krant, surft u naar de rubriek 'Publicaties' ! Na betaling van het abonneegeld, ontvangt u voortaan onze Thuiszorgkrant.
VPP bevraagt…hoe patiënten naar eerste lijn kijken
Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen organiseert in december een eerstelijnssymposium (ELS).
Het Vlaams Patiëntenplatform is uitgenodigd om de stem van de patiënt te laten horen, maar dit willen we niet doen zonder de input van patiënten zelf. Jullie ervaringen zijn dus belangrijk!
Het VPP vraagt patiënten zo’n 15-tal minuten vrij te maken voor het invullen van deze vragenlijst.
De ingevulde vragenlijsten mogen tot 20 april 2010 teruggestuurd worden naar:
info@vlaamspatientenplatform.be
Vlaams Patiëntenplatform vzw, Groenveldstraat 15, 3001 Heverlee
016/23 24 46 (fax)
U kan hier de pdf downloaden.
Patiënt moet tandarts vergoeden voor gemiste afspraken
Een Antwerpse rechter heeft voor het eerst een patiënt veroordeeld omdat deze tot twee maal toe, zonder enige verwittiging, niet aanwezig was op de gemaakte afspraak. Het ging om een langdurige en meer complexe behandeling. Nadat de patiënt voor de tweede keer zijn kat stuurde, stelde de tandarts hem in gebreke en stelde de patiënt voor een schadevergoeding te betalen. De patiënt wilde hier niet op ingaan en wordt nu door de Antwerpse rechtbank van eerste aanleg verplicht om de tandarts een schadevergoeding van € 720 te betalen. Met deze uitspraak wil de rechter wellicht wijzen op het feit dat de patiënt niet alleen rechten, maar ook plichten heeft.
Lees hierover meer in De Standaard en in De Morgen.
Ook Peeters & Pichal debatteren hierover op radio 1.
Weldra betere bescherming bij ‘medische schade’
Sinds 2007 bestaat er een wet die het voor patiënten mogelijk maakt een schadevergoeding te eisen wanneer ze het slachtoffer zijn geworden van een medische fout of een medisch ongeval. Maar omdat noch artsen, noch verzekeraars, noch vertegenwoordigers van patiënten zich in deze wettekst konden vinden, is deze wet nooit in werking getreden. Daarnaast doken ook technische problemen op die de uitvoering ervan bemoeilijkte.
Deze wet ontmoedigde patiënten om gerechterlijke stappen te ondernemen tegen zorgverstrekkers en verzorgingsinstellingen:
- omwille van de complexe organisatie van de Belgische gezondheidszorg en van het aansprakelijkheidsrecht;
- de patiënt of zijn omgeving moest niet alleen de fout en de schade, maar ook het oorzakelijke verband tussen beide kunnen bewijzen;
- de langdurige, kostelijke gerechtsprocedure waarvan de uitkomst vaak erg onzeker was;
- …
Bevoegd minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Laurette Onkelinx moest dus aan de slag voor een nieuw wetsontwerp. Haar oog viel dit keer op Frankrijk waar men in 2002 een tweesporensysteem heeft ingevoerd. Volgens dit systeem kan een slachtoffer, ofwel via de rechter ofwel via een door de (Belgische) staat opgericht vergoedingsfonds, een schadevergoedeing eisen.
Wanneer de patiënt of zijn omgeving kiest voor een minnelijke schikking, wendt hij of zij zich dus tot het Fonds voor medische ongevallen. De opgelopen schade, of deze nu wel of niet rechtstreeks is toe te wijzen aan een handeling van een zorgverstrekker, zal volledig worden vergoed. Wanneer het Fonds, na onderzoek vaststelt, dat de betrokken zorgverlener aansprakelijk is voor de door de patiënt geleden schade, zal het Fonds deze kosten verhalen op de verzekeraar van de zorgverlener. Wanneer de aansprakelijkheid van een zorgverstrekker niet eenduidig is aan te tonen, maar de patiënt wel degelijk het slachtoffer is geworden van een medisch ongeval, wordt de schadevergoeding uitbetaald door het Fonds.
Welliswaar moet de 'schade' een bepaalde mate van ernst vertonen. Er wordt in een vergoeding voorzien wanneer:
- de patiënt voor minstens 25% bijvend invalide is;
- de patiënt gedurende minstens 6 opeenvolgende maanden tijdelijk arbeidsongeschik is of dit gedurende 6 niet opeenvolgende maanden over een periode van 1 jaar;
- de schade buitengewoon ernstige problemen veroorzaakt in het leven van de patiënt – ook op economisch vlak;
- de patiënt is overleden.
De procedure via het Fonds is volledig gratis voor de patiënt en hij/zij behoudt altijd het recht om gerechterlijke stappen tegen een zorgverstrekker te ondernemen. Het slachtoffer of zijn/haar familie moet niet langer zelf de fout bewijzen en de procedure via het Fonds voor medische ongevallen zou binnen één jaar definitief afgerond moeten zijn.
Lees meer: De Morgen
“Financiering thuisverpleging herbekijken”
De uitgaven voor thuisverpleging stijgen elk jaar met bijna 7 procent. Dat meldt het federaal kenniscentrum voor de gezondheidszorg. Dat komt doordat de bevolking verouderd is, er meer chronische aandoeningen zijn en patiënten steeds minder lang in het ziekenhuis verblijven. Thuisverplegers krijgen er ook almaar meer taken bij, maar het budget stijgt niet.
Lees hier het artikel ‘Financiering thuisverpleging herbekijken’ op deredactie.be.
