Open brief aan de directeur-generaal van het VBO
Tijdskrediet 50-plussers: geen profitariaat maar voluntariaat!
Geachte heer Timmermans,
Het Kenniscentrum Mantelzorg (KeM) vzw plaatst een belangrijke kanttekening bij uw oproep aan de nieuw samen te stellen regering om het tijdskrediet te beperken voor ouderen. Ongeveer 1 Vlaming op 5 tussen de 18 en 85 jaar zorgt op regelmatige basis, al dan niet in georganiseerd verband, maar in informele sfeer, voor een zorgafhankelijke persoon. Wanneer het VBO, vanuit een bezorgdheid voor de openbare financiën, een meer restrictieve toegang tot het tijdskrediet verwacht, moet het ook beseffen dat hiermee een kapitaal aan informele zorgverleners verdwijnt. Een groep zorgverleners (mantelzorgers en zorgvrijwilligers) dan nog die ‘goedkoop’ is en laten we gerust zeggen ‘gratis’ werkt voor de samenleving. Wanneer deze niet meer beschikbare zorgende handen moeten worden vervangen door professionele zorgverleners, zal dat zonder enige twijfel ook gevolgen hebben voor onze openbare financiën – los nog van het feit dat we die informele zorgverleners, gezien de huidige structurele personeelstekorten in de (gezondheids)zorgsector, nooit allemaal zullen kunnen vervangen!
Aanvankelijk waren wij als belangenverdedigers van de mantelzorgers niet van plan om op deze uitlatingen van het VBO te reageren. Mantelzorgers in de leeftijd van 50-plus die gebruik maken van tijdskrediet hoeven zich immers niet aangesproken te voelen wanneer u spreekt van misbruik. Daar zou het dus bij gebleven zijn, ware het niet dat later deze week een rapport werd vrijgegeven van de Studiedienst van de Vlaamse Regering waaruit weer eens blijkt welke belangrijke rol de Vlaamse 50-plussers vervullen in de informele zorgverlening: “De 55- tot 64-jarigen zijn koploper bij de populatie die regelmatig zorgt voor een hulpbehoevende, respectievelijk regelmatig opvang biedt van kleine kinderen.”
Het VBO bekritiseert het beleid van de voorbije federale legislaturen door te beweren dat men geen twee heren kan dienen. Toegegeven, hier heeft het VBO in bepaald opzicht een punt. De overheid kan niet én van haar burgers verwachten dat ze zo lang mogelijk beroepsactief blijven – zonder mantelzorgvriendelijke werkomstandigheden te waarborgen – én maximaal inzetten op informele zorgverlening. Een studie van het voormalig Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudies naar de grenzen van mantelzorg (2006) toont aan dat mantelzorgers die een fulltime baan hebben doorgaans minder intens mantelzorg kunnen opnemen. Volgens ons omdat het bedrijfsleven vandaag de dag weinig of geen oog heeft voor deze doelgroep en hun specifieke noden. Daarnaast wees een Britse studie uit 2007 uit dat niet-beroefsactieve mantelzorgers wel graag zouden participeren aan de arbeidsmarkt, maar er omwille van allerlei praktische redenen niet in slagen aan het werk te gaan of te blijven: gebrek aan flexibele uurregelingen, onvoldoende beschikbare diensten en voorzieningen die tijdens de werkuren van de mantelzorger de zorgtaken kunnen overnemen, te weinig begeleiding in de zoektocht naar een baan, enz.
We lezen in uw opiniestuk van eerder deze week in De Morgen de volgende vaststelling: “Een van de moeilijkste zaken is de mentaliteit van een medeburger, van een ondernemer, van een organisatie te wijzigen. Laat dat nu dé uitdaging zijn waar ons land voor staat.” Het Kenniscentrum Mantelzorg deelt ook deze bekommernis met het VBO. Sinds de vroege jaren 1990 verdedigt onze organisatie de belangen van de mantelzorgers in Vlaanderen. We ijveren al geruime tijd voor een meer mantelzorgvriendelijk arbeidsregime, maar stuiten steeds op een starre houding van zowel overheid, als werkgevers- en werknemersorganisaties. Die inflexibele positie blijkt dus ook bij het VBO aanwezig: “In de huidige omstandigheden moeten we er eerst voor zorgen dat de economic fundamentals op orde staan vooraleer we de fase van social progress inzetten.” En dit alles altijd met de bezorgdheid – die ook u uit in uw opiniestuk – over de betaalbaarheid op termijn van deze maatregelen.
Volgens ons kan er niet gekozen worden voor óf de ‘economic fundamentals’ óf de ‘social progress’, integendeel: het is een én-én-verhaal. Zonder mantelzorgvriendelijke arbeidsomstandigheden zullen de overheidsfinanciën ook de pan uit swingen. British Telecom liet ooit eens becijferen wat het gebrek aan een flexibel arbeidsregime het bedrijf kostte aan ziekteverzuim, minder productiviteit tgv lichamelijke en geestelijke overbelasting, enz.
De dagelijkse praktijk leert ons dat mantelzorgers, om het hoofd boven water te houden, soms erg inventief moeten zijn. Onterecht stellen ze zich vb. beschikbaar voor de arbeidsmarkt terwijl ze in de praktijk niet in staat zijn om op werkaanbiedingen in te gaan. Dit is voor mantelzorgers slechts een schijnoplossing die veel stress met zich mee brengt. Maar tegelijk is dit ook belastend voor de sociale zekerheid.
Wij hopen dat ook dit debat eindelijk eens gevoerd kan worden en dat het VBO stilaan inziet dat 50-plussers het tijdskrediet niet altijd zomaar uitbuiten, maar dat dit in belangrijke mate een maatschappelijk doel dient.
Met vriendelijke groeten,
Het bestuur, personeel, de vele mantelzorgers en vrijwilligers van het Kenniscentrum Mantelzorg vzw
www.kenniscentrummantelzorg.be
——–
Lees hier ook de visietekst van VBO-topman Pieter Timmermans.

Een antwoord dat stáát!
Een krachtig statement, een besliste ontkrachting van een ongerechtvaardigde veralgemening en de rechtzetting van een schromelijk tekort aan kennis van de informele zorg…
Gefeliciteerd!
Een 'pareltje' is deze brief !
In onze mantelzorgperiode , als ouders van een kind met een handicap ben ik meermaals geconfronteerd met zowel in de 'economic' als de 'social' area : geen parels voor de zwijnen ! Een kind met een handicap, een totale zorgafhankelijkheid dat beseft dat 'thuis' 'thuis' is heeft misschien wel ouders die meer dan ooit beseffen dat hun kind voor de maatschappij 'niet rendeerbaar is'en beseffen nu hun kind er niet meer is hoe het maatschappelijk,sociaal en financieel beter,correcter 'had', 'kunnen' en 'moeten' zijn.
Met veel respect en genegenheid voor allen met een 'hart' voor zorg !
Ze hebben het 'hard' nodig' !