Het VBO reageert
Beste mantelzorgers,
U heeft mij op 25 juni ll. een open brief geschreven n.a.v. de problematiek rond het tijdskrediet. Het siert uw organisatie dat zij dit initiatief neemt. Het siert u nog meer dat u in uw open brief weloverwogen argumenten naar voor brengt in tegenstelling tot anderen die meteen het grof geschut (oneerlijk, leugens, …) boven halen. Dat is dan ook meteen de reden waarom ik met een vergelijkbare serene ingesteldheid graag op uw open brief antwoord door een aantal feiten en cijfers op te sommen. Deze laatsten zullen hopelijk de reflectie voeden.
Laat mij vooreerst duidelijk stellen dat ik de grootste bewondering heb voor wat u en uw leden mantelzorgers doen. Dat is nog een bijkomende reden waarom ik op uw schrijven wens te reageren.
Laat mij ook duidelijk stellen dat, in tegenstelling tot wat in sommige media en commentaren werd gesteld, het tijdskrediet niet moet afgeschaft worden. Maar de onderstaande facts & figures moeten juist tot nadenken stemmen en vermijden dat we in toekomst wél verplicht zullen zijn om dit systeem drastisch in te perken. Dan is het misschien beter om vandaag bij te sturen op een geleidelijke en weloverwogen manier, in lijn met de oorspronkelijke doelstellingen, i.p.v. onze kop in het zand te steken en overmorgen verplicht te worden om ingrepen te doen die heel veel pijn gaan doen. Ik zou dan niet graag horen dat we daarvoor niet tijdig gewaarschuwd hebben.
Laat ons nu reeds nadenken over de volgende 10 feiten en cijfers.
1. Het aantal 65-plussers zal volgens de ramingen van de demografen van het Planbureau tussen 2010 en 2060 bijna verdubbelen van 1,9 naar 3,3 miljoen. Daarenboven studeren we gemiddeld langer, hetgeen op zich natuurlijk heel positief is. Langer leven, langer studeren en korter werken is niet te verzoenen met hoge pensioenen en een duurzame gezondheidszorg. Demografen zeggen ons dat we niet meer moeten spreken van een leeftijdspiramide maar van een leeftijdsurne. De vergrijzing is dus tegelijk een zegen en een succes van de medische vooruitgang, als een uitdaging op budgettair vlak. Méér mensen langer aan het werk wordt door alle beleidsmakers als de meest gewenste oplossing naar voor geschoven, te verkiezen boven een verdere schuldopbouw of hogere belastingen voor de komende generaties.
2. Het aantal personen in tijdskrediet boven 50 jaar is tussen 2000 en 2009 verviervoudigd (van 31.408 naar 126.952), terwijl het aantal bruggepensioneerden over die periode relatief stabiel is gebleven en de gemiddelde leeftijd waarop men de arbeidsmarkt verlaat nauwelijks is toegenomen (momenteel ca. 59 jaar voor mannen en 58 jaar voor vrouwen). Ik herinner mij ook heel goed dat ten tijde van de invoering van het tijdskrediet de media bol stonden van de combinatie arbeid-gezin, onthaasten, mensen de kans geven om tijdens hun loopbaan even uit te rusten …. en als het nog eens kon ook gestaafd met voorbeelden van jonge gezinnen. Slechts weinigen herinneren zich ook de keerzijde van de medaille, m.n. langer aan de slag blijven, zoals ook blijkt uit enkele getuigenissen afgelopen week in de media. Nochtans was dit de deal zowel bij het tijdskrediet als in het Generatiepact. Ter illustratie: maatregel 47 van het Generatiepact stelt letterlijk wanneer men het heeft over de gemakkelijker toegang van 55-plussers tot het tijdskrediet, ik citeer: “doelstelling moet wel degelijk zijn die werknemers langer aan het werk te houden”. Onthaasten tijdens de loopbaan om vervolgens langer aan de slag te blijven is in het kader van de betaalbaarheid van de pensioenen en dus de vrijwaring van ons sociaal zekerheidsstelsel dus een belangrijk gegeven.
3. Het aantal personen in tijdskrediet daalt op de leeftijd van 56, 58 en 60 jaar telkens met ongeveer 30%. Laten dat nu per toeval scharnierjaren zijn in het brugpensioenstelsel. De onderstaande grafiek 1 is daar een illustratie van.
4. De budgettaire kost van het gehele tijdskredietstelsel steeg van bijna 200 mio naar 750 mio euro in 2009 (ps. hierin zijn de gelijkstellingen voor het pensioen nog niet ingerekend). Dit bedrag zal in de toekomst wellicht nog oplopen. Het zijn de actieven van vandaag die via hun belastingen deze bedragen moeten financieren, terwijl uit punt 1. hierboven blijkt dat deze groep in de toekomst door de vergrijzing riskeert af te nemen. De zgn. intergenerationele solidariteit dreigt meer en meer op de proef gesteld te worden.
5. Het verschil tussen voltijds en deeltijds werken wordt wel heel klein. In een aantal gevallen door de bijpassing van de RVA, soms nog aangevuld met Vlaamse premies, benadert men 95% of meer van het netto-loon bij 5/5de werken. Ik denk niet dat men kan ontkennen dat dit de aantrekkingskracht van het tijdskrediet verhoogt.
6. Het gedrag van mensen en organisaties verandert maar wanneer er klare en ondubbelzinnige maatregelen genomen worden. Indien onthaasten tijdens de loopbaan aanleiding geeft tot langer aan de slag kunnen blijven, dan moet zich dat ook in de wetgeving uiten. Anders komt men snel in een free rider of not-in-my-backyard-situatie terecht. Met andere woorden, de anderen zullen hun verantwoordelijkheid wel nemen. Een dergelijke situatie is absoluut te vermijden, want dan verandert er niets. Iedereen kijkt naar iedereen en niets beweegt. Bij de invoering van vele maatregelen staat het algemeen belang voorop, bij de uitvoering ervan valt steeds de verwijzing naar het individueel belang op. Is dit ook niet het geval met het tijdskrediet en het brugpensioen? Tijdskrediet nemen tijdens de loopbaan vindt men de evidentie, maar eens men de leeftijd nadert om op brugpensioen of vervroegd brugpensioen te gaan, zal niemand zich spontaan herinneren dat hij of zij tijdens zijn loopbaan tijdskrediet genomen heeft en dus in feite nog even zou moeten wachten om op brugpensioen te gaan. Versta mij niet verkeerd. Dit is in mijn ogen geen misbruik want men past gewoon de bestaande regels toe. Daar gaat het hem in wezen zelfs niet over. Waar het wel over gaat: moeten we onze reglementering niet zo bijsturen dat tijdskrediet nemen tijdens de loopbaan ook effectief zou leiden tot langer aan de slag blijven op het einde van de loopbaan?
7. In andere EU-landen slaagt men er blijkbaar in om dit debat te voeren. In heel wat landen verhoogt men zelfs de wettelijke pensioenleeftijd tot 66 of zelfs 67 jaar. Ook vervroegde uittredingssystemen worden er afgebouwd. Ik ben altijd verwonderd dat dit in andere landen kan en bij ons systematisch afgeblokt wordt.
8. De voorbije decennia hebben we steevast een beleid gevoerd dat ook u verdedigt: economische vooruitgang én sociale vooruitgang moeten tegelijkertijd kunnen. Zolang de welvaartstaart groeide, valt voor deze stelling iets te zeggen. Maar wanneer de economische machine stokt of de uitgaven zodanig snel stijgen terwijl de inkomsten (economische groei) niet volgen, is dat misschien niet meer zo evident? Want dan is men de facto welvaart aan het verdelen die men niet heeft. Of nog anders gesteld, dan schuift men gemakkelijkheidshalve de factuur door naar de toekomstige generatie. Vindt u dat de huidige generatie dit zomaar mag doen? Zijn wij dan zo weinig solidair met onze kinderen?
9. In heel wat reacties stel ik vast dat emotionaliteit overheerst. Iedereen of iedere groep die reageert, voelt zich persoonlijk geviseerd en vindt dat zijn of haar situatie een uitzondering rechtvaardigt. Dit is zeker te begrijpen. Moeten we in deze echter niet eerder het collectief belang voorop zetten en vervolgens oplossingen trachten uit te werken die aansluiten bij particuliere situaties?
10. Tot slot een situatie ter overweging. Mag iemand die tijdens zijn loopbaan één of meerdere jaren loopbaanonderbreking of tijdskrediet heeft genomen op 58 jaar op brugpensioen gaan, net zoals iemand die zijn volledige loopbaan heeft gewerkt maar zonder dat hij ook maar één jaar loopbaanonderbreking of tijdskrediet heeft genomen?
Ziehier, beste mantelzorgers, een tiental overwegingen. Wellicht stof genoeg voor debat. En laat dat nu het belangrijkste van mijn boodschap geweest zijn, m.n. start vandaag het debat voordat anderen ons de wet zullen dicteren en veel zwaardere ingrepen zullen opleggen.
Met vriendelijke groeten,
Pieter Timmermans
